Categorie archief: Kunst

De Roo, Hermine

 

De Roo, Hermine (° Sint Truiden 23 maart 1955)   hermine

Een magisch-realistische natuurwereld

De wondere wereld van Hermine De Roo. Wonder omdat hij sprookjesachtig is en van verfijndheid en subtiliteit getuigt.

 

Hermine heeft een ongeëvenaarde maturiteit in de schilderkunst en beheerst de technieken als geen ander. Haar thematiek geeft aan haar oeuvre ook een gevoel van welzijn en Zen.

Het werk van Hermine De Roo roteert rond de begrippen Materie, Energie, Ruimte en Tijd (M.E.R.T.).

Hermine De Roo 004

Na haar academische opleiding, stelde de kunstenares zich tot taak om deze begrippen te definiëren en om deze concepten toe te passen in haar schilderkunst.

Dit resulteerde in zeer gedetailleerde natuurstudies, technisch extreem verfijnde marmerimitaties, karakteristieke portretten en trompel’oeil schilderingen.

Een ver doorgedreven techniek en een accurate duplicatie zijn voor Hermine onontbeerlijke voorwaarden om door te dringen tot de essentie.

Door de beheersing van dit ‘M.E.R.T. -universum’ ontstaat een sublieme wereld, gecontroleerd door de wetmatigheden die opgelegd worden door de kunstenares.

Dit wordt een weergaloze wereld met zijn eigen esthetische sereniteit, zonder te verzanden in één of andere opgedrongen realiteit.

Zo ontstaan er parallelle werelden waarin herkenning en vervreemding, realiteit en poëzie herenigd worden.

“Ik volgde 3 jaar sierkunst in Sint Lucas te Antwerpen, 4 jaar schilderen in Antwerpse academie, 2 jaar grafische kunsten in Sint Maria te Antwerpen en nog eens 2 jaar hout – en marmerimitatieschilderen bij Flor de Breuck, een tachtigjarige, gedreven prof in deze specifieke branche”, vertelt ze in haar curriculum.Nadien ondernam ik uitgebreide zelfstudies van oude meesters technieken, om uiteindelijk een volledig eigen olieverftechniek te ontwikkelen waarmee ik mijn esthetisch universum kon uitdrukken. Van 1983 tot 1995 waren er vele tentoonstellingen, o.a. in het Europees parlement in Straatsburg (1990).

Omdat ik de belangrijkheid van technische bagage besefte om jezelf te kunnen uitdrukken, begon ik vanaf 1995 cursussen te geven in patineren, marmerimitatie schilderen, perspectief tekenen, trompe l ‘oeil muur schilderen en schilderen op paneel.

Na diverse televisiereportages, werd anderen onderwijzen in de kunst van de illusie mijn hoofdactiviteit tot 2007.

Vanaf 2007 startte ik opnieuw met mijn eigen collectie schilderijen op paneel in olie – en acrylverf en mijn eerste uitdrukkingsmiddel: pastelkrijt.

Vandaag, als artieste, heb ik nog steeds dezelfde boodschap.

Een sprookjestuin, vol bloemen, nodigt me dagelijks uit om ervan te genieten. Met muziek van ‘Vangelis’ transformeer ik mijn tuin zoals toen ik twee jaar oud was en alles begon.

Dan kan ik met de bomen en de bloemen communiceren…”

Hermine De Roo 002

all pictures copyrighted by the artist 

 

 

Advertenties

Mara, Pol

mara polDe Antwerpse schilder Pol Mara (Borgerhout 1920 – 1998) verwierf vooral bekendheid met de doeken die hij vanaf de late jaren 1960 maakte: figuratieve werken op groot formaat, in gemengde technieken, waarin veelal de schoonheid van jonge vrouwen centraal staat.
Voordat hij deze herkenbare stijl ontwikkelde had hij echter al een lange en boeiende weg afgelegd.
Als Leopold Leysen werd hij in Antwerpen geboren. In deze stad studeerde hij van 1935 tot 1948 aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten.

 

In datzelfde jaar 1948 huwde hij met Maria Coninckx, die hem de rest van zijn carrière met hart en ziel zou ondersteunen. Zij zorgde er steeds voor dat de administratieve rompslomp in orde kwam en dat de contacten geregeld werden, zodat Mara ongestoord kon werken.
Al van zijn twintigste was Mara als kunstenaar actief. Door oorlogsperikelen, zijn studies aan het Hoger Instituut, een opleiding in de handelswetenschappen en de periodes dat hij moest uit werken gaan om geld in het laatje te brengen, heeft hij zich pas in de late jaren veertig volledig op ‘de kunst’ kunnen toeleggen.
Deze wilskracht en zijn passie voor de kunst werd beloond met erkenning en een schitterende internationale carrière in de kunstwereld.
Na zijn opleiding aan de Antwerpse Academie en aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten volgde eerst een korte neo-expressionistische periode. Vrij snel evolueerde hij echter naar een stijl die doorgaans wordt omschreven als de periode van de ‘maanhoofdjes’. Opmerkelijk zijn vooral de met bic op papier getekende taferelen, die hij in die jaren maakte. Langzaamaan verdween het figuratieve uit zijn werk en werd Mara een van de voortrekkers van de abstracte schilderkunst in België. Zo was hij in 1958 een van de medeoprichters van de avant-gardegroep ‘G58-Hessenhuis’. Pas halverwege de jaren zestig nam Pol Mara opnieuw figuratieve elementen op in zijn doeken. Deze evolutie zou later leiden tot de typerende, zeer uitgesproken stijl waarvan Mara zijn handelsmerk zou maken. mara p

