Villeglé Jacques

villegleportretBegin de vijftiger jaren legden de tijdsgenoten van Jacques Villeglé zich voornamelijk toe op de abstracte schilderkunst. De Staël, Dubuffet en Vasarely, waren voor Parijs en Frankrijk de vernieuwers, wat De Kooning en Jackson Pollock toentertijd voor Amerika waren en volgden de weg van Matisse en Picasso. Jacques Villeglé voelde zich echter nooit aangesproken door, noch aangetrokken tot de abstracte schilderkunst.
Voor hem was de esthetiek bij kunst enkel waardevol als de inhoud betekenis had, weze het uit poëtisch oogpunt of in een veruiterlijking van een al dan niet politieke of sociale mening. Voor hem trok de abstracte schilderkunst veel te veel conceptuele grenzen tussen kunst en publiek.
Met van de muur gehaalde affiches kon je tenminste de initiële boodschap recycleren tot een poëtische compositie of een nieuwe gedachte insinueren.
Aan deze bijzondere kunstuiting gaf Villeglé reeds in 1949 leven om pas in 1957, na zijn tentoonstelling bij Colette Allendy, zijn met Raymond Hains en François Dufrène gedeelde passie voor de ‘décollages’ en de ‘lacérés’, heel bewust en zelfzeker als een volwaardige ‘kunsttak’ naar het publiek te brengen.

villegle moto-avenue-ledru-rollin

Alvorens zijn studies aan de Academie voor Schone kunsten van Nantes aan te vangen was Jacques Villeglé enige tijd tekenaar en hulpje in een architectenbureau. Daar werd hij geconfronteerd met urbanisatie en ruimtelijke ordening. Op dit vlak betekende een al dan niet wildgeplakte affiche een confrontatie tussen de mensen die voor de toepassing op de reglementering van het openbaar domein moesten instaan en deze die zich de vrijheid aanmaten binnen diezelfde structuur ‘het woord te voeren’door middel van beeldmateriaal in de vorm van affichering. Precies op deze muren was de boodschap meestal politiek of revolutionnair.

In 1954 maakt Villeglé kennis met François Dufrène, een man die hij reeds een tijdje volgde omwille van zijn ‘brievenrecitals’ en die de eerste was om met afgeweekte affiches een ‘kunstboodschap’ te brengen. Deze manier van cultureel uiten boeide hem, want het afweken of afscheuren van affiches leek hem een primaire handeling, een guerilla tussen beeld, tekens en letters. Met een fikse ruk of een doordacht losmaken en verplaatsen van ‘elementen’ werd de boodschap door de ‘passant’ gewijzigd en zo resulteerde deze daad in een nieuw bericht aan de toeschouwer. Dit schiep een nieuwe vrijheid van meningsuiting en luidde voor hem toen het einde van de peinture de transposition in.
Zoals in de kunstgeschiedenis vaak het geval is werd een gevestigde kunststrekking door een revolutionair gebaar achterhaald door nieuwe ideeën.
Daarmee gaan we terug naar het bewust ‘Manifest van het nieuw realisme’ uit 1960. De toen 29-jarige kunstcriticus , Pierre Restany, tekende voor de inhoud en werd hierin gevolgd door Arman, César, Dufrène, Heins, Klein, Raysse, Spoerri, Tinguely en… Villeglé.

Eigenlijk zou je het werk van Villeglé kunnen beschouwen als een voorloper van de aanstormend popartstrekking die uit de Verenigde Staten op ons afkwam .
Jacques Villeglé vertrekt van een symbolisch product van de consumptiemaatschappij, een affiche op industriële wijze vervaardigd, om ze haar oorspronkelijke commerciële boodschap te ontnemen. Een affiche is niks meer of minder dan een alledaags object.
De schreeuwerige, afgerukte kleurenrepen en letters die hij tegen mekaar laat opboksen door middel van verdraaide picturale slogans maken een beeldvorming die voor de man in de straat eenvoudig en steeds toegankelijk is. Het is de ontwijding van de schilderkunst door haar een volkse en politieke roeping aan te meten. Andy Warhol deed toch immers hetzelfde met de portretten van Marilyn, Mick Jagger, Mao en de Campbell Soup, of niet? Warhol heeft echter wel een voorgift gekregen door de impact van de Amerikaanse grootmacht en kon aldus zijn artistieke invloed wereldwijd te laten gelden. Villeglé van zijn kant moest wachten tot 1998 om door te breken bij de grote massa en in Frankrijk de verdiende institutionele erkenning te krijgen. Die kwam er toen het ‘Centre Pompidou’ een werk aankocht voor haar collectie. Hoewel ‘Le Fond National d’Art Contemporain’ reeds in 1970 een ‘Villeglé’ verwierf.en in 1987 het MAMAC in Nice hetzelfde deed, was Villeglé tot dan echt ‘geen sant in eigend land’.

