Categorie archief: D-E

De Roo, Hermine

 

De Roo, Hermine (° Sint Truiden 23 maart 1955)   hermine

Een magisch-realistische natuurwereld

De wondere wereld van Hermine De Roo. Wonder omdat hij sprookjesachtig is en van verfijndheid en subtiliteit getuigt.

 

Hermine heeft een ongeëvenaarde maturiteit in de schilderkunst en beheerst de technieken als geen ander. Haar thematiek geeft aan haar oeuvre ook een gevoel van welzijn en Zen.

Het werk van Hermine De Roo roteert rond de begrippen Materie, Energie, Ruimte en Tijd (M.E.R.T.).

Hermine De Roo 004

Na haar academische opleiding, stelde de kunstenares zich tot taak om deze begrippen te definiëren en om deze concepten toe te passen in haar schilderkunst.

Dit resulteerde in zeer gedetailleerde natuurstudies, technisch extreem verfijnde marmerimitaties, karakteristieke portretten en trompel’oeil schilderingen.

Een ver doorgedreven techniek en een accurate duplicatie zijn voor Hermine onontbeerlijke voorwaarden om door te dringen tot de essentie.

Door de beheersing van dit ‘M.E.R.T. -universum’ ontstaat een sublieme wereld, gecontroleerd door de wetmatigheden die opgelegd worden door de kunstenares.

Dit wordt een weergaloze wereld met zijn eigen esthetische sereniteit, zonder te verzanden in één of andere opgedrongen realiteit.

Zo ontstaan er parallelle werelden waarin herkenning en vervreemding, realiteit en poëzie herenigd worden.

“Ik volgde 3 jaar sierkunst in Sint Lucas te Antwerpen, 4 jaar schilderen in Antwerpse academie, 2 jaar grafische kunsten in Sint Maria te Antwerpen en nog eens 2 jaar hout – en marmerimitatieschilderen bij Flor de Breuck, een tachtigjarige, gedreven prof in deze specifieke branche”, vertelt ze in haar curriculum.Nadien ondernam ik uitgebreide zelfstudies van oude meesters technieken, om uiteindelijk een volledig eigen olieverftechniek te ontwikkelen waarmee ik mijn esthetisch universum kon uitdrukken. Van 1983 tot 1995 waren er vele tentoonstellingen, o.a. in het Europees parlement in Straatsburg (1990).

Omdat ik de belangrijkheid van technische bagage besefte om jezelf te kunnen uitdrukken, begon ik vanaf 1995 cursussen te geven in patineren, marmerimitatie schilderen, perspectief tekenen, trompe l ‘oeil muur schilderen en schilderen op paneel.

Na diverse televisiereportages, werd anderen onderwijzen in de kunst van de illusie mijn hoofdactiviteit tot 2007.

Vanaf 2007 startte ik opnieuw met mijn eigen collectie schilderijen op paneel in olie – en acrylverf en mijn eerste uitdrukkingsmiddel: pastelkrijt.

Vandaag, als artieste, heb ik nog steeds dezelfde boodschap.

Een sprookjestuin, vol bloemen, nodigt me dagelijks uit om ervan te genieten. Met muziek van ‘Vangelis’ transformeer ik mijn tuin zoals toen ik twee jaar oud was en alles begon.

Dan kan ik met de bomen en de bloemen communiceren…”

Hermine De Roo 002

all pictures copyrighted by the artist 

 

 

Advertenties

di Vito Lola

lola di vito portretLOLA di VITO, leerlinge van de befaamde Georges De Vlamynck draait reeds jaren mee in de wereld van de schilderkunst. Na haar middelbare studies in Hasselt, waar ze opgroeide, volgde ze de lessen aan Académie des Beaux Arts in Luik en vervolmaakte zich in de beeldende kunsten aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen, waar ze Rik Slabbinck als leraar had.
Reeds heel vlug combineerde ze de plastische kunsten met haar andere passie, de muziek.
Als sopraan en later als mezzo-sopraan haalde ze heel wat prijzen aan o.m. het Conservatorium te Brussel.