De retrospectieve in het Antwerpse provinciehuis omvat voornamelijk werk uit Mara’s persoonlijke verzameling – beheerd door zijn weduwe – en uit de collectie van het ‘Museum Pol Mara’ dat in 1997 te Gordes, op veertig kilometer van Avignon in het Franse Vaucluse, werd geopend.
Deze collectie is aangevuld met enkele stukken uit privé-verzamelingen en uit het kunstpatrimonium van het Antwerpse provinciebestuur. Naast een compleet overzicht van het artistieke oeuvre van de kunstenaar wordt er ook ruim aandacht besteed aan de ontwerpen en het grafische werk dat Mara produceerde, onder meer voor affiches en boekcovers.
De rest van zijn leven wijdde hij zich volledig aan de schilderkunst, en doorheen de decennia slaagde hij er telkens in om eigen indrukwekkende stijlen te creëren die telkens de nodige mara_musee Gordesaandacht en bewondering kregen.

Pol Mara nam deel aan talloze groepstentoonstellingen en had individuele exposities in alle uithoeken van ons land, maar ook van de wereld: Van Antwerpen, Brussel, Gent tot Amsterdam, Parijs, Keulen, Madrid, Milaan, Rome maar ook in andere continenten, zoals in Tel Aviv, Washington DC, New York, Mexico en Kinshasa. Verder werden er tijdens zijn leven al enkele retrospectieve tentoonstellingen georganiseerd, waaronder een aantal naar aanleiding van zijn 70ste verjaardag. Heel wat van zijn werken vinden we nog steeds in binnen –en buitenland, in musea en openbare verzamelingen.

Museum Pol Mara in Gordes (F)

mara-pol-leopold-leysen-1920-1-hello-2453957

(photo credits Galerie De Vuyst)

Liefooghe, Frank

liefooghe eieren pekingFrank Liefooghe geboren te Ieper in 1943 studeerde aan het St-Lucas instituut en aan de Gentse Academie. Al vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw houdt hij zich als vrijgevochten kunstenaar bezig met vragen op mondiaal niveau: vrede, ecologie, de toekomst van onze beschaving. Tot in verre uithoeken van de aardbol bouwt hij rond deze thema’s installaties en vredesmonumenten. De tentoonstelling in Theobald?s Boothuisje is een tussentijds en schilderkunstig verslag van deze zoektocht naar ‘Better World’. In zijn prachtige, verhalende schilderijen, altijd acryl op Nepalees papier, zien we Afrikaanse aardetinten, Zuid-Amerikaanse Maya-thema’s en bovenal filosofie uit Boedhisme en Taoïsme, ‘CHI’ of kosmische energie

 

Frank Liefooghe verkoos niet enkel galerijen om zijn kunst te etaleren maar reisde de wereld rond. Hij opteerde voor een immens forum om zijn oeuvre te verspreiden.

Vrij snel werd de wijde wereld zijn geliefkoosde biotoop: op een goede 40 jaar doorkruiste hij ongeveer 90 landen, in 49 daarvan manifesteerde hij zich met de meest uiteenlopende artistieke projecten. Dat zal wel een familietrek zijn. Frank heeft drie broers en vier zussen die nog meer reizen dan hij. Zijn oudste zus woont in Cassablanca, een andere zus werkt als tropisch arts in New Delhi en moeder was licentiaat de Franse geschiedenis, ze kende Frankrijk als haar broekzak: honderden kerken en abdijen hebben de kinderen bezocht. Ze leerde hen over het boeddhisme en Siam (nu Thailand) op een moment Vlaanderen er nog totaal onwetend over was.

Mediasprokkels over de kunstenaar

liefooghe

 

Zijn eerste schilderijen zijn weinig meer dan imaginaire zeeën, palmbomen, eilanden. Later zou Frank ontdekken dat die paradijselijke oorden ook effectief bestonden de kunstenaar heeft heel wat van de wereld gezien, maar niet zoals dat tegenwoordig gebeurt. Vandaag betekent reizen voor hem ofwel platte rust in een toeristisch centrum dat helemaal op thuis is geschoeid, een groot avontuur of trektocht.

Geen van beide heeft hem ooit aangetrokken. Steeds weer ging zijn interesse naar andere culturen, vreemde volkeren. Op een unieke manier wist hij met hen contact te leggen, te communiceren. Op hun beurt betrokken zij Frank rechtstreeks bij hun manier van leven. Deze contacten bleken niet alleen enorm verrijkend, ze boden tegelijk een schat aan inspiratie in zijn bestaan en visie als kunstenaar.
Aanvankelijk trok hij rond op eigen initiatief, besliste zelf met wie en hoelang hij wou of zou samenwerken. Langzaam aan en raakte zijn werk internationaal bekend.
Hij heeft indertijd de Berlijnse muur nog beschilderd en zoiets doe je nu eenmaal niet ongezien. Sindsdien wordt hij veelvuldig gevraagd door privé- personen en internationale instellingen en in 2000 realiseerde hij op uitnodiging van Unesco in Colombia het millennium project. Drie jaar eerder was hij al in Quito, onder impuls van de Vlaamse regering. Dan weer werd hij uitgenodigd door privé ondernemers om deel te nemen aan de wereldbeurs voor Aquacultuur in Peking. In het Nationaal museum in Bangkok creëerde hij samen met 6.000 Boeddhistische kinderen een collectief werk, naar aanleiding van een bezoek van de toenmalige kroonprins Filip en prinses Mathilde.

