Categorie archief: A-C

Czerniewski, Eveline

Eveline Czerniewski (°Gent 1952) is sinds haar kindertijd gepassioneerd door tekenen en schilderen. Het is dan ook haast evident dat ze haar studies de kunstrichting wilde insturen. Thuis hadden ze daar echter geen oor voor. Academie volgen was niet aan de orde. Na een passage in het Koninklijk Lyceum zet ze de stap naar de Textielschool aan de Gentse Voskenslaan. Ze studeert er Textieltekenen en -ontwerpen. Na haar studies kan ze onmiddellijk aan de slag als tekenaar-ontwerper bij Rubanerie Gantoise te Heusden.

In die periode komt ze dan via de Latemse Teken- en Schilderschool in contact met Eduard De Clercq, die haar de weg toont naar het betere aquarelwerk en het rietpentekenen.

Later volgt Eveline Czerniewski diverse workshops bij Wisper, is ze gaste in regionale kunstenaarsateliers en ervaart ze de tactiliteit van keramiek bij Françoise Busin om zich vanaf 2010  in deze disciplines te vervolmaken aan het SASK te Deinze.

In 2013 sluit ze zich op advies van kunstschilder en dichte buur Chris De Clercq aan bij het kunstcollectief ‘Art De Pinte’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 2016 komt ze in de ban van het zijdeschilderen, wat tot een kleurrijke en exclusieve collectie sjaaltjes leidt met als label ‘Vivre en Soie’.

Door dat schilderen en ontwerpen van ‘silk scarves’ komt ze tot de appreciatie van het subtiele en subjectieve binnen de abstracte kunst en gaat ze olieverftechnieken toepassen op canvas.

Dit brengt haar dan weer tot de cyclus ‘Confrontatie’: abstracte werken die de kunstenares in contrast brengt met de figuratieve schilderkunst en meer bepaald met die van de Latemse Groepen en hun volgelingen.

 

 

        

 

TENTOONSTELLINGEN: Antwerpen, Deinze, De Pinte, Eeklo, Oosterzele, Gent; Leuven, Sint-Martens-Latem en Ukkel

Voor een uitgebreid parcours kan je terecht op:
https://evelinesartblog.wordpress.com/

Advertenties

Buysse, Léon Georges

Léon-Georges Buysse werd te(Gent geboren op 2 februari 1864 en overleed er op 27 februari 1916.
BUYSSE PORTRETHij was den zoon van Augustin Buysse (Nevele, 1832-Gent, 1920), Gents grootindustrieel in katoen, ‘Baertsoen & Buysse’ en van Emma Hauff (1835-1865), afkomstig uit Beieren.  Georges huwde in 1887 met Marthe Baertsoen (1868-1958), zus van de Gentse kunstschilder Albert Baertsoen en dochter van de zakenvennoot van vader Augustin  Buysse.

De verwantschappen van Georges Buysse zijn merkwaardig. Langs vaderszijde was hij een neef van de letterkundige Cyriel Buysse en langs moederszijde was hij verwant met de Duitse romantische dichter Wilhelm Hauff. Er was ook een nauwe familieband met de gezusters Rosalie en Virginie Loveling, beide letterkundigen, en met prof. Julius Mac Leod.

Léon-Georges Buysse werd opgeleid voor de textielindustrie waar hij zijn vader zou opvolgen. Om zich te bekwamen liep hij stage bij katoenspinnerijen in Duitsland en Engeland. Toen zijn vader ziek werd nam Georges de leiding van het ouderlijk bedrijf over. Na zijn huwelijk kreeg hij de leiding definitief toevertrouwd.
In zijn vrije tijd was Buysse actief als een gedreven, talentrijk  beeldend kunstenaar. Hij volgde lessen bij de Gentse schilder Louis Tytgadt en bezocht ook veel musea. Emile Claus, die tot zijn vriendenkring behoorde, gaf hem als vriend ook heel wat praktische vaardigheden mee.

buysse dreefGeorges Buysse is wellicht niet de meest bekende van de luministen maar speelde als medeoprichter van de groep’Vie et lumière’ een niet onbelangrijke rol bij de verspreiding van het impressionisme en neo-impressionisme in Vlaanderen.
Hoewel hij vanaf 1890 meer kleur gaat gebruiken en meer licht in zijn werk brengt, blijven een lichte toets, subtiele kleurnuances en een ingetogen poëtische beeldtaal constante kenmerken in het oeuvre van Buysse. Het eenvoudige maar schitterende spel van horizontale en verticale lijnen in de compositie bewijst bovendien dat hij niet alleen een opmerkelijk colorist is maar tegelijkertijd een scherpe blik heeft op de realiteit.

Aanvankelijk nam Buysse niet deel aan tentoonstellingen. Hij zou pas in 1894 naar buiten treden als kunstschilder, daartoe aangezet door zijn vrienden als o.a.Emile Claus. Hij deed dat met twee ‘sneeuweffecten’ in het Salon 1894 van de ‘Société Nationale des Beaux-Arts’ in Parijs.
In eerste instantie  stelde hij enkel in het buitenland tentoon: Parijs, Venetië, Barcelona, Londen, Berlijn, Verenigde Staten… Pas vanaf 1900 trad hij in eigen land.naar buiten.
Hij stelde tentoon in salons van ‘La Libre Esthétique’ in Brussel, in deze van de Gentse – en van de Brusselse kunstkringen.
Landschappen en Gentse stadsgezichten, gezichten op tuinen van riante buitenverblijven in het Gentse waren zijn geijkte thema’s.

Van 1899 af leed hij aan een ziekte waarvoor nooit een duidelijke diagnose werd gesteld. Samen met Emile Claus trok hij voor enkele maanden naar Zuid-Frankrijk en Noord-Italië voor een rustkuur. Hij bezocht de buurt van Nice waar hij in Saint-Jean-Cap-Ferrat, Villefranche heel wat zonovergoten pastels schilderde.

Georges Buysse vestigde zich in 1900 te Wondelgem, in een prachtig landhuis ‘Ter Vaert’ getekend door de befaamde art-nouveau-architect Paul Hankar. Hij had er een uitzicht op het Kanaal Gent-Terneuzen. Dat kanaal en de scheepvaart erop –en dit in alle jaargetijden en klimatologische omstandigheden- zou dan een allesoverheersende rol gaan spelen in zijn oeuvre.

buysse dref mt kinderenBuysse was in 1904 te Brussel medestichter van de kring ‘Vie et Lumière’, een kring die luministische kunstschilders groepeerde. Anna Boch, William Degouve de Nuncques, James Ensor, Adrien-Joseph Heymans, Georges Lemmen, Emile Claus, Jenny Montigny, Anna De Weert, Edmond Verstraeten, Aloïs De Laet, Georges Morren, Willem Paerels, Rodolphe De Saegher en Alfred Hazledine behoorden tot de vaste waarden.

Na 1910 kwam door ziekte nog amper tot schilderen. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog week hij uit naar Engeland, al was hij toen reeds ernstig ziek. Hij keerde echter al spoedig terug via Nederland en overleed in 1916 te Gent.

