Lavier, Bertrand

Bertrand Lavier werd 1949 in Chatillon-sur-Seine in Frankrijk geboren.
Hij woont en werkt nu in Parijs. Tuin- en landschapsarchitect van opleiding maar profileerde zich snel als installatiekunstenaar.

In 2012 had Lavier de eer om een grote overzichtstentoonstelling te houden in het Centre Georges Pompidou in Parijs. Hij heeft ook individuele tentoonstellingen gehad op locaties als onder meer het Musée Hermes in Rusland en het Museum voor Moderne Kunst in Saint- Etienne, Frankrijk.

Bertrand Lavier staat bekend om zijn bijzondere aanpak van uitbeelden, beeldhouwen en schilderen. Hij creërt ook werken die een weergave zijn van abstracte theorieën, evenals van de verbinding tussen het dagelijks leven en de kunst.
Lavier staat ook bekend om het maken van ‘demonstraties’ voor zijn werk.
Dit concept wil meestal de beelden die in de menselijke geest alledaags zijn, uitdagen, zowel om concrete als om abstracte redenen.

Het oeuvre van Bertrand Lavier is zeer bewust bedoeld om de vraag te stellen wat de hersenen als intelligent of artistiek beschouwen. Hij wil de kijker tot nadenken aanzetten omtrent creatieve expressie. Zo zijn enkele van zijn werken in het oog springende luxe meubelen met klassieke huishoudelijke apparaten.

(in Centre Pompidou)

Bertrand Lavier beschildert objecten. Belangrijke voorbeelden zijn een piano (Gabriel Gaveau, 1981), een koelkast (Westinghouse, 1981) of een auto (Mercedes 190, 1990).
De werkelijkheid wordt afgebeeld door het af te beelden voorwerp te nemen en het in dezelfde kleur te beschilderen, met een expressionistische toets, door de kunstenaar zelf zijn touche Van Gogh genoemd.
De objecten die Lavier met zijn gepersonaliseerde toets bedekt, krijgen daardoor niet alleen het statuut van een kunstwerk; tegelijk wordt het object gelijkgesteld aan zijn afbeelding.
De afbeelding van de werkelijkheid kan alleen ontstaan door het origineel te bedekken, door het aan het oog te onttrekken en dus uiteindelijk te laten verdwijnen. Het is een eenvoudige handeling, die onmiddellijk een hele reeks vragen oproept, over de relatie tussen de werkelijkheid en haar afbeelding, het verschil tussen afbeelding en voorstelling, representatie en presentatie. maar vooral over de rol van de kunstenaar bij deze magische transformatie.

In de tweede helft van de jaren tachtig trachtte Lavier ook de beeldhouwkunst te ‘deconstrueren’. Zijn onderzoek beperkte zich tot het eeuwige probleem van de relatie tussen de sculptuur en haar sokkel, een probleem dat sinds Rodin en Brancusi door talrijke beeldhouwers, van de minimalisten tot Didier Vermeiren, op een geraffineerde en intelligente manier is benaderd.
 Laviers Brandt/Fichet-Bauche (1985), een koelkast van het merk Brandt op een brandkast van het merk Fichet-Bauche, of zijn Ikea/Zanussi (1986), een kleerkast op een diepvriezer.
Met het tentoonstellen van zijn verongelukte Alfa Romeo maakt hij een synthese tussen Warhols Accidents en de compressies van César.


Hij maakt een parodie op de antropologische musea, waarin hij een slot uit het grootwarenhuis La Samaritaine hetzelfde statuut geeft als een slot van een Dogon huis uit Mali. 
Moraal van het verhaal: het enige verschil tussen ordinaire gebruiksvoorwerpen en waardevolle museumstukken is dat de eerste gerepareerd en de tweede gerestaureerd worden.
Intrigerend zijn een reeks spiegels die hij begin jaren negentig met kleurloze acrylverf in grove toetsen (be)schilderde. Deze spiegels weerkaatsen nog wel het licht, maar niet het beeld.

Enkele decennia terug is een reeks op doek gereproduceerde foto’s van met krijt beschilderde vitrines, met straatnamen als titel. Zo is er Avenue Montaigne, Rue Louise Weiss, Rue Réamur en Rue du Faubourg Saint-Honoré (2000)  niet toevallig straten met een belangrijk aantal kunstgaleries. Deze ‘gestuele’ schilderkunst van de ruitenwasser’, die formele gelijkenissen vertoont met de spontane’ drippings van Jackson Pollock, heeft geen artistieke pretentie. De brede strepen krijt hebben als enige functie de vitrine in voorbereiding aan het oog van de voorbijganger te onttrekken.
Lavier geeft deze ‘schilderkunstige geste’ een artistiek statuut, waarbij de toeschouwer niet onmiddellijk beseft wat hij ziet; hij weet ook niet aan welke zijde van de vitrine hij zich bevindt, de zijde van de kunst of die van de werkelijkheid, de zijde van de maker of die van de beschouwer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s