Categorie archief: F-L

HUYS, Modest

ModestHuys1917

HUYS, Modest (1874-1932)

Kunstschilder Modest Huys zag in 1874 het levenslicht in de Olsense Kerkstraat.
Vader Huys was een schilder-decorateur en Modest sprong al op jonge leeftijd bij.

Rond 1890 verkoos Modest Huys zich eerder te profileren als kunstschilder.
Zijn interesse werd aangewakkerd door een ontmoeting met Emile Claus. Later gingen steeds meer kunstenaars deel uitmaken van zijn vriendenkring;  James Ensor, Leon De Smet, Jenny Montigny, dichter René Declerq en schrijver Stijn Streuvels …
In 1902 schreef Modest zich in aan de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten. Hij zou die opleiding nooit afmaken want hij had een hekel aan het schoolse en bleef liever bij zelfstudie.
Als autodidact was Huys een échte selfmade-man en bijzonder sterk en ruim  geëngageerd. Zonder academische vorming ontwikkelde hij intuïtief zijn eigen schilderkundige waarden.
Huys was daarenboven veel volkser gericht en gezind dan Emile Claus en hechtte veel belang aan de esthetische ontwikkeling van zijn al dan niet volkse medemens: “Ik vind het noodzakelijk dat er wat meer gewerkt wordt om de kunstgevoelens onder ’t volk te verspreiden.” Zijn verbondenheid met de Leiestreek was dan ook veeleer een emotionele dan artistieke overweging. De Leie was voor hem meer dan een idyllische rivier en de vlasrijke landerijen die het omringden waren de bron van zweet en hard labeur. Huys wordt voor het eerst opgemerkt door zijn deelname aan de Luikse wereldtentoonstelling in 1905. Zijn aanwezigheid gaat ook advocaat en schrijver Octave Maus niet voorbij. Op zijn uitnodiging exposeerde hij bij La Libre Esthétique en trad hij  toe tot de kunstgroep ‘Vie et Lumière’ waar hij figuren als Emile Claus, James Ensor, Anna De Weert en Jenny Montigny vaker ontmoette. Ook Georges Chabot en André De Ridder spraken vol lof over zijn werk. Zijn deelname aan de Biënnale van Venetië vijf jaar later werpt dan ook internationaal vruchten af.
Het Amerikaanse Carnegie Institute nodigde hem vanaf 1910 uit voor de jaarlijkse tentoonstellingen te Pittsburgh. Hier bleef hij van 1910 tot 1914 en van 1920 tot 1923 exposeren. Het instituut had een mooie reputatie opgebouwd en wilde het Amerikaanse publiek verrijken met een select gezelschap van kunstenaars uit binnen- en buitenland.
Ook in Amerika konden ze Modest Huys zijn kleurgevoel, vrije fractuur en poëtische benadering smaken.

HUYS WATERRATTEN 1921

(olie/doek, ‘Waterratten’ – 1921)

Liefooghe, Frank

liefooghe eieren pekingFrank Liefooghe geboren te Ieper in 1943 studeerde aan het St-Lucas instituut en aan de Gentse Academie. Al vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw houdt hij zich als vrijgevochten kunstenaar bezig met vragen op mondiaal niveau: vrede, ecologie, de toekomst van onze beschaving. Tot in verre uithoeken van de aardbol bouwt hij rond deze thema’s installaties en vredesmonumenten. De tentoonstelling in Theobald?s Boothuisje is een tussentijds en schilderkunstig verslag van deze zoektocht naar ‘Better World’. In zijn prachtige, verhalende schilderijen, altijd acryl op Nepalees papier, zien we Afrikaanse aardetinten, Zuid-Amerikaanse Maya-thema’s en bovenal filosofie uit Boedhisme en Taoïsme, ‘CHI’ of kosmische energie

 

Frank Liefooghe verkoos niet enkel galerijen om zijn kunst te etaleren maar reisde de wereld rond. Hij opteerde voor een immens forum om zijn oeuvre te verspreiden.

Vrij snel werd de wijde wereld zijn geliefkoosde biotoop: op een goede 40 jaar doorkruiste hij ongeveer 90 landen, in 49 daarvan manifesteerde hij zich met de meest uiteenlopende artistieke projecten. Dat zal wel een familietrek zijn. Frank heeft drie broers en vier zussen die nog meer reizen dan hij. Zijn oudste zus woont in Cassablanca, een andere zus werkt als tropisch arts in New Delhi en moeder was licentiaat de Franse geschiedenis, ze kende Frankrijk als haar broekzak: honderden kerken en abdijen hebben de kinderen bezocht. Ze leerde hen over het boeddhisme en Siam (nu Thailand) op een moment Vlaanderen er nog totaal onwetend over was.

Mediasprokkels over de kunstenaar

liefooghe

 

Zijn eerste schilderijen zijn weinig meer dan imaginaire zeeën, palmbomen, eilanden. Later zou Frank ontdekken dat die paradijselijke oorden ook effectief bestonden de kunstenaar heeft heel wat van de wereld gezien, maar niet zoals dat tegenwoordig gebeurt. Vandaag betekent reizen voor hem ofwel platte rust in een toeristisch centrum dat helemaal op thuis is geschoeid, een groot avontuur of trektocht.