Lola di Vito is één van de weinige Belgische kunstenaressen die er in slaagde uit te blinken in beide disciplines. Het is geenszins evident carrière te maken als klassieke zangeres en daarenboven te excelleren in de moeilijke wereld van de plastische kunsten.
Lola di Vito slaagde er echter in beide disciplines in goede banen te leiden. Ze kreeg daarbij de onvoorwaardelijke steun van haar moeder, componiste Berthe di Vito – Delvaux. Ook haar echtgenoot, wijlen Maurice De Groote, een befaamde bas van de Munt te Brussel en haar huidige echtgenoot Arthur Metdepenninghen, ere-inspecteur bij het NTG en secretaris-schatbewaarder/archivaris bij het Koninklijk Landjuweel, waren een stimulans in het uitbouwen van een internationale carrière.
Reeds in 1975 was ze een graaggeziene gaste in de Leiestreek en stelde ze o.a. tentoon in De Latemse Brouwerijschuur en het Museum Leon De Smet te Deurle.

Haar geschilderde oeuvre laat zich niet inpakken in een keurslijf van één of ander -isme. Haar werk is uiterst gevoelsmatig en heeft een rijk en gevarieerd kleurenpalet. Nu eens met invloeden van het post-impressionisme en dan weer met een expressionistische inslag, is de schilderkunst van Lola di Vito een veruiterlijking van de diepste gemoedstoestand van een emotieve, fijngevoelige kunstenares. In haar oeuvre weerspiegelt zich de ziel van een vrouw die lééft voor haar kunst en die zowat alle technieken beheerst.
Haar landschappen, havenzichten, bloemstukken en figuren getuigen van haar uitgesproken liefde voor mens en natuur.

Butterfly - Lola di Vito (2)Ook de wereld van de lyriek blijft een rode draad in haar oeuvre.
Die vinden we dan terug in doeken met instrumentisten, werken als Madame Butterfly, La Cantatrice en talrijke andere thema’s, die toch ergens verbonden blijven met haar grote passie voor de muziek.
Lola di Vito bewijst daarenboven een leading lady te zijn in de harde, veeleisende wereld van opera en belcanto. Die gedrevenheid om uit te blinken in haar beide passies resulteert in een constante wisselwerking tussen beide disciplines. Naast concerten met haar trouwe pianiste Raya Birguer trad ze ook vaak op met André De Groote en nam ze eind 1997 een CD op met werk van haar moeder Berthe di Vito – Delvaux met Daniël Blumenthal aan de piano.
Sinds haar verblijf in Sint-Martens-Latem concerteerde ze meer en meer met haar favoriete pianiste Sabrina Romano.
Lola di Vito leeft voor de kunst. Ze is als het ware het symbool voor de expressionistische lyriek, zowel in de beeldende kunst als op het concertpodium.
Ze heeft nu haar atelier en woont zeBrussel maar de band met Sint-Martens-Latem bleef. Ze vertegenwoordigt de gemeente bij de vereniging voor kunstdorpen en –steden, ‘EuroArt’ en zetelt in de Gemeentelijke Raad voor Cultuur van het kunstenaarsdorp.

Ergo Linde

linde ergo portretDat Linde Ergo de paden van de beeldende kunst zou bewandelen was haast een evidentie. Kunstbeleving had zich ongetwijfeld diep in de genen genesteld. Gezien de familiale voorgeschiedenis ontegensprekelijk een sterke band met kunst en cultuur koestert enhoog in het vaandel draagt, lagen de wegen naar het artistieke leven én beleven voor haar open.
Linde studeerde beeldhouwkunst aan de Academie van Ukkel en behaalde haar hogere graad aan de Academie voor Beeldende Kunst in Gent.

In 1992 verhuisde ze naar New York waar ze 8 jaar lang werkte in het Sculpture Center. Daar kwam de maturiteit van de handeling en de beheersing van de materie tot volle ontplooiïng.
Het was dan ook in Manhattan dat ze voor het eerst tentoonstelde. Nu woont en werkt ze al enkele decennia terug in België, in De Haan aan Zee.