Zijn oeuvre

Zijn vroegste werk was realistisch tot pre-impressionistisch van stijl en hoofdzakelijk somber van coloriet. Het sloot qua thematiek en sfeer nogal aan bij het werk van zijn schoonbroer Albert Baertsoen. Zijn palet werd – vooral onder invloed van Emile Claus en de zuiderzon die hij tijdens zijn verblijf in Zuid-Frankrijk ontdekte – helder en hij nam stilaan meer impressionistische en luministische stijlkenmerken over. Door zijn lidmaatschap van ‘Vie et Lumière’ onderschreef hij ten volle het luminisme – met het uitbundig benadrukken van licht en lichteffecten in de schilderkunst.

Georges_Buysse.Kanaal Gent-Terneuzen in de winter

Georges_Buysse.Kanaal Gent-Terneuzen in de winter

 

Cantré Jozef

jozef cantré portretJOZEF CANTRÉ (1890 – 1957) volgde net als zijn broer artistieke opleiding aan de Gentse Academie. Van zijn achtentwintigste tot zijn dertigste werkte hij in Nederland.

In Sint-Martens-Latem werd hij bevriend met de Belgische kunstenaars Frits Van Den Berghe en Gust De Smet, waarbij hij meteen in het Vlaamse expressionisme terechtkwam.
In 1930 keerde hij terug naar Gent en van 1941 tot 1946 was hij verbonden aan het Brusselse Hoger Instituut voor Toegepaste Kunst.

Hij was leraar typografie aan het Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten ‘La Cambre’, de door Henry van de Velde opgerichte kunstenopleiding in de Abdij Ter Kameren aan de vijvers van Elsene.
Tot 1956  geeft Jozef cantréook een cursus houtgravure bij het Antwerpse Plantingenootschap.
In 1952 behaalt Cantré de Angelo-prijs voor graveerkunst op de 24ste Internationale Biënnale van Venetië.
Naast beeldhouwen en houtgravures, verzorgt Jozef Cantré ook boekillustraties.

In het Middelheim Museum staat zijn werk ‘Hero en Leander’, een sculptuur in teakhout uit 1931 van een man en een vrouw in diagonale beweging naar elkaar gekeerd, streng in expressie, dynamisch van compositie.
Op de Antwerpse Wapper staat het hoofd van Peter Benoit, onderdeel van een nooit afgewerkt gedenkteken uit 1934 als hulde aan deze Vlaamse componist, dat in diens geboortedorp Harelbeke zou worden opgericht.

Ook het Museum van Deinze en de Leiestreek in Deinze bezit werk van Cantré, met name tekeningen, houtsneden en kleine sculpturen.

cantré brons
Aan Gent-Zuid staat zijn Monument voor Edward Anseele, waaraan Cantré in 1938 is begonnen, maar dat hij door tussenkomst van de Tweede Wereldoorlog pas in 1948 heeft kunnen voltooien. Het 5 meter hoge werkstuk bestaat uit vijf boven elkaar geplaatste delen in Balmoralgraniet, waar de voorman van de Belgische socialistische arbeidersbeweging uittorend boven het werkmansvolk, dat hij beschermt met zijn arm en meteen de weg wijst naar hun toekomst.

'Vaardige Vrouw' - KMSH Brussel

‘Vaardige Vrouw’ – KMSK Brussel

Jozef Cantré was niet alleen xylograaf. Hij was daarnaast een van de voornaamste Vlaamse  beeldhouwers.

Hij was ook boekbandontwerper en verzorger van illustraties onder andere in het boek De Nieuwe Esopet door Karel van de Woestijne (bandontwerp en zestien illustraties).
Zijn eerste beelden ontstonden al vanaf 1909. Invloed van Constantin Meunier en van Georges Minne, de ene meer realist, de andere eerder symbolist, dit valt niet te miskennen. Zijn emotionele vertolking is karakteristiek voor zijn sculpturen.

Edward Anseele

Zijn bekendste creatie is ongetwijfeld het standbeeld van Edward Anseele te Gent.

In Hoorn staat van Cantré een stenen borstbeeld van Johannes Messchaert.
Jozef Cantré wordt aanvaard als de meest typisch expressionistische beeldhouwer in Vlaanderen. Net als zijn broer Jan-Frans maakte Jozef Cantré deel uit van de ‘Vijf’ (met Frans Masereel, Henri Van Straten en Joris Minne) die na de Eerste Wereldoorlog de Vlaamse houtgraveerkunst renoveerden.

Brood Herman

Herman brood pianoHerman Brood (1946-2001) was in alles een rasartiest, in zijn muziek, in zijn gedichten en vooral in zijn schilderijen.
Uit zijn werk spreekt een enorme gedrevenheid. Brood werkte vol overgave, stort zich met penselen, verf en spuitbussen steeds opnieuw in een hallucinerend avontuur waaruit hij onveranderd als winnaar tevoorschijn kwam.

 

De talloze indrukken en ervaringen die hij in zijn roerige leven verzameld had, vertaalde hij in kunst met een grote K. Kunst waarvoor de belangstelling alleen maar toeneemt omdat authenticiteit zich nu eenmaal feilloos laat herkennen. brood schilderij

Herman Brood koos altijd voor een tastbaar beeld, waarbij de slagzinnen je doen denken aan een striptekening.
Het gros van zijn schilderijen en zeefdrukken laten zien waar het bij Herman Brood om draaide: muziek, relaties, ontspanning en liefde!

Coddron Oscar

coddron zelfportret fragment

Oscar Coddron studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten te Gent waar hij Jan Delvin als mentor had.
Hij ondernam lange studiereizen naar Frankrijk en Italië om zich te vervolmaken in de diverse technieken en kunstknepen. Pas in 1918 vestigde hij zich in Sint-Martens-Latem. Coddron was een uitstekend intimist, portret- en genreschilder. Zijn Leiezichten getuigen dan weer eerder van een onmiskenbare invloed van Emile Claus en de Gentse luministen.

Baders aan de Leie

Baders aan de Leie

Zijn later werk vertoonde een meer expressieve kracht en een totaal ander, donkerder kleurenpalet maar bleef steeds die eerdere evenwichtige opbouw en doordachtheid vertonen.
Critici zijn het eens dat Coddron nooit de waardering kreeg die hij ongetwijfeld verdiende.
In 1950 overleed hij in zijn woning te Deurle.

 

vrouw met windhonden

vrouw met windhonden

Combas Robert

combas portretRobert Combas, op 25 mei 1959 geboren in het Franse provinciestadje Sète, was leerling aan de Academie voor Beeldende Kunsten van Montpellier, waar hij in 1980 promoveerde. Intussen had hij op zijn vijftiende met zijn vrienden Buddy Di Rosa en Ketty (Cathérine) Brindel het kunsttijdschrift ‘Bato’ en de punkrockgroep ‘Les Démodés’ opgericht. Het magazine werd geheel eigenhandig gemaakt en omvatte werkstukken, tekeningen en teksten, maar‘stokte’ echter na vier edities. De rockgroep trad op met nummers, waarvan tekst en muziek werden geschreven door Combas. Ketty nam de zang voor haar rekening, Robert was de gitarist en Buddy verzorgde het slagwerk.

Later zal de kunstenaar verklaren dat hier de oorsprong is te vinden van zijn stijl, de vrije figuratie (La Figuration Libre) met Ben (Vautier) als peetvader en mentor.

