Categorie archief: V-Z

Willaert, Ferdinand (1861-1938)  

ferdinand_willaert_photo_of_the_belgian_artistFerdinand Willaert wordt op 15 januari 1861 te Gent geboren. Hij is de oudste in een gezin van 13 kinderen. Zijn vader, Charles-Louis, is decorateur en schilder van portretten en religieuze composities. Zijn broers Arthur (1875-1942) en Raphaël Robert Willaert (1878-1949) zijn eveneens kunstschilders. Arthur maakt naam als schilder van vissers op het strand, Raph Robert is dan eerder gespecialiseerd in honden. Het toeval wil dat Willaerts ‘tweede vrouw, Valentine Fontan (1882-1939)en haar vader Joseph-Auguste Fontan ook schilders zijn.

Valentine huwt in 1908 Ferdinand Willaert (1861-1938). Zij krijgt zelf enige faam als schilder van stillevens, bloemen, interieurs, portretten, taferelen met figuren.
Het echtpaar vestigt zich in de Drabstraat 7 in Gent. Valentine neemt deel aan de driejaarlijkse salons in Gent en aan salons in Parijs. Ze is tevens lid van het Nationaal Verbond van kunstschilders en beeldhouwers van België.

Na zijn middelbare school  volgt Ferdinand een opleiding als schilder-decorateur en doorloopt de klassen van de Gentse Academie in amper drie jaar tijd. Zijn mentor en leermeester is Theodoor Canneel. In 1884 wordt Willaert zelf leraar aan de Gentse academie. In 1890 trekt hij met twee bevriende schilders over Frankrijk en Spanje naar Marokko waar hij tot 1892 zal verblijven. Hij schildert in Tanger en omgeving.
Bij zijn terugkeer naar zijn geboortestad  stelt hij zijn Marokkaanse schilderijen tentoon in de Gentse ‘Cercle Artistique’.
ferdinand_willaert_belgian_orientalism

Deze uiterst gewaardeerde tentoonstelling wordt het begin van een succesvolle artistieke doorbraak. De belangstelling is overdonderend; de critici schrijven vol lof en bijna alle werken worden verkocht. Liefhebbers bewonderen zijn persoonlijke visie, de rijkdom aan kleuren en de eerlijke weergave van zijn thematiek Zo wordt hij uitgenodigd om in Parijs tentoon te stellen.
Van dan af is hij geregeld te zien in het Parijse Salon en Belgische en Franse musea kopen zijn werken aan.

1893 is voor Willaert een bijzonder jaar. Hij slaagt in een kunstexamen en wordt directeur van de academie in Dendermonde. Hij zal deze post tot op hoge leeftijd bekleden. Datzelfde jaar wordt hij ook lid van de Société Nationale den Beaux-Arts te Parijs. In 1907 wordt hij er secretaris. Intussen was hij teven lid van de Parijse Société du Salon D’Automne en van de Société Royale des Beaux-Arts te Brussel.
In 1899 wordt Ferdinand Willaert lid van de jury der Belgische Salons. In die hoedanigheid richt hij dan diverse Salons in te Gent, Antwerpen en Brussel  Pas dan begint hij zelf regelmatig deel te nemen aan buitenlandse tentoonstellingen Turkije, Frankrijk, Nederland, Duitsland, Engeland, Italië, Spanje, Rusland, Egypte en de Verenigde Staten  volgen elkaar snel op en hij wordt meermaals gelauwerd.Gent Stilte langs het water ferdinand_willaert

Hoewel Ferdinand Willaert een meer dan verdienstelijke carrière opbouwt, kent hij geen rijkdom. Die welstand komt pas op het einde van zijn leven toen zijn werken pas goed in de markt lagen.

Hij houdt tot aan zijn dood zijn stek aan de Gentse Drabstraat, hoewel hij er enkel in de weekends verblijft want door zijn lang directeurschap aan de Academie is heeft hij een huurappartement in Dendermonde waar hij het grootste deel van de week woont en werkt.