De mooiste herinneringen heeft hij aan de reis naar Siberut op Sumatra waar hij lange tijd onder de Mentawai, het bloemenvolk, vertoefde. Een zeer kleurrijk volk, misschien wel de meest lieve mensen ter wereld. Er is geen vrouw waar ook ter wereld  die zo lieftallig behandeld, zo vriendelijk bejegend wordt door de man als daar. Om een voorbeeld te geven : bij het ontwaken versieren de mannen, elke ochtend opnieuw, met Ibis-bloemen het haar van hun vrouw. Tijdens dat ritueel, dat liefst drie kwartier duurt, loodsen ze haar zingen de dag in. ’s Avonds herhaalt zich hetzelfde ritueel. Die vrouwtjes voelen zich goed in hun vel, ze voelen zich zo gewaardeerd door de gemeenschap dat het hen als het ware bijna bovennatuurlijk overkomt. Een hemelsbreed verschil als je ziet hoe sommige mannen hier met vrouwen omgaan. Wat op Bali gebeurt, is ook redelijk uniek. Een zwangere vrouw wordt daar bijna heilig verklaard. Ze wordt bestendig omringd door kleine kinderen die over haar buik wrijven. Al vanaf de conceptie wordt die baby verwend. Na de geboorte mag de zuigeling gedurende drie maanden de grond niet raken. Al die tijd hangt hij dicht tegen zijn moeder aan, of tegen de papa of de dikste, molligste oom. Om die reden zijn de mannen er altijd onthaard, dit om te vermijden dat ze de kleintjes zouden prikken. De baby moet ook al door een hartslag kunnen voelen.

 

De eerste initiatie in de wereld is het raken van de voetjes op de grond, meteen de aanleiding voor een feest dat drie volle dagen duurt. Nogal wat anders dan een klets water op je kop als je hier gedoopt wordt. Alle kinderen slapen daar samen op grote matrassen, voortdurend lopen ze hand in hand. Daardoor voelen ze niet die grote nood aan de aandacht of affectie die je hier vaak wel ziet.

De natuur heeft hem vaak met verstomming geslagen.

Tussen Lomé en Algerije zwierf Frank door de Sahara. Ergens temidden de woestijn was, en is er nog steeds, een plek waar bollen liggen die muziek produceren. Stenen bollen gebeiteld door de erosie, gevuld met water, als een soort klokken. Eindeloze velden vol. Ze liggen in een verhard bed van zand en als de wind daar doorheen jaagt, maakt dat onvoorstelbaar mooie muziek. Frank kon er uren naar zitten luisteren.

De verwezenlijking waar hij graag naar terugkijkt is de ‘Square of Equality’. Deze installatie, waarbij de piramides van canvas door alle lagen van de bevolking werden beschilderd, heeft 24 landen doorreisd. Het project bracht hem samen met ministers, met Indianen, met straatkinderen, want hij is ervan overtuigd dat esthetica alles overtreft.
Tot zijn grote verbazing brachten de straatkinderen van Quito het mooiste werk voort, veel mooier nog dan het werk van de kunstenaars en de ministers.

Het reisjournaal van Frank lijkt oneindig. Hij trekt naar de Galapagoseilanden. Een beperkt en streng gecontroleerd toerisme ten spijt is het ecosysteem zwaar aangetast, en dat schreeuwt om actie. Gesubsidieerd door Unesco wordt een kinderschooltje uitgebouwd tot een reëducatieproject en Frank deed er de artistieke invulling. Zijn zoon, Cyriel, – eveneens een artistiek talent – vergezelt hem op die trip en is een even fervente globetrotter als vader Frank. Nog een geluk dat België niet de schoolplicht, maar de leerplicht hanteert. Al reizend leert hij heel wat meer, dan zittend op die saaie schoolbanken, zegt Liefooghe smalend en glimlachend…

 

Willaert, Ferdinand (1861-1938)  

ferdinand_willaert_photo_of_the_belgian_artistFerdinand Willaert wordt op 15 januari 1861 te Gent geboren. Hij is de oudste in een gezin van 13 kinderen. Zijn vader, Charles-Louis, is decorateur en schilder van portretten en religieuze composities. Zijn broers Arthur (1875-1942) en Raphaël Robert Willaert (1878-1949) zijn eveneens kunstschilders. Arthur maakt naam als schilder van vissers op het strand, Raph Robert is dan eerder gespecialiseerd in honden. Het toeval wil dat Willaerts ‘tweede vrouw, Valentine Fontan (1882-1939)en haar vader Joseph-Auguste Fontan ook schilders zijn.