De populaire Franse schrijfster Cathérine Millet omschreef de jonge kunstenaar nogal frappant in een recent verschenen boek: <Combas ‘acteert’ graag als jongen uit een provinciaal arbeidersmilieu, rijk aan talent en wars van elke vorm van onderwijs.>

Sinds zijn intrede op de kunstscene kende deze merkwaardige schilder-filosoof  heel wat succes in Frankrijk,  België, Italië, Portugal, USA en in het Amstelveense Van der Togt Museum. De Amsterdamse ‘Galerie Riekje Swart’ komt echter de eer toe het talent in deze revolterende ‘knaap’ te hebben ontdekt  en exposeerde zijn ‘jonge’ oeuvre reeds in 1981 op Nederlandse bodem.

In 1983 was het de man met de neus voor jong talent Otto Hahn naar de States bracht. Leo Castelli, introduceerde op zijn beurt het jonge, Franse geweld in zijn galerie te New York. In de loop der tijden volgen vele solo- en groepstentoonstellingen, waaraan men de productiviteit van de kunstenaar en de toenemende belangstelling voor zijn kunst kan afmeten. Hij is nu een vaste waarde in de kunstwereld, gecoacht door de Belgische kunsthandelaar Guy Pieters.

Auteurcriticus Philippe Dagen citeert in een boek, dit jaar uitgegeven door Snoeck en Paris Musées: <Combas is een kunstenaar van zo´n bijzondere soort dat deze moeilijk te benoemen of te definiëren valt. Hij is schilder, maar ook tekenaar, beeldhouwer, maakt objecten en assemblages en is bij gelegenheid ook designer>. Voeg hierbij gerust rocker, dichter, schrijver van dadaïstische teksten en performer aan toe en je hebt het beeld van een onnavolgbaar, veelzijdig artiest die echt niet in een keurslijf past, want daarvoor zijn het talent en de inventiviteit van Robert te groot.

De kunst van Robert Combas is steeds herkenbaar en hem totaal eigen door het gebruik van een breed kleurenpalet, een markante schriftuur en een onuitputtelijk gevoel voor humor en satire. Hij vindt zijn inspiratie in strips, kitsch of reclame, de dagdagelijkse leefwereld en in de internationale actualiteit, zoals recent de uit de hand gelopen ‘esbattementen’ (om het woord oorlog niet te gebruiken) in Irak en Afghanistan. Een daad waaraan hij zich als uitgesproken pacifist ergert.

 Les musiciens, 1989

Les musiciens, 1989

De opbouw en de spontaniteit van zijn werken doen vaak denken aan de graffitikunst, maar ik noem het oeuvre van Robert Combas liever ‘narratief’ en dan wel omwille van die eigenheid, de sterke persoonlijke inbreng inzake uitbeelding van de thematiek en het subtiel kleurenspel, waarmee hij keer op keer verrassend uitpakt.

.

Boone Erik

boone erik

Erik Boone (Gent, ° 30 maart 1938 – † 27 januari 2012) heeft tijdens zijn woelige loopbaan zijn geliefde stad Gent in prachtige tekeningen en aquarellen vastgelegd.

De Gentse kunstenaar Erik Boone is op 27 januari 2012 op 73-jarige leeftijd in zijn slaap overleden. Op 30 maart 2012 zou hij 74 geworden zijn.

Sinds 2008 was hij fel verzwakt en verbleef zelfs lange tijd in een ziekenhuis.
De laatste maanden leek Erik zich herpakt te hebben en verscheen hij meer en meer  in het Gentse stadsbeeld om als weleer overal zijn geliefde stad te tekenen. In 2009 kreeg hij een hommagetentoonstelling met een zestigtal  werken in de kantoren van ING aan de Gentse Kouter.

Bandana

Wie sinds de jaren 60  met Gent vertrouwd was, heeft ongetwijfeld deze kleurrijke artiest aan het werk gezien op een terras of aan een straathoek. Met zijn opvallende buikriem en een toen nog ongewone bandana wandelde hij met gedreven tred  hij door ‘zijn’ de stad met altijd een indrukwekkende tekenmap onder de arm.. Een eigen atelier had hij niet. De stad was voor hem zijn atelier, zijn ‘alles’.

Gevoelsmens

BooneErik-InnocenceWie in Gent met kunst en cultuur bezig  was/is, kende deze nogal introverte figuur en apprecieert zijn oeuvre dat gekenmerkt is door een subliem lijnenspel.
Erik. Boone studeerde sier- en schilderkunst aan het Sint-Lucasinstituut. Na zijn studies ging hij er zelf een tijd  les geven.
Gezinsproblemen en onenigheid met collega’s hypothekeerden zijn loopbaan als lesgever en kunstenaar. Hij was vader van drie kinderen en werd ook thuis letterlijk aan de deur gezet. Bijna veertig jaar lang overleefde hij deze pijnlijke tijden door de steun van zijn ouders en vrienden. Door die wankele toestand verdween Erik ook van de kunstscene.
Hij zocht dan ‘zijn gelijk’ in het buitenland, vooral Italië en Frankrijk waar hij aan heel wat wedstrijden deelneemt en tal van bekroningen in de wacht sleept.
Erik was niet echt commercieel ingesteld en zou zich nooit aan een galerij binden. Jij leefde voor de kunst en hoort thuis bij de grote Gentse grafici door  zijn zeer typische, eigen stijl en kenmerken.
Hij beheerste heel wat technieken of kunstknepen  en had een brede thematiek , van stadsgezichten over sportscènes naar fragiele portretten.
In veel van zijn sierlijke tekeningen, aquarellen en schilderijen krijgt ook het paard bijzondere aandacht.
Erik Boone zal ons bijblijven als een subtiel artiest met een hart voor zijn stad en het stadsleven.

Een overzicht van leven en werk
boone portret 1De eerste werken van Erik Boone met olieverf op doek zijn voornamelijk geïnspireerd door familietaferelen, kinderen, stillevens en bloemen. Kinderen: zijn kinderen namelijk Rik, Inge en Ilse en de kinderen van zijn zus Cecile Boone, namelijk Ann en Ilde.
Nadien uit hij zich voornamelijk in pentekeningen, gewassen tekeningen en aquarellen, gemengde technieken, collages en ook nog olieverf op doek/hout met als onderwerp gevels, kathedralen en stadsgezichten maar ook opnieuw gezichten, kinderen, paarden, tijgers, judoca’s enz….
Hij is gepassioneerd door Italië, Frankrijk, maar ook voornamelijk door zijn geboortestad Gent (beginperiode tot op heden) en Brugge (1997 – 2004).

Het werk van Erik Louis Boone steunt op een indrukwekkende tekenkundige en architecturale vlotheid, waarin een op het eerste gezicht niet makkelijk te ontdekken emotionaliteit verborgen ligt. Bij nader toezien is er ofwel een rust en gelatenheid dan wel een heftige opstandigheid en woede te bespeuren.

Zijn werken zijn verspreid over de gehele wereld: België, Frankrijk, Italië, Duitsland, Japan, De Verenigde Staten, enz… en dit tengevolge van de ontelbare nationale (o.a. Rik Wouters Studio Brussel, Henri de Braekeleer te Antwerpen) en internationale prijzen (o.a. Prijs Prins Rainier te Monaco) die hem worden toegekend.
Na te hebben tentoongesteld in de grote Belgische Galerijen (Pfeiffer, Brussel – Vyncke Van Eyck, Gent en andere), is hij sedert het begin van de jaren 70 nog uitzonderlijk te zien in België, dit wegens een persoonlijk levensdrama dat hem ertoe heeft doen besluiten nog alleen op internationale prijzen-scène aanwezig te zijn en dit met een voor een Belgisch kunstenaar ongeëvenaard palmares.

