Auteursarchief: A-F Haelemeersch

Over A-F Haelemeersch

Cultuurrecensent, dialectoloog, publicist, dichter, 'blogger' en heemkundige kronieker - eindredacteur 'De Loathemsche Kleppe', 'Leiestreek.wordpress.com' en 'Transparant Latem-Deurle'. Kunstconsulent.

Czerniewski, Eveline

Eveline Czerniewski (°Gent 1952) is sinds haar kindertijd gepassioneerd door tekenen en schilderen. Het is dan ook haast evident dat ze haar studies de kunstrichting wilde insturen. Thuis hadden ze daar echter geen oor voor. Academie volgen was niet aan de orde. Na een passage in het Koninklijk Lyceum zet ze de stap naar de Textielschool aan de Gentse Voskenslaan. Ze studeert er Textieltekenen en -ontwerpen. Na haar studies kan ze onmiddellijk aan de slag als tekenaar-ontwerper bij Rubanerie Gantoise te Heusden.

In die periode komt ze dan via de Latemse Teken- en Schilderschool in contact met Eduard De Clercq, die haar de weg toont naar het betere aquarelwerk en het rietpentekenen.

Later volgt Eveline Czerniewski diverse workshops bij Wisper, is ze gaste in regionale kunstenaarsateliers en ervaart ze de tactiliteit van keramiek bij Françoise Busin om zich vanaf 2010  in deze disciplines te vervolmaken aan het SASK te Deinze.

In 2013 sluit ze zich op advies van kunstschilder en dichte buur Chris De Clercq aan bij het kunstcollectief ‘Art De Pinte’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 2016 komt ze in de ban van het zijdeschilderen, wat tot een kleurrijke en exclusieve collectie sjaaltjes leidt met als label ‘Vivre en Soie’.

Door dat schilderen en ontwerpen van ‘silk scarves’ komt ze tot de appreciatie van het subtiele en subjectieve binnen de abstracte kunst en gaat ze olieverftechnieken toepassen op canvas.

Dit brengt haar dan weer tot de cyclus ‘Confrontatie’: abstracte werken die de kunstenares in contrast brengt met de figuratieve schilderkunst en meer bepaald met die van de Latemse Groepen en hun volgelingen.

 

 

        

 

TENTOONSTELLINGEN: Antwerpen, Deinze, De Pinte, Eeklo, Oosterzele, Gent; Leuven, Sint-Martens-Latem en Ukkel

Voor een uitgebreid parcours kan je terecht op:
https://evelinesartblog.wordpress.com/

Advertenties

Pavlos

 

Dionyssopoulos Pavlos werd in 1930 in het Griekse Filiatra geboren. In 1949 slaagde hij voor het ingangsexamen aan L’Ecole des Beaux Arts van Parijs. Hij kreeg er tijdens zijn opleiding in 1954 verschillende beurzen om zijn studies in Parijs verder te blijven zetten. Als hij op het einde van de jaren ‘50 beslist zich definitief in Parijs te vestigen, ontdekt hij er de stad van de ‘nieuwe realisten’.

 

 

Hij trekt er op  met Calder, Giacometti maar ook met César, Yves Klein en hun mentor Pierre Restany. Zijn atelier aan de rue de Vaugirard ligt pal tegenover die van Dubuffet. Deze nieuwe stedelijke omgeving is voor Pavlos het signaal om de schilderkunst achter zich te laten. Zo komt hij tot het gebruik van zijn typische techniek met versnipperde affiches en inpakpapier.
Hij speelt in op de effecten van de densiteit, de kleuren en de reliëfs bij het kleven van de papiersnippers die hij gebruikt. Zo  gaat hij met passie aan het werk, de interne logica van zijn materiaal volgend en vindt hij een essentieel onderdeel van de hem kenmerkende artistieke taal. Deze aanpak onderscheidt zijn oeuvre van dit van de toenmalige ‘affichisten’ als Hains, Villéglé en Rotella. Zo wordt Pavlos in 1963 opgemerkt in de salon des Réalités Nouvelles door Pierre Restany, de grote inspirator en theoreticus van de groep van de Nieuwe Realisten. Maar het werk van Pavlos evolueert snel. De kunstenaar verlaat de weg van de abstractie en de barok om de mogelijkheden van een nieuwe expressiviteit te verkennen. Deze ontmoeting opent nieuwe perspectieven en zal de oriëntaties van zijn toekomstige werk bepalen.