Valentine huwt in 1908 Ferdinand Willaert (1861-1938). Zij krijgt zelf enige faam als schilder van stillevens, bloemen, interieurs, portretten, taferelen met figuren.
Het echtpaar vestigt zich in de Drabstraat 7 in Gent. Valentine neemt deel aan de driejaarlijkse salons in Gent en aan salons in Parijs. Ze is tevens lid van het Nationaal Verbond van kunstschilders en beeldhouwers van België.

Na zijn middelbare school  volgt Ferdinand een opleiding als schilder-decorateur en doorloopt de klassen van de Gentse Academie in amper drie jaar tijd. Zijn mentor en leermeester is Theodoor Canneel. In 1884 wordt Willaert zelf leraar aan de Gentse academie. In 1890 trekt hij met twee bevriende schilders over Frankrijk en Spanje naar Marokko waar hij tot 1892 zal verblijven. Hij schildert in Tanger en omgeving.
Bij zijn terugkeer naar zijn geboortestad  stelt hij zijn Marokkaanse schilderijen tentoon in de Gentse ‘Cercle Artistique’.
ferdinand_willaert_belgian_orientalism

Deze uiterst gewaardeerde tentoonstelling wordt het begin van een succesvolle artistieke doorbraak. De belangstelling is overdonderend; de critici schrijven vol lof en bijna alle werken worden verkocht. Liefhebbers bewonderen zijn persoonlijke visie, de rijkdom aan kleuren en de eerlijke weergave van zijn thematiek Zo wordt hij uitgenodigd om in Parijs tentoon te stellen.
Van dan af is hij geregeld te zien in het Parijse Salon en Belgische en Franse musea kopen zijn werken aan.

1893 is voor Willaert een bijzonder jaar. Hij slaagt in een kunstexamen en wordt directeur van de academie in Dendermonde. Hij zal deze post tot op hoge leeftijd bekleden. Datzelfde jaar wordt hij ook lid van de Société Nationale den Beaux-Arts te Parijs. In 1907 wordt hij er secretaris. Intussen was hij teven lid van de Parijse Société du Salon D’Automne en van de Société Royale des Beaux-Arts te Brussel.
In 1899 wordt Ferdinand Willaert lid van de jury der Belgische Salons. In die hoedanigheid richt hij dan diverse Salons in te Gent, Antwerpen en Brussel  Pas dan begint hij zelf regelmatig deel te nemen aan buitenlandse tentoonstellingen Turkije, Frankrijk, Nederland, Duitsland, Engeland, Italië, Spanje, Rusland, Egypte en de Verenigde Staten  volgen elkaar snel op en hij wordt meermaals gelauwerd.Gent Stilte langs het water ferdinand_willaert

Hoewel Ferdinand Willaert een meer dan verdienstelijke carrière opbouwt, kent hij geen rijkdom. Die welstand komt pas op het einde van zijn leven toen zijn werken pas goed in de markt lagen.

Hij houdt tot aan zijn dood zijn stek aan de Gentse Drabstraat, hoewel hij er enkel in de weekends verblijft want door zijn lang directeurschap aan de Academie is heeft hij een huurappartement in Dendermonde waar hij het grootste deel van de week woont en werkt.

Na de dood (1904) van zijn eerste vrouw, Leontine Van Loo,hertrouwt hij als eerder vermeld met Valentine Fontan die hij in Parijs heeft ontmoet. Zo kon men Ferdinand, Valentine en haar vader, notaris Fontan, vaak samen aan het werk zien in het atelier van haar ouderlijk huis te Magnan in de Gers. Met Valentine krijgt hij in 1918 een dochter. Marguerite.
In 1936 gaat Willaert met pensioen.
Op 30 januari 1938 overlijdt hij en wordt bijgezet in de familiekelder op het Campo Santo te Sint-Amandsberg (Gent).

Gent Leie Ferdinand_WillaertOnder de Gentse kunstenaars voelt hij zich sterk verwant met Albert Baertsoen. Ze delen als het ware hun onderwerpen . Hij is wel minder poëtisch en zwaarmoedig dan Baertsoen en zoekt kleur en toetsen eerder bij Claus, Courtens en Verheyden Zoals de schilders van de Dendermondse School is ook hij ook wel een materieschilder maar onder invloed van de Franse impressionisten en het luminisme ontwikkelt hij een lichtere schriftuur en een zachter kleurenpalet.  De losheid van de schriftuur werd door hem meestal opgevangen door een doordachte compositie en door een juiste weergave. Dit leidde dan eerder tot een ‘verzoening’ van beide tendensen.

Hij was een rasechte, geboren en getogen kunstschilder. Zijn eigen coloriet en schriftuur maken zijn oeuvre zo herkenbaar. Willaert was van nature rijkelijk begaafd en kende zijn vak als geen ander. Hij was een ‘veelschilder’ maar zijn oeuvre was rechtlijnig en liet zich leiden door zijn visie en picturaal gevoel…

gent ferdinand willaert

Buysse, Léon Georges

Léon-Georges Buysse werd te(Gent geboren op 2 februari 1864 en overleed er op 27 februari 1916.
BUYSSE PORTRETHij was den zoon van Augustin Buysse (Nevele, 1832-Gent, 1920), Gents grootindustrieel in katoen, ‘Baertsoen & Buysse’ en van Emma Hauff (1835-1865), afkomstig uit Beieren.  Georges huwde in 1887 met Marthe Baertsoen (1868-1958), zus van de Gentse kunstschilder Albert Baertsoen en dochter van de zakenvennoot van vader Augustin  Buysse.