Geen van beide heeft hem ooit aangetrokken. Steeds weer ging zijn interesse naar andere culturen, vreemde volkeren. Op een unieke manier wist hij met hen contact te leggen, te communiceren. Op hun beurt betrokken zij Frank rechtstreeks bij hun manier van leven. Deze contacten bleken niet alleen enorm verrijkend, ze boden tegelijk een schat aan inspiratie in zijn bestaan en visie als kunstenaar.
Aanvankelijk trok hij rond op eigen initiatief, besliste zelf met wie en hoelang hij wou of zou samenwerken. Langzaam aan en raakte zijn werk internationaal bekend.
Hij heeft indertijd de Berlijnse muur nog beschilderd en zoiets doe je nu eenmaal niet ongezien. Sindsdien wordt hij veelvuldig gevraagd door privé- personen en internationale instellingen en in 2000 realiseerde hij op uitnodiging van Unesco in Colombia het millennium project. Drie jaar eerder was hij al in Quito, onder impuls van de Vlaamse regering. Dan weer werd hij uitgenodigd door privé ondernemers om deel te nemen aan de wereldbeurs voor Aquacultuur in Peking. In het Nationaal museum in Bangkok creëerde hij samen met 6.000 Boeddhistische kinderen een collectief werk, naar aanleiding van een bezoek van de toenmalige kroonprins Filip en prinses Mathilde.

De mooiste herinneringen heeft hij aan de reis naar Siberut op Sumatra waar hij lange tijd onder de Mentawai, het bloemenvolk, vertoefde. Een zeer kleurrijk volk, misschien wel de meest lieve mensen ter wereld. Er is geen vrouw waar ook ter wereld  die zo lieftallig behandeld, zo vriendelijk bejegend wordt door de man als daar. Om een voorbeeld te geven : bij het ontwaken versieren de mannen, elke ochtend opnieuw, met Ibis-bloemen het haar van hun vrouw. Tijdens dat ritueel, dat liefst drie kwartier duurt, loodsen ze haar zingen de dag in. ’s Avonds herhaalt zich hetzelfde ritueel. Die vrouwtjes voelen zich goed in hun vel, ze voelen zich zo gewaardeerd door de gemeenschap dat het hen als het ware bijna bovennatuurlijk overkomt. Een hemelsbreed verschil als je ziet hoe sommige mannen hier met vrouwen omgaan. Wat op Bali gebeurt, is ook redelijk uniek. Een zwangere vrouw wordt daar bijna heilig verklaard. Ze wordt bestendig omringd door kleine kinderen die over haar buik wrijven. Al vanaf de conceptie wordt die baby verwend. Na de geboorte mag de zuigeling gedurende drie maanden de grond niet raken. Al die tijd hangt hij dicht tegen zijn moeder aan, of tegen de papa of de dikste, molligste oom. Om die reden zijn de mannen er altijd onthaard, dit om te vermijden dat ze de kleintjes zouden prikken. De baby moet ook al door een hartslag kunnen voelen.

 

De eerste initiatie in de wereld is het raken van de voetjes op de grond, meteen de aanleiding voor een feest dat drie volle dagen duurt. Nogal wat anders dan een klets water op je kop als je hier gedoopt wordt. Alle kinderen slapen daar samen op grote matrassen, voortdurend lopen ze hand in hand. Daardoor voelen ze niet die grote nood aan de aandacht of affectie die je hier vaak wel ziet.

De natuur heeft hem vaak met verstomming geslagen.

Tussen Lomé en Algerije zwierf Frank door de Sahara. Ergens temidden de woestijn was, en is er nog steeds, een plek waar bollen liggen die muziek produceren. Stenen bollen gebeiteld door de erosie, gevuld met water, als een soort klokken. Eindeloze velden vol. Ze liggen in een verhard bed van zand en als de wind daar doorheen jaagt, maakt dat onvoorstelbaar mooie muziek. Frank kon er uren naar zitten luisteren.

De verwezenlijking waar hij graag naar terugkijkt is de ‘Square of Equality’. Deze installatie, waarbij de piramides van canvas door alle lagen van de bevolking werden beschilderd, heeft 24 landen doorreisd. Het project bracht hem samen met ministers, met Indianen, met straatkinderen, want hij is ervan overtuigd dat esthetica alles overtreft.
Tot zijn grote verbazing brachten de straatkinderen van Quito het mooiste werk voort, veel mooier nog dan het werk van de kunstenaars en de ministers.