 

 

 

 

 

 

Door met zijn papierstroken de vorm van alledaagse objecten te suggereren, gaat Pavlos weg van het Nieuwe Realisme en komt hij dichter bij Pop Art. Hij blijft echter een vrije elektron in de kunstwereld en sluit zich bij geen enkele kunstbeweging aan.

Pavlos reconstrueert de alledaagse voorwerpen: shirts, dassen, sigaretten, flessen, fruit. Hij brengt de wereld kleur en lichtheid.

Na een eerbetoon aan American Pop Art (Galerie Laurent Strouk 2005), een eerbetoon aan de Italiaanse cinema (Gallery Guy Pieters 2008) brengt Pavlos vandaag hulde aan Superhelden, (2013 Galerie Laurent Strouk), Catwoman, Superman, Batman en Captain America…

 

De erfenis van Edgar Gevaert

De erfenis van Edgar Gevaert

De erfenis van Edgar Gevaert. Herinneringen

Title: De erfenis van Edgar Gevaert.
Author: Albert-Fernand Haelemeersch
Type: paperback
Publication date: 2016
Language: Dutch
Editor: Mens & Cultuur
Number of pages: 128

Dit boek brengt een waaier van persoonlijke herinneringen aan een familie met een ‘missie’: vredelievendheid, gezondheid en cultuurbeleving.

Eigen waarnemingen, gesprekken met enkele familieleden, verzamelde getuigenissen van mensen die een nauwe band hadden met de Gevaerts, de Wereldcommune en de Limafabriek: dat alles getoetst op waarheid door het raadplegen van tal van bronnen en originele documenten, vermeld achteraan in het boek.

Bekijk de folder.

Verkooppunten

Verkrijgbaar in:

  • Museum Gevaert Minne, Sint-Martens-Latem
  • Boekhandel Limerick, Gent
  • Standaard Boekhandel, Deinze

Online te koop bij:

Roman ‘Ooit komt het goed’

Ooit komt het goed, roman door Albert-Fernand Haelemeersch

Roman ‘Ooit komt het goed’

Title: Ooit komt het goed
Author: Albert-Fernand Haelemeersch
Subject: Novel
Type: paperback
Publication date: 2015
Language: Dutch
Editor: Partizaan
Number of pages: 190
Availability: buy ‘Ooit komt het goed’ online or send an e-mail to the author
Read: Extract

 

 

Boekvoorstelling

De roman ‘Ooit komt het goed’ werd op 10 november 2015 door actrice Karlijn Sileghem in première voorgesteld bij Den Laethemschen Vriendenkring in de geborgenheid van de Latemse Brouwerijschuur.
Multi-instrumentalist Nils De Caster bracht muzikale ondersteuning bij de teksten.

OOIT KOMT HET GOED HLN

(Source: HLN)

Op vrijdag 19 februari 2016 om 19.30 u volgde de officiële release in het CC De Brouwerij te Nazareth-Eke op uitnodiging van CURIEUS. Actrice KARLIJN SILEGHEM verzorgde opnieuw de presentatie.

De Roo, Hermine

 

De Roo, Hermine (° Sint Truiden 23 maart 1955)   hermine

Een magisch-realistische natuurwereld

De wondere wereld van Hermine De Roo. Wonder omdat hij sprookjesachtig is en van verfijndheid en subtiliteit getuigt.

 

Hermine heeft een ongeëvenaarde maturiteit in de schilderkunst en beheerst de technieken als geen ander. Haar thematiek geeft aan haar oeuvre ook een gevoel van welzijn en Zen.

Het werk van Hermine De Roo roteert rond de begrippen Materie, Energie, Ruimte en Tijd (M.E.R.T.).

Hermine De Roo 004

Na haar academische opleiding, stelde de kunstenares zich tot taak om deze begrippen te definiëren en om deze concepten toe te passen in haar schilderkunst.

Dit resulteerde in zeer gedetailleerde natuurstudies, technisch extreem verfijnde marmerimitaties, karakteristieke portretten en trompel’oeil schilderingen.

