Categorie archief: A-C

Arroyo, Eduardo

fotorecht Franceculture2

Eduardo Arroyo werd in 1937 in Madrid geboren en overleed er in 2018.

Zijn carrière is gevormd door zijn vroegere jaren als journalist en door op te groeien in het Spanje van generaal Franco.
 In 1958, 20 jaar oud, markeert hij zijn verzet tegen het Franco-regime, hij ontvlucht Spanje en gaat naar Parijs, waar hij tot 1982 woont.
Daar, te midden van avant-gardistische experimenten met abstractie, begon hij te schilderen.
De jonge man werd meteen aangetrokken door de kracht van het beeld.

Als geëngageerd kunstenaar en criticus, heeft hij de neiging de kunst te demystificeren met een picturale “speech” die hem verandert in een inspirerende persoonlijkheid van de verhalende figuratie, samen met kunstenaars als Valerio Adami, Erró, Peter Klasen en Gérard Schlosser.

De kunstenaar beschouwt schilderen met vaardigheid als een verhalenverteller. Hij ontleent woorden en beelden aan verschillende bronnen, waaronder advertenties en grafische ontwerpen.
Eduardo Arroyo is vertegenwoordigd in de collecties van onder meer The Museum of Modern Art in New York, het Hirshhorn Museum in Washington D.C. en het Bilbao Fine Arts Museum.

Bauwens, Gérard

Gerard Bauwens 2016

Gerard Bauwens werd geboren te Gent op 26 januari 1947 en studeerde aan de Koninkijke Academie voor Schone Kunsten te Gent  van 1963 tot 1971.
Hij behaalde toen de medaille van het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur, een aantal eervolle vermeldingen, de prijs Dutry (1970), de prijs Pro Civitate (1971) en de Prijs van het Publiek van de Stad Ronse 1979. Hij stelde o.a. tentoon te Gent, Ronse, Brussel , Knokke en Parijs.

Het werk van Gerard Bauwens heeft tot onderwerp de menselijke figuur in een veelvuldigheid van aspecten. De schoonheid van een meisjesgelaat, van een vrouwengestalte boeit hem en inspireert hem tot een lyrische vormgeving, waarin hij sensualiteit en tederheid verzoent en het louter lichamelijke weet te ontstijgen door een sterke bezieling van binnenuit. Zijn personages kijken de toeschouwer meestal niet aan: hun blik is afgewend of neergeslagen en dit verleent hen een roerloze rust en een diepe tijdeloosheid. Steeds minder frequent wordt de afbeelding van één personage, steeds groter evenwel de verscheidenheid in houdingen. Die vormen aldus de uitgangspunten van breed opgezette, uiterst evenwichtige composities, waarin de samenvoeging der figuren niet enkel een kwestie is van uitwendige structuur, maar vooral in een diepere onderlinge verbintenis gebaseerd is. Zijn oeuvre brengt bijna een boodschap of verhaal en blijft de kunstliefhebber boeien of intrigeren.  De kunstenaar trekt zich vaak terug in een eigen wereld waar hij mediteert over het wereldgebeuren, de evolutie van natuur en de economie . Het aanvoelen of de verbeelding spreidt hij dan tentoon in zijn werk waar een attente kijker nooit op uitgekeken raakt en telkens iets verborgens ontdekt.

Horst Jürgen Herrberger vatte het samen in een boeiende presentatie

191026 Galerij Resonans Gerard Bauwens

Brancusi, Constantin

brancusi portret

De in Roemenië geboren beeldhouwer Constantin Brancusi heeft zich nooit begeven in de kringen van de futuristische beweging. Toch heeft veel van zijn werk de typische dynamische en mechanische eigenschappen, die kenmerkend zijn voor het futurisme. In plaats daarvan liet de kunstenaar zich inspireren door primitieve Afrikaanse beelden en traditionele Roemeense volkskunst. Zo onderscheidt hij zich ook duidelijk van de Italiaanse futuristen, die hun blik vooral op de toekomst hadden gericht.

brancusi atelier

Je ontdekt deze kunstnaar in deze bijdrage van H-J Herrberger: 880605~2

 

Cragg, Anthony

Tony Cragg werd in 1949 in Liverpool  (UK) geboren. cragg portret
Zijn vader was een elektro-ingenieur en onder diens invloed is hij altijd door wetenschap en technologie gefascineerd gebleven.
Op zijn achttiende ging hij werken in een laboratorium.
Een omgeving die hem helemaal niet zinde. In zijn vrije tijd begon hij dan ook al snel te tekenen en allerhande objecten te maken. Voor het eerst in zijn jonge leven was  hij beeldend creatief.
Het beviel hem en hij schreef zich in voor een basisopleiding beeldende kunsten van één jaar.