De verwantschappen van Georges Buysse zijn merkwaardig. Langs vaderszijde was hij een neef van de letterkundige Cyriel Buysse en langs moederszijde was hij verwant met de Duitse romantische dichter Wilhelm Hauff. Er was ook een nauwe familieband met de gezusters Rosalie en Virginie Loveling, beide letterkundigen, en met prof. Julius Mac Leod.

Léon-Georges Buysse werd opgeleid voor de textielindustrie waar hij zijn vader zou opvolgen. Om zich te bekwamen liep hij stage bij katoenspinnerijen in Duitsland en Engeland. Toen zijn vader ziek werd nam Georges de leiding van het ouderlijk bedrijf over. Na zijn huwelijk kreeg hij de leiding definitief toevertrouwd.
In zijn vrije tijd was Buysse actief als een gedreven, talentrijk  beeldend kunstenaar. Hij volgde lessen bij de Gentse schilder Louis Tytgadt en bezocht ook veel musea. Emile Claus, die tot zijn vriendenkring behoorde, gaf hem als vriend ook heel wat praktische vaardigheden mee.

buysse dreefGeorges Buysse is wellicht niet de meest bekende van de luministen maar speelde als medeoprichter van de groep’Vie et lumière’ een niet onbelangrijke rol bij de verspreiding van het impressionisme en neo-impressionisme in Vlaanderen.
Hoewel hij vanaf 1890 meer kleur gaat gebruiken en meer licht in zijn werk brengt, blijven een lichte toets, subtiele kleurnuances en een ingetogen poëtische beeldtaal constante kenmerken in het oeuvre van Buysse. Het eenvoudige maar schitterende spel van horizontale en verticale lijnen in de compositie bewijst bovendien dat hij niet alleen een opmerkelijk colorist is maar tegelijkertijd een scherpe blik heeft op de realiteit.

Aanvankelijk nam Buysse niet deel aan tentoonstellingen. Hij zou pas in 1894 naar buiten treden als kunstschilder, daartoe aangezet door zijn vrienden als o.a.Emile Claus. Hij deed dat met twee ‘sneeuweffecten’ in het Salon 1894 van de ‘Société Nationale des Beaux-Arts’ in Parijs.
In eerste instantie  stelde hij enkel in het buitenland tentoon: Parijs, Venetië, Barcelona, Londen, Berlijn, Verenigde Staten… Pas vanaf 1900 trad hij in eigen land.naar buiten.
Hij stelde tentoon in salons van ‘La Libre Esthétique’ in Brussel, in deze van de Gentse – en van de Brusselse kunstkringen.
Landschappen en Gentse stadsgezichten, gezichten op tuinen van riante buitenverblijven in het Gentse waren zijn geijkte thema’s.

Van 1899 af leed hij aan een ziekte waarvoor nooit een duidelijke diagnose werd gesteld. Samen met Emile Claus trok hij voor enkele maanden naar Zuid-Frankrijk en Noord-Italië voor een rustkuur. Hij bezocht de buurt van Nice waar hij in Saint-Jean-Cap-Ferrat, Villefranche heel wat zonovergoten pastels schilderde.

Georges Buysse vestigde zich in 1900 te Wondelgem, in een prachtig landhuis ‘Ter Vaert’ getekend door de befaamde art-nouveau-architect Paul Hankar. Hij had er een uitzicht op het Kanaal Gent-Terneuzen. Dat kanaal en de scheepvaart erop –en dit in alle jaargetijden en klimatologische omstandigheden- zou dan een allesoverheersende rol gaan spelen in zijn oeuvre.

buysse dref mt kinderenBuysse was in 1904 te Brussel medestichter van de kring ‘Vie et Lumière’, een kring die luministische kunstschilders groepeerde. Anna Boch, William Degouve de Nuncques, James Ensor, Adrien-Joseph Heymans, Georges Lemmen, Emile Claus, Jenny Montigny, Anna De Weert, Edmond Verstraeten, Aloïs De Laet, Georges Morren, Willem Paerels, Rodolphe De Saegher en Alfred Hazledine behoorden tot de vaste waarden.

Na 1910 kwam door ziekte nog amper tot schilderen. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog week hij uit naar Engeland, al was hij toen reeds ernstig ziek. Hij keerde echter al spoedig terug via Nederland en overleed in 1916 te Gent.

Zijn oeuvre

Zijn vroegste werk was realistisch tot pre-impressionistisch van stijl en hoofdzakelijk somber van coloriet. Het sloot qua thematiek en sfeer nogal aan bij het werk van zijn schoonbroer Albert Baertsoen. Zijn palet werd – vooral onder invloed van Emile Claus en de zuiderzon die hij tijdens zijn verblijf in Zuid-Frankrijk ontdekte – helder en hij nam stilaan meer impressionistische en luministische stijlkenmerken over. Door zijn lidmaatschap van ‘Vie et Lumière’ onderschreef hij ten volle het luminisme – met het uitbundig benadrukken van licht en lichteffecten in de schilderkunst.