1952 Hij studeert dagles “Sierkunsten en Schilderkunst” aan het Hoger Instituut Sint-Lucas te Gent – zijn leraars zijn onder andere Max Vandamme (6de en 7de jaar atelier fresco’s en technieken), Gerard Hermans (schetsen), Prof. Joost Marechal (heraldiek en wapenkunst), Gilbert Cleemans (etsen en gravuren) en Jef Wauters (zijn beste prof. schilderkunst).
In avondles volgt hij bijkomend nog plaastertekenen, binnenhuisarchitectuur, beeldhouwkunst (nota: zijn oom is Luc Goossens, broer van zijn moeder Simonne Goossens en beeldhouwer te Gent.

Vanaf 13 jaar neemt hij deel aan verschillende bouwkampen, telkens gedurende 1 maand. In België is dit te Westerlo (met de fiets tot Westerloo), in het buitenland, namelijk: Lienz te Oostenrijk, Spiez te Aachen, Oldenborg en in 1957 met de fiets naar Heidelberg samen met een vriend.
Hij wordt zeer gewaardeerd door prof. Jef Wauters, prof. Max Van Damme, prof. Joost Marechal prof. Michel Deloore, Broeder Julien, Broeder Urbain en de directeur van Sint-Lucas Louis Van Mechelen.

In 1961 wordt hij te jong bevonden om aan Sint-Lucas les te mogen geven als professor, hijzou nog minstens 5 jaar moeten wachten, tot wanneer hij de Grand Prix Monte Carlo wint in 1963.
In 1963 wint hij de eerste prijs “Prins Rainier” te Monaco met 2 werken, namelijk: Olie op paneel 1.00m. x 80 cm. “De Atoomkinderen” en een portrettekening “Hilda” in houtskool (36 landen nemen deel, Europa met 12 landen, in totaal een 800-tal inzendingen).
Dan pas wordt hem gevraagd door de directeur van Sint-Lucas te Gent, Louis Van Mechelen om les te geven ter vervanging van Prof. De Loore, die zelf reeds prof. Gerard Hermans verving in ziekteverlof. Hij doceert decoratiekunsten aan het 2de en 3de jaar Sierkunst van het Artistieke humaniora en schetsen aan het 5de jaar architectuur Sint-Lucas Gent.
Schooljaar 1963 – 1964 doceert hij aan het 3de en 4de jaar Sierkunst Sint-Lucas Gent.
Vanaf schooljaar 1964 – 1965 doceert hij aan het 1ste en 5de jaar waarnemingstekenen (schetsen) van het Hoger Architectuur Instituut Sint-Lucas Gent.

In 1965 – 1966 doceert hij (o.a. met anatomie platen en divers didactisch materiaal) aan de studenten van de Artistieke Humaniora, 1ste, 2de en 3de leerjaar Sint-Lucas Gent, schetsen, kleurenleer, aquarel en stilleven in avondles. Hij geeft er les tot het jaar 1979. Het is ook in 1965 dat hij de eerste prijs Schilderkunst wint van Oost-Vlaanderen, waaronder de belangrijkste juryleden zijn; Octaaf Landuyt, galeriehouder André Vyncke en Herman Verbaere.
In 1966 – 1967 verblijft hij een tijdje te Como op het eiland “Isola Comacina” bij Signor Ness, die hem ‘de’ schilder van het eiland noemt. Eén van zijn eerste schilderijen “Witte Presby rozen” wordt daar verkocht aan de directeur van de “Goodyear bandenfabriek New York”. (olieverf op doek 60 x 80). Bewonderaars van zijn werken, zowel tijdens exposities als bij hem thuis, zijn in die periode o.a. Bernard Goubert, Charles Rogge en P.W. Seegers.
1967 krijgt hij een aanbod om les te geven aan de Academie Royal de Bruxelles (de Wallonie) te Brussel.
Dat jaar worden verschillende van zijn werken aangekocht door het Koninklijk Prentenkabinet te Brussel waaronder 4 tekeningen ‘moeder met kind’ en een zelfportret.
Ook Tamara Pfeifer, één van de meest gerenommeerde galerieën van Brussel aan de Chaussée Charleroi, verzorgt regelmatig exposities voor hem.

In 1967 koopt Herman Teirlinck, schrijver en toenmalig directeur van de Herman Teirlinck studio, een olieverf “Daken” van +/- 1.00m. breedte.
1970 -1979 Geen deelname aan prijskampen en exposities. Hij geeft les aan studenten bij Prof. Jef Wauters, portret en figuurschilderen.

In 1979 – 1980 wint hij de eerste prijs aan de Academie Royale “Concours Prix Bonnevalle” (waaronder verschillende Europese deelnames) met een werk “thema Stedenbouw Gent 1913”.

Na herhaaldelijke problemen binnen zijn huwelijk, ontstaat vanaf 19 april 1979 een definitieve breuk tussen zijn echtgenote en hem. Zijn kinderen niet meer zien, weegt zwaar op hem zowel psychologisch als emotioneel. Na een periode van onvrijwillige opname, verblijft hij een tijdje bij het gezin van zijn zus Cécile.

In 1980 vraagt de toenmalige bank BBL hem deel te nemen aan de tentoonstelling “De Kuip van Gent 1880-1980” van 14 tot 31 januari 1983 in Gent. Ter gelegenheid van deze tentoonstelling schrijft Rik Clément in “Het Volk”:
“De revelatie onder de nieuwe generatie is ongetwijfeld een stadsgenoot van wie we al vergeefs op een grote tentoonstelling wachten, ERIK LOUIS BOONE, nl. een uitzonderlijk begaafd graficus… Boone is in de eerste plaats tekenaar, ook zijn aquarellen (een grafische discipline overigens) gaat uit van de tekening, pentekeningen die met een verbazende zekerheid gedaan zijn, als gestoken met behulp van een burijn of droge naald; strak dus en toch gevoelig door het eigen leven dat elke lijn gaat leiden, van aanzet tot eindpunt, dat dikwijls aanzwelt en verdikt als de “baard” van een in de koperplaat gestoken voor. Het is voor een liefhebber van grafiek een genoegen die lijnen te volgen, te zien hoe Erik Boone die architectuurtekeningen tot leven brengt, het onderwerp uitpluist, het gezicht verder laat reiken, breder openlegt dan het oog het kan volgen; trouw en gebonden aan het onderwerp en tegelijk spelend met een vrijheid die zelfs de verticalen aantast, de tekening op een decoratieve wijze laverend in één kleur (waarbij zijn beste werken tot stand komen) elders ze aquarellerend om ze dichter bij de werkelijkheid te brengen…”

Bloch, Veldstraat Gent'

Bloch, Veldstraat Gent’

Vanaf 1981 doceert hij opnieuw aan het Hoger Instituut Sint-Lucas Gent, afdeling architectuur, het vak Binnenhuisinrichting en geeft hij avondles (o.a. waarnemingstekenen). Zijn nichtje Ann (11 jaar) vergezelt hem en volgt mee zijn teken- en schilderlessen.
Het missen van zijn kinderen en de evoluerende communicatiekloof met hen, blijft hem zijn leven achtervolgen. Het verdriet vertegenwoordigt een emotionele geladenheid die in zijn verder werk blijvend tot uiting komt.