linde ergo 1
Haar beelden spreken een universele taal. Ze tonen ons menselijke emoties die schuilgaan in het diepste van ons. Sensuele gestalten inspireren en nodigen uit tot stilte. Ze rijzen uit het niets, staan, zitten met een ingetogen blik, verlangend naar het onbereikbare. Linde Ergo weet hoe en eeuwenoude traditie te vertalen naar de gevoelswereld van nu.
Het oeuvre van Linde Ergo bestaat uit variaties van kleine en levensgrote sculpturen in zowel terracotta als brons.
Haar tactiliteit en de vertederende thematiek zorgde snel voor waardering en faam als beeldhouwster van ranke vrouwelijke figuren, zuiver maar speels van lijn en elegantie.
Haar beelden dragen meestal een verborgen boodschap in zich. Op die manier laat ze de kunstliefhebber gissen naar het ‘gevoel’ dat ze in haar creaties maskeert maar dat, bewust of onbewust, de kijker ertoe aanzet om het ‘mysterie’ gevoelsmatig een plaats te geven in ‘zijn’ wereld. linde ergo3

Ze kneedt met volle overgave en een onwaarschijnlijke finesse haar klei tot frêle, broze of gepassioneerde figuren. Eens ze die, haar typerende, fijnzinnige uitstraling hebben, zijn ze klaar om ze in brons te zien vereeuwigen tot typisch vrouwelijke beeltenissen. Zo volgt ze spontaan en zelfverzekerd voorgangers als Camille Claudel, Auguste Rodin, Aristide Maillol en, dichter bij ons, Georges Grard.

Het levende model is voor Linde een onuitputtelijk bron van inspiratie en deaanzet tot creëren.
De verschillende poses, gevoeligheden, ja onvolmaaktheden of emoties zetten haar aan de onderliggende boodschap in haar oeuvre nog meer te koesteren en te accentueren. Het is een meer dan bewuste ingeving die zich dan weer uit in de verfijning van haar driedimensionale ‘beeldspraak’ en de subtiele aanpak van emotie en evenwicht bij zowel model als beeldhouwster.
linde ergo 2De tactiele vorm wordt vertaald naar klei of was. In Haar figuren zijn de veruiterlijking van haar streven naar perfectie en gevoeligheid.Hoewel de sculpturen van Linde Ergo vernieuwend en hedendaags zijn, vinden ze hun basis in de vroeg-antieke beeldhouwkunst en het neoclassicisme
De massiviteit van de vormen benadrukt de speelsheid, de elegantie en de zinnelijkheid van haar beeldend oeuvre en vertedert de liefhebber..

De Vos Norma

Norma De Vos werd in 1929 te Ninove geboren en vestigde zich, na een langdurig verblijf in Kolwezi, in 1963 in Sint-Martens-Latem, waar ze tot eind 1997 in het pittoreske, typisch landelijk hoevetje, Huize Minne, aan de Kouterbaan haar atelier had.

Ze studeerde aan het Sint-Maria-instituut te Schaarbeek en volgde de lessen teken- en schilderkunst aan de Stedelijke Academie van Aalst, waar ze leerling was bij Jan Van Malderen, De Coninck, Piet Gillis en Albert Claeys. Ze bleef haar ganse schilderscarrière die bewondering voor Albert Claeys in de rudimentaire vormen en het  felle coloriet van haar landschappen veruiterlijken.
Die aparte penseeltoets en verftechniek kreeg ze dan weer door haar goeie vriend Maurice Schelck, met wie ze deel uitmaakte van de befaamde Schilders van de Ronde Tafel.

Hoewel ze begin de negentiger jaren meer en meer oog heeft voor kleurrijke, expressievolle portretten en vrouwenfiguren, keert ze in 1995 toch terug naar het landschapschilderen, het portretteren met houtskool en de aquarelkunst.

Haar eerste tentoonstelling dateert uit 1948 toen ze in Kolwezi verbleef.
In België debuteerde ze in Zaal Pan te Gent, maar de eigenlijke doorbraak kwam er pas toen kunstkenner Marcel Pieters haar een tentoonstelling aanbood in het ‘Latems Museum voor Moderne Kunsten’, toen het mekka voor de hedendaagse en moderne schilderkunst in Vlaanderen.

AH226 norma devosEen landschap of stilleven van Norma De Vos wordt een ware explosie van kleur. Ze brengt het landelijke naar de geest, maar met een eigen zin voor kleur en schriftuur, misschien onnatuurlijk eerlijk en ongekunsteld. De landschappen zijn nu eens expressionistisch  en badend in oker en dan weer opgefleurd met felle roden en groenen.