Het reisjournaal van Frank lijkt oneindig. Hij trekt naar de Galapagoseilanden. Een beperkt en streng gecontroleerd toerisme ten spijt is het ecosysteem zwaar aangetast, en dat schreeuwt om actie. Gesubsidieerd door Unesco wordt een kinderschooltje uitgebouwd tot een reëducatieproject en Frank deed er de artistieke invulling. Zijn zoon, Cyriel, – eveneens een artistiek talent – vergezelt hem op die trip en is een even fervente globetrotter als vader Frank. Nog een geluk dat België niet de schoolplicht, maar de leerplicht hanteert. Al reizend leert hij heel wat meer, dan zittend op die saaie schoolbanken, zegt Liefooghe smalend en glimlachend…

LA FONTAINE Marie-Jo

DE VEELZIJDIGE WERELD VAN MARIE – JO !

lafontaineMarie-Jo Lafontaine werd  in 1950 te Antwerpen geboren en is een vaak geroemde  Belgische beeldend kunstenares, fotografe en videokunstenares.

De Vlaams-Brusselse kunstenares Marie-Jo Lafontaine beoefent drie erg verschillende kunstdisciplines. Naast haar dynamische video-installaties gaat het enerzijds om bewerkte portretfotografie en anderzijds om monochroom (éénkleurig) geschilderde panelen.
Soms combineert ze haar verschillende kunstvormen in een ‘Gesamtkunstwerk’.

Een spel van kleurcontrasten verbind thaar monochromen met elkaar. Ze zijn zo opgesteld dat vanuit elk gezichtspunt een koude kleur een warme kleur flankeert.
Hoewel ze in olieverf zijn geschilderd, zijn de monochromen geen puur tweedimensionale schilderijen. Niet alleen de beschilderde oppervlakten, maar ook de flanken zijn van essentieel belang. Daardoor functioneren de monochromen ook ruimtelijk, als sculpturen. De schuine zijkanten in fluorescerend geel toveren een heldere reflectie op de witte muur, alsof zich achter de werken een lichtbron zou bevinden. Op die manier lijken de monochromen, omringd door een stralenkrans, los van de wand te zweven.Lafontaine bg_image

Marie-Jo Lafontaine vertoont ook postmoderne trekken in haar vormgeving. Dit toont zich in de mooie wijze waarop ze haar video’s ensceneert. Maar het is vooral te merken aan haar andere artistieke uitingen.
Zij startte als schilder en is schilder gebleven. Zij werd bekend voor haar monochromen, eenkleurige schilderijen, die tot stand komen door herhaaldelijk- terug het repetitieve – lagen verf over elkaar te schilderen. In de jaren zeventig waren dat vaak zwartvarianten. Vanaf de jaren tachtig worden dat zeer ongewone kleuren. Het zoeken naar de juiste kleur is voor haar geen zuiver kleurprobleem. De avant-garde monochrome schilderkunst wilde enkel het kleurzijn van de kleur tonen: het blauw van Yves Klein bijvoorbeeld, de kleur als bijdrage aan de vormgeving.

Marie-Jo Lafontaine woont en werkt in Schaarbeek. Ze studeerde aan het Hoger Instituut La Cambre in Brussel (1975-1979).

Ze behaalde de Prix Jeune Peinture Belge (1977), werd geselecteerd voor de documenta in Kassel met Larmes d’Acier (1987), functioneerde als Vlaams Cultureel Ambassadeur (1998), maakte een kunstwerk voor het justitiepaleis van Bonn en voor de luchthaven van Stockholm, ontwierp een reeks postzegels voor de Belgische Post (2001), deed de scenografie voor Fidelio in de Opera van Nancy (2001) en verzorgde de videoprojecties op de wolkenkrabbers van Frankfurt tijdens de openingsceremonie van de Wereldbeker voetbal (Duitsland, 2006).

Lafontaine had een ruime expositie in Parijs (Galerie nationale du Jeu de Paume, 1999), Geukens & Devil 2006) en een overzichtstentoonstelling in Angers (2007). ‘Come to me’ in de Brusselse Botanique (december 2008 – februari 2009) werd haar eerste grote tentoonstelling in de Belgische hoofdstad, de stad waar ze zelf woont en werkt.In 2012 exposeerde ze in Gent (Museum Dr. Guislain’ en ook bij Guy Pieters Gallery in Knokke.

la fontaine art

(pictures expo Geukens & Devil) 

Lindström Bengt

lindström portretBengt Karl Erik Lindström (3 september 1925-29 januari 2008) is een belangrijk Zweeds beeldend kunstenaar die vaak, maar onterecht, tot de CoBrA-beweging wordt gerekend . Hij is één van Zwedens bekendste hedendaagse kunstenaars met een karakteristieke stijl van flamboyante, hevige kleuren en ruwe composities met dikke materie op doek gebracht,  waaronder vaak verwrongen, ja getormenteerde figuren.

Lindström werd geboren in 1925 in Storsjö kapell , Härjedalen , Zweden . In 1944 verhuisde hij naar Stockholm om er te studeren bij de Zweedse schilder Isaac Grünewald .
In 1948 trok hij naar Frankrijk om er zich in Parijs te vervolmaken bij toen leidinggevende kunstenaars  als Andre Lhote en Fernand Leger .
Hij bleef in Frankrijk te Savigny sur Orge voor de rest van zijn artistieke loopbaan maar ging op geregelde tijdstippen terug naar Sundsvall.