Ondanks die late erkenning was Jacques Villeglé toch een gelukkig, want gegeerd, kunstenaar bij het legertje echte kunstverzamelaars en handelaars die zijn kwaliteiten en zijn inventiviteit reeds veel vroeger ontdekten en hem op de handen zijn blijven dragen.
In 1965 kochten Duitse musea reeds zijn werken. Het ‘Kaiser Wilhelm Museum’ van Krefeld was één van de eerste.
Ondanks zijn tachtig jaar schuimt hij nog steeds de straten af op zoek naar ‘materiaal’.

Als je hem vraagt aan welke criteria affiches moet voldoen om tot kunstwerk verheven te worden, haalt hij de schouders op. Er zijn voor hem geen specifieke eisen. Alles hangt af van het gevoel dat hij heeft als hij een affiche kruist. De kleuren, de boodschap, de typografie of zelfs een wapperend afgescheurd deeltje dat zijn aandacht trekt, kan hem aanspreken, net als de kick om door de ‘flikken’ betrapt te worden. Deze criteria zijn echter subjectief. Het gebeurt vaak dat hij eens terug in het atelier plots geen affiniteit meer heeft met de affiche en ze ergens in een hoekje gooit. Het wordt echter mettertijd steeds moeilijker om wildgeplakte affiches te vinden. De meeste steden zorgen voor geordende aanplakplaatsen. In Parijs, Rijsel en Bordeaux vind je niks meer. Je moet al uitwijken naar Marseille of naar de Lot-et-Garonne om nog degelijk materiaal te vinden en meestal zijn het aankondigingen van rock- of popconcerten, rap en hiphop die je dan terugvind in zijn werk na 1998. Deze nieuwe uitdaging, een variatie op het vroegere politieke thema, brengt Jacques in een compleet nieuwe wereld. De wereld van de 21ste eeuw laat hem de jongerencultuur ontdekken, hun manier van leven en protesteren brengt hem vaak terug naar die van mei 68, waar ook een culturele en sociale revolutie werd ingeluid.
Hun doel en dit van de rockikonen Johnny Hallyday, Eddy Mitchell, Joe Cocker is hetzelfde, alleen de aanpak verschilt. De rap generatie wordt fel aangemoedigd door deze ouwe rockers en deze nieuwe confrontatie houdt Villeglé alert, kwik en jong. Bovendien levert ze hem een pak ‘basismateriaal’ op om aan de hand van hun affiches een compleet nieuwe boodschap in zijn oeuvre te brengen.
Momenteel is Jacques Villeglé een in totaal nieuw facet van zijn œuvre gestapt. Naast zijn ‘lacérés’ ontwikkelde hij een totaal eigen ‘socio-politiek alfabet’. Dit idee speelde reeds door zijn hoofd toen Nixon in 1969 Parijs bezocht om met De Gaulle aan tafel te zitten. Tijdens dit bezoek zag Villeglé in de metrostations graffiti verschijnen waar de naam Nixon gevormd werd in kalligrafie: de drie pijlen van de socialistische partij, het Lotharingse Kruis, het hakenkruis, het Keltisch Kruis…
Dit intrigeerde de kunstenaar zodanig dat hij, misschien onbewust of dan ook weer niet, steeds weer op zoek ging naar dergelijke tekens om een eigen aflfabet te creëren. Zo vond hij in Marseille, jaren na datum, in 1998, een zelfklever op zijn bestelwagen met het verkeersteken voor éénrichtingsverkeer met in de witte streep een hakenkruis. Daar maakt hij dan ‘zijn’ letter F van.
Denk maar niet dat Hitler de swastika (Sanskriet voor ‘het is goed’), beter bekend als hakenkruis, heeft bedacht. Integendeel het is het meest heilige symbool uit het Hindoeïsme en Jaïnisme en wordt zelfs gebruikt in het Boeddhisme.
Je treft dit symbool echter ook aan op vroeg-christelijke graftomben in de catacomben bij Rome, op Griekse en Romeinse mozaïekvloeren uit de oudheid en op houten klompen van Noorse Vikingen uit de vroege Middeleeuwen.villeglé abc
Jacques Villeglé heeft geen enkele schroom om deze ‘historische’ tekens opnieuw op te voeren en het is niet omdat de Nazi’s op de swastika een pejoratieve betekenis kleefden dat men het positieve van dit teken uit de voorbije eeuwen moet verloochenen.
Het ‘socio-politiek alfabet’ is een artistieke handeling waarbij Villeglé door middel van een eigen geconcipieerd letterafabet op plastische wijze – net als bij het didactische dierenalfabet – ideeën, spreuken en poëzie naar de toeschouwer brengt.
Deze kleine zijsprong van een intelligente en creatieve kunstenaar wil niet zeggen dat hij zijn ‘lacèrés’ vaarwel zegt, maar brengt verademing en vernieuwing in zijn rijkgevulde carrière als beeldend kunstenaar.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s