 

Haar vrouwenfiguren blijven frêle en teder, in een sluier van surrealisme gehuld.

Naast diverse tentoonstellingen in binnen- en buitenland hield ze geregeld open deur-dagen in haar atelier aan de Latemse Kouterbaan. Gesmaakte, kunstzinnige weekends, vaak gekoppeld aan wijnproeverij of een uitnodigende koffietafel met enig echte Geraardbergse mattentaarten.

Begin 1998 verhuisde ze naar Geraardsbergen, waar ze haar haar atelier had aan de Kattestraat. Ze bleef echter nauw in contact met beeldend kunstenares Mien Barbé – Van Gucht met wie ze een sterke vriendschapsband had  en met de leden van de Vereniging Latemse Kunstenaars, een culturele vriendenkring, die ze in 1995 hielp oprichten.

 

De Bruycker Jules

Zelfportret

Zelfportret

Jules DE BRUYCKER (Gent 1870 – 1945)

Tekenaar, aquarelschilder, etser. Leerling aan de Gentse academie bij Louis Tytgadt.
De Bruycker wordt beschouwd als een der grootste etsers van 19-20ste eeuw.
Hij heeft vooral en veel in zijn geboortestad gewerkt, maar ook in Londen (uitgeweken 1914-1918). Heeft o.m. ‘En ville morte’ van Franz Hellens, en ‘De legende van Ulenspiegel en Lamme Goedzak’ van Charles De Coster geïllustreerd.
Lid van de Koninklijke Academie van België. Werken in talrijke musea en prentenkabinetten.

Jules De Bruycker werd op 29 maart 1870 geboren in de Jan Breydelstraat te Gent, in de schaduw van het Gravensteen, het Sint-Veerleplein en de Vismarkt.

De dood van zijn vader in 1884 noodzaakte de jonge Jules te gaan werken als hulpstoffeerder.
In 1893 schrijft hij zich in aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten, en in zijn vrije tijd begint hij te tekenen en te aquarelleren.
Het is pas in de 20ste eeuw dat de eerste beroemde werken het Gentse kunstpatrimonium verrijken. jules de bruycker aquarel
In 1903 exposeert De Bruycker voor het eerst in het Driejaarlijks Salon van Gent.
De regering koopt zijn aquarel “Voddenmarkt”.
Jules De Bruycker volgde zijn stadsgenoten niet naar Sint-Martens-Latem en de ‘roep van de Leie en de landelijkheid’. Hij bleef liever de ‘chroniqueur’  van de stad.
Hij tekende in de kroegen, in de engelenbak van de schouwburg, in de wachtzaal van het station, op markten of vanop terrassen. Daarenboven was hij gefascineerd door monumenten en nog meer door ruïnes en uitgeleefde gebouwen. Maar hij leefde ook mee met de sukkelaars, het werkvolk en de minderbedeelden. Zijn sociale betrokkenheid was groot.
Tussen 1932 en 1937 zat hij vaak op het terras van de befaamde  ‘Brasserie Wilson’ (nu de McDonalds) om de Sint-Niklaaskerk te tekenen.

'Veerleplein'

‘Veerleplein’

‘Hij observeerde ook de voorbijgangers en schetste zo heel wat figuren. ‘Les Gens de chez nous’ noemde hij die en hij bracht er in 1942 een album over uit, waarin ook de tekeningen van de Sint-Niklaaskerk waren opgenomen.
In de oorlogsjaren tekende hij Duitse soldaten en officieren. Die noemde hij ‘Gens pas de chez nous’, stelt Jan De Block, van ‘de vrienden van de Sint-Niklaaskerk’ die in 2008 samen met de ‘stichting Jules De Bruycker’ en de stad Gent een unieke tentoonstelling organiseerden.

'Liggend Naakt'

‘Liggend Naakt’

bronArto – Biografisch woordenboek der Kustenaars in België na 1830) & De Standaard

De Clercq Chris

ChrisDeClercq portret

Chris De Clercq heeft zich in zijn rijk gevulde carrière zich zowat alle disciplines van de beeldende kunst eigen gemaakt. Alleen het conceptuele kon hem niet bekoren.

