Categorie archief: Schrijfsels

Bauwens, Gérard

Gerard Bauwens 2016

Gerard Bauwens werd geboren te Gent op 26 januari 1947 en studeerde aan de Koninkijke Academie voor Schone Kunsten te Gent  van 1963 tot 1971.
Hij behaalde toen de medaille van het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur, een aantal eervolle vermeldingen, de prijs Dutry (1970), de prijs Pro Civitate (1971) en de Prijs van het Publiek van de Stad Ronse 1979. Hij stelde o.a. tentoon te Gent, Ronse, Brussel , Knokke en Parijs.

Het werk van Gerard Bauwens heeft tot onderwerp de menselijke figuur in een veelvuldigheid van aspecten. De schoonheid van een meisjesgelaat, van een vrouwengestalte boeit hem en inspireert hem tot een lyrische vormgeving, waarin hij sensualiteit en tederheid verzoent en het louter lichamelijke weet te ontstijgen door een sterke bezieling van binnenuit. Zijn personages kijken de toeschouwer meestal niet aan: hun blik is afgewend of neergeslagen en dit verleent hen een roerloze rust en een diepe tijdeloosheid. Steeds minder frequent wordt de afbeelding van één personage, steeds groter evenwel de verscheidenheid in houdingen. Die vormen aldus de uitgangspunten van breed opgezette, uiterst evenwichtige composities, waarin de samenvoeging der figuren niet enkel een kwestie is van uitwendige structuur, maar vooral in een diepere onderlinge verbintenis gebaseerd is. Zijn oeuvre brengt bijna een boodschap of verhaal en blijft de kunstliefhebber boeien of intrigeren.  De kunstenaar trekt zich vaak terug in een eigen wereld waar hij mediteert over het wereldgebeuren, de evolutie van natuur en de economie . Het aanvoelen of de verbeelding spreidt hij dan tentoon in zijn werk waar een attente kijker nooit op uitgekeken raakt en telkens iets verborgens ontdekt.

Horst Jürgen Herrberger vatte het samen in een boeiende presentatie

191026 Galerij Resonans Gerard Bauwens

HUYS, Modest

ModestHuys1917

HUYS, Modest (1874-1932)

Kunstschilder Modest Huys zag in 1874 het levenslicht in de Olsense Kerkstraat.
Vader Huys was een schilder-decorateur en Modest sprong al op jonge leeftijd bij.

Rond 1890 verkoos Modest Huys zich eerder te profileren als kunstschilder.
Zijn interesse werd aangewakkerd door een ontmoeting met Emile Claus. Later gingen steeds meer kunstenaars deel uitmaken van zijn vriendenkring;  James Ensor, Leon De Smet, Jenny Montigny, dichter René Declerq en schrijver Stijn Streuvels …
In 1902 schreef Modest zich in aan de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten. Hij zou die opleiding nooit afmaken want hij had een hekel aan het schoolse en bleef liever bij zelfstudie.
Als autodidact was Huys een échte selfmade-man en bijzonder sterk en ruim  geëngageerd. Zonder academische vorming ontwikkelde hij intuïtief zijn eigen schilderkundige waarden.
Huys was daarenboven veel volkser gericht en gezind dan Emile Claus en hechtte veel belang aan de esthetische ontwikkeling van zijn al dan niet volkse medemens: “Ik vind het noodzakelijk dat er wat meer gewerkt wordt om de kunstgevoelens onder ’t volk te verspreiden.” Zijn verbondenheid met de Leiestreek was dan ook veeleer een emotionele dan artistieke overweging. De Leie was voor hem meer dan een idyllische rivier en de vlasrijke landerijen die het omringden waren de bron van zweet en hard labeur. Huys wordt voor het eerst opgemerkt door zijn deelname aan de Luikse wereldtentoonstelling in 1905. Zijn aanwezigheid gaat ook advocaat en schrijver Octave Maus niet voorbij. Op zijn uitnodiging exposeerde hij bij La Libre Esthétique en trad hij  toe tot de kunstgroep ‘Vie et Lumière’ waar hij figuren als Emile Claus, James Ensor, Anna De Weert en Jenny Montigny vaker ontmoette. Ook Georges Chabot en André De Ridder spraken vol lof over zijn werk. Zijn deelname aan de Biënnale van Venetië vijf jaar later werpt dan ook internationaal vruchten af.
Het Amerikaanse Carnegie Institute nodigde hem vanaf 1910 uit voor de jaarlijkse tentoonstellingen te Pittsburgh. Hier bleef hij van 1910 tot 1914 en van 1920 tot 1923 exposeren. Het instituut had een mooie reputatie opgebouwd en wilde het Amerikaanse publiek verrijken met een select gezelschap van kunstenaars uit binnen- en buitenland.
Ook in Amerika konden ze Modest Huys zijn kleurgevoel, vrije fractuur en poëtische benadering smaken.