Lindström is waarschijnlijk het bekendst door zijn monumentale  verwezenlijkingen als muurschilderingen en kleurrijke sculpturen. Een van zijn beroemdste sculpturen is de Y-sculptuur aan Midlanda Airport ten noorden van Sundsvall , Zweden.lindstrom beeld

Bengt Lindström had zijn eerste solotentoonstelling in Zweden in 1954 op Gummessons Art Salon.
In de jaren 1950 kwam hij in contact met de CoBRA-groep in Frankrijk. Deze groep werkte met kleuren als voornaamste expressiemiddel , iets dat Lindstrom tot zich nam  in zijn latere kunst.
Hij vond echter meestal inspiratie in de Noorse mythologie, de Vikingtijd en de volkskunst uit verschillende landen, werelddelen en tijdperken. In zijn schilderkunst verschijnt het wezen, – dier, monster, mens of god– vaak totaal onverwacht uit de materie. De vormgeving, de vermenselijking  vormt het ultieme stadium van de creatie zoals als bij de vertellingen in de Genesis.
De vurigheid en de bezwerende kracht van zijn oeuvre, waarvan de betekenis ontluikt op het randje van het onverwachte, het onderbewuste, brengen ons terug naar het begin der tijden. Zoals in de mythes reflecteert zijn schilderkunst echter ook de diepste mechanismen die de menselijke geest beheersen. De kleuren, de versmolten massa en de ruimtes vormen contrasten die ook onder elkaar spelen, zoals ook de geest sinds het prille begin gespeeld heeft: met grote tegenstellingen om de wereld te bevatten.
Deze afwisselingen, deze complementaire vibraties lopen doorheen zijn hele oeuvre en structureren het.  Ze helpen hem zich uit te drukken en hun oorsprong zal hem blijven fascineren.
artwork lindstromHij schildert een blik of een detail van een gezicht reuzengroot alsware om de buitensporigheid uit te drukken; hij reduceert goden tot tekens die overeenkomen met de geboorte, de eenwording, de coherentie of de wanorde.
Bengt blijft voor alles een schilder, schilder en vrij. Noch intellectualisme, noch verbeelding hebben hem ooit aangetast. Hij bleef steeds op de grens van het instinctieve en het spontane.

Sinds het midden van de jaren 1960 tot na zijn dood reisde zijn oeuvre door Europa en Azië.
De kunstenaar Bengt Lindström en zijn vrouw Michele schonken hun kunstverzameling aan het Västernorrland Museum in Härnösand.
Het laatste decennium van zijn leven zocht de zwaar zieke Lindström rust en zuurstof in zijn thuisland waar hij in 2008 insliep.

Lalanne François-Xavier & Claude

François-Xavier & Claude

François-Xavier & Claude

François-Xavier Lalanne werd geboren in 1927 in Agen, een gemeente in het Franse Aquitanië. Hij studeerde beeldhouwkunst aan de ‘Académie Julian’ en werd zowel bekend als beeldhouwer en graveerder.
Hij vormde een kunstenaarskoppel met zijn echtgenote Claude.
Zijn diersculpturen en haar juwelen en interieurbeelden illustreren hun grote liefde voor detaillering.
François-Xavier Lalanne overleed in 2008 in Ury, een dorpje  in het departement Seine-et-Marne.

Claude Lalanne werd in 1924 te Parijs geboren en studeerde architectuur in de ‘Ecole des Beaux-Arts’ en aan de ‘Ecole des Arts Décoratifs’. Ze overleed in Ury op 10 april 2019. .

Het Franse  beeldhouwerspaar Claude en François-Xavier Lalanne werkten nauw samen sinds hun eerste gezamenlijke tentoonstelling in 1964.
In kunstmiddens werden zij echter altijd beschouwd als één persoon. Ze werden dan ook wereldberoemd als ‘Les Lalanne’.

'Transhumants' - Getty NYC

‘Transhumants’ – Getty NYC

Nochtans hadden ze elk hun eigen stijl. Het was niet evident hen in een kunststroming onder te brengen.
Vaak worden ze echter meestal ondergebracht bij het Nieuw Realisme.
Beiden trachtten het klassieke of academische beeldhouwen van dat ‘mystieke’ te ontdoen door vooral functionele werken te maken, werken die uitnodigen om er op te zitten, aan te raken, te eten of … om de hals te dragen.

De diersculpturen met een vaak vindingrijke toepassing, als een badmeubel in de vorm van een nijlpaard, de gorilla als bankkluis of haardvuur, de befaamde schapen en ‘transhumants’ in brons en epoxy, zijn bijna onveranderlijk ontworpen door François-Xavier.