Tegelijkertijd had hij een bijbaantje in een gieterij waar gietstukken voor elektrische motors werden gemaakt en waar de kunstenaar naar eigen zeggen zijn drang om een dynamiek met de materie op te wekken, heeft opgedaan.
Na de basisopleiding in de ‘schone kunsten’ volgde Tony Cragg een opleiding in de Wimbledon School of Art en nadien nog een specialisatiecursus aan het Royal College of Art, in totaal zeven jaar studie. In 1977 aanvaardde hij een baan als docent aan de kunstacademie van Düsseldorf en vestigde Tony zich in Wuppertal.
Sinds 1988 is hij professor aan de Kunstacademie en tevens co-directeur.
Tony Craggs internationale doorbraak kwam er in 1978 en sindsdien stelt hij aan een hoog tempo overal ter wereld tentoon. In 1988 won hij de ‘Turner Prijs’ en vertegenwoordigde zijn land op de 43ste Biënnale van Venetië.

Tony Cragg behoort tot de belangrijkste hedendaagse beeldhouwers wereldwijd.

Zelf ontdekte ik zijn werk pas in 1993 toen hij aan de Zeedijk te Knokke bij Guy Pieters de rotonde innam samen de videokunstenaar Nam June Paik en George Segal..
Ik kende zijn werk amper maar toen het muurhoge werk ‘Cowboy’ moest gemonteerd worden, vloekte ik wel even ‘binnensmonds’. Het werk bestond namelijk uit een honderdtal kleurrijke strandspeeltjes die volgens de handleiding secuur en op de juiste afstand moesten bevestigd worden. Eens geïnstalleerd, kon ik het wel appreciëren want die kleurige ‘Cowboy’ werd de blikvanger van de tentoonstelling.

Britain Seen from the North 1981 Tony Cragg born 1949 Purchased 1982 http://www.tate.org.uk/art/work/T03347

Cragg is steeds weer op zoek naar nieuwe relaties tussen de mens en de materiële wereld. Er is geen beperking op de materialen die hij kan of wil  gebruiken, omdat hij als kunstenaar geen grenzen oplegt aan de ideeën of vormen die hij kan bedenken. Zijn vroege, gestapelde werken geven een taxonomisch inzicht in de wereld en hij heeft ooit verklaard dat hij door de mens gemaakte objecten ziet als “gefossiliseerde sleutels tot een verleden tijd die thans ons heden is”. Ook de vloer- en wandopstellingen van objecten die hij in de jaren tachtig van de vorige eeuw begon te maken, vervagen de grens tussen kunstmatige en natuurlijke landschappen: ze vormen een omtrek van iets bekends, waarbij de bijdragende delen zich tot het geheel verhouden. Cragg verstaat de beeldhouwkunst als een studie van hoe materie en materiële vormen onze ideeën en emoties beïnvloeden en gestalte geven. Dit wordt de kunstliefhebber duidelijk door de manier waarop Cragg twee brede oeuvres die hij ‘Early Forms’ en ‘Rational Beings’ noemt, heeft bewerkt en bewerkt.
‘The Early Forms’ onderzoeken de mogelijkheden van het sculpturaal hervormen van vertrouwde objecten zoals containers tot nieuwe en onbekende vormen die nieuwe emotionele reacties, relaties en betekenissen opleveren. ‘Rational Beings’ onderzoeken de relatie tussen twee ogenschijnlijk verschillende esthetische beschrijvingen van de wereld; de rationele, wiskundig onderbouwde formele constructies die de meest gecompliceerde organische vormen gaan opbouwen waarop we emotioneel reageren.
De menselijke figuur is het voornaamste voorbeeld van iets dat er uiteindelijk organisch uitziet en emotionele reacties oproept, terwijl het in wezen een uiterst gecompliceerde geometrische compositie van moleculen, cellen, organen en processen is.
Zijn werk imiteert de natuur en hoe we eruit zien niet, maar het gaat erom waarom we er zo uitzien zoals we en waarom we zijn zoals we zijn.