HUYS WATERRATTEN 1921

(olie/doek, ‘Waterratten’ – 1921)

Brancusi, Constantin

brancusi portret

De in Roemenië geboren beeldhouwer Constantin Brancusi heeft zich nooit begeven in de kringen van de futuristische beweging. Toch heeft veel van zijn werk de typische dynamische en mechanische eigenschappen, die kenmerkend zijn voor het futurisme. In plaats daarvan liet de kunstenaar zich inspireren door primitieve Afrikaanse beelden en traditionele Roemeense volkskunst. Zo onderscheidt hij zich ook duidelijk van de Italiaanse futuristen, die hun blik vooral op de toekomst hadden gericht.

brancusi atelier

Je ontdekt deze kunstnaar in deze bijdrage van H-J Herrberger: 880605~2

 

Cragg, Anthony

Tony Cragg werd in 1949 in Liverpool  (UK) geboren. cragg portret
Zijn vader was een elektro-ingenieur en onder diens invloed is hij altijd door wetenschap en technologie gefascineerd gebleven.
Op zijn achttiende ging hij werken in een laboratorium.
Een omgeving die hem helemaal niet zinde. In zijn vrije tijd begon hij dan ook al snel te tekenen en allerhande objecten te maken. Voor het eerst in zijn jonge leven was  hij beeldend creatief.
Het beviel hem en hij schreef zich in voor een basisopleiding beeldende kunsten van één jaar.

Tegelijkertijd had hij een bijbaantje in een gieterij waar gietstukken voor elektrische motors werden gemaakt en waar de kunstenaar naar eigen zeggen zijn drang om een dynamiek met de materie op te wekken, heeft opgedaan.
Na de basisopleiding in de ‘schone kunsten’ volgde Tony Cragg een opleiding in de Wimbledon School of Art en nadien nog een specialisatiecursus aan het Royal College of Art, in totaal zeven jaar studie. In 1977 aanvaardde hij een baan als docent aan de kunstacademie van Düsseldorf en vestigde Tony zich in Wuppertal.
Sinds 1988 is hij professor aan de Kunstacademie en tevens co-directeur.
Tony Craggs internationale doorbraak kwam er in 1978 en sindsdien stelt hij aan een hoog tempo overal ter wereld tentoon. In 1988 won hij de ‘Turner Prijs’ en vertegenwoordigde zijn land op de 43ste Biënnale van Venetië.

Tony Cragg behoort tot de belangrijkste hedendaagse beeldhouwers wereldwijd.

Zelf ontdekte ik zijn werk pas in 1993 toen hij aan de Zeedijk te Knokke bij Guy Pieters de rotonde innam samen de videokunstenaar Nam June Paik en George Segal..
Ik kende zijn werk amper maar toen het muurhoge werk ‘Cowboy’ moest gemonteerd worden, vloekte ik wel even ‘binnensmonds’. Het werk bestond namelijk uit een honderdtal kleurrijke strandspeeltjes die volgens de handleiding secuur en op de juiste afstand moesten bevestigd worden. Eens geïnstalleerd, kon ik het wel appreciëren want die kleurige ‘Cowboy’ werd de blikvanger van de tentoonstelling.