'Banc Ginko' - Claude Lalanne

‘Banc Ginko’ – Claude Lalanne

De werken van Claude Lalanne lijken meer complex, zijn verfijnder en vertonen haar grote liefde voor het detail of ze zijn extreem surrealistisch, als bijvoorbeeld ‘L’Homme à tête de chou’, ‘Pomme de Ben’ en het zitmeubel ‘Bambiloba’. Claude creëerde ook heel wat banken, sieraden en tafelbestek of -gerei.

LP Serge Gainsbourg

LP Serge Gainsbourg

Hun oeuvre kreeg meer bekendheid bij het grote publiek toen Serge Gainsbourg in 1976 het werk ‘L’Homme à tête de chou’ koos als titel en hoes voor een LP.

In 1983 kregen Les Lalanne de opdracht van het Franse Ministerie voor Cultuur om monumentale fonteinen te ontwerpen voor het plein aan het Parijse stadhuis en de tuinen van de Parijse Hallen een kunstzinnige en vernieuwende uitstraling te geven.   

 

 

Hun beider oeuvre bevindt zich in de meest gerenommeerde musea, openbare  – en privécollecties wereldwijd.

'Gorille'

Gormley Antony

antony gormley portret
Antony Gormley
(1950) groeide op in Hampstead. Hij studeerde van 1968 tot 1971 archeologie, antropologie en kunstgeschiedenis aan het Trinity College, Cambridge, waarna hij naar India en Sri Lanka ging om zich te verdiepen in het Boeddhisme. Teruggekeerd in Londen, drie jaar later in 1974, zette Gormley zijn studie voort aan de Central School of Art (nu bekend als Central Saint Martins College of Art and Design) en het Goldsmiths College, deed een postgraduate studie beeldhouwkunst tussen 1977 en 1979 aan de Slade School of Fine Art, University College London.

 

 Beeld naar eigen lichaam van kunstenaar

Gedurende de laatste 25 jaar heeft Antony Gormley de menselijke figuur in de beeldhouwkunst een nieuwe inhoud gegeven, waarbij hij de proporties van zijn eigen lichaam als uitgangspunt heeft genomen. Hoewel de beelden vaak naar het lichaam van de kunstenaar worden gegoten, wordt dat lichaam anoniem ingezet. Wat de kunstenaar interesseert, is niet het esthetische, maar het menselijke van de vorm: de mens als individu, als sociaal wezen en als object in relatie tot ruimte en natuur.

Sinds 1990 werkte hij aan grootschalige projecten als Allotment, Critical Mass, Another Place, Domain Field, Inside Australia en het meest recent Blind Light. Zijn bekendste werken zijn:

'Angel of the North'

‘Angel of the North’

Angel of the North, een enorme sculptuur bestemd voor de openbare ruimte, als landmark in Gateshead, waartoe opdracht werd gegeven in 1995 en geplaatst in 1998 en Another Time en Another Place (1997), bestaande uit meerdere figuren, onder andere op Crosby Beach bij Liverpool.

 

Antony Gormleys werk werd veelvuldig tentoongesteld in het Verenigd Koninkrijk met solo-exposities in de Whitechapel Art Gallery, de Tate Gallery, de Hayward Gallery, het British Museum en de White Cube Art Gallery (alle in Londen), en internationaal in musea, zoals het Louisiana Museum for Moderne Kunst in Humlebaek, Denemarken, de Corcoran Gallery of Art in Washington D.C., Verenigde Staten, het Irish Museum of Modern Art in Dublin, Ierland en de Kölnischer Kunstverein in Keulen, Duitsland. Hij heeft deelgenomen aan belangrijke exposities als de Biënnale van Venetië en de documenta 8 in Kassel in 1987 en in 2006 de Sydney Biennale met zijn werk Asian Field. Gormley ontving in 1994 de Turner Prize, werd in 1997 onderscheiden met een OBE en in 1999 met de South Bank Prize for Visual Art. In 2007 kreeg hij de Bernhard Heiliger Award for Sculpture.

Meer info op http://www.antonygormley.com/

Fini Leonor

leonor_fini_martine_frank
Leonor Fini
 (Buenos Aires, 30 augustus 1908 – Parijs, 18 januari 1996) was een spraakmakende figuur in de Franse en internationale kunstwereld.  Haar jeugd bracht ze door in de intellectuele salons van Triëst, toen een internationaal culturele stad waar groten als James Joyce en Italo Svevo  hun inspiratie zochten.
Het grootste deel van haar leven woonde en werkte ze echter in Parijs. Ze was autodidact. Om de menselijke anatomie goed in de vingers te krijgen bracht ze liever uren door in het mortuarium dan op de banken van de academie.
Fini was bevriend met vele groten uit de kunstwereld onder wie Pablo Picasso, Max Ernst en Henri Bresson Cartier. Met die laatste trok  ze in de jaren 30 in een auto voor een reis om de wereld.

Haar eerste one-woman show kreeg ze in Milaan bij de Galerie Barbaroux, we schrijven 1929.
In Parijs stelde ze voor het eerst tentoon in Galerie Bonjean in 1932.
Hoewel ze goed bevriend was met leidinggevende surrealisten als Paul Eluard, Max Ernst, Rene Magritte en Victor Brauner, sloot ze zich nooit bij deze ‘groepering’  aan maar deze ‘groten’ namen haar werk wel vaak op in diverse internationale groepstentoonstellingen.