Georges_Buysse.Kanaal Gent-Terneuzen in de winter

Georges_Buysse.Kanaal Gent-Terneuzen in de winter

 

LA FONTAINE Marie-Jo

DE VEELZIJDIGE WERELD VAN MARIE – JO !

lafontaineMarie-Jo Lafontaine werd  in 1950 te Antwerpen geboren en is een vaak geroemde  Belgische beeldend kunstenares, fotografe en videokunstenares.

De Vlaams-Brusselse kunstenares Marie-Jo Lafontaine beoefent drie erg verschillende kunstdisciplines. Naast haar dynamische video-installaties gaat het enerzijds om bewerkte portretfotografie en anderzijds om monochroom (éénkleurig) geschilderde panelen.
Soms combineert ze haar verschillende kunstvormen in een ‘Gesamtkunstwerk’.

Een spel van kleurcontrasten verbind thaar monochromen met elkaar. Ze zijn zo opgesteld dat vanuit elk gezichtspunt een koude kleur een warme kleur flankeert.
Hoewel ze in olieverf zijn geschilderd, zijn de monochromen geen puur tweedimensionale schilderijen. Niet alleen de beschilderde oppervlakten, maar ook de flanken zijn van essentieel belang. Daardoor functioneren de monochromen ook ruimtelijk, als sculpturen. De schuine zijkanten in fluorescerend geel toveren een heldere reflectie op de witte muur, alsof zich achter de werken een lichtbron zou bevinden. Op die manier lijken de monochromen, omringd door een stralenkrans, los van de wand te zweven.Lafontaine bg_image

Marie-Jo Lafontaine vertoont ook postmoderne trekken in haar vormgeving. Dit toont zich in de mooie wijze waarop ze haar video’s ensceneert. Maar het is vooral te merken aan haar andere artistieke uitingen.
Zij startte als schilder en is schilder gebleven. Zij werd bekend voor haar monochromen, eenkleurige schilderijen, die tot stand komen door herhaaldelijk- terug het repetitieve – lagen verf over elkaar te schilderen. In de jaren zeventig waren dat vaak zwartvarianten. Vanaf de jaren tachtig worden dat zeer ongewone kleuren. Het zoeken naar de juiste kleur is voor haar geen zuiver kleurprobleem. De avant-garde monochrome schilderkunst wilde enkel het kleurzijn van de kleur tonen: het blauw van Yves Klein bijvoorbeeld, de kleur als bijdrage aan de vormgeving.

Marie-Jo Lafontaine woont en werkt in Schaarbeek. Ze studeerde aan het Hoger Instituut La Cambre in Brussel (1975-1979).

Ze behaalde de Prix Jeune Peinture Belge (1977), werd geselecteerd voor de documenta in Kassel met Larmes d’Acier (1987), functioneerde als Vlaams Cultureel Ambassadeur (1998), maakte een kunstwerk voor het justitiepaleis van Bonn en voor de luchthaven van Stockholm, ontwierp een reeks postzegels voor de Belgische Post (2001), deed de scenografie voor Fidelio in de Opera van Nancy (2001) en verzorgde de videoprojecties op de wolkenkrabbers van Frankfurt tijdens de openingsceremonie van de Wereldbeker voetbal (Duitsland, 2006).

Lafontaine had een ruime expositie in Parijs (Galerie nationale du Jeu de Paume, 1999), Geukens & Devil 2006) en een overzichtstentoonstelling in Angers (2007). ‘Come to me’ in de Brusselse Botanique (december 2008 – februari 2009) werd haar eerste grote tentoonstelling in de Belgische hoofdstad, de stad waar ze zelf woont en werkt.In 2012 exposeerde ze in Gent (Museum Dr. Guislain’ en ook bij Guy Pieters Gallery in Knokke.

la fontaine art

(pictures expo Geukens & Devil) 

Nikifor

Nikifor

Nikifor Krynicki ,Krynica Zdrój, 21 mei 1895 – Folusz (gemeente Dębowiec), 10 oktober 1968)-was een dakloze Poolse schilder van naïeve kunst.

Hij behoorde tot de gediscrimineerde etnische minderheid der Lemken en groeide op in armoede. Zijn moeder was Jewdokia Drowniak, dochter van Hryhorio en Tatiana die van haar meisjesnaam Krynicka heette. Jewdokia verrichtte zeer nederig werk in de vele pensions van Krynica en leefde met haar kind in afzondering. Er werd gezegd dat ze haar kind als een bundeltje achterliet onder de brug als ze uit werken ging.
Zijn vader was onbekend, naar veronderstelling was hij een Pool en een van de vele kunstenaars die in villa ‘Drie Rozen’ verbleven, het grootste logement in Krynica.

Tijdens WO I werd hij wees. Nikifor had een gehoor- en een spraakgebrek en was niet in staat behoorlijk te communiceren. In zijn omgeving werd hij vernederd, uitgelachen en behandeld als een dwaas.
Pas veel later werd ontdekt dat zijn spraakproblemen werden veroorzaakt door een vastgegroeide tong. Hij was dakloos en aanvankelijk hield hij zich met bedelen in leven.
Tijdens een verblijf in een ziekenhuis maakte hij kennis met aquarelleren.