Een kunstwerk moest esthetisch, verzorgd, afgewerkt zijn. Schoonheid en uitstraling zijn voor hem als artiest primordiaal.
Waar hij in zijn prille beginperiode (1957) beïnvloed werd door de abstracten en de constructivisten, keek hij tot 1964 op naar het maniërisme van de 19de/20ste eeuw waar de figuren in de meest ondenkbare, verdraaide poses werden afgebeeld.
Eén facet kon hij echter niet van zich afzetten: de vaardigheid en de uitstraling van figuren als Da Vinci, Michelangelo, El Greco en dichter bij ons Jeroen Bosch. Zij bleven zijn voorbeelden.

'Blauwe Kompositie'

‘Blauwe Kompositie’

De tweede helft van de jaren zestig stak de humane beleving bij hem op. Grootsheid en verval werden meer en meer een thematiek in zijn geschilderde en vooral in zijn getekende oeuvre.

In de jaren zeventig verschijnt de symboliek. Dit resulteert in fijnzinnige surrealistische taferelen onder invloed van zijn vroegere docenten Octave Landuyt en Jos Trotteyn en brengt hem terug naar zijn eerste liefde: de kunst van Jeroen Bosch.

In 1978 komt Chris De Clercq in contact met een schildercollectief rond Wally Van De Velde en het ‘Kunstschip Dronghene’. De Symboliek blijft, maar onder invloed van dit collectief gaat Chris zich verdiepen in de Egyptische kunst.

In de jaren tachtig schildert hij o.a. ‘De 12 tekens van de Dierenriem’ en ‘De 7 Hoofdzonden’, werken die, samen met zijn ontelbare fresco’s en trompe-l’oeils tot het summum van zijn oeuvre worden gerekend.
Op zijn vijftigste wordt Chris voor het eerst vader en dat brengt hem een geestelijke verrijking. Het wordt een inspiratiebron voor totaal nieuwe, ja vernieuwende, schilderijen en aquarellen.Het symbolisme verwatert en ruimt plaats voor een eerder impressionistische benadering van de schilderkunst. Van dan af aan krijgt hij ook meer aandacht voor de aquarelkunst.

In 1996 raakt Chris dan weer in de ban van de Indische cultuur en vindt er Zen, de rust. Een tocht door de Thar-woestijn en de mystieke eenvoud van de Indiërs resulteren in eenvoudige, maar schitterende aquarelreeksen.

Die zalige ervaring zal hij later doortrekken tot zijn eigen habitat, de wijk Hoog-Latem, de Provence en zijn favoriete vakantieplekken Lago D’Iseo, Monte Isola in het Italiaanse Trente, WERKEN CHRIS 008waar hij trouwens al vaak eregast was bij de bloemenfeesten en waar hij binnenkort in Peschiera (2014) en in Carzano (2015) door het gemeentebestuur met een solotentoonstelling zal gevierd worden .

Het ontluiken en de aanleg van de Westerplas en de Oosterdijk was voor Chris De Clercq een nieuwe uitdaging. Dit, naar plaatselijke normen, immens overstromingsbekken groeide uit tot een prachtig natuurreservaat met een grote diversiteit aan fauna en flora.
Chris kan er uren genieten, schetsen of fotograferen en legt zijn impressies vast op doek en papier.

 

1268999_10202299126865365_1648572464_o

Meer?  http://www.chrisdeclercq.be/

Daels Luc

daels lucLuc Daels kreeg zijn kunstopleiding van Marcel A. J. Hoste, de wereldberoemde mimespeler en tevens getalenteerde kunstschilder, die zijn atelier had onder de Sint-Pieterskerk aan het Gentse Sint-Pietersplein.
Professor Daels vestigde zich in 1961 te Sint-Martens-Latem en kreeg er bekendheid als non-figuratief schilder.
Hij behoorde tot de strekking van de Belgische Aluchromisten die, in de plaats van canvas, geanodiseerde aluminiumplaten als drager gebruikten.

Daels exposeerde zowat overal in Europa. Zijn grootste realisatie was een aluchromie van 100 m2 in opdracht van ‘Old Spice Men’s Perfume’ in Newcastle on Tyne op de grens van Engeland en Schotland. Later keerde hij terug naar de traditionele schilderstechnieken en maakte kleurrijke studies die steeds weer relateerden met de natuur. daels

Wie Luc Daels zegt, komt onvermijdelijk bij zijn boezemvriend Walter De Buck terecht.