Na de Tweede Wereldoorlog stelde Fini geregeld tentoon in Europa en wel voor  de eerste maal in 1948  te Brussel, later volgden de meeste Europese kunststeden en Amerika. In 1972 kreeg ze een grote retrospectieve in Japan. Leonor Fini werd wereldberoemd met haar teken-, schilderkunst en grafiek.
Vergeten we echter niet dat deze ‘grande dame’ ook een veel gevraagde ontwerpster was voor theater-, film- en balletdecors en -kostuums. Uiteraard deed ze dat ook voor haar eigen ballet   ‘Le Rêve de Leonor’ (1949), in  een choreografie van  Sir Frederick Ashton op muziek gebracht door Sir Benjamin Britten.

Fini leidde een ‘ménage à trois’ met de Italiaanse diplomaat en kunstenaar Stanislao Lepri – net als Fini moeilijk in een hokje onder te brengen qua stijl- en de Poolse literator Constantin Jelenski.
De twee heren waren niet haar enige huisgenoten want Fini heeft haar hele leven lang vele tientallen Perzische katten om zich heen gehad. Leonor-Fini-ChatsBinnenskamers zien we haar zelden gefotografeerd zonder een kat in haar armen. Ze heeft ze dan ook vaak getekend en een plaats gegeven in haar oeuvre.
De vrouwen afgebeeld op haar schilderijen hebben steeds dat mystieke en iconische voorkomen dat typerend is voor het werk van Fini. De mannen figureren als de veruiterlijking van de duivelsfiguur.

Haar schilderijen stralen een verfijning uit waarin werkelijkheid en verborgen dromen verstrengeld raken. Leonor had een ongebreidelde fantasie, geduldig opgebouwd in de vreemdste perspectieven maar aangebracht met heel precieze toetsen en vegen die de pure weerslag zijn van haar eindeloze picturale maturiteit. In elke lijn en toets schuilt een zekere erotiek die de kunstliefhebber niet afschrikt maar hem laat binnenkijken in de leefwereld van een merkwaardige kunstenares.

'red vision' - 1984

‘red vision’ – 1984

Leonor Fini is niet alleen befaamd door haar schilderkunst maar heeft ook, als hoger vermeld,  vaak als ontwerpster aan ballet- en filmproducties meegewerkt  en bibliofiele boekuitgaven van onder andere Baudelaire, Sade, Verlaine, William Shakespeare en Edgar Allan Poe geïllustreerd.
In de jaren zeventig van de twintigste eeuw, schreef zij ook drie romans en raakte bevriend met Jean Cocteau, Giorgio de Chirico, en Alberto Moravia.

Haar recentere schilderijen behandelen erotische fantasieën, getormenteerde vrouwenkoppen en de dood.
Leonor Fini wordt over het algemeen toch gerekend tot de surrealistische strekking. Natuur, mythologie en vergankelijkheid zijn terugkerende thema’s. Daarbij spelen katten en katachtige veelal een prominente rol.

Leonor-Fini schilderij

Goossens Luc

luc goossens portretLUC GOOSSENS werd op 25 april 1926 in het Oost-Vlaamse Ledeberg  (Gent) geboren.
Hij studeerde aan het Hoger Instituut St.-Lucas te Gent waar hij in 1950 zijn opleiding beëindigde.
Ook op het gebied van de portretkunst wist hij bekendheid te verwerven. Door de Openbare Instanties werd hij vereerd met verschillende grote opdrachten. Tevens gaf hij vanaf 1967 les in Esthetica aan het Hoger Taal- en Handelsinstituut O.-L.-Vrouw te Gent.

Ondertussen volgde hij opleidingen aan de faculteit kunstgeschiedenis en Oudheidkunde aan de R.U.G. In 1950 startte hij zijn loopbaan bij het Stadsbestuur van de Stad Gent. Hij was verantwoordelijk voor de begeleiding van dossiers opgemaakt voor de restauratie van kunsthistorische stads- en privé-eigendommen, alsook voor kerken, hun interieurs en orgels. Onder burgemeester Van den Daele werd begin de jaren ’80 de Dienst Monumentenzorg opgericht te Gent waar hij mee door zijn kennis in oudheidkunde en geschiedenis de sterke ontwikkeling ondersteunde als hoofd van de dienst restauratie binnen de Dienst Monumentenzorg te Gent. Vanaf 1968 begon hij daarnaast ook les te geven aan het Hoger Taal- en Handels Instituut Onze Lieve Vrouw te Gent, wegens tijdsgebrek en zijn grote passie voor het restaureren van erfgoed diende hij zijn ontslag in als leraar in 1974.