Een ver doorgedreven techniek en een accurate duplicatie zijn voor Hermine onontbeerlijke voorwaarden om door te dringen tot de essentie.

Door de beheersing van dit ‘M.E.R.T. -universum’ ontstaat een sublieme wereld, gecontroleerd door de wetmatigheden die opgelegd worden door de kunstenares.

Dit wordt een weergaloze wereld met zijn eigen esthetische sereniteit, zonder te verzanden in één of andere opgedrongen realiteit.

Zo ontstaan er parallelle werelden waarin herkenning en vervreemding, realiteit en poëzie herenigd worden.

“Ik volgde 3 jaar sierkunst in Sint Lucas te Antwerpen, 4 jaar schilderen in Antwerpse academie, 2 jaar grafische kunsten in Sint Maria te Antwerpen en nog eens 2 jaar hout – en marmerimitatieschilderen bij Flor de Breuck, een tachtigjarige, gedreven prof in deze specifieke branche”, vertelt ze in haar curriculum.Nadien ondernam ik uitgebreide zelfstudies van oude meesters technieken, om uiteindelijk een volledig eigen olieverftechniek te ontwikkelen waarmee ik mijn esthetisch universum kon uitdrukken. Van 1983 tot 1995 waren er vele tentoonstellingen, o.a. in het Europees parlement in Straatsburg (1990).

Omdat ik de belangrijkheid van technische bagage besefte om jezelf te kunnen uitdrukken, begon ik vanaf 1995 cursussen te geven in patineren, marmerimitatie schilderen, perspectief tekenen, trompe l ‘oeil muur schilderen en schilderen op paneel.

Na diverse televisiereportages, werd anderen onderwijzen in de kunst van de illusie mijn hoofdactiviteit tot 2007.

Vanaf 2007 startte ik opnieuw met mijn eigen collectie schilderijen op paneel in olie – en acrylverf en mijn eerste uitdrukkingsmiddel: pastelkrijt.

Vandaag, als artieste, heb ik nog steeds dezelfde boodschap.

Een sprookjestuin, vol bloemen, nodigt me dagelijks uit om ervan te genieten. Met muziek van ‘Vangelis’ transformeer ik mijn tuin zoals toen ik twee jaar oud was en alles begon.

Dan kan ik met de bomen en de bloemen communiceren…”

Hermine De Roo 002

all pictures copyrighted by the artist 

 

 

Mara, Pol

mara polDe Antwerpse schilder Pol Mara (Borgerhout 1920 – 1998) verwierf vooral bekendheid met de doeken die hij vanaf de late jaren 1960 maakte: figuratieve werken op groot formaat, in gemengde technieken, waarin veelal de schoonheid van jonge vrouwen centraal staat.
Voordat hij deze herkenbare stijl ontwikkelde had hij echter al een lange en boeiende weg afgelegd.
Als Leopold Leysen werd hij in Antwerpen geboren. In deze stad studeerde hij van 1935 tot 1948 aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten.

 

In datzelfde jaar 1948 huwde hij met Maria Coninckx, die hem de rest van zijn carrière met hart en ziel zou ondersteunen. Zij zorgde er steeds voor dat de administratieve rompslomp in orde kwam en dat de contacten geregeld werden, zodat Mara ongestoord kon werken.
Al van zijn twintigste was Mara als kunstenaar actief. Door oorlogsperikelen, zijn studies aan het Hoger Instituut, een opleiding in de handelswetenschappen en de periodes dat hij moest uit werken gaan om geld in het laatje te brengen, heeft hij zich pas in de late jaren veertig volledig op ‘de kunst’ kunnen toeleggen.
Deze wilskracht en zijn passie voor de kunst werd beloond met erkenning en een schitterende internationale carrière in de kunstwereld.
Na zijn opleiding aan de Antwerpse Academie en aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten volgde eerst een korte neo-expressionistische periode. Vrij snel evolueerde hij echter naar een stijl die doorgaans wordt omschreven als de periode van de ‘maanhoofdjes’. Opmerkelijk zijn vooral de met bic op papier getekende taferelen, die hij in die jaren maakte. Langzaamaan verdween het figuratieve uit zijn werk en werd Mara een van de voortrekkers van de abstracte schilderkunst in België. Zo was hij in 1958 een van de medeoprichters van de avant-gardegroep ‘G58-Hessenhuis’. Pas halverwege de jaren zestig nam Pol Mara opnieuw figuratieve elementen op in zijn doeken. Deze evolutie zou later leiden tot de typerende, zeer uitgesproken stijl waarvan Mara zijn handelsmerk zou maken. mara p