Na de dood (1904) van zijn eerste vrouw, Leontine Van Loo,hertrouwt hij als eerder vermeld met Valentine Fontan die hij in Parijs heeft ontmoet. Zo kon men Ferdinand, Valentine en haar vader, notaris Fontan, vaak samen aan het werk zien in het atelier van haar ouderlijk huis te Magnan in de Gers. Met Valentine krijgt hij in 1918 een dochter. Marguerite.
In 1936 gaat Willaert met pensioen.
Op 30 januari 1938 overlijdt hij en wordt bijgezet in de familiekelder op het Campo Santo te Sint-Amandsberg (Gent).

Gent Leie Ferdinand_WillaertOnder de Gentse kunstenaars voelt hij zich sterk verwant met Albert Baertsoen. Ze delen als het ware hun onderwerpen . Hij is wel minder poëtisch en zwaarmoedig dan Baertsoen en zoekt kleur en toetsen eerder bij Claus, Courtens en Verheyden Zoals de schilders van de Dendermondse School is ook hij ook wel een materieschilder maar onder invloed van de Franse impressionisten en het luminisme ontwikkelt hij een lichtere schriftuur en een zachter kleurenpalet.  De losheid van de schriftuur werd door hem meestal opgevangen door een doordachte compositie en door een juiste weergave. Dit leidde dan eerder tot een ‘verzoening’ van beide tendensen.

Hij was een rasechte, geboren en getogen kunstschilder. Zijn eigen coloriet en schriftuur maken zijn oeuvre zo herkenbaar. Willaert was van nature rijkelijk begaafd en kende zijn vak als geen ander. Hij was een ‘veelschilder’ maar zijn oeuvre was rechtlijnig en liet zich leiden door zijn visie en picturaal gevoel…

gent ferdinand willaert

Advertenties

Van de Woestijne Gustave

gvdw PORTRETGustaaf van de Woestijne (Gent, 2 augustus 1881 – Ukkel, 21 april 1947) liep school aan het Gentse atheneum en volgde nadien de lessen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van zijn geboortestad.
Zijn voornaamste leraars waren  er Louis Tijtgadt en Jules Van Biesbroeck.

Gustaaf vervoegde in april 1900 zijn broer, schrijver-dichter Karel, die verbleef in een huisje aan de Latemstraat 43. Hij bleef er tot 1904.

Daar borstelde hij zijn legendarisch geworden portretten van Deeske Cnudde, het portret van Josephine Destandberg en dit van Elisabeth de Saedeleer.

Later vestigde hij zich in het huis aan de Latemstraat 16 waar hij over een ruim atelier beschikte. gustaaf van de woestijne - het boerinnetje
In 1905 kreeg hij gedurende enkele weken Albert Servaes als logé. Gustaaf van de Woestijne, hijzelf verkoos de Franse schrijfwijze  Gustave, behoorde tot de stichters van de Eerste Latemse Groep.
Ook hij kwam net als zijn vriend Valerius de Saedeleer erg onder de indruk van de tentoonstelling Vlaamse Primitieven (Brugge 1902) en deze eerste gezamenlijke expositie van Vlaamse grootmeesters zou zijn levensvisie en latere oeuvre sterk beïnvloeden. Gustave wordt sterk religieus gericht, zodanig zelfs dat hij in 1905 gedurende zes weken in de abdij ‘Keizersberg’ te Leuven gaat bezinnen en eenmaal terug in het kunstenaarsdorp zijn naastenliefde getuigt door het verplegen van zware zieken en ouderlingen.

In december 1906 vestigt hij zich opnieuw in de vroegere woonst van zijn broer Karel, waar hij zijn belangrijkste werken op doek brengt. Hij huwt in 1908 de Prudence De Schepper  en samen verlaten ze Sint-Martens-Latem om zich, na korte verblijven te Leuven, Etterbeek en Tiegem, tijdens de Eerste Wereloorlog in Engeland te vestigen waar ze ook Minne en de Saedeleer terugvinden. Na de oorlog woonde Van de Woestijne  achtereenvolgens i n Waregem, Mechelen – waar hij directeur werd van de stedelijke academie – en in Ukkel, waar hij op 21 april 1947 overleed.
Hij ligt begraven op het’Campo Santo’ te Sint-Amandsberg.

