Categorie archief: Geen categorie

Buysse, Léon Georges

Léon-Georges Buysse werd te(Gent geboren op 2 februari 1864 en overleed er op 27 februari 1916.
BUYSSE PORTRETHij was den zoon van Augustin Buysse (Nevele, 1832-Gent, 1920), Gents grootindustrieel in katoen, ‘Baertsoen & Buysse’ en van Emma Hauff (1835-1865), afkomstig uit Beieren.  Georges huwde in 1887 met Marthe Baertsoen (1868-1958), zus van de Gentse kunstschilder Albert Baertsoen en dochter van de zakenvennoot van vader Augustin  Buysse.

De verwantschappen van Georges Buysse zijn merkwaardig. Langs vaderszijde was hij een neef van de letterkundige Cyriel Buysse en langs moederszijde was hij verwant met de Duitse romantische dichter Wilhelm Hauff. Er was ook een nauwe familieband met de gezusters Rosalie en Virginie Loveling, beide letterkundigen, en met prof. Julius Mac Leod.

Léon-Georges Buysse werd opgeleid voor de textielindustrie waar hij zijn vader zou opvolgen. Om zich te bekwamen liep hij stage bij katoenspinnerijen in Duitsland en Engeland. Toen zijn vader ziek werd nam Georges de leiding van het ouderlijk bedrijf over. Na zijn huwelijk kreeg hij de leiding definitief toevertrouwd.
In zijn vrije tijd was Buysse actief als een gedreven, talentrijk  beeldend kunstenaar. Hij volgde lessen bij de Gentse schilder Louis Tytgadt en bezocht ook veel musea. Emile Claus, die tot zijn vriendenkring behoorde, gaf hem als vriend ook heel wat praktische vaardigheden mee.

buysse dreefGeorges Buysse is wellicht niet de meest bekende van de luministen maar speelde als medeoprichter van de groep’Vie et lumière’ een niet onbelangrijke rol bij de verspreiding van het impressionisme en neo-impressionisme in Vlaanderen.
Hoewel hij vanaf 1890 meer kleur gaat gebruiken en meer licht in zijn werk brengt, blijven een lichte toets, subtiele kleurnuances en een ingetogen poëtische beeldtaal constante kenmerken in het oeuvre van Buysse. Het eenvoudige maar schitterende spel van horizontale en verticale lijnen in de compositie bewijst bovendien dat hij niet alleen een opmerkelijk colorist is maar tegelijkertijd een scherpe blik heeft op de realiteit.

Aanvankelijk nam Buysse niet deel aan tentoonstellingen. Hij zou pas in 1894 naar buiten treden als kunstschilder, daartoe aangezet door zijn vrienden als o.a.Emile Claus. Hij deed dat met twee ‘sneeuweffecten’ in het Salon 1894 van de ‘Société Nationale des Beaux-Arts’ in Parijs.
In eerste instantie  stelde hij enkel in het buitenland tentoon: Parijs, Venetië, Barcelona, Londen, Berlijn, Verenigde Staten… Pas vanaf 1900 trad hij in eigen land.naar buiten.
Hij stelde tentoon in salons van ‘La Libre Esthétique’ in Brussel, in deze van de Gentse – en van de Brusselse kunstkringen.
Landschappen en Gentse stadsgezichten, gezichten op tuinen van riante buitenverblijven in het Gentse waren zijn geijkte thema’s.

Van 1899 af leed hij aan een ziekte waarvoor nooit een duidelijke diagnose werd gesteld. Samen met Emile Claus trok hij voor enkele maanden naar Zuid-Frankrijk en Noord-Italië voor een rustkuur. Hij bezocht de buurt van Nice waar hij in Saint-Jean-Cap-Ferrat, Villefranche heel wat zonovergoten pastels schilderde.

Georges Buysse vestigde zich in 1900 te Wondelgem, in een prachtig landhuis ‘Ter Vaert’ getekend door de befaamde art-nouveau-architect Paul Hankar. Hij had er een uitzicht op het Kanaal Gent-Terneuzen. Dat kanaal en de scheepvaart erop –en dit in alle jaargetijden en klimatologische omstandigheden- zou dan een allesoverheersende rol gaan spelen in zijn oeuvre.

buysse dref mt kinderenBuysse was in 1904 te Brussel medestichter van de kring ‘Vie et Lumière’, een kring die luministische kunstschilders groepeerde. Anna Boch, William Degouve de Nuncques, James Ensor, Adrien-Joseph Heymans, Georges Lemmen, Emile Claus, Jenny Montigny, Anna De Weert, Edmond Verstraeten, Aloïs De Laet, Georges Morren, Willem Paerels, Rodolphe De Saegher en Alfred Hazledine behoorden tot de vaste waarden.

Na 1910 kwam door ziekte nog amper tot schilderen. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog week hij uit naar Engeland, al was hij toen reeds ernstig ziek. Hij keerde echter al spoedig terug via Nederland en overleed in 1916 te Gent.