1983-1984 Neemt hij deel aan de “Grand Prix Baron Horta” en wint de eerste prijs.
1984 Wint hij de eerste prijs te Frankrijk in het “Salon Maritime de la Gare de Cannes” met het werk “Grand Canal de Venise” en de tweede prijs met een pentekening van het Veerleplein Gent.

In 1984 verschijnt volgend artikel in de “Bulletin des Arts de la Côte d’Azur” bij het behalen van de “PREMIER Grand Prix – section Aquarelle” op de 20° Grand Prix International de Peinture de la Côte d’Azur (12 mars 1984): « D’admirables aquarelles, aériennes, volatiles dans le traitement de la couleur; nerveux, véloce, volubile, ce graphisme arachnéen de la plume qui rehausse les incidences colorées. L’art suprême de saisir, capter tout au vol, servi par l’acuité toujours en alerte d’un observateur redoutablement efficace. « Le grand Canal de Vénise », combien de fois relu, galvaudé, acquiert ici une présence inégalable en ses évanescences. Emergences du rêve, ce « Château des Comptes ». ciselé par ce virtuose de la plume, ce magicien de l’atmosphère ».

In 1988 schrijft dezelfde Rik Clément in “Het Volk” over Erik Boone, naar aanleiding van het behalen van de “Prijs van Milaan – Kunstenaar van het jaar 1988” : …ERIK BOONE maakt schitterende tekeningen, in de precieuze stijl die hem eigen is. De tijd komt waarin men zich zijn tekeningen van Gent zal betwisten. Maar inmiddels bleef hij voor al te veel kunstliefhebbers een onbekende.”

Aquarel 'Kiosk Groot Park', Gent

Aquarel ‘Kiosk Groot Park’, Gent

Na het behalen van de “Gran Premio Elite “Le Bleu de la Nuit” 1994 bij de Accademia Toscana “Il Machiavello” di Firenze, verscheen hij met een foto in de Italiaanse pers, met als onderstaande tekst: “Erik Boone di Belgio, Artista di grande prestigio a livello internazionale”.
In 1993 krijgt hij opnieuw de energie om samen met 6 andere kunstenaars uit het Gentse naar buiten te treden. Dit tijdens de tentoonstelling in het Maaltecenter Kunstinitiatieven vzw “Gent nu”, “7 Gentse kunstenaars in de kijker”.

In 1994 volgt een aanduiding voor de Biënnale van Venetië” door de Accademia Internazionale “Citta di Roma” en daarop volgend de toewijzing van de “Trofeo d’Oro Biënnale di Venezia 1994” voor zijn ingestuurd werk. Ten gevolge hiervan werd hem trouwens het Ereburgerschap van de Piazza San Marco di Venezia toegekend. (Venetië, 24 juli 1994).

In 1995 stelt hij samen met zijn leraar en goede vriend Jef Wauters tentoon op de kunstzolder van het Spijker aan de Graslei te Gent, een initiatief van zijn nicht.
In 1998 publiceerde de Dienst Monumentenzorg van de Stad Gent een boekje over de geschiedenis van het Gravensteen, hiervoor gebruiken zij een aquarel van Erik Louis Boone.

Op 18/08/2000 schrijft Prof. Giovanni Mazzetti, Rector aan de Accademia Italiana, “Gli Etruschi” – Arte – Lettere – Scienze (protocol Nr. 432 G.M.) volgende kunstkritiek over Erik Boone;
“Met zijn techniek van spontane emotiviteit is het alsof ‘Il Maestro d’Arte Erik Boone’ rituele handelingen uitvoert: vanuit de ruimte van een oppervlak brengt hij lijnen en kleuren aan die haar veranderen in een fabelachtige wereld alleen maar toegankelijk vanuit een uiterst gevoelige verbeelding. Deze zet de artiest ertoe aan het gemoed te openen voor een nieuwe dimensie, bestaande uit stilte, zuiverheid, gevoeligheid en zachtheid waarin hij zijn figuren neerzet met een grote vaardigheid.
Hij brengt met zekere hand een perfecte tekening, gecomponeerd met duidelijke trekken, die zich laat aanschouwen als een eersterangs werk. Door het mengen van pastel, aquarel, tempera en acryl worden zijn composities transparant: de frisse en lichte chromatiek naast zijn verbeeldingrijke grafische tekens geven op die manier ook uiting aan wat zijn levenskracht is.
Erik Boone beheerst volledig de kleurentonen : ze zijn zowel zijn voedsel als bron van zijn verwarring; zij vloeien voort uit zijn persoonlijke interpretatie die uitstijgt ver boven wat alleen maar zichtbaar is.
Zijn krullen en kronkels en het belang van de lichtinval laten hem zien als een rusteloze romanticus op zoek naar de menselijke finaliteit. De symbiose tussen uitbeelding en werkelijkheid zou hem binnen een post-impressionistische stroming kunnen plaatsen, maar evenzeer binnen het impressionisme ten gevolge van een symbolische spanning die grote effecten teweegbrengt.
Erik Boone verbergt niets en vreest niets: hij wil de ervaringen van zijn blik helder, sereen en consequent beleven en vindt in de harmonie altijd een subtiel evenwicht van ritme en modulering, -afspiegeling van zijn innerlijke- hetgeen zo kenmerkend is voor zijn merkwaardige oeuvre”.

In april 2005 zorgt zijn vriend J.-F. Goethals de Mude samen met Erik Boone’s nicht Ann ervoor dat een website wordt gecreëerd over het leven en werk van Erik Boone. http://www.erikboone.be .

In december 2005 stelt hij tentoon in het Seminariecentrum Nieuwgoed te Zwijnaarde samen met een bevriende kunstenaar : Jean Cracco. Deze tentoonstelling werd georganiseerd door J.-F. Goethals de Mude, Jean Cracco en Erik zijn nicht Ann Schollaert.

In maart 2007 organiseert Dirk Dauw, ter gelegenheid van de 70-ste verjaardag van Erik Boone, een tentoonstelling in het “Zuyden van Europa”. Simultaan vindt te Sint-Martens-Latem een hommage plaats “Erik Boone 70 jaar” in de VDK-spaarbank, georganiseerd door Albert Haelemeersch, kunstrecensent voor de Laetemschen Vriendenkring.

Erik Boone met Zaki

Erik Boone met Zaki

In april 2009 organiseren Paul De Ganck en Ann Schollaert i.s.m. de ING bank, een retrospectieve tentoonstelling in de ING bank op de Kouter te Gent met werken van Erik Boone. Deze tentoonstelling brengt een hommage aan de kunstenaar. Deze tentoonstelling waarin leven en werk van de kunstenaar wordt uiteengezet krijgt de naam: “Getekend” in Gent. Tijdens deze tentoonstelling worden werken uit verschillende privécollecties tentoongesteld.

Erik Boone verkreeg meer dan 7 keer bij verschillende erkende academische instellingen de titel van DOTTORE HONORIS CAUSA MAESTRO DI PITTURA.