De retrospectieve in het Antwerpse provinciehuis omvat voornamelijk werk uit Mara’s persoonlijke verzameling – beheerd door zijn weduwe – en uit de collectie van het ‘Museum Pol Mara’ dat in 1997 te Gordes, op veertig kilometer van Avignon in het Franse Vaucluse, werd geopend.
Deze collectie is aangevuld met enkele stukken uit privé-verzamelingen en uit het kunstpatrimonium van het Antwerpse provinciebestuur. Naast een compleet overzicht van het artistieke oeuvre van de kunstenaar wordt er ook ruim aandacht besteed aan de ontwerpen en het grafische werk dat Mara produceerde, onder meer voor affiches en boekcovers.
De rest van zijn leven wijdde hij zich volledig aan de schilderkunst, en doorheen de decennia slaagde hij er telkens in om eigen indrukwekkende stijlen te creëren die telkens de nodige mara_musee Gordesaandacht en bewondering kregen.

Pol Mara nam deel aan talloze groepstentoonstellingen en had individuele exposities in alle uithoeken van ons land, maar ook van de wereld: Van Antwerpen, Brussel, Gent tot Amsterdam, Parijs, Keulen, Madrid, Milaan, Rome maar ook in andere continenten, zoals in Tel Aviv, Washington DC, New York, Mexico en Kinshasa. Verder werden er tijdens zijn leven al enkele retrospectieve tentoonstellingen georganiseerd, waaronder een aantal naar aanleiding van zijn 70ste verjaardag. Heel wat van zijn werken vinden we nog steeds in binnen –en buitenland, in musea en openbare verzamelingen.

Museum Pol Mara in Gordes (F)

mara-pol-leopold-leysen-1920-1-hello-2453957

(photo credits Galerie De Vuyst)

Liefooghe, Frank

liefooghe eieren pekingFrank Liefooghe geboren te Ieper in 1943 studeerde aan het St-Lucas instituut en aan de Gentse Academie. Al vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw houdt hij zich als vrijgevochten kunstenaar bezig met vragen op mondiaal niveau: vrede, ecologie, de toekomst van onze beschaving. Tot in verre uithoeken van de aardbol bouwt hij rond deze thema’s installaties en vredesmonumenten. De tentoonstelling in Theobald?s Boothuisje is een tussentijds en schilderkunstig verslag van deze zoektocht naar ‘Better World’. In zijn prachtige, verhalende schilderijen, altijd acryl op Nepalees papier, zien we Afrikaanse aardetinten, Zuid-Amerikaanse Maya-thema’s en bovenal filosofie uit Boedhisme en Taoïsme, ‘CHI’ of kosmische energie

 

Frank Liefooghe verkoos niet enkel galerijen om zijn kunst te etaleren maar reisde de wereld rond. Hij opteerde voor een immens forum om zijn oeuvre te verspreiden.

Vrij snel werd de wijde wereld zijn geliefkoosde biotoop: op een goede 40 jaar doorkruiste hij ongeveer 90 landen, in 49 daarvan manifesteerde hij zich met de meest uiteenlopende artistieke projecten. Dat zal wel een familietrek zijn. Frank heeft drie broers en vier zussen die nog meer reizen dan hij. Zijn oudste zus woont in Cassablanca, een andere zus werkt als tropisch arts in New Delhi en moeder was licentiaat de Franse geschiedenis, ze kende Frankrijk als haar broekzak: honderden kerken en abdijen hebben de kinderen bezocht. Ze leerde hen over het boeddhisme en Siam (nu Thailand) op een moment Vlaanderen er nog totaal onwetend over was.

Mediasprokkels over de kunstenaar

liefooghe

 

Zijn eerste schilderijen zijn weinig meer dan imaginaire zeeën, palmbomen, eilanden. Later zou Frank ontdekken dat die paradijselijke oorden ook effectief bestonden de kunstenaar heeft heel wat van de wereld gezien, maar niet zoals dat tegenwoordig gebeurt. Vandaag betekent reizen voor hem ofwel platte rust in een toeristisch centrum dat helemaal op thuis is geschoeid, een groot avontuur of trektocht.