Zijn oeuvre

Zijn vroegste werk was realistisch tot pre-impressionistisch van stijl en hoofdzakelijk somber van coloriet. Het sloot qua thematiek en sfeer nogal aan bij het werk van zijn schoonbroer Albert Baertsoen. Zijn palet werd – vooral onder invloed van Emile Claus en de zuiderzon die hij tijdens zijn verblijf in Zuid-Frankrijk ontdekte – helder en hij nam stilaan meer impressionistische en luministische stijlkenmerken over. Door zijn lidmaatschap van ‘Vie et Lumière’ onderschreef hij ten volle het luminisme – met het uitbundig benadrukken van licht en lichteffecten in de schilderkunst.

Georges_Buysse.Kanaal Gent-Terneuzen in de winter

Georges_Buysse.Kanaal Gent-Terneuzen in de winter

 

Advertenties

“Bretagne” door Maarten Westenrode

de geur van de zee
streelt de geur van het land
het brede blauw
door de lente
naar ongekende verten gedragen

kleurrijke verwachtingen
gekapseisd in de haven
wachten op het kerend getij

de lieflijke zeemeermin
staart naar de hoge rots
op het strand
maar niemand
die haar minnen durft
terwijl op het eiland-zonder-veer
de druïden de handen strekken
naar het leven der eeuwen
dit land
zo moeilijk te bereiken

ik drink mijn koffie
en zwijg
Soazig zingt voor mij
in het half-duister
de droeve ballade van
Mathurin le marin.

uit “Op de slapende rivier”

“Het Bos” door Gisela Vansteenkiste

Blaren in bruine lagen opgetast
ontvangen zacht,
bij iedere stap zinkt overlast
als humusvoer in rulle grond.

Langs boomzuilen stijg ik
tot in hun kruisgewelven,
licht wuift door schemergroei
en pinkt als stralenbundel
in het donker,
dauwdruppel overal in flonker,

paarse bloemtoppen wiegen
in hun zonnevlak.
Gezuiverd weerkaats ik
de kleuren van het Grote Licht.

uit “Op de slapende rivier”

Kathleen Van Renterghem

zacht voor leven
als was voor vuur
was ik

de zandkastelen die ik bouwde
door de zee
verraden

de aardbeiplant
die ik dagelijks begoot
vruchteloos

niet het gevecht tegen begerig bezit
de indiaan tegen bodemloos bestaan

niet de jacht op de walvis
de mens opgejaagd tot prostitutie, politieke vluchteling

de haan kraait drie keer

niet het kruis
maar het gemis van de armen van een moeder
heeft het geloof in mij
vermoord

uit “Op de slapende rivier”

“Passendale” door Eddy Vaernewijck

Aan de oorlog heeft hij een broertje dood,
en een vader en een moeder.
Zelf heeft hij er een handje van weg,
tot aan de elleboog zelfs.

Wanneer hij ’s nachts de ogen sluit ziet hij
nog altijd ratten razen uit riolen.
Hoort hij gekrijs van mensen
in de brandende stad. Soms ziet hij
de ogen van de hongerige honden
die het bloed van doden likken
of vreten aan de lijken. Iedereen
vluchtte radeloos naar overal en nergens.
Enkel de bewoners van het lijkenhuisje in de
binnenstad ondergingen ijzig kalm hun droeve lot.

Nu jaren later wandelt hij op Tyne Cot
Cemetery op zoek naar zijn verleden.
Heelt hij de wonden van de oorlog
met gedichten over afscheid dat nooit
overgaat en stamelt moedeloos woorden
van sneeuw die nooit meer zullen smelten.

uit “Op de slapende rivier”

“Vlucht” door Luc Drappier

Uit een treurlied komt geen noot
van blijheid tot de dood
al is de liefde nog zo groot

daarom ben ik gisteren weg gegaan

als een drenkeling in de regen
langs vieze paden en modderwegen
kwam ik nooit mezelf nog tegen

tot de avond en het slapengaan

dromen in het vreemde bed
mijn waterkansen op een rij gezet
wat mij denken en ademen belet

tot de ochtend en het opstaan

knabbelend aan een brak ontbijt
op het koude vuur bereid
spelend met de wijzers van de tijd

tot inkeer en eindelijk gedaan

zo komt uit een treurlied toch die noot
van verder tot de dood
want de hang naar liefde is te groot

uit “Op de slapende rivier”

Betty De Wilde

In het natte lente gras
vond ik een pluim.
Een geschenk van de noordenwind.
Dankbaar borg ik ze diep in
mijn zak om weg te geven.
Die pluim zo zacht zo teer,
zo helemaal toverveer, liet zich horen.
’t Klonk als engelenmuziek.
Ik werd zo stil zo stil zo stil
Ik werd geboren.

uit “Op de slapende rivier”