Nikifor1981_01NikiforOmstreeks 1915 begon hij te schilderen. Hij beschilderde stukken weggeworpen papier en sigarettenpakjes die hij aan voorbijgangers verkocht in het kuuroord Krynica Zdrój.
Hij noemde zichzelf Nikifor Matejko, een verwijzing naar de beroemde Poolse kunstenaar Jan Matejko, waarmee hij benadrukte hoezeer hij zichzelf als professioneel kunstenaar zag.
Als autodidact gebruikte hij een verscheidenheid aan materialen, waaronder aquarel, gouache en krijt.
Zijn eerste voorbeelden waren goedkope ansichtkaarten en iconen van de Grieks-katholieke kerk. Hij maakte afbeeldingen van het platteland of van uiterst gedetailleerde gebouwen. Aan de onderkant van de afbeeldingen staan vaak inscripties die niets betekenen, maar de suggestie van geletterdheid moeten wekken. In werkelijkheid was hij analfabeet of laaggeletterd.

nikifor-obrazNikifor was dan wel een ‘straatschilder’ en autodidact maar hij had ongetwijfeld  een aangeboren kunstgevoel.
Dankzij het echtpaar Ella en Andrzej Banach, kunsthistorici uit Krakau, kreeg het werk van Nikifor  het aanzien dat het verdiende. Door hun gedrevenheid en mecenaat circuleerden zijn schilderijen als deel van de Poolse en Europese kunst wereldwijd. In 1959 opende een tentoonstelling in de Parijse galerieDina Vierny de deuren voor succes. In 1967 werd hij geëerd met een solotentoonstelling in de Zachety Galerie in Warschau.

Tijdens zijn leven was er toch wel een gematigde vorm van erkenning. Voor WO II werd zijn werk tentoongesteld in verschillende Europese hoofdsteden maar Nikifor kreeg pas de verdiende faam en populariteit  in het laatste decennium van zijn leven. Verschillende musea en privécollecties wereldwijd hebben zijn werk in hun collectie.

www.youtube.com/watch?v=Jlyl0Q6UuPU

Nikifor overleed op 10 oktober 1968 in het sanatorium van Folusz. Hij werd begraven op de begraafplaats van Krynica.

 

Maghien (Le) – Maghe Didier

MAGHIËRS BRENGEN HOOP EN VERLICHTING

maghien portretSinds 1999 is Didier Maghe in de ban van het universum van de Maghiërs. Door deze imaginaire wezens openbaart zich een  wereld  puur en vol licht. Zwevend als engelen willen deze wonderlijke figuren via hun positieve signalen  de aardbewoners tot verdraagzaamheid bewegen en hun fysische en psychische ongemakken helen . Lichaam en geest van Maghiërs zijn vederlicht maar toch zo gevuld . De energie die ze uit de kosmos ontvangen, geven ze in veelvoud terug. Zelf leiden ze een zorgeloos bestaan want alles aan Maghiërs  is positief.
Ze willen eenieder gelukkig zien. Maghiërs verplaatsen zich door middel van stralingen in het heelal. Ze houden van reizen. Een snelheid die vaak deze van het licht overschrijdt brengt hen naar het aardse wezen dat,door hun antennes gecapteerde signalen, nood heeft aan kracht en weerbaarheid. Het is hun missie daar verlichting te brengen waar  iets fout loopt.

maghien 1Maghiërs zijn niet gebonden aan strikte leefregels of wetten. Precies daardoor zijn ze vrij van zorgen en stralen ze met grote gulheid optimisme uit. Hun motto is te vatten in één uitdrukking: respect hebben voor elkaar. Jaloersheid en afgunst kennen ze niet. Dat maakt hun ‘zijn’ zo eenvoudig. Hun leven is oneindig, zo ook hun kracht. Hun leefwereld is voor wie niet in hun mythische, helende kracht gelooft, imaginair. Wie in hun verhaal meegaat zal zich snel aan de Maghiërs optrekken en hun rust en energie tot zich nemen. Zo komen lichaam en geest opnieuw in balans en gaat een mens zich gelukkig voelen en bevrijd weten van zorg en kommer.

Didier Maghe noemt zich niet hun geestelijke vader maar eerder  een geestesgenoot. Hij gaf ze een plastische  vorm en visualiseerde hun ‘bestaan’. Precies omdat hij deels werelds is  maar ook deels  Maghiër blijft de kracht van deze guitige wezens groeien en mist ze haar uitwerking niet.
Als de Maghiër een glimlach van vreugde of verwondering  uitlokt, is zijn missie grotendeels geslaagd.
Dit gevoel krijg je bij het aanschouwen en betasten van deze wonderlijke schepsels die de planetaire bevolking, lichtjaren van elkaar verwijderd,  gelukkig willen zien. Zoals bij eender welke beleving van geloof moet je je hier ook  laten meedrijven op hun wolken en openstaan voor hun magie. Eens je je in hun verhaal plaatst, ga je het leven relativeren en word je vrolijk en ontspannen.
In vloeiende, esthetische vormen ontstaat met deze creaties een wereld die het midden houdt tussen verbeelding en realiteit. Een universum bevolkt door wezens die teren op gevoel en levenskwaliteit .
Is hij werkelijk de vrucht van verbeelding en idolatrie? Ja en neen. De Maghiër brengt zijn troostende en helende kracht over naar wie in hem gelooft en zich aan zijn  fysieke aanwezigheid en uitstraling optrekt en er alsmaar beter van wordt  !

maghien Vacances-dété

Paik Nam June

NAM JUNE PAIK: een overzicht van een inventieve carrière

Nam_June_Paik_at_the_Bob_Benhamou_gallery_in_ParisNam June Paik werd op 20 juli 1932 geboren in Seoel en overleed op zondag 19 februari 2006 in zijn woning te Miami.