luc goossens 1Hij ontwierp talrijke beelden uitgevoerd in steen, brons en hout. Luc Goossens abstraheert sterk de vormen van zijn beelden, waardoor de lijnen en vlakken een hoofdrol spelen. Zijn werk schijnt tussen twee uitersten te bewegen, enerzijds de aanwending van golvende vlakken en scherpe lijnen waardoor ranke schematische figuren ontstaan, anderzijds drukt hij zijn gedachten- en gevoelswereld uit in ronde vormen. Hij was mee de ondersteunende kracht voor de restauratie van de Sint-Annakerk te Gent. Werken: In opdracht van het Ministerie van Openbare Werken: ontwierp hij een bas-reliëf (2.40m x 2.05m), het draagt de naam “Septem Artes Liberales” voor de Faculteit Wijsbegeerten en Letteren R.U.G. In opdracht van de Stad Gent ontwierp hij volgende bas-reliëfs 1. (7.25m x 3.25m) “de eindmeet”, (4.10m x 1.25m) “Wielrenners in actie) voor het sportpaleis te Gent. Hij ontwierp voor de Stad Gent het Monument “Eerste Staal in Vlaanderen” toen de eerste grote staalfabriek haar vesting in Gent een onderkomen gaf “Sidmar”, ook de herdenkingsmedaille “E3” bij de bouw van deze eerste belangrijkste verkeersader. Ook de wisselbeker “E. D’Hooge” is van zijn hand. Verder ontwierp en realiseerde hij reeds 39 portretten waaronder deze van professor Dr. P. Lambrechts, ere-rector van de R.U.G., Prof. Dr. F. Govaert, Ere-Stadssecretaris Norro, enz… Vele kunsthistorische gevels en gevels van hedendaagse architectuur dragen beeldhouwwerk van zijn hand. Voor de verzekeringsmaatschappij Royal Belge, Kortrijksesteenweg te Gent creëerde hij de zuilen en de kapittelen. Voor internationale universitaire congressen ontwierp hij ere-diploma’s en verluchtte hij talrijke folders. Velen van zijn beelden en schilderijen vonden hun weg naar privé-verzamelaars.
Zijn zus was Simonne Goossens, de moeder van  beeldend kunstenaar Erik Boone.
In zijn gezin leeft Luc Goossens  stil en teruggetrokken. Deze oase laat hem toe zijn drang naar het mystieke ten volle tot ontplooiing te laten komen. De rustige kracht van zijn vrouw is hem tot grote steun. Zijn werk schijnt zich immer tussen twee uitersten te bewegen, enerzijds de aanwending van golvende vlakken en scherpe lijnen waardoor ranke schematische figuren ontstaan, anderzijds drukt hij zijn gedachten- en gevoelswereld uit in ronde volle vormen. luc goossens 3

Zijn diep christelijk geloof, het sociaal bewogen zijn en een afweer tegen het onrecht in al zijn verschijningen gaven aanleiding tot het ontstaan van in brons en hout gematerialiseerde reacties. Vooral in zijn schilderijen komt de mystiek en zijn filosofische ingesteldheid tot uiting en dit ongeacht het onderwerp.

Luc Goossens is momenteel 87 jaar en werkt volop aan zijn mémoires…

(met dank aan Ann Schollaert en Luc Goossens)

Klasen Peter

Klasen portetReeds tijdens zijn jeugd toont de in Lübeck op18 augustus 1935 geboren Peter Klasen een bijzondere aanleg voor tekenen en te schilderen. Dit talent wordt fel aangemoedigd door zijn grootvader, aan vaders zijde, die de 20-jarige moreel en financieel steunt om dit talent verder te ontwikkelen en hem in 1955 lessen laat volgen aan de Academie van Schone Kunsten.
Snel sluit Peter Klasen zich aan bij avant-gardistische schilders als Georg Baselitz.
Begin de jaren ’60 komt hij echter tot een zeer eigen, herkenbare stijl.

Klasen-Beauty-n-7-2003In zijn werk duikt vanaf 1961 voor het eerst het versnipperde beeld van een vrouwenlichaam op; een beeld dat een constante zal blijven in Klasens latere oeuvre. De confrontatie tussen het menselijk lichaam en de moderne wereld, die hij in die eerste cycli toont, is hard en gewelddadig. Hij heeft dan in 1959 reeds zijn toevlucht gezocht tot de artiestenstad bij uitstek, Parijs, waar hij participeert aan de ‘Mythologies Quotidiennes’ in het ‘Musée d’Art Moderne’. In 1962 richt hij er samen met enkele andere kunstenaars de beweging ‘La Nouvelle Figuration’ op waarbij ook  Adami, Erro, Rancillac en Voss actief zijn.

Deze groep ontstaat ongeveer tegelijkertijd als de Popart in Amerika en zet zich af tegen de abstracte kunst, die in die periode hoogtij viert. In 1963 organiseert Mathias Feld voor het eerst een tentoonstelling. Op een tweede expositie (1964) van deze nieuwe beweging, in de Galerie Friedrich te München, blijkt reeds duidelijk Klasens eigen plastische, kunstzinnige en paradoxale vormentaal, vol contradicties. Hij schippert als het ware tussen een evenwicht van het sensuele en het afstotelijke van het industriële en streeft naar een wisselwerking met het mooie van de schepping en de afschuwelijke impact van de industrie en haar machines.