Van de Woestijne was ook docent schilderkunst aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen. Van 1928 tot 1931 doceerde hij het vak monumentale schilderkunst aan het ‘Hoger Instituut voor Sierkunsten van Ter Kameren’ in Brussel.
Hij bleef echter, ondanks deze officiële opdrachten, een avant-gardist.
Hij was onder andere te gast in de Brusselse galerie ‘Le Centaure’ en kreeg in 1929 zelfs een solotentoonstelling in het Brussels Paleis voor Schone Kunsten.
Hij maakte samen met onder meer Gust. De Smet en Frits Van den Berghe deel uit van de kunstkring ‘Les 9’. Met hen werd hij tien jaar later lid van de kring ‘Les Compagnons de l’Art’.
Vanaf 1928 kreeg Van de Woestijne de steun van het Brusselse echtpaar David en Alice van Buuren. Voor hen maakte hij een grote hoeveelheid werk. De grootse openbare collectie van Gustaves werk is overigens te zien in het ‘Museum van Buuren’ in Ukkel.

GUST VDW DEES

Van den Abeele Albijn (Binus)

binus vda portretBinus Van den Abeele (1835-1918), burgemeester, gemeentesecretaris, letterkundige en kunstschilder werd te Sint-Martens-Latem geboren in de ouderlijke hoeve aan de Zevecotestraat 7.
Hij was gemeenteraadslid, schepen, burgemeester (1869-1876), en gemeentesecretaris (1876-1909) in Sint-Martens-Latem.

Bevriend met Xavier De Cock die hem tot de schilderkunst aanzette, liet hij toch een 150-tal kwalitatief hoogstaande schilderijen na, landschappen die sterk relateren met het oeuvre van Xavier en César De Cock. Hij was de schilder van de natuur en de ‘zingende bossen’, welke hij weergaf in zijn typische, verfijnde, realistische stijl met een grote zin voor detail, kleurweergave en poëzie.
BINUS  BOSLANDSCHAP 1913  DOEK 51 op 65  EST 7 a 10000Paul Haesaert en met hem vele kunstliefhebbers en recensenten noemde Binus ‘de autochtone stamvader van de ‘Latemse Schilders’.
In de winter 1874-75 schilderde Binus zijn eerste landschapje, ‘een studieke’ zoals hij het zelf noemde.

Naast kunstschilder was hij een begaafd letterkundige en heemkundige. Hij schreef streekromans en novellen als ‘Karel en Theresia’, ‘Een Dorpsbeschaver’ en heemkundige studies ‘De Geschiedenis van Sint-Martens-Latem’ (1863); ‘De Geschiedenis van Deinze’ (1865).
In 1875 ruilt hij zijn pen voor penseel en schilderspalet. Zijn liefde voor de schilderkunst, zijn ambt als secretaris en als rentmeester van weldoenster mw. Simonnet zorgden ervoor dat hij heel wat kunstenaars naar Sint-Martens-Latem en de Leie kon lokken. Dat maakte van hem een gedroomd vertrouwensfiguur voor een groep die later een wereldvermaarde kunstenaarskolonie zou worden. binus vda oogst

Binus overleed in 1918  in zijn thans geklasseerd burgerhuis aan de Latemstraat 12. Hij kreeg een laatste rustplaats op het ‘oude kerkhof’ in de schaduw van het kleine torentje…

Verbanck Geo

verbanck geo portret

Geo Verbanck werd op 28 februari 1881 te Gent geboren. Hij overleed op 12 december 1961 te Aartselaar.
Op jonge leeftijd ging hij om den brode werken in ateliers van meubelmakers en beeldhouwers. Als zestienjarige schreef hij zich in aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent waar hij levend model en beeldhouwen volgde. In 1905 studeerde hij ook korte tijd aan de Brusselse Academie voor Schone Kunsten.