Britain Seen from the North 1981 Tony Cragg born 1949 Purchased 1982 http://www.tate.org.uk/art/work/T03347

Cragg is steeds weer op zoek naar nieuwe relaties tussen de mens en de materiële wereld. Er is geen beperking op de materialen die hij kan of wil  gebruiken, omdat hij als kunstenaar geen grenzen oplegt aan de ideeën of vormen die hij kan bedenken. Zijn vroege, gestapelde werken geven een taxonomisch inzicht in de wereld en hij heeft ooit verklaard dat hij door de mens gemaakte objecten ziet als “gefossiliseerde sleutels tot een verleden tijd die thans ons heden is”. Ook de vloer- en wandopstellingen van objecten die hij in de jaren tachtig van de vorige eeuw begon te maken, vervagen de grens tussen kunstmatige en natuurlijke landschappen: ze vormen een omtrek van iets bekends, waarbij de bijdragende delen zich tot het geheel verhouden. Cragg verstaat de beeldhouwkunst als een studie van hoe materie en materiële vormen onze ideeën en emoties beïnvloeden en gestalte geven. Dit wordt de kunstliefhebber duidelijk door de manier waarop Cragg twee brede oeuvres die hij ‘Early Forms’ en ‘Rational Beings’ noemt, heeft bewerkt en bewerkt.
‘The Early Forms’ onderzoeken de mogelijkheden van het sculpturaal hervormen van vertrouwde objecten zoals containers tot nieuwe en onbekende vormen die nieuwe emotionele reacties, relaties en betekenissen opleveren. ‘Rational Beings’ onderzoeken de relatie tussen twee ogenschijnlijk verschillende esthetische beschrijvingen van de wereld; de rationele, wiskundig onderbouwde formele constructies die de meest gecompliceerde organische vormen gaan opbouwen waarop we emotioneel reageren.
De menselijke figuur is het voornaamste voorbeeld van iets dat er uiteindelijk organisch uitziet en emotionele reacties oproept, terwijl het in wezen een uiterst gecompliceerde geometrische compositie van moleculen, cellen, organen en processen is.
Zijn werk imiteert de natuur en hoe we eruit zien niet, maar het gaat erom waarom we er zo uitzien zoals we en waarom we zijn zoals we zijn.

 

Czerniewski, Eveline

Eveline Czerniewski (°Gent 1952) is sinds haar kindertijd gepassioneerd door tekenen en schilderen. Het is dan ook haast evident dat ze haar studies de kunstrichting wilde insturen. Thuis hadden ze daar echter geen oor voor. Academie volgen was niet aan de orde. Na een passage in het Koninklijk Lyceum zet ze de stap naar de Textielschool aan de Gentse Voskenslaan. Ze studeert er Textieltekenen en -ontwerpen. Na haar studies kan ze onmiddellijk aan de slag als tekenaar-ontwerper bij Rubanerie Gantoise te Heusden.

In die periode komt ze dan via de Latemse Teken- en Schilderschool in contact met Eduard De Clercq, die haar de weg toont naar het betere aquarelwerk en het rietpentekenen.

Later volgt Eveline Czerniewski diverse workshops bij Wisper, is ze gaste in regionale kunstenaarsateliers en ervaart ze de tactiliteit van keramiek bij Françoise Busin om zich vanaf 2010  in deze disciplines te vervolmaken aan het SASK te Deinze.

In 2013 sluit ze zich op advies van kunstschilder en dichte buur Chris De Clercq aan bij het kunstcollectief ‘Art De Pinte’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 2016 komt ze in de ban van het zijdeschilderen, wat tot een kleurrijke en exclusieve collectie sjaaltjes leidt met als label ‘Vivre en Soie’.

Door dat schilderen en ontwerpen van ‘silk scarves’ komt ze tot de appreciatie van het subtiele en subjectieve binnen de abstracte kunst en gaat ze olieverftechnieken toepassen op canvas.

Dit brengt haar dan weer tot de cyclus ‘Confrontatie’: abstracte werken die de kunstenares in contrast brengt met de figuratieve schilderkunst en meer bepaald met die van de Latemse Groepen en hun volgelingen.

 

 

        

 

TENTOONSTELLINGEN: Antwerpen, Deinze, De Pinte, Eeklo, Oosterzele, Gent; Leuven, Sint-Martens-Latem en Ukkel

Voor een uitgebreid parcours kan je terecht op:
https://evelinesartblog.wordpress.com/

Pavlos

 

Dionyssopoulos Pavlos werd in 1930 in het Griekse Filiatra geboren. In 1949 slaagde hij voor het ingangsexamen aan L’Ecole des Beaux Arts van Parijs. Hij kreeg er tijdens zijn opleiding in 1954 verschillende beurzen om zijn studies in Parijs verder te blijven zetten. Als hij op het einde van de jaren ‘50 beslist zich definitief in Parijs te vestigen, ontdekt hij er de stad van de ‘nieuwe realisten’.