In veel van zijn werken zie je ook steeds de duif als vredesvogel terugkeren
Tekende gedurende de ganse periode met verschillende handtekeningen
Oorspronkelijk op school: Erik Boone met 2 schuine streepjes,
nadien zijn echte naam, soms met een lijntje onder,
later rond 1980 soms eens Ericx Boone, soms Erick Marc Boone of
Ericx Louis Marc Boone, Eric Boone enz…

P a l m a r e s

1962 België Eerste prijs gelegenheidsgrafiek – Nederlandse jury.

1963 Monaco Eerste prijs – Prins Rainier – voor Internationale Schilderkunst te Monaco – Monte Carlo.

1964 België Gouden medaille van de Stad Gent.

1965 België Prijs voor schilderkunst – Provincie Oost-Vlaanderen

1966 België Eerste prijs Schilderkunst “Stichting Louise Dehem” – Koninklijk Paleis der Academiën te Brussel.

1967 België Eervolle vermelding voor “Etskunst” – Koninklijk Paleis der Academiën te Brussel.

1968 België Driejaarlijkse Staatsprijs “René Janssens” voor “interieurkunst” – Koninklijk Paleis der Academiën te Brussel.

1969 Italië Tweejaarlijkse Prijs te Ancona Italië – Gouden medaille voor pentekeningen.

1979 Frankrijk Palme d’Or des Beaux-Arts “International Arts Guild” – Saint-Lo, France
Prix du Comité National Belge.

1980 Frankrijk Premier Prix “Salon International de Peinture, sculpture, gravure”organise par le Club Europ-Arts, Aix-Les-Bain.
Médaille d’Or, « Europ-Arts ».

1980 Italië Premio d’Italia 1980 – Diploma di Distinzione ‘Salsomaggiore’.

1980 Italië Benoeming tot ‘Academico’ met ‘Medaglia d’Oro’ door de Academia Italia delle Arti e del Lavoro, Salsomaggiore Terme.

1982 Italië Prijs “Le Centaure d’Or” Salsomaggiore.
DIPLOMA AD HONORIS CAUSAM DI MAESTRO DI PITTURA
Il Seminario Internazionale d’Arte Moderna e Contemporanea.

1983 Italië Médaille d’Or du Parlement Mondial USA (Academia Italia)
Diploma di Nomina di « Accademico d’Europa » Salsomaggiore.

1983 Frankrijk Troisième Grand Prix (ex-aequo) Dessin –
34 è Grand Prix International de Peinture de Deauville.

1984 Frankrijk Premier Grand Prix section Aquarelle
20 è Grand Prix International de Peinture de la Cote d’Azur, Cannes.

1992 België Beurs Academie voor Schone Kunsten en Wetenschappen
Paleis der Academiën Brussel

1993 Italië Trofeo « Unione Europea »
Accademia di Arte, Lettere et Scienze « Il Marzocco » Firenze.

1993 Italië Premio Anfora d’Oro
Accademia di Arte, Lettere et Scienze « Il Marzocco » Firenze.

1994 Italië Grand Premio Elite « Le Bleu de la Nuit » 1994
Accademia Toscana « Il Macchiavello » Firenze.

1994 Italië Coppa d’Oro Zecchino – Omaggio al Premio Nobel
Accademia Internazionale « Città di Roma ».
1994 Italië Trofea d’Oro « Biennale di Venezia 1994» Venetia.
Voorgedragen door de « Accademia Internazionale Città di Roma ».

1994 Italië Ereburger van de « Piazza San Marco » te Venetië.

1994 Italië Premio Nazionale « Salve d’Acquisto », Diploma de Assegnazione
Accademia Toscana « Il Machiavello » Firenze.

1994
23/10/1994 Italië Accademia Internazionale « Città di Roma » Incontro Culturale – Italia – Francia
Ommagio a « Le Figaro » premier quotidien national français.
Medaglia d’Oro Città di Torino » e Targa « Le Figaro »
Dipploma di Assignazione rilasciato a Mr. Eric Boone.

1995
12/03/1995 Italië Accademia Toscana « Il Macchiavello » Firenze
Inconto Culturale – Italia – Brasile 1995
Coppa Aurea d’Oro. In omaggio alla Republica del Brasile
Diploma di Assegnazione All DOTTORE HONORIS CAUSAM Eric Boone – per la classe pittura.

1995
28/05/1995 Italië Accademia Internazionale « Il Marzocco » Firenze
Incontro Culturale – Arte & Letteratura, Italia – U.S.A.
Il Gran Premio Elite « Abraham Lincoln ».

1995 Italië Accademia Toscana « Il Machiavello » :
Titolo Accademico : DOTTORE HONORIS CAUSAM

1995 Italië Coppa Aurea d’Oro in omaggio alla Republica del Brasile – classe Pittura
Accademia Toscana « Il Machiavello ».

1995 Italië Coppa « Città di Stoccolma » – 1995 » Per i Grande Artisti del IIIè Millennio.
Accademia Internazionale « Il Marzocco » Firenze.

1995 Italië Medaglione di Bronzo – Premio NobelAccademia Internazionale “Città di Roma”.

1995 Italië Premio Internazionale « Città di Roma » – 1995

1995 Italië Accademia Internazionale « Città di Roma »
Titolo Onorifico di DOTTORE HONORIS CAUSAM

1995 Italië Trofeo Coppa « Omaggio al Senato della Republica Italiana »
Accademia Toscana “Il Macchiavello” Firenze.

1995 Italië Gran Premio Elite « Abraham Lincoln »
Accademia Internazionale « Il Marzocco » Firenze.

1996 Italië Coppa d’Oro « Città di Spoleto ».

1996 Italië Medaglia d’Oro della Regione Lombardia – 1996
Titolo « Academico d’Onore »
Accademia Nazionale della Lombardia, Cassalbuttano – Cremona.

1997 Italië Titolo di « Professore Europeo HONRIS CAUSAM » Belle Arti.
Communità Europea Delli Arti Letere, Scienze Firenze.

1997 Italië 1° Trofeo Internazionale « Omaggio alla Biennale di Venezia 1997 »
Accademia Internazionale Città di Roma « Pittura Impressionismo ».

1997
05/07/1997 Italië Accademia Internazionale Città di Roma
Trofeo Internazionale « Omaggio alle Biennale di Venezia 1997 – Futuro, Presente, Passato con la nomina di Cittadino Onorario dell Arte, della Cultura, della Scienze, della Città di Venezia.

1998 Italië Coppa « Città di Firenze-1998 »
Nominazione di Accademico di Merito classe « Belle Arti »
Accademia Internazionale Città di Roma.

1998 Italië Accademia Italiana « Gli Etruschi » Vada (Livorno),
Titolo Onorifico « DOTTORE HONORIS CAUSAM.
Trofeo “Città di Padova – 1998” Pittura Contemporanea.

1998
20/12/1998 Italië Accademia Internazionale « Città di Roma »
Il titolo di « Commendatore dell accademia Città di Roma ».