Onder druk van de oorlog in Korea vlucht de familie Paik in 1949 via Hong Kong naar Tokio, waar hij van 1952 tot 1956 aan de universiteit muziek- en kunstwetenschappen en Westerse esthetica studeert.

In 1957 ontmoet hij Karl-Heinz Stockhausen en het volgende jaar de Amerikaanse componist John Cage.

Het is vooral Cage die Paik diepgaand heeft beïnvloed. In zijn kunst maakte Cage de ideëen van Marcel Duchamp en zijn ‘ready mades’ bekend aan een hele generatie  jonge kunstenaars en performers. Voor het overgrote deel van zijn muziek/video performances werkte de kunstenaar samen met de celliste Charlotte Moorman.

Lang voor hij tot ‘Paus van de videokunst’ wordt gekroond, experimenteert de performer/kunstenaar met weggegooide geluidstapes die hij meeneemt uit de radiostudio’s van de WDR in het Duitse Wuppertal. Tot 1963 hield hij zich hoofdzakelijk bezig met fluxus, muziekcollages en performances, waarbij hij vaak absurd agressief te werk ging. Het meest representatieve voorbeeld uit de periode is ongetwijfeld zijn ‘Hommage to John Cage’ uit 1959 voor geluidsband en piano, waarin de componist de traditionele instrumentatie en compositiepraktijk ter discussie stelde. Het stuk vormt in de carrière van Paik ook een belangrijk breekpunt tussen zijn zuiver muzikale bezigheden en zijn activiteiten als performer/videokunstenaar, een richting waarin hij vanaf 1963 steeds meer zal evolueren.

Heel vroeg in zijn carrière maakte Paik al gebruik van het vrouwelijk lichaam om aan zijn avant-gardistische uitvoeringen van muziek een seksuele lading te geven.

Het vrouwelijk naakt functioneerde, ook bij tal van andere gelijkgestemde kunstenaars,  binnen performances vaak in een niet-geërotiseerde en alledaagse setting. Het vrouwelijk naakt had zo een vervreemdend en zelfs shockerend effect, doordat seksualiteit telkens uit het ‘verboden terrein’ van de erotiek werd gehaald. Aan de publieke ontkleding werd onder invloed van Flower Power en hippiebewegingen een seksueel bevrijdende en antiburgerlijke functie toegeschreven.

‘Exposition of Music-Electronic Television’ (1963) was zijn eerste grote expositie met televisie-toestellen. Deze tentoonstelling was meer dan een uiting van anti-kunst of het dwangmatig streven naar originaliteit in de kunst, het was kritiek op een medium, dat het sociaal leven steeds meer leek te bepalen in plaats van er een meerwaarde aan toe te voegen. Wat Paik vooral ontgoochelde aan het medium televisie was het eenrichtingsverkeer van de communicatie, de kijker had immers geen wederwoord op de voortdurende beeldenstroom die hem van alle kanten leek te bestoken.

Paik behoorde tot de generatie die de ‘invasie’ van de televisie had meegemaakt en er hoge verwachtingen van koesterde. Deze werden geenszins ingelost. Televisie werd in de eerste plaats een middel voor massacommunicatie. Veel van zijn installaties zijn erop gericht om de communicatie met de kijker te herstellen en aldus van het medium een democratischer instrument te maken. Paik zal de technische en creatieve mogelijkheden van televisie uitbuiten, precies om te wijzen op de dreigende vervlakking die het gevolg is van het medium ‘televisie’. Deze vingerwijzing visualiseert hij door op de schermen beelden te projecteren die de kijker tot relativering en contemplatie moeten aanzetten. Enkele voorbeelden:

Onder het motto ‘television tortured the intellectuals for a long time…it is about time that the intellectuals torture television’ bracht hij in de beeldenstroom allerhande vervormingen, vertragingen en verkleuringen aan. Aanvankelijk waren die beeldmanipulaties beperkt, om storingen te veroorzaken werden hoofdzakelijk magneten gebruikt, vanaf 1969 werden zijn mogelijkheden enorm uitgebreid door het gebruik van een ‘videosynthesizer’ die hij samen met de de New Yorkse technicus Shuya Abe had ontwikkeld, een vernuftig instrument dat kleur en vorm vrij makkelijk kon manipuleren.

Nam June Paik Watchdog-II

Vanaf het midden van de jaren ’70 worden zijn installaties steeds omvangrijker en legt Paik meer de nadruk op het sculpturale karakter ervan. Zo realiseert hij in 1986 zijn ‘Family of Robot’ en halfweg de jaren ’90 megalomane videowalls zoals ‘Electronic Superhighway, Continental U.S.’ en ‘Fin de Siècle Man’.