Hij trekt er op  met Calder, Giacometti maar ook met César, Yves Klein en hun mentor Pierre Restany. Zijn atelier aan de rue de Vaugirard ligt pal tegenover die van Dubuffet. Deze nieuwe stedelijke omgeving is voor Pavlos het signaal om de schilderkunst achter zich te laten. Zo komt hij tot het gebruik van zijn typische techniek met versnipperde affiches en inpakpapier.
Hij speelt in op de effecten van de densiteit, de kleuren en de reliëfs bij het kleven van de papiersnippers die hij gebruikt. Zo  gaat hij met passie aan het werk, de interne logica van zijn materiaal volgend en vindt hij een essentieel onderdeel van de hem kenmerkende artistieke taal. Deze aanpak onderscheidt zijn oeuvre van dit van de toenmalige ‘affichisten’ als Hains, Villéglé en Rotella. Zo wordt Pavlos in 1963 opgemerkt in de salon des Réalités Nouvelles door Pierre Restany, de grote inspirator en theoreticus van de groep van de Nieuwe Realisten. Maar het werk van Pavlos evolueert snel. De kunstenaar verlaat de weg van de abstractie en de barok om de mogelijkheden van een nieuwe expressiviteit te verkennen. Deze ontmoeting opent nieuwe perspectieven en zal de oriëntaties van zijn toekomstige werk bepalen.

 

 

 

 

 

 

Door met zijn papierstroken de vorm van alledaagse objecten te suggereren, gaat Pavlos weg van het Nieuwe Realisme en komt hij dichter bij Pop Art. Hij blijft echter een vrije elektron in de kunstwereld en sluit zich bij geen enkele kunstbeweging aan.

Pavlos reconstrueert de alledaagse voorwerpen: shirts, dassen, sigaretten, flessen, fruit. Hij brengt de wereld kleur en lichtheid.

Na een eerbetoon aan American Pop Art (Galerie Laurent Strouk 2005), een eerbetoon aan de Italiaanse cinema (Gallery Guy Pieters 2008) brengt Pavlos vandaag hulde aan Superhelden, (2013 Galerie Laurent Strouk), Catwoman, Superman, Batman en Captain America…

 

De Roo, Hermine

 

De Roo, Hermine (° Sint Truiden 23 maart 1955)   hermine

Een magisch-realistische natuurwereld

De wondere wereld van Hermine De Roo. Wonder omdat hij sprookjesachtig is en van verfijndheid en subtiliteit getuigt.

 

Hermine heeft een ongeëvenaarde maturiteit in de schilderkunst en beheerst de technieken als geen ander. Haar thematiek geeft aan haar oeuvre ook een gevoel van welzijn en Zen.

Het werk van Hermine De Roo roteert rond de begrippen Materie, Energie, Ruimte en Tijd (M.E.R.T.).

Hermine De Roo 004

Na haar academische opleiding, stelde de kunstenares zich tot taak om deze begrippen te definiëren en om deze concepten toe te passen in haar schilderkunst.

Dit resulteerde in zeer gedetailleerde natuurstudies, technisch extreem verfijnde marmerimitaties, karakteristieke portretten en trompel’oeil schilderingen.

Een ver doorgedreven techniek en een accurate duplicatie zijn voor Hermine onontbeerlijke voorwaarden om door te dringen tot de essentie.

Door de beheersing van dit ‘M.E.R.T. -universum’ ontstaat een sublieme wereld, gecontroleerd door de wetmatigheden die opgelegd worden door de kunstenares.

Dit wordt een weergaloze wereld met zijn eigen esthetische sereniteit, zonder te verzanden in één of andere opgedrongen realiteit.

Zo ontstaan er parallelle werelden waarin herkenning en vervreemding, realiteit en poëzie herenigd worden.

“Ik volgde 3 jaar sierkunst in Sint Lucas te Antwerpen, 4 jaar schilderen in Antwerpse academie, 2 jaar grafische kunsten in Sint Maria te Antwerpen en nog eens 2 jaar hout – en marmerimitatieschilderen bij Flor de Breuck, een tachtigjarige, gedreven prof in deze specifieke branche”, vertelt ze in haar curriculum.Nadien ondernam ik uitgebreide zelfstudies van oude meesters technieken, om uiteindelijk een volledig eigen olieverftechniek te ontwikkelen waarmee ik mijn esthetisch universum kon uitdrukken. Van 1983 tot 1995 waren er vele tentoonstellingen, o.a. in het Europees parlement in Straatsburg (1990).