Geen van beide heeft hem ooit aangetrokken. Steeds weer ging zijn interesse naar andere culturen, vreemde volkeren. Op een unieke manier wist hij met hen contact te leggen, te communiceren. Op hun beurt betrokken zij Frank rechtstreeks bij hun manier van leven. Deze contacten bleken niet alleen enorm verrijkend, ze boden tegelijk een schat aan inspiratie in zijn bestaan en visie als kunstenaar.
Aanvankelijk trok hij rond op eigen initiatief, besliste zelf met wie en hoelang hij wou of zou samenwerken. Langzaam aan en raakte zijn werk internationaal bekend.
Hij heeft indertijd de Berlijnse muur nog beschilderd en zoiets doe je nu eenmaal niet ongezien. Sindsdien wordt hij veelvuldig gevraagd door privé- personen en internationale instellingen en in 2000 realiseerde hij op uitnodiging van Unesco in Colombia het millennium project. Drie jaar eerder was hij al in Quito, onder impuls van de Vlaamse regering. Dan weer werd hij uitgenodigd door privé ondernemers om deel te nemen aan de wereldbeurs voor Aquacultuur in Peking. In het Nationaal museum in Bangkok creëerde hij samen met 6.000 Boeddhistische kinderen een collectief werk, naar aanleiding van een bezoek van de toenmalige kroonprins Filip en prinses Mathilde.

De mooiste herinneringen heeft hij aan de reis naar Siberut op Sumatra waar hij lange tijd onder de Mentawai, het bloemenvolk, vertoefde. Een zeer kleurrijk volk, misschien wel de meest lieve mensen ter wereld. Er is geen vrouw waar ook ter wereld  die zo lieftallig behandeld, zo vriendelijk bejegend wordt door de man als daar. Om een voorbeeld te geven : bij het ontwaken versieren de mannen, elke ochtend opnieuw, met Ibis-bloemen het haar van hun vrouw. Tijdens dat ritueel, dat liefst drie kwartier duurt, loodsen ze haar zingen de dag in. ’s Avonds herhaalt zich hetzelfde ritueel. Die vrouwtjes voelen zich goed in hun vel, ze voelen zich zo gewaardeerd door de gemeenschap dat het hen als het ware bijna bovennatuurlijk overkomt. Een hemelsbreed verschil als je ziet hoe sommige mannen hier met vrouwen omgaan. Wat op Bali gebeurt, is ook redelijk uniek. Een zwangere vrouw wordt daar bijna heilig verklaard. Ze wordt bestendig omringd door kleine kinderen die over haar buik wrijven. Al vanaf de conceptie wordt die baby verwend. Na de geboorte mag de zuigeling gedurende drie maanden de grond niet raken. Al die tijd hangt hij dicht tegen zijn moeder aan, of tegen de papa of de dikste, molligste oom. Om die reden zijn de mannen er altijd onthaard, dit om te vermijden dat ze de kleintjes zouden prikken. De baby moet ook al door een hartslag kunnen voelen.

 

De eerste initiatie in de wereld is het raken van de voetjes op de grond, meteen de aanleiding voor een feest dat drie volle dagen duurt. Nogal wat anders dan een klets water op je kop als je hier gedoopt wordt. Alle kinderen slapen daar samen op grote matrassen, voortdurend lopen ze hand in hand. Daardoor voelen ze niet die grote nood aan de aandacht of affectie die je hier vaak wel ziet.

De natuur heeft hem vaak met verstomming geslagen.

Tussen Lomé en Algerije zwierf Frank door de Sahara. Ergens temidden de woestijn was, en is er nog steeds, een plek waar bollen liggen die muziek produceren. Stenen bollen gebeiteld door de erosie, gevuld met water, als een soort klokken. Eindeloze velden vol. Ze liggen in een verhard bed van zand en als de wind daar doorheen jaagt, maakt dat onvoorstelbaar mooie muziek. Frank kon er uren naar zitten luisteren.