 

Czerniewski, Eveline

Eveline Czerniewski (°Gent 1952) is sinds haar kindertijd gepassioneerd door tekenen en schilderen. Het is dan ook haast evident dat ze haar studies de kunstrichting wilde insturen. Thuis hadden ze daar echter geen oor voor. Academie volgen was niet aan de orde. Na een passage in het Koninklijk Lyceum zet ze de stap naar de Textielschool aan de Gentse Voskenslaan. Ze studeert er Textieltekenen en -ontwerpen. Na haar studies kan ze onmiddellijk aan de slag als tekenaar-ontwerper bij Rubanerie Gantoise te Heusden.

In die periode komt ze dan via de Latemse Teken- en Schilderschool in contact met Eduard De Clercq, die haar de weg toont naar het betere aquarelwerk en het rietpentekenen.

Later volgt Eveline Czerniewski diverse workshops bij Wisper, is ze gaste in regionale kunstenaarsateliers en ervaart ze de tactiliteit van keramiek bij Françoise Busin om zich vanaf 2010  in deze disciplines te vervolmaken aan het SASK te Deinze.

In 2013 sluit ze zich op advies van kunstschilder en dichte buur Chris De Clercq aan bij het kunstcollectief ‘Art De Pinte’.

 

 

 

 

 

 

 

 

In 2016 komt ze in de ban van het zijdeschilderen, wat tot een kleurrijke en exclusieve collectie sjaaltjes leidt met als label ‘Vivre en Soie’.

Door dat schilderen en ontwerpen van ‘silk scarves’ komt ze tot de appreciatie van het subtiele en subjectieve binnen de abstracte kunst en gaat ze olieverftechnieken toepassen op canvas.

Dit brengt haar dan weer tot de cyclus ‘Confrontatie’: abstracte werken die de kunstenares in contrast brengt met de figuratieve schilderkunst en meer bepaald met die van de Latemse Groepen en hun volgelingen.

 

        

In 2019 vervolmaakt ze haar technieken voor portretschilderen en narratieve schilderkunst.  
Door de pandemie blijven de exposities voor onbepaalde tijd uit. Ontgoocheld ondergaat ze de druk van een algemene lockdown die het cultuurleven lamlegt.

in de keramiekateliers van Caroline Vanderschoor en Carine Mercie neemt  ze terug de draad met het kleien op en gaat nu voluit voor de keramiekkunst.

 

Buysse, Léon Georges

Léon-Georges Buysse werd te(Gent geboren op 2 februari 1864 en overleed er op 27 februari 1916.
BUYSSE PORTRETHij was den zoon van Augustin Buysse (Nevele, 1832-Gent, 1920), Gents grootindustrieel in katoen, ‘Baertsoen & Buysse’ en van Emma Hauff (1835-1865), afkomstig uit Beieren.  Georges huwde in 1887 met Marthe Baertsoen (1868-1958), zus van de Gentse kunstschilder Albert Baertsoen en dochter van de zakenvennoot van vader Augustin  Buysse.

De verwantschappen van Georges Buysse zijn merkwaardig. Langs vaderszijde was hij een neef van de letterkundige Cyriel Buysse en langs moederszijde was hij verwant met de Duitse romantische dichter Wilhelm Hauff. Er was ook een nauwe familieband met de gezusters Rosalie en Virginie Loveling, beide letterkundigen, en met prof. Julius Mac Leod.

Léon-Georges Buysse werd opgeleid voor de textielindustrie waar hij zijn vader zou opvolgen. Om zich te bekwamen liep hij stage bij katoenspinnerijen in Duitsland en Engeland. Toen zijn vader ziek werd nam Georges de leiding van het ouderlijk bedrijf over. Na zijn huwelijk kreeg hij de leiding definitief toevertrouwd.
In zijn vrije tijd was Buysse actief als een gedreven, talentrijk  beeldend kunstenaar. Hij volgde lessen bij de Gentse schilder Louis Tytgadt en bezocht ook veel musea. Emile Claus, die tot zijn vriendenkring behoorde, gaf hem als vriend ook heel wat praktische vaardigheden mee.

buysse dreefGeorges Buysse is wellicht niet de meest bekende van de luministen maar speelde als medeoprichter van de groep’Vie et lumière’ een niet onbelangrijke rol bij de verspreiding van het impressionisme en neo-impressionisme in Vlaanderen.
Hoewel hij vanaf 1890 meer kleur gaat gebruiken en meer licht in zijn werk brengt, blijven een lichte toets, subtiele kleurnuances en een ingetogen poëtische beeldtaal constante kenmerken in het oeuvre van Buysse. Het eenvoudige maar schitterende spel van horizontale en verticale lijnen in de compositie bewijst bovendien dat hij niet alleen een opmerkelijk colorist is maar tegelijkertijd een scherpe blik heeft op de realiteit.