Omdat ik de belangrijkheid van technische bagage besefte om jezelf te kunnen uitdrukken, begon ik vanaf 1995 cursussen te geven in patineren, marmerimitatie schilderen, perspectief tekenen, trompe l ‘oeil muur schilderen en schilderen op paneel.

Na diverse televisiereportages, werd anderen onderwijzen in de kunst van de illusie mijn hoofdactiviteit tot 2007.

Vanaf 2007 startte ik opnieuw met mijn eigen collectie schilderijen op paneel in olie – en acrylverf en mijn eerste uitdrukkingsmiddel: pastelkrijt.

Vandaag, als artieste, heb ik nog steeds dezelfde boodschap.

Een sprookjestuin, vol bloemen, nodigt me dagelijks uit om ervan te genieten. Met muziek van ‘Vangelis’ transformeer ik mijn tuin zoals toen ik twee jaar oud was en alles begon.

Dan kan ik met de bomen en de bloemen communiceren…”

Hermine De Roo 002

all pictures copyrighted by the artist 

 

 

Mara, Pol

mara polDe Antwerpse schilder Pol Mara (Borgerhout 1920 – 1998) verwierf vooral bekendheid met de doeken die hij vanaf de late jaren 1960 maakte: figuratieve werken op groot formaat, in gemengde technieken, waarin veelal de schoonheid van jonge vrouwen centraal staat.
Voordat hij deze herkenbare stijl ontwikkelde had hij echter al een lange en boeiende weg afgelegd.
Als Leopold Leysen werd hij in Antwerpen geboren. In deze stad studeerde hij van 1935 tot 1948 aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten.

 

In datzelfde jaar 1948 huwde hij met Maria Coninckx, die hem de rest van zijn carrière met hart en ziel zou ondersteunen. Zij zorgde er steeds voor dat de administratieve rompslomp in orde kwam en dat de contacten geregeld werden, zodat Mara ongestoord kon werken.
Al van zijn twintigste was Mara als kunstenaar actief. Door oorlogsperikelen, zijn studies aan het Hoger Instituut, een opleiding in de handelswetenschappen en de periodes dat hij moest uit werken gaan om geld in het laatje te brengen, heeft hij zich pas in de late jaren veertig volledig op ‘de kunst’ kunnen toeleggen.
Deze wilskracht en zijn passie voor de kunst werd beloond met erkenning en een schitterende internationale carrière in de kunstwereld.
Na zijn opleiding aan de Antwerpse Academie en aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten volgde eerst een korte neo-expressionistische periode. Vrij snel evolueerde hij echter naar een stijl die doorgaans wordt omschreven als de periode van de ‘maanhoofdjes’. Opmerkelijk zijn vooral de met bic op papier getekende taferelen, die hij in die jaren maakte. Langzaamaan verdween het figuratieve uit zijn werk en werd Mara een van de voortrekkers van de abstracte schilderkunst in België. Zo was hij in 1958 een van de medeoprichters van de avant-gardegroep ‘G58-Hessenhuis’. Pas halverwege de jaren zestig nam Pol Mara opnieuw figuratieve elementen op in zijn doeken. Deze evolutie zou later leiden tot de typerende, zeer uitgesproken stijl waarvan Mara zijn handelsmerk zou maken. mara p

De retrospectieve in het Antwerpse provinciehuis omvat voornamelijk werk uit Mara’s persoonlijke verzameling – beheerd door zijn weduwe – en uit de collectie van het ‘Museum Pol Mara’ dat in 1997 te Gordes, op veertig kilometer van Avignon in het Franse Vaucluse, werd geopend.
Deze collectie is aangevuld met enkele stukken uit privé-verzamelingen en uit het kunstpatrimonium van het Antwerpse provinciebestuur. Naast een compleet overzicht van het artistieke oeuvre van de kunstenaar wordt er ook ruim aandacht besteed aan de ontwerpen en het grafische werk dat Mara produceerde, onder meer voor affiches en boekcovers.
De rest van zijn leven wijdde hij zich volledig aan de schilderkunst, en doorheen de decennia slaagde hij er telkens in om eigen indrukwekkende stijlen te creëren die telkens de nodige mara_musee Gordesaandacht en bewondering kregen.