1998
03/01/1998 Italië 11° Biennale di Belle Arti della Città di Venezia San Marco 1997
1998
Italië Accademia Internazionale « Città di Roma »
Incontro Storico – Cultural « Roma – Firenze »
Riconosciuti gli alti meriti per la classe « belle arti ».
Il capitolo Accademico Conferisce la nomina di « Accademico » di Merito a Eric Boone
La Coppa « Città di Firenze 1998 »

1999
21/02/1999 Italië Accademia Internazionale « Il Marzocco » Firenze
La Coppa Città di Stoccolma 1999.
Per l’Opera : Pittorica Figurativo »

2000
15.08.2000 Italië Accademia Italiana « Gli Etruschi »
Trofeo d’Oro

2000
29/10/2000 Italië Accademia Internazionale « Città di Roma »
Incontro cultural di arte visiva e poesia contemporanea « Arco della Pace »

2000
06/2000 Italië « Oscar Universal 2000 » Accademia Italiana Gli Etruschi di Livorno
2000 Italië Accademia Internazionale « Città di Roma »
Diploma : Il Titolo Onorific di DOTTORE HONORIS CAUSAM « Acquarello »

2001
18/02/2001 Italië Accademia Internazionale « Il Marzocco » Firenze
Diploma di Assegnazione
« Coppa Pacis 2001 é
Titolo onorifico « CAVALIERE DELLA PACE »
dell Accademia Internazionale « Il Marzocco »

2002
10/2002 Italië Valori Universali dell ‘Umanità di Milano’
2002
18/02/2002 Italië 1° Premio Accademia Intaliana Gli Etruschi di Genova
2002
21/04/2002 Italië Accademia Internazionale « Il Marzocco » di Firenze
Diploma di Mérit
Grand Prix Milanart 2002
Chevalier de la Paix

2003
05/01/2003 Italië 1° Premio Accademia Italiana Gli Etruschi di Genova
2003
30/11/2003 Italië Accademia Italiana “Gli Etruschi”
L’Arte e la Storia nel cuore della Toscana.
Incontro Culturale di Artisti e poeti contemporanei. Gran Premio Maremma
« Costa d’Argento »2003 al messagero di Pace, per l’OPERA Grafica e Pittorica Contemporanea

2003
10/05/2003 Italië Accademia Italiana “Gli Etruschi”
Coppa Premio « Athenae 2003 URBS Mundi, il tempo dell’arte. Diploma di Merito.
2003
13/04/2003 Italië Accademia Italiana “Gli Etruschi”
« Gran Premio Italia 2003 » Città di Reggio Emilia – Culla del Tricolore a 206 anni dalla nascita (1797-2003) in ricordo degli Eroi del Tricolore Italiano.
Diploma di affermazione Artistica e Letteraria, per l’Opera di pitura e grafica contemporanea.

2004
25/04/2004 Italië Premio Internazional – Città di Roma – « Duomo Art » « La mia béla Madunina »
Parchemin de Merit et titre Onorifique : « Cultivateur de l’art et de la poésie » dell Accademia Gentilizia « Il Marzocco »
Per l’Opera « Grafica figurativa Contemporanea ».

2004
19/12/2004 Italië Gran Premio Trofeo Etrusco « La Chimera 2004 » – omaggio al Granduca di Toscana Leopoldo II. Diplôme de Mérite, omaggio al Granduca di Toscana Leopoldo II Diplôme de Mérite per l’opera ‘Voelo di Jauciulla, Lettere figurative’ con Titolo Onorifico « Magnifique de l’Art » dell’ Academia Italiana « Gli Etruschi ».
2005
08/05/2005 Italië Accademia Araldica Internazionale « Il Marzocco di Firenze Belle arti – Lettere – Scienze.
Gran Premio Europe Art « Mediolanum 2005 » ai maggiori Artisti e Scrittori « EuropeiContemporanei »
Titolo Onorifico « Gentlemen della Cultura3 DEEL4 Academia Gentilizia « Il Marzocco ». Diploma di Qualificazione per l’Opera « Grafica Figurativa ».
2005
02/05/2005 België Grand Prix International de Wallonie des arts Plastiques. Prix Honneurs Elite International Medaille d’or. Discipline techniques diversées.
2005
04/12/2005 Italië Coppa Regia 2005 – Academia Italiana « Gli Etruschi » – Diploma di Merito Ai Maggiori Artisti e Scritto contemporanei, par l’opera « G ; Fouricicella e Figurativo ». La Presidente Fernanda Banchi.
Eerste prijs
2006
14/04/2006 België Association Internationale des Arts Plastiques et des Lettres –- Concours – 38ème Grand Prix International de Wallonie des Arts Plastiques – Medaille d’Or – discipline “huile” avec 81.75% 1er Prix (no 14 “Venetië: Gran Canale, huile).

2007
20/05/2007 België Charleroi – gouden medaille met 85.43% Association Internationale des Arts Plastiques et des Lettres –- Concours – Prix d’honneur élite Or International – “39ème Grand Prix International de Wallonie des Arts Plastiques – Discipline “Huile & Acrylique” voor het werk: Venetia “il Grande Canal”

(Overzicht met dank aan Ann Schollaert & J-F Goethals de Mude)


Alle info
: www.erikboone.be

Appel Karel

Appel & Paysage IVKarel Appel, born on April 25, 1921, in Amsterdam – Died on May 3, 2006 in Zurich.
From 1940 to 1943 he studied at the « Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. »
In 1946 his first solo show was held at Het Beerenhuis in Groningen, the Netherlands, and he participated in the Jonge Schilders exhibition at the Stedelijk Museum of Amsterdam.
About this time Appel was influenced first by Pablo Picasso and Henri Matisse, then by Jean Dubuffet. He was a member of the Nederlandse Experimentele Groep and established the COBRA movement in 1948 with Alechinsky, Constant, Corneille, Dotremont, Jorn and others.
In 1949 Appel completed a fresco for the cafeteria of the city hall in Amsterdam, which created such controversy that it was covered for ten years.
In 1950 the artist moved to Paris; there the writer Hugo Claus introduced him to Michel Tapié, who organized various exhibitions of his work. Appel was given a solo show at the Palais des Beaux-Arts in Brussels in 1953.
He received the UNESCO Prize at the Venice Biennale of 1954, and was commissioned to execute a mural for the restaurant of the Stedelijk Museum of Amsterdam in 1956.
The following year Appel travelled to Mexico and the United States and won a graphics prize at the Ljubljana Biennial in Yugoslavia. He was awarded an International Prize for Painting at the São Paulo Bienal in 1959.
The first major monograph on Appel, written by Hugo Claus, was published in 1962.
In the late 1960s the artist moved to the Château de Molesmes, near Auxerre, southeast of Paris.
Solo exhibitions of his work were held at the Centre National d’Art Contemporain in Paris and the Stedelijk Museum in Amsterdam in 1968, and at the Kunsthalle Basel and the Palais des Beaux-Arts in Brussels in 1969.
During the 1950s and 1960s he executed numerous murals for public buildings. A major Appel show opened at the Centraal Museum in Utrecht in 1970, and a retrospective of his work toured Canada and the United States in 1972.
Appel lived in New York, outside Florence and lately he came back to Amsterdam.

Karel Appel visiting Gallery Delaive in Amsterdam

Karel Appel visiting Gallery Delaive in Amsterdam (courtesy http://www.delaive.com)

Arman

arman tubesBorn as Armand Fernandez in 1928 at Nice, son of an antique dealer. He received his first lessons in painting by his father. In 1946 he took his Baccalauréat in philosophy and mathematic and began to study painting at the École Nationale d’Art Décoratif in Nice.
In 1947 he met Yves Klein and Claude Pascal in Paris. Completing his studies in Nice in 1949, he went to the École du Louvre, where he studied archaeology and oriental art.