Aanvankelijk nam Buysse niet deel aan tentoonstellingen. Hij zou pas in 1894 naar buiten treden als kunstschilder, daartoe aangezet door zijn vrienden als o.a.Emile Claus. Hij deed dat met twee ‘sneeuweffecten’ in het Salon 1894 van de ‘Société Nationale des Beaux-Arts’ in Parijs.
In eerste instantie  stelde hij enkel in het buitenland tentoon: Parijs, Venetië, Barcelona, Londen, Berlijn, Verenigde Staten… Pas vanaf 1900 trad hij in eigen land.naar buiten.
Hij stelde tentoon in salons van ‘La Libre Esthétique’ in Brussel, in deze van de Gentse – en van de Brusselse kunstkringen.
Landschappen en Gentse stadsgezichten, gezichten op tuinen van riante buitenverblijven in het Gentse waren zijn geijkte thema’s.

Van 1899 af leed hij aan een ziekte waarvoor nooit een duidelijke diagnose werd gesteld. Samen met Emile Claus trok hij voor enkele maanden naar Zuid-Frankrijk en Noord-Italië voor een rustkuur. Hij bezocht de buurt van Nice waar hij in Saint-Jean-Cap-Ferrat, Villefranche heel wat zonovergoten pastels schilderde.

Georges Buysse vestigde zich in 1900 te Wondelgem, in een prachtig landhuis ‘Ter Vaert’ getekend door de befaamde art-nouveau-architect Paul Hankar. Hij had er een uitzicht op het Kanaal Gent-Terneuzen. Dat kanaal en de scheepvaart erop –en dit in alle jaargetijden en klimatologische omstandigheden- zou dan een allesoverheersende rol gaan spelen in zijn oeuvre.

buysse dref mt kinderenBuysse was in 1904 te Brussel medestichter van de kring ‘Vie et Lumière’, een kring die luministische kunstschilders groepeerde. Anna Boch, William Degouve de Nuncques, James Ensor, Adrien-Joseph Heymans, Georges Lemmen, Emile Claus, Jenny Montigny, Anna De Weert, Edmond Verstraeten, Aloïs De Laet, Georges Morren, Willem Paerels, Rodolphe De Saegher en Alfred Hazledine behoorden tot de vaste waarden.

Na 1910 kwam door ziekte nog amper tot schilderen. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog week hij uit naar Engeland, al was hij toen reeds ernstig ziek. Hij keerde echter al spoedig terug via Nederland en overleed in 1916 te Gent.

Zijn oeuvre

Zijn vroegste werk was realistisch tot pre-impressionistisch van stijl en hoofdzakelijk somber van coloriet. Het sloot qua thematiek en sfeer nogal aan bij het werk van zijn schoonbroer Albert Baertsoen. Zijn palet werd – vooral onder invloed van Emile Claus en de zuiderzon die hij tijdens zijn verblijf in Zuid-Frankrijk ontdekte – helder en hij nam stilaan meer impressionistische en luministische stijlkenmerken over. Door zijn lidmaatschap van ‘Vie et Lumière’ onderschreef hij ten volle het luminisme – met het uitbundig benadrukken van licht en lichteffecten in de schilderkunst.

Georges_Buysse.Kanaal Gent-Terneuzen in de winter

Georges_Buysse.Kanaal Gent-Terneuzen in de winter

 

Cantré Jozef

jozef cantré portretJOZEF CANTRÉ (1890 – 1957) volgde net als zijn broer artistieke opleiding aan de Gentse Academie. Van zijn achtentwintigste tot zijn dertigste werkte hij in Nederland.

In Sint-Martens-Latem werd hij bevriend met de Belgische kunstenaars Frits Van Den Berghe en Gust De Smet, waarbij hij meteen in het Vlaamse expressionisme terechtkwam.
In 1930 keerde hij terug naar Gent en van 1941 tot 1946 was hij verbonden aan het Brusselse Hoger Instituut voor Toegepaste Kunst.