Klasen wordt een meester in contrasten. Hij zet fragment tegenover totaliteit, het harde en kille van het metaal tegenover de frêle zachtheid van de menselijke huid en incorporeert in zijn oeuvre objecten om zo de ambiguïteit tussen de realiteit en haar veruiterlijking te onderlijnen. Hij plaatst met een gecreëerde koude objectiviteit agressief aanvoelende benodigdheden zoals pincetten, spuiten en scalpels in de meest gevoelige delen van het vrouwelijk lichaam. In nog andere werken integreert hij dan weer uittreksels van tijdschriften, afgescheurd karton, onderdelen van vliegtuigen of militaire voertuigen;: fragmenten uit de harde realiteit die hij confronteert met poëtische, dromerige en intieme ‘fragmenten’ van vrouwen in hun charmante, soms onschuldige sensualiteit..
klasen art1Zijn werken getuigen van een krachtige vitaliteit. Maar steeds is er die dreigende onbestemde ondertoon : volle warme groene, blauwe en rode kleuren contrasteren met grijze en bruine tinten en ruwe oppervlakken met sensueel vrouwelijk naakt wordt verbonden met cijfers en steeds symmetrisch naast elkaar geplaatste kleurvelden.
De in zijn werken geïntegreerde objecten zoals  spiegels, schakelaars en lampen hebben dezelfde waarde als realistisch weergegeven vormen van de ogen, de mond, de borsten of ranke benen van de vrouw. Hun rauwe, harde aanwezigheid, hun naaktheid, gespannen aanblik benadrukken de dubbele functie van Klasens werken: de toeschouwer confronteren met een opzettelijk vertoonde seksualiteit en die van hem de voyeur maken, die in zijn blootje wordt gezet alléén omdat hij kijkt.

Volgens Klasen-kenner en gerenommeerd criticus, Gilles Plaxy, stellen de meeste van diens werken een muur voor en meer bepaald de vergeestelijking van de Berlijnse muur ten tijde  van het verdeelde Duitsland, een beeld dat nog heel wat mensen in hun diepste meedragen, zo ook Peter Klasen. Maar tezelfdertijd (dixit Plaxy) openen zijn werken een poort naar de herinneringen en naar de dubbelzinnige regionen van het menselijk onderbewustzijn…

Jacobert

jacobert portretOp 27 december 2012 verloor Sint-Martens-Latem een kleurrijk – in al zijn betekenissen – beeldend kunstenaar/filosoof. Jacobert, bij de burgerlijke stand bekend als Jacques Busschaert, werd te Kortrijk geboren op 17 oktober 1944 maar woonde en werkte sinds tientallen jaren in Sint-Martens-Latem.

Hij was een minzaam man, nu eens filosoof en dan weer grappenmaker maar bovenal een veelzijdig kunstschilder en boeiend causeur/levenskunstenaar.

jacobert2Beeldend kunstenaar Jacobert volgde de opleiding schilderkunst aan de Kunstacademie te Brugge, was leerling op het atelier van Pietro Barès en volgde beeldhouwkunst aan de Academie te Kortrijk.
Jacobert is een non-conformist met een anarchistisch trekje, die in zijn schilderkunst steeds op zoek gaat om met subtiel gevoel voor schoonheid grenzen te verleggen.

Hij is inderdaad een non-conformist die ook in zijn schilderkunst zichzelf is en blijft, steeds op zoek naar nieuwe vormen en thema’s. Het hoofdmotief van zijn picturale werk is de basale verbondenheid met de aarde, met het leven, met de vrouw en de dood. Die verbondenheid kan het best worden omschreven als liefde, passie, lyriek. Zijn schilderkunst toont kracht en tederheid. Enerzijds schildert hij in vloeiende en suggestieve lijnen subtiele naakten. Anderzijds brengt hij krachtige abstracte materieschilderijen. Verflagen worden zo bewerkt dat er een weelderige structuur ontstaat, een vibrerende materie, die beweging suggereert. Ondanks de onstuimige stijl, recht uit de pols, is duidelijk zijn technische onderlegdheid en de klassieke scholing merkbaar.

jacobert torseEen halve eeuw schilderen. Met een tedere anarchie gaat hij zijn werk te lijf, bv. zijn “Boxing Art”. Met gewroet en poëzie zijn “Naakten”. Met een muzikale toets zijn “Abstracten” (Schubert) en met een Beethoveniaanse koppigheid : gewoon verder doen. Het eindpunt is een begin voor andere werken. Zijn werk vraagt “Au fond” niet veel “bla-bla-bla”. Zijn kunst is niet alleen genot of wellust, maar ook de schaduwkant van ons bestaan : het licht schijnt in de duisternis.

Tentoonstellingen in België, Nederland, Spanje, Frankrijk, Duitsland, Japan

 

jacobert painting