Pol Mara nam deel aan talloze groepstentoonstellingen en had individuele exposities in alle uithoeken van ons land, maar ook van de wereld: Van Antwerpen, Brussel, Gent tot Amsterdam, Parijs, Keulen, Madrid, Milaan, Rome maar ook in andere continenten, zoals in Tel Aviv, Washington DC, New York, Mexico en Kinshasa. Verder werden er tijdens zijn leven al enkele retrospectieve tentoonstellingen georganiseerd, waaronder een aantal naar aanleiding van zijn 70ste verjaardag. Heel wat van zijn werken vinden we nog steeds in binnen –en buitenland, in musea en openbare verzamelingen.

Museum Pol Mara in Gordes (F)

mara-pol-leopold-leysen-1920-1-hello-2453957

(photo credits Galerie De Vuyst)

Liefooghe, Frank

liefooghe eieren pekingFrank Liefooghe geboren te Ieper in 1943 studeerde aan het St-Lucas instituut en aan de Gentse Academie. Al vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw houdt hij zich als vrijgevochten kunstenaar bezig met vragen op mondiaal niveau: vrede, ecologie, de toekomst van onze beschaving. Tot in verre uithoeken van de aardbol bouwt hij rond deze thema’s installaties en vredesmonumenten. De tentoonstelling in Theobald?s Boothuisje is een tussentijds en schilderkunstig verslag van deze zoektocht naar ‘Better World’. In zijn prachtige, verhalende schilderijen, altijd acryl op Nepalees papier, zien we Afrikaanse aardetinten, Zuid-Amerikaanse Maya-thema’s en bovenal filosofie uit Boedhisme en Taoïsme, ‘CHI’ of kosmische energie

 

Frank Liefooghe verkoos niet enkel galerijen om zijn kunst te etaleren maar reisde de wereld rond. Hij opteerde voor een immens forum om zijn oeuvre te verspreiden.

Vrij snel werd de wijde wereld zijn geliefkoosde biotoop: op een goede 40 jaar doorkruiste hij ongeveer 90 landen, in 49 daarvan manifesteerde hij zich met de meest uiteenlopende artistieke projecten. Dat zal wel een familietrek zijn. Frank heeft drie broers en vier zussen die nog meer reizen dan hij. Zijn oudste zus woont in Cassablanca, een andere zus werkt als tropisch arts in New Delhi en moeder was licentiaat de Franse geschiedenis, ze kende Frankrijk als haar broekzak: honderden kerken en abdijen hebben de kinderen bezocht. Ze leerde hen over het boeddhisme en Siam (nu Thailand) op een moment Vlaanderen er nog totaal onwetend over was.

Mediasprokkels over de kunstenaar

liefooghe

 

Zijn eerste schilderijen zijn weinig meer dan imaginaire zeeën, palmbomen, eilanden. Later zou Frank ontdekken dat die paradijselijke oorden ook effectief bestonden de kunstenaar heeft heel wat van de wereld gezien, maar niet zoals dat tegenwoordig gebeurt. Vandaag betekent reizen voor hem ofwel platte rust in een toeristisch centrum dat helemaal op thuis is geschoeid, een groot avontuur of trektocht.

Geen van beide heeft hem ooit aangetrokken. Steeds weer ging zijn interesse naar andere culturen, vreemde volkeren. Op een unieke manier wist hij met hen contact te leggen, te communiceren. Op hun beurt betrokken zij Frank rechtstreeks bij hun manier van leven. Deze contacten bleken niet alleen enorm verrijkend, ze boden tegelijk een schat aan inspiratie in zijn bestaan en visie als kunstenaar.
Aanvankelijk trok hij rond op eigen initiatief, besliste zelf met wie en hoelang hij wou of zou samenwerken. Langzaam aan en raakte zijn werk internationaal bekend.
Hij heeft indertijd de Berlijnse muur nog beschilderd en zoiets doe je nu eenmaal niet ongezien. Sindsdien wordt hij veelvuldig gevraagd door privé- personen en internationale instellingen en in 2000 realiseerde hij op uitnodiging van Unesco in Colombia het millennium project. Drie jaar eerder was hij al in Quito, onder impuls van de Vlaamse regering. Dan weer werd hij uitgenodigd door privé ondernemers om deel te nemen aan de wereldbeurs voor Aquacultuur in Peking. In het Nationaal museum in Bangkok creëerde hij samen met 6.000 Boeddhistische kinderen een collectief werk, naar aanleiding van een bezoek van de toenmalige kroonprins Filip en prinses Mathilde.