Hij was leraar typografie aan het Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten ‘La Cambre’, de door Henry van de Velde opgerichte kunstenopleiding in de Abdij Ter Kameren aan de vijvers van Elsene.
Tot 1956  geeft Jozef cantréook een cursus houtgravure bij het Antwerpse Plantingenootschap.
In 1952 behaalt Cantré de Angelo-prijs voor graveerkunst op de 24ste Internationale Biënnale van Venetië.
Naast beeldhouwen en houtgravures, verzorgt Jozef Cantré ook boekillustraties.

In het Middelheim Museum staat zijn werk ‘Hero en Leander’, een sculptuur in teakhout uit 1931 van een man en een vrouw in diagonale beweging naar elkaar gekeerd, streng in expressie, dynamisch van compositie.
Op de Antwerpse Wapper staat het hoofd van Peter Benoit, onderdeel van een nooit afgewerkt gedenkteken uit 1934 als hulde aan deze Vlaamse componist, dat in diens geboortedorp Harelbeke zou worden opgericht.

Ook het Museum van Deinze en de Leiestreek in Deinze bezit werk van Cantré, met name tekeningen, houtsneden en kleine sculpturen.

cantré brons
Aan Gent-Zuid staat zijn Monument voor Edward Anseele, waaraan Cantré in 1938 is begonnen, maar dat hij door tussenkomst van de Tweede Wereldoorlog pas in 1948 heeft kunnen voltooien. Het 5 meter hoge werkstuk bestaat uit vijf boven elkaar geplaatste delen in Balmoralgraniet, waar de voorman van de Belgische socialistische arbeidersbeweging uittorend boven het werkmansvolk, dat hij beschermt met zijn arm en meteen de weg wijst naar hun toekomst.

'Vaardige Vrouw' - KMSH Brussel

‘Vaardige Vrouw’ – KMSK Brussel

Jozef Cantré was niet alleen xylograaf. Hij was daarnaast een van de voornaamste Vlaamse  beeldhouwers.

Hij was ook boekbandontwerper en verzorger van illustraties onder andere in het boek De Nieuwe Esopet door Karel van de Woestijne (bandontwerp en zestien illustraties).
Zijn eerste beelden ontstonden al vanaf 1909. Invloed van Constantin Meunier en van Georges Minne, de ene meer realist, de andere eerder symbolist, dit valt niet te miskennen. Zijn emotionele vertolking is karakteristiek voor zijn sculpturen.

Edward Anseele

Zijn bekendste creatie is ongetwijfeld het standbeeld van Edward Anseele te Gent.

In Hoorn staat van Cantré een stenen borstbeeld van Johannes Messchaert.
Jozef Cantré wordt aanvaard als de meest typisch expressionistische beeldhouwer in Vlaanderen. Net als zijn broer Jan-Frans maakte Jozef Cantré deel uit van de ‘Vijf’ (met Frans Masereel, Henri Van Straten en Joris Minne) die na de Eerste Wereldoorlog de Vlaamse houtgraveerkunst renoveerden.

Brood Herman

Herman brood pianoHerman Brood (1946-2001) was in alles een rasartiest, in zijn muziek, in zijn gedichten en vooral in zijn schilderijen.
Uit zijn werk spreekt een enorme gedrevenheid. Brood werkte vol overgave, stort zich met penselen, verf en spuitbussen steeds opnieuw in een hallucinerend avontuur waaruit hij onveranderd als winnaar tevoorschijn kwam.

 

De talloze indrukken en ervaringen die hij in zijn roerige leven verzameld had, vertaalde hij in kunst met een grote K. Kunst waarvoor de belangstelling alleen maar toeneemt omdat authenticiteit zich nu eenmaal feilloos laat herkennen. brood schilderij

Herman Brood koos altijd voor een tastbaar beeld, waarbij de slagzinnen je doen denken aan een striptekening.
Het gros van zijn schilderijen en zeefdrukken laten zien waar het bij Herman Brood om draaide: muziek, relaties, ontspanning en liefde!

Coddron Oscar

coddron zelfportret fragment

Oscar Coddron studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten te Gent waar hij Jan Delvin als mentor had.
Hij ondernam lange studiereizen naar Frankrijk en Italië om zich te vervolmaken in de diverse technieken en kunstknepen. Pas in 1918 vestigde hij zich in Sint-Martens-Latem. Coddron was een uitstekend intimist, portret- en genreschilder. Zijn Leiezichten getuigen dan weer eerder van een onmiskenbare invloed van Emile Claus en de Gentse luministen.