De verwezenlijking waar hij graag naar terugkijkt is de ‘Square of Equality’. Deze installatie, waarbij de piramides van canvas door alle lagen van de bevolking werden beschilderd, heeft 24 landen doorreisd. Het project bracht hem samen met ministers, met Indianen, met straatkinderen, want hij is ervan overtuigd dat esthetica alles overtreft.
Tot zijn grote verbazing brachten de straatkinderen van Quito het mooiste werk voort, veel mooier nog dan het werk van de kunstenaars en de ministers.

Het reisjournaal van Frank lijkt oneindig. Hij trekt naar de Galapagoseilanden. Een beperkt en streng gecontroleerd toerisme ten spijt is het ecosysteem zwaar aangetast, en dat schreeuwt om actie. Gesubsidieerd door Unesco wordt een kinderschooltje uitgebouwd tot een reëducatieproject en Frank deed er de artistieke invulling. Zijn zoon, Cyriel, – eveneens een artistiek talent – vergezelt hem op die trip en is een even fervente globetrotter als vader Frank. Nog een geluk dat België niet de schoolplicht, maar de leerplicht hanteert. Al reizend leert hij heel wat meer, dan zittend op die saaie schoolbanken, zegt Liefooghe smalend en glimlachend…

Willaert, Ferdinand (1861-1938)  

ferdinand_willaert_photo_of_the_belgian_artistFerdinand Willaert wordt op 15 januari 1861 te Gent geboren. Hij is de oudste in een gezin van 13 kinderen. Zijn vader, Charles-Louis, is decorateur en schilder van portretten en religieuze composities. Zijn broers Arthur (1875-1942) en Raphaël Robert Willaert (1878-1949) zijn eveneens kunstschilders. Arthur maakt naam als schilder van vissers op het strand, Raph Robert is dan eerder gespecialiseerd in honden. Het toeval wil dat Willaerts ‘tweede vrouw, Valentine Fontan (1882-1939)en haar vader Joseph-Auguste Fontan ook schilders zijn.

Valentine huwt in 1908 Ferdinand Willaert (1861-1938). Zij krijgt zelf enige faam als schilder van stillevens, bloemen, interieurs, portretten, taferelen met figuren.
Het echtpaar vestigt zich in de Drabstraat 7 in Gent. Valentine neemt deel aan de driejaarlijkse salons in Gent en aan salons in Parijs. Ze is tevens lid van het Nationaal Verbond van kunstschilders en beeldhouwers van België.

Na zijn middelbare school  volgt Ferdinand een opleiding als schilder-decorateur en doorloopt de klassen van de Gentse Academie in amper drie jaar tijd. Zijn mentor en leermeester is Theodoor Canneel. In 1884 wordt Willaert zelf leraar aan de Gentse academie. In 1890 trekt hij met twee bevriende schilders over Frankrijk en Spanje naar Marokko waar hij tot 1892 zal verblijven. Hij schildert in Tanger en omgeving.
Bij zijn terugkeer naar zijn geboortestad  stelt hij zijn Marokkaanse schilderijen tentoon in de Gentse ‘Cercle Artistique’.
ferdinand_willaert_belgian_orientalism

Deze uiterst gewaardeerde tentoonstelling wordt het begin van een succesvolle artistieke doorbraak. De belangstelling is overdonderend; de critici schrijven vol lof en bijna alle werken worden verkocht. Liefhebbers bewonderen zijn persoonlijke visie, de rijkdom aan kleuren en de eerlijke weergave van zijn thematiek Zo wordt hij uitgenodigd om in Parijs tentoon te stellen.
Van dan af is hij geregeld te zien in het Parijse Salon en Belgische en Franse musea kopen zijn werken aan.