In 1909 werd zijn beeldhouwkunst bekroond met de Prijs van Rome.
verbanck geo brons

Van 1911 tot 1927 doceerde hij zelf beeldhouwkunst aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Dendermonde, de stad waar hij met Valentin Vaerwyck meewerkte aan de realisatie van het gerechtsgebouw.

van 1924 tot 1941 gaf hij les aan de Koninklijke Academie te Gent, waar hij ontelbare kunstenaars vormde en waar hij zijn loopbaan beëindigde als dienstdoende directeur.
Geo Verbanck was ook lid van de Stedelijke Commissie voor Monumenten en Stadsgezichten van Gent, adviserend lid van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, lid van de Commissie voor Beeldhouwkunst van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België te Brussel en lid van de Koninklijke Academie van België.

Hij realiseerde talrijke grafmonumenten op de Gentse begraafplaats  Campo Santo, ontwierp medailles en munten, maakte bustes en tekeningen.
Hij is daarenboven de beeldhouwer van het monument voor de gebroeders Van Eyck aan de Gentse Sint-Baafskathedraal , beeld ook naar een ontwerp van Valentin Vaerwyck .

verbanck tekeningGeo Verbanck  werd gevraagd voor heel wat tentoonstellingen en salons in binnen- en buitenland waar hij zijn werken exposeerde aan een ruim publiek.
Zijn oeuvre is overweldigend : toegepaste kunsten, vrije plastiek, grafmonumenten, portretmedaillons en borstbeelden, plaketten, monumentale plastiek, noodmunten, medailles, tekeningen.

In zijn vrije beeldende oeuvre kwamen meestal de thema’s van het kind, de vrouw en het gezin aan bod.
Heel dikwijls werd hij door gerenommeerde architecten of door overheidsinstanties aangezocht om in openbare gebouwen bas-reliëfs te integreren.

Geo Verbanck was geen avant-gardist. Hij wordt  meestal omschreven als een zeer begaafde en uiterst gevoelige kunstenaar, een toonbeeld van artistiek vakmanschap.

Zijn ambachtelijke vorming heeft hij steeds nuttig aangewend om – vooral in zijn vrije beeldhouwwerk – uiterst gevoelige kunstwerken te creëren.
Ook zijn monumentale oeuvre getuigt nog steeds niet enkel van een volleerde materialenkennis en -beheersing, maar ook van een weloverwogen inzicht in het doel en de mogelijkheden van het samengaan van beeldhouwkunst en architectuur.

<Verbanck werkte zowel in de Art-Deco stijl als volgens de regels van de klassieke beeldhouwkunst.
Het mysterieus slingerende van de Art Nouveau maakte plaats voor een meer lineaire, hoekiger, abstractere vormgeving uit de Interbellumperiode – heel dikwijls zelfs met het karakteristieke zigzagmotief in de drapering – en evolueerde na de Tweede Wereldoorlog naar een realistischer weergave met rondere vormen, die de toeschouwer in hoofdzaak moet beroeren door het uitgebeelde thema.>
  (Bron: Beschermingsdossier DW002449, Hannelore Decoodt).

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

bronnen: bron & fotorecht Stichting Geo Verbanck http://www.geoverbanck.be
Extra bronnen:Wikipedia, Galerie Oscar Devos, eigen archief en archieven Stad Gent

Verdegem Jos

josverdegemJos Verdegem werd geboren te Gent op 3 mei 1897. Vader en moeder Verdegem waren arbeiders in de Gentse textielindustrie.
Jos groeide op aan de Muide en ging er naar school. Als twaalfjarige ging Verdegem bij een huisschilder werken maar bezocht tegelijk in avondschool de Gentse Academie. Hij had les van Frits Van den Berghe, Carolus Tremerie en Henri Van Melle. De laatste twee jaren eindigde hij als primus van de tekenklas.