De mooiste herinneringen heeft hij aan de reis naar Siberut op Sumatra waar hij lange tijd onder de Mentawai, het bloemenvolk, vertoefde. Een zeer kleurrijk volk, misschien wel de meest lieve mensen ter wereld. Er is geen vrouw waar ook ter wereld  die zo lieftallig behandeld, zo vriendelijk bejegend wordt door de man als daar. Om een voorbeeld te geven : bij het ontwaken versieren de mannen, elke ochtend opnieuw, met Ibis-bloemen het haar van hun vrouw. Tijdens dat ritueel, dat liefst drie kwartier duurt, loodsen ze haar zingen de dag in. ’s Avonds herhaalt zich hetzelfde ritueel. Die vrouwtjes voelen zich goed in hun vel, ze voelen zich zo gewaardeerd door de gemeenschap dat het hen als het ware bijna bovennatuurlijk overkomt. Een hemelsbreed verschil als je ziet hoe sommige mannen hier met vrouwen omgaan. Wat op Bali gebeurt, is ook redelijk uniek. Een zwangere vrouw wordt daar bijna heilig verklaard. Ze wordt bestendig omringd door kleine kinderen die over haar buik wrijven. Al vanaf de conceptie wordt die baby verwend. Na de geboorte mag de zuigeling gedurende drie maanden de grond niet raken. Al die tijd hangt hij dicht tegen zijn moeder aan, of tegen de papa of de dikste, molligste oom. Om die reden zijn de mannen er altijd onthaard, dit om te vermijden dat ze de kleintjes zouden prikken. De baby moet ook al door een hartslag kunnen voelen.

 

De eerste initiatie in de wereld is het raken van de voetjes op de grond, meteen de aanleiding voor een feest dat drie volle dagen duurt. Nogal wat anders dan een klets water op je kop als je hier gedoopt wordt. Alle kinderen slapen daar samen op grote matrassen, voortdurend lopen ze hand in hand. Daardoor voelen ze niet die grote nood aan de aandacht of affectie die je hier vaak wel ziet.

De natuur heeft hem vaak met verstomming geslagen.

Tussen Lomé en Algerije zwierf Frank door de Sahara. Ergens temidden de woestijn was, en is er nog steeds, een plek waar bollen liggen die muziek produceren. Stenen bollen gebeiteld door de erosie, gevuld met water, als een soort klokken. Eindeloze velden vol. Ze liggen in een verhard bed van zand en als de wind daar doorheen jaagt, maakt dat onvoorstelbaar mooie muziek. Frank kon er uren naar zitten luisteren.

De verwezenlijking waar hij graag naar terugkijkt is de ‘Square of Equality’. Deze installatie, waarbij de piramides van canvas door alle lagen van de bevolking werden beschilderd, heeft 24 landen doorreisd. Het project bracht hem samen met ministers, met Indianen, met straatkinderen, want hij is ervan overtuigd dat esthetica alles overtreft.
Tot zijn grote verbazing brachten de straatkinderen van Quito het mooiste werk voort, veel mooier nog dan het werk van de kunstenaars en de ministers.

Het reisjournaal van Frank lijkt oneindig. Hij trekt naar de Galapagoseilanden. Een beperkt en streng gecontroleerd toerisme ten spijt is het ecosysteem zwaar aangetast, en dat schreeuwt om actie. Gesubsidieerd door Unesco wordt een kinderschooltje uitgebouwd tot een reëducatieproject en Frank deed er de artistieke invulling. Zijn zoon, Cyriel, – eveneens een artistiek talent – vergezelt hem op die trip en is een even fervente globetrotter als vader Frank. Nog een geluk dat België niet de schoolplicht, maar de leerplicht hanteert. Al reizend leert hij heel wat meer, dan zittend op die saaie schoolbanken, zegt Liefooghe smalend en glimlachend…