1893 is voor Willaert een bijzonder jaar. Hij slaagt in een kunstexamen en wordt directeur van de academie in Dendermonde. Hij zal deze post tot op hoge leeftijd bekleden. Datzelfde jaar wordt hij ook lid van de Société Nationale den Beaux-Arts te Parijs. In 1907 wordt hij er secretaris. Intussen was hij teven lid van de Parijse Société du Salon D’Automne en van de Société Royale des Beaux-Arts te Brussel.
In 1899 wordt Ferdinand Willaert lid van de jury der Belgische Salons. In die hoedanigheid richt hij dan diverse Salons in te Gent, Antwerpen en Brussel  Pas dan begint hij zelf regelmatig deel te nemen aan buitenlandse tentoonstellingen Turkije, Frankrijk, Nederland, Duitsland, Engeland, Italië, Spanje, Rusland, Egypte en de Verenigde Staten  volgen elkaar snel op en hij wordt meermaals gelauwerd.Gent Stilte langs het water ferdinand_willaert

Hoewel Ferdinand Willaert een meer dan verdienstelijke carrière opbouwt, kent hij geen rijkdom. Die welstand komt pas op het einde van zijn leven toen zijn werken pas goed in de markt lagen.

Hij houdt tot aan zijn dood zijn stek aan de Gentse Drabstraat, hoewel hij er enkel in de weekends verblijft want door zijn lang directeurschap aan de Academie is heeft hij een huurappartement in Dendermonde waar hij het grootste deel van de week woont en werkt.

Na de dood (1904) van zijn eerste vrouw, Leontine Van Loo,hertrouwt hij als eerder vermeld met Valentine Fontan die hij in Parijs heeft ontmoet. Zo kon men Ferdinand, Valentine en haar vader, notaris Fontan, vaak samen aan het werk zien in het atelier van haar ouderlijk huis te Magnan in de Gers. Met Valentine krijgt hij in 1918 een dochter. Marguerite.
In 1936 gaat Willaert met pensioen.
Op 30 januari 1938 overlijdt hij en wordt bijgezet in de familiekelder op het Campo Santo te Sint-Amandsberg (Gent).

Gent Leie Ferdinand_WillaertOnder de Gentse kunstenaars voelt hij zich sterk verwant met Albert Baertsoen. Ze delen als het ware hun onderwerpen . Hij is wel minder poëtisch en zwaarmoedig dan Baertsoen en zoekt kleur en toetsen eerder bij Claus, Courtens en Verheyden Zoals de schilders van de Dendermondse School is ook hij ook wel een materieschilder maar onder invloed van de Franse impressionisten en het luminisme ontwikkelt hij een lichtere schriftuur en een zachter kleurenpalet.  De losheid van de schriftuur werd door hem meestal opgevangen door een doordachte compositie en door een juiste weergave. Dit leidde dan eerder tot een ‘verzoening’ van beide tendensen.

Hij was een rasechte, geboren en getogen kunstschilder. Zijn eigen coloriet en schriftuur maken zijn oeuvre zo herkenbaar. Willaert was van nature rijkelijk begaafd en kende zijn vak als geen ander. Hij was een ‘veelschilder’ maar zijn oeuvre was rechtlijnig en liet zich leiden door zijn visie en picturaal gevoel…

gent ferdinand willaert

Buysse, Léon Georges

Léon-Georges Buysse werd te(Gent geboren op 2 februari 1864 en overleed er op 27 februari 1916.
BUYSSE PORTRETHij was den zoon van Augustin Buysse (Nevele, 1832-Gent, 1920), Gents grootindustrieel in katoen, ‘Baertsoen & Buysse’ en van Emma Hauff (1835-1865), afkomstig uit Beieren.  Georges huwde in 1887 met Marthe Baertsoen (1868-1958), zus van de Gentse kunstschilder Albert Baertsoen en dochter van de zakenvennoot van vader Augustin  Buysse.

De verwantschappen van Georges Buysse zijn merkwaardig. Langs vaderszijde was hij een neef van de letterkundige Cyriel Buysse en langs moederszijde was hij verwant met de Duitse romantische dichter Wilhelm Hauff. Er was ook een nauwe familieband met de gezusters Rosalie en Virginie Loveling, beide letterkundigen, en met prof. Julius Mac Leod.