Baders aan de Leie

Baders aan de Leie

Zijn later werk vertoonde een meer expressieve kracht en een totaal ander, donkerder kleurenpalet maar bleef steeds die eerdere evenwichtige opbouw en doordachtheid vertonen.
Critici zijn het eens dat Coddron nooit de waardering kreeg die hij ongetwijfeld verdiende.
In 1950 overleed hij in zijn woning te Deurle.

 

vrouw met windhonden

vrouw met windhonden

Combas Robert

combas portretRobert Combas, op 25 mei 1959 geboren in het Franse provinciestadje Sète, was leerling aan de Academie voor Beeldende Kunsten van Montpellier, waar hij in 1980 promoveerde. Intussen had hij op zijn vijftiende met zijn vrienden Buddy Di Rosa en Ketty (Cathérine) Brindel het kunsttijdschrift ‘Bato’ en de punkrockgroep ‘Les Démodés’ opgericht. Het magazine werd geheel eigenhandig gemaakt en omvatte werkstukken, tekeningen en teksten, maar‘stokte’ echter na vier edities. De rockgroep trad op met nummers, waarvan tekst en muziek werden geschreven door Combas. Ketty nam de zang voor haar rekening, Robert was de gitarist en Buddy verzorgde het slagwerk.

Later zal de kunstenaar verklaren dat hier de oorsprong is te vinden van zijn stijl, de vrije figuratie (La Figuration Libre) met Ben (Vautier) als peetvader en mentor.

De populaire Franse schrijfster Cathérine Millet omschreef de jonge kunstenaar nogal frappant in een recent verschenen boek: <Combas ‘acteert’ graag als jongen uit een provinciaal arbeidersmilieu, rijk aan talent en wars van elke vorm van onderwijs.>

Sinds zijn intrede op de kunstscene kende deze merkwaardige schilder-filosoof  heel wat succes in Frankrijk,  België, Italië, Portugal, USA en in het Amstelveense Van der Togt Museum. De Amsterdamse ‘Galerie Riekje Swart’ komt echter de eer toe het talent in deze revolterende ‘knaap’ te hebben ontdekt  en exposeerde zijn ‘jonge’ oeuvre reeds in 1981 op Nederlandse bodem.

In 1983 was het de man met de neus voor jong talent Otto Hahn naar de States bracht. Leo Castelli, introduceerde op zijn beurt het jonge, Franse geweld in zijn galerie te New York. In de loop der tijden volgen vele solo- en groepstentoonstellingen, waaraan men de productiviteit van de kunstenaar en de toenemende belangstelling voor zijn kunst kan afmeten. Hij is nu een vaste waarde in de kunstwereld, gecoacht door de Belgische kunsthandelaar Guy Pieters.

Auteurcriticus Philippe Dagen citeert in een boek, dit jaar uitgegeven door Snoeck en Paris Musées: <Combas is een kunstenaar van zo´n bijzondere soort dat deze moeilijk te benoemen of te definiëren valt. Hij is schilder, maar ook tekenaar, beeldhouwer, maakt objecten en assemblages en is bij gelegenheid ook designer>. Voeg hierbij gerust rocker, dichter, schrijver van dadaïstische teksten en performer aan toe en je hebt het beeld van een onnavolgbaar, veelzijdig artiest die echt niet in een keurslijf past, want daarvoor zijn het talent en de inventiviteit van Robert te groot.

De kunst van Robert Combas is steeds herkenbaar en hem totaal eigen door het gebruik van een breed kleurenpalet, een markante schriftuur en een onuitputtelijk gevoel voor humor en satire. Hij vindt zijn inspiratie in strips, kitsch of reclame, de dagdagelijkse leefwereld en in de internationale actualiteit, zoals recent de uit de hand gelopen ‘esbattementen’ (om het woord oorlog niet te gebruiken) in Irak en Afghanistan. Een daad waaraan hij zich als uitgesproken pacifist ergert.

 Les musiciens, 1989

Les musiciens, 1989

De opbouw en de spontaniteit van zijn werken doen vaak denken aan de graffitikunst, maar ik noem het oeuvre van Robert Combas liever ‘narratief’ en dan wel omwille van die eigenheid, de sterke persoonlijke inbreng inzake uitbeelding van de thematiek en het subtiel kleurenspel, waarmee hij keer op keer verrassend uitpakt.

.