Weinig Latemnaars zijn daarvan op de hoogte, maar Luc Daels was mede de drijvende kracht achter vzw Trefpunt en droeg bij tot de opstanding van de Gentse Feesten.

In het begin waren de activiteiten van Trefpunt kleinschalig. Tweemaal per week was er een samenkomst rond jazz, poëzie of voordracht. Om de twee weken was er een tentoonstelling met teken-, schilder- of beeldhouwwerk van jonge, toen nog onbekende artiesten.
Trefpunt was een soort vriendenkring onder het beschermende statuut van een vereniging zonder winstoogmerk. De hele onderneming draaide als een liertje. Professor Luc Daels, toen nog assistent aan de Gentse universiteit, en Walter De Buck waren de twee polen van de kracht die de motor draaiende hielden. Luc bracht veel mensen aan uit het universitaire milieu en Walter verzamelde zijn vrienden uit het bonte wereldje van kunstenaars en muzikanten. Op die manier brachten zij animo in het Gentse Feesten verhaal…

Enkele jaren geleden verliet  hij het kunstdorp en woont en werkt Luc Daels opnieuw in Gent.

luc_daels werk

De Cock César

César-De-Cock--1823---1904--portret
In tegenstelling tot zijn oudere broer Xavier leek César De Cock (1823-1904) eerder voorbestemd voor een muzikale carrière. Dank zij een gegoede Gentse burgerfamilie kreeg hij de kans zich te bekwamen in het vioolspel en werd hem zelfs een plaats als muziekleraar aangeboden.
Toen hij doof werd moest hij echter noodgedwongen de strijkstok ruilen voor het penseel en vervoegde hij Xavier in Barbizon.

In dit kunstoord raakten ze bevriend met Camille Corot, die hen spontaan “mes frères flamands noemde.

'Meisje aan de bosrand'

‘Meisje aan de bosrand’

De broers maakten er kennis met dieren- en landschapsschilders als Daubigny, Millet en Rousseau. Deze Franse grootmeesters zouden hun schilderkunst blijvend beïnvloeden.

'Schaapherder'

‘Schaapherder’

Dank zij hun vele Franse vrienden werden Xavier en César graag geziene gasten in de grote “Parijse Salons” waar ze tussen 1860 en 1880 regelmatig tentoonstelden.

Na hun Frans avontuur belandden de broers opnieuw in Sint-Martens-Latem waar ze door Binus Van den Abeele hartelijk verwelkomd werden.

Zij werden later de ‘Verkenners’ genoemd voor de ‘Eerste Latemse Groep’.

De Cock Xavier

xavier de cock

Xavier De Cock wordt op 10 maart 1818 te Gent geboren.Van jongsaf aan heeft hij een bijzondere aanleg voor het tekenen. Deze gave vindt men terug in zijn schetsen die hij in en rond de stad maakt.
In 1829 begint hij zijn opleiding aan de Academie voor Schone Kunsten te Gent tot maart 1835.
In zijn vroege werken vinden we een modieus romantisch-realisme. Zijn verwonderde geïdealiseerde blik staat nog het dichtst bij de Kortrijkse dierenschilders.
Zijn directe inspiratie haalt hij bij Eugène Verboeckhoven, Xavier De Cock verhuist naar Frankrijk in 1852.
Een jaar later ontdekt hij Barbizon en zijn schilders waar we hem met broer César , Felix Cogen en Gustave Den Duyts terugvinden.
xavier decock 2

In 1860 huwt Xavier Maria Virginia Elias, een weesmeisje uit het naburige Sint-Denijs-Westrem en vestigt zich in een huis aan de Kortrijksesteenweg (nu Xavier De Cocklaan) aan ‘De Vierschaar’ te Deurle waar hij tot zijn dood zou blijven wonen.

 

De kunstenaar overlijdt te Deurle in 1896. Op 25 april 1897 wordt te Deurle het monument Xavier De Cock opgericht, een blijvende herinnering.

artiestenzolder-1229

de overzet