Léon-Georges Buysse werd opgeleid voor de textielindustrie waar hij zijn vader zou opvolgen. Om zich te bekwamen liep hij stage bij katoenspinnerijen in Duitsland en Engeland. Toen zijn vader ziek werd nam Georges de leiding van het ouderlijk bedrijf over. Na zijn huwelijk kreeg hij de leiding definitief toevertrouwd.
In zijn vrije tijd was Buysse actief als een gedreven, talentrijk  beeldend kunstenaar. Hij volgde lessen bij de Gentse schilder Louis Tytgadt en bezocht ook veel musea. Emile Claus, die tot zijn vriendenkring behoorde, gaf hem als vriend ook heel wat praktische vaardigheden mee.

buysse dreefGeorges Buysse is wellicht niet de meest bekende van de luministen maar speelde als medeoprichter van de groep’Vie et lumière’ een niet onbelangrijke rol bij de verspreiding van het impressionisme en neo-impressionisme in Vlaanderen.
Hoewel hij vanaf 1890 meer kleur gaat gebruiken en meer licht in zijn werk brengt, blijven een lichte toets, subtiele kleurnuances en een ingetogen poëtische beeldtaal constante kenmerken in het oeuvre van Buysse. Het eenvoudige maar schitterende spel van horizontale en verticale lijnen in de compositie bewijst bovendien dat hij niet alleen een opmerkelijk colorist is maar tegelijkertijd een scherpe blik heeft op de realiteit.

Aanvankelijk nam Buysse niet deel aan tentoonstellingen. Hij zou pas in 1894 naar buiten treden als kunstschilder, daartoe aangezet door zijn vrienden als o.a.Emile Claus. Hij deed dat met twee ‘sneeuweffecten’ in het Salon 1894 van de ‘Société Nationale des Beaux-Arts’ in Parijs.
In eerste instantie  stelde hij enkel in het buitenland tentoon: Parijs, Venetië, Barcelona, Londen, Berlijn, Verenigde Staten… Pas vanaf 1900 trad hij in eigen land.naar buiten.
Hij stelde tentoon in salons van ‘La Libre Esthétique’ in Brussel, in deze van de Gentse – en van de Brusselse kunstkringen.
Landschappen en Gentse stadsgezichten, gezichten op tuinen van riante buitenverblijven in het Gentse waren zijn geijkte thema’s.

Van 1899 af leed hij aan een ziekte waarvoor nooit een duidelijke diagnose werd gesteld. Samen met Emile Claus trok hij voor enkele maanden naar Zuid-Frankrijk en Noord-Italië voor een rustkuur. Hij bezocht de buurt van Nice waar hij in Saint-Jean-Cap-Ferrat, Villefranche heel wat zonovergoten pastels schilderde.

Georges Buysse vestigde zich in 1900 te Wondelgem, in een prachtig landhuis ‘Ter Vaert’ getekend door de befaamde art-nouveau-architect Paul Hankar. Hij had er een uitzicht op het Kanaal Gent-Terneuzen. Dat kanaal en de scheepvaart erop –en dit in alle jaargetijden en klimatologische omstandigheden- zou dan een allesoverheersende rol gaan spelen in zijn oeuvre.

buysse dref mt kinderenBuysse was in 1904 te Brussel medestichter van de kring ‘Vie et Lumière’, een kring die luministische kunstschilders groepeerde. Anna Boch, William Degouve de Nuncques, James Ensor, Adrien-Joseph Heymans, Georges Lemmen, Emile Claus, Jenny Montigny, Anna De Weert, Edmond Verstraeten, Aloïs De Laet, Georges Morren, Willem Paerels, Rodolphe De Saegher en Alfred Hazledine behoorden tot de vaste waarden.

Na 1910 kwam door ziekte nog amper tot schilderen. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog week hij uit naar Engeland, al was hij toen reeds ernstig ziek. Hij keerde echter al spoedig terug via Nederland en overleed in 1916 te Gent.

Zijn oeuvre

Zijn vroegste werk was realistisch tot pre-impressionistisch van stijl en hoofdzakelijk somber van coloriet. Het sloot qua thematiek en sfeer nogal aan bij het werk van zijn schoonbroer Albert Baertsoen. Zijn palet werd – vooral onder invloed van Emile Claus en de zuiderzon die hij tijdens zijn verblijf in Zuid-Frankrijk ontdekte – helder en hij nam stilaan meer impressionistische en luministische stijlkenmerken over. Door zijn lidmaatschap van ‘Vie et Lumière’ onderschreef hij ten volle het luminisme – met het uitbundig benadrukken van licht en lichteffecten in de schilderkunst.

Georges_Buysse.Kanaal Gent-Terneuzen in de winter

Georges_Buysse.Kanaal Gent-Terneuzen in de winter