His first « commercial » paintings were influenced by Surrealism.
In 1951 he became a teacher at the Bushido Kai Judo School. He completed his military service as a medical orderly in the Indo-Chinese War.
He did abstract painting in 1953 and took part in actions with Yves Klein, with whom he had been discussing subjects such as Zen Buddhism and astrology since 1947.
He was very impressed by a Kurt Schwitters exhibition in Paris in 1954 which inspired him to begin his work with stamp imprints, the Cachets.
He earned his living during this period through occasional jobs such as selling furniture or… harpoon fishing.
Arman had his first one-man exhibitions in London and Paris in 1956. In 1957 he travelled around in Persia, Turkey and Afghanistan. In 1958 he omitted the “d” in his name, inspired by a printer’s error. He started his monotypes using objects, his « Allures ».
In 1959 he did his first « Accumulations » and « Poubelles ». The Accumulations were assemblages of everyday objects and similar consumer articles displayed in boxes. The Poubelles were similar, but there he used collections of rubbish. In 1960 he became a founding member of the Nouveaux Réalistes. Through this group he made contact with members of the « Zero group ».
He had exhibitions in New York and Milan in 1961 and made his sliced and smashed objects (Couples, Colères). In 1962 he showed his art in various European cities and in Los Angeles, where Edward Kienholz assisted him. ARMAN
He started his so-called Combustions, or burned objects, in 1963. A year later he took a
part-time residence in New York and had his first museum retrospectives at the Walker Art Centre, Minneapolis, and at the Stedelijk Museum, Amsterdam.
Plexi became his most important material. In 1965 and 1966 he got retrospective exhibitions in Krefeld, Lausanne, Paris, Venice and Brussels.
In 1967 he initiated collaboration between art and industry with the company Renault and represented France at “Expo ’67”, Montreal. He showed at the Venice Biennale and at Documenta IV in Kassel in 1968. In 1970 he started his famous Accumulations in
concrete and exhibited at the World’s Fair in Osaka. In 1971 he made some series with organic garbage embedded in plastic.
In 1972 Arman gained American citizenship in addition to his French nationality. In 1974 he toured with a retrospective through five North American cities, and returned to Paris. Since 1975 he resides in New York – where he has a studio – in Vence and in Paris.

Arman gkm

Bekaert Piet

portret via Zone 09

portret via Zone 09

Een buitenbeen in de Latemse kunstwereld is PIET BEKAERT (°Vichte 1939 – Gent 2000). Hij studeerde aan het Hoger Instituut voor Beeldende Kunsten Sint-Lucas te Gent, waar hij de richting binnenhuisarchitectuur koos. Hij vervolmaakte zijn artisticiteit aan de Académie Julian te Parijs en het Pratt Institute te New York. Hij verbleef enkele jaren in New York waar hij voor een befaamd architectenbureau werkte. In 1973 richtte hij zijn eigen ontwerpbureau en meubelzaak op aan de Visserij 107 te Gent.
Piet Bekaert heeft zich nooit verwant gevoeld met de -ismes dewelke zijn dorp befaamd
maakten. Deze culturele duizendpoot is steeds zichzelf gebleven.
Na een periode van constructivisme begint hij vanaf 1973 figuratief te schilderen. Romantische tuinen, fleurige serres, sfeervolle interieurs maken van hem een gewaardeerd en succesvol neo-impressionist. De speling van het licht en de warmte van de natuur zijn de veruiterlijking van het verinnerlijkt licht uit de geest van een fijngevoelig kunstenaar.
Heel even wijkt hij van zijn lijn af met een overstap naar een lyrisch-abstracte benadering van de hedendaage kunst in enkele zeer geslaagde materieschilderijen en sculpturen, maar keert even snel weer terug naar de hem eigen stijl.
Piet Bekaert is tevens een begaafd dichter-auteur en fotokunstenaar. In 1969 publiceerde hij de in New York geschreven roman Amaryllis en in 1971 verschijnt een fotoboek over zijn constructivistisch oeuvre. Later, in 1975 verschijnen in de Yang-reeks zijn 100 gedichten onder de titel Gotisch Blauw. In 1982 en 1989 publiceert uitgeverij Lannoo een monografie over zijn geschilderd oeuvre. In 1986 komt het onvolprezen fotoboek Tuinen in Vlaanderen uit en twee jaar later Tuinen in België. In 1991 was er een subtiele nieuwe dichtbundel Een Kathedraal als Troostprijs en in de nabije toekomst verschijnt zowel een nieuwe dichtbundel als een roman.
Piet Bekaert stelde jarenlang tentoon in binnen- en buitenland, sinds 1982 bijna uitsluitend in New York en San Francisco in de Vorpal Gallery, maar sinds 1995 profileerde hij zich opnieuw in België en Europa door toedoen van de Guy Pieters Gallery en De Latemse Galerij
De visie van Dr. Piet Boyens, kunsthistoricus:

Het oeuvre van Piet Bekaert wekt de indruk van de massa als bewogen energie. Een spontane uitingswil dringt het beeldvlak binnen, in een ongeremd schrift: de ruwe materie begint met een bijzondere expressie te spreken.
Als een alchemist experimenterend bindt Bekaert het gevecht aan tegen de oude methode. Nieuwe, gemengde technieken werpt hij in de strijd. Het werk mag in géén geval meer het resultaat zijn van een moedwillig arrangement, van een vastomlijnd scenario. Eindelijk gedaan met vorm, synthese, compositie! Géén figuren méér die poseren voor het maagdelijk doek, maar wél het onbestemde dat op het gevoel is losgemaakt uit de materie. Wat eerder nog áf, voltooid hoorde te zijn, kent op zeker moment de rusteloosheid van het ontstaan, van wording en verwording. De schilderkunst wordt als het ware opgenomen in de keten die wij het leven noemen.
De schilderijen van Piet Bekaert zijn soms geheimzinnige landschappen uit een astrale wereld. Hitte en stralingsvelden schijnen kosmische deeltjes in beweging te brengen: rondtollend en vallend tekenen zij een vreemde astronomie in een ongrijpbare bewogen ruimte.
Maar uiteindelijk is en blijft het schilderij niets anders dan het resultaat van een op het mytische gerichte, bezeten energie: het is een innerlijk beeld van een verontruste wereld.
Zelden stolt die vage eindeloze ruimte, in haar zuigende werveling, tot een structuur, tot een gestalte. Spreek niet van ratio en rede, de voogdij van het gezond verstand. De kunstenaar, Piet Bekaert, spreekt van het grote verband, het verband tussen de aarzelingen van de ziel, het latente verlangen en een dolen in ’t labyrint van de gevoelens. Kolkende woorden die hun draai proberen te vinden.
Bekaert Piet Abstract 1999 - 75x75cm olie op doek Estim 3 a 500 euElk van zijn laatste schilderijen is de onthulling van een schrikbeeld in de ziel van de eenling, eenzaam in de massa. En toch, hoe vreemd het ook moge klinken: Piet Bekaert handelt steeds vanuit het leven. Op de drempel van de dood vindt hij de weg waar het schilderen zelf de meest hartstochtelijke daad van levensaanvaarding is. Ieder doek is een uitbarsting van bezeerde en gewonde vitaliteit, ieder doek teert een deel van de fysieke levenskracht op, maar geeft óns daarmee tegelijk een levend, klankvol beeld van menselijke ontroering.