Corneille

corneilleCorneille werd in 1922 te Luik geboren als Guillaume, Cornelis van Beverloo. Met zijn Nederlandse ouders verhuist hij op zevenjarige leeftijd naar Amsterdam.
Op zijn achttiende schrijft hij in aan de Academie voor Schone Kunsten te Amsterdam, waar hij tekenen en graveerkunst volgt.
De cursus schilderkunst laat hij snel links liggen, omdat hij de lessen saai, statisch en te academisch vindt.
In 1946 heeft Corneille zijn eerste tentoonstelling in Groningen. Zijn werk staat dan nog sterk onder de invloed van de expressionisten.
In 1947 wordt hij bevriend met Karel Appel en het jaar daarop sticht hij met Appel, Brands, Nieuwenhuis, Rooskens en Wolvecamp de Nederlandse Experimentele Groep. Datzelfde jaar reist hij naar Parijs waar hij met Asger Jorn, Karel Appel, Dotremont en Constant aan de basis ligt van de COBRA.
Na een studiereis door in Afrika vestigt hij zich in 1950 definitief te Parijs.
Hij ontdekt er de finesses van de graveerkunst en de keramiek.
Met Appel, Jorn en Alechinsky wordt hij één der belangrijkste “uitdragers” van de Cobrakunst en publiceert meerdere kunst- en fotoboeken over zijn Afrika-trips en de enorme collectie Afrikaanse kunst die hij op zijn reizen verzamelde.
Vrij onlangs, in 1992, start Corneille met een bij het kunstpubliek succesvolle reeks beelden in gepolychromeerd hout.
Een totaal beeld van de variatie in het oeuvre van Corneille is vervat in de in 1992 door Claude Michel Cluny geschreven monografie, uitgegeven door La Différence te Parijs.

Impressie bij het werk van Corneille:

Na een bezoek aan een nieuwe kunstgalerij op de Zeedijk in Knokke werd ik zo overwelmd door de diversiteit van het aanbod, dat ik bij mijn thuiskomst onderstaande impressie neerschreef:

Het œuvre van Corneille doet mij vaak denken aan de legende van Tijl Uilenspiegel. Tijl, die de mensheid een spiegel voorhield om hen met hun innerlijke en ware aard te confronteren, vond ik terug in het werk van ‘de meester’. Let wel, dit is geen negatieve benadering maar een louter subjectieve ervaring van een recensent die van het narratieve luik in de Cobrabeweging houdt en dit naast in het werk van Corneille ook ervaart bij de sculpturen van Reinhoud, de teksten van Dotremont en de schilderijen van Carl-Henning Pedersen.
Het œuvre van Corneille is uiterst sensueel, ja erotisch, geladen door de expressie van de steeds aanwezige vrouwen, katten en de obligate vogel, die in een explosie van kleuren als het ware als een boodschap van levensvreugde uit canvas of papier ‘springen’.
Zijn thematiek reflecteert ‘onze’ innerlijke gevoelens of dromen vol passie over de vrouwen in ons leven. Je zou kunnen stellen dat de vogel onze erotische gedachten suggereert en de kat wijst naar de dualiteit en de speelsheid van vrouwelijke wezens. Het felle, vaak schreeuwende, koloriet kan dan weer wijzen op de uitbundigheid en het sensuele in de onberekenbare hersenspinsels van de mens en dan zeker bij deze van mannelijk kunne. Anderen zullen dan weer stellen dat de vrouw in het œuvre van Corneille staat voor schoonheid en… wulpsheid, terwijl de vogel de vrijheid en uitbundigheid symboliseert en de kat als bewaker van de kuisheid wordt ervaren. Met de benadering van kunst kan je dus als liefhebber alle kanten uit. Dat is het mooie van kunstbeleving…
Cornelis van Beverloo (Guillaume Corneille) werd in 1922 te Luik geboren in een Nederlands gezin. Na zijn secundaire studies ging hij tussen 1940 en 1943 aan de Amsterdamse Kunstacademie tekenkunst studeren. Als schilder is hij een autodidact.
Hij stelde voor het eerst tentoon in Groningen (1946) bij een collectieve van de Nederlandse experimentele groep ‘Reflex’. Datzelfde jaar reisde Corneille voor het eerst naar Parijs. De sfeer van de Franse lichtstad bekoorde hem dusdanig dat hij er onmiddellijk affiniteit mee had en zich onomkeerbaar ging thuisvoelen in deze bruisende metropool van kunst, cultuur en levensvreugde, zonder zijn Amsterdamse stek te verloochenen.
Samen met Karel Appel, Asger Jorn, Dotremont en Constant stichtte hij in 1948 de Cobragroep. Hun impact was dusdanig dat binnen de kortste keren een gevolg met andere artiesten, dichters en architecten de groep verruimden of deel uitmaakte van een enthousiaste achterban met in de latere jaren zelfs een onvolprezen culturele duizendpoot als Hugo Claus.
Bij zijn vele wereldreizen kreeg Corneille door het contact met andere culturen een verruimde visie op de kunst en dit resulteerde dan weer in een totaal nieuwe cyclus binnen zijn œuvre. Vooral de Afrikaanse kunst kreeg een enorme invloed in zijn latere werken. Het primitieve had wonderwel een grote, verrijkende impact op de evolutie van zijn schilderijen, houtsculpturen en grafieken. Het maakte Corneille – net als de neorealist Arman, die deze passie voor Afrika deelde – tot een expert in de Afrikaanse kunst.
Ondanks hij de kaap van de 80 overschreed, overheerst het kind in de kunstenaar Corneille. « Corneille toujours en route »(ed. GKM – 1991) is een boek dat het eeuwig zoeken naar uitdagingen en vernieuwingen accentueert. Andere monografieën verwijzen dan meer naar erotiek en beweging in het ‘jong en fris ogende’ œuvre van een geïnspireerde kunstenaar.
Corneille overleed in Auvers-sur-Oise (Frankrijk), 5 op september 2010. Galleri GKM (Zweden) hield datzelfde jaar een retrospectieve, een hommage aan een vriend.

corneille-animering

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s