In 1913 volgde hij lessen ‘levend model’ bij George Minne. Hij had er onder meer Jules Boulez, Jules De Coster en Albert Saverys als medestudenten.
Bij het uitbreken van de oorlog meldde Verdegem zich als vrijwilliger.
Op 4 augustus 1914 raakt de zeventienjarige gewond en wordt naar Engeland overgebracht. Pas in 1916 komt hij terug en kon door bemiddeling van Marie Belpaire terecht in de zogenaamde Kunstcompagnie. Hij heeft er onder meer contact met Alfred Bastien, Achiel Van Sassenbroeck, Médard Maertens en Anne-Pierre de Kat. Na de oorlog hervat Verdegem zijn studies aan de Gentse Academie waar hij les krijgt van Jean Delvin. Het jaar erop installeert hij een ateliertje in het Pand. 1922 lijkt voor Verdegem het jaar van de doorbraak te zijn. Hij neemt deel aan tentoonstellingen in Brussel (Galerie L. Manteau), in de Gentse ‘Cercle Artistique’ (samen met o.m. Callewaert) en participeert ook aan de Salons te Gent en Antwerpen ‘Kunst Van Heden’.
Door het succes van die tentoonstellingen ligt voor Jos Verdegem de weg open om ook naar Parijs uit te wijken. Hij zal er tot op het einde van de jaren twintig verblijven. Hij trouwt in 1923 en verhuist naar Nogent-sur-Marne op 15 km van de Lichtstad.
Verdegem blijft wel exposeren in België. Naast zijn deelnames aan de Salons, exposeert hij werken bij ‘Le Centaure’ en bij de Brusselse galerieën G. Giroux en Louis Manteau.
Te Parijs neemt hij deel aan de ‘Salon des Indépendants’ en ‘Salon d’Automne’, twee salons waar de buitenlandse ‘moderne’ schilders steeds welkom waren. Zijn etsen worden er getoond in de galeries van E. De Frenne en van A.G. Fabre.
In 1929 verhuist Verdegem met vrouw en schoonfamilie terug naar Gent. De terugkeer loopt voor Verdegem echter niet zo vlot als verwacht. De kunstenaar vindt geen aansluiting bij de Belgische avant-garde en hoewel hij ook vaak in Brussel en Antwerpen exposeert, komt zijn carrière niet echt van de grond. jos verdegem woonwagens

De jaren dertig waren voor de kunstmarkt wel een zeer moeilijke periode; vele galeries en kunstenaars raakten in financiële problemen.

De meeste avant-garde galeries sluiten de deuren en vele vooruitstrevende kunstenaars beginnen meer traditionele werken te maken, in de hoop opnieuw een koperspubliek te vinden.
Voor Jos Verdegem komt echter een oplossing uit de lucht vallen; in het najaar van 1932 een baan die hem voor de komende jaren financiële onafhankelijkheid zal garanderen: hij wordt benoemd als leraar aan de Gentse Academie.
In 1936 overleed Verdegems vrouw ten gevolge van verwikkelingen bij de bevalling van hun zoontje Liévin.
De kunstenaar hertrouwt in 1937 met een van zijn leerlingen aan de academie, de twintig jaar jongere Elza Vervaene. etsen-van-jos-verdegem
In de jaren 1938-1939 gaat Jos Verdegem zich volledig op zijn etsproductie toeleggen.
Deze periode van intense productiviteit wordt onderbroken door de Tweede Wereldoorlog. Hij vlucht met zijn vrouw naar Limoges waar hij vele tekeningen maakt, die bij de terugkeer naar Gent worden tentoongesteld in Galerie Vyncke-Van Eyck.
Tijdens de oorlogsjaren gaf Verdegem nog steeds les aan de Academie en stelt hij tentoon in eigen land en in Duitsland. Dit feit, gecombineerd met zijn deelname aan de Guldensporenviering te Gent in 1941, resulteert in het verlies van zijn post als docent aan de academie na de oorlog.

 

Voor Verdegem breken zware tijden aan. Zijn financiële vangnet was verdwenen en de kunstenaar ziet zich genoodzaakt om werk te zoeken. Zo begint hij strips te tekenen in feuilletonvorm, om brood op de plank te krijgen. Verdegems huwelijk loopt spaak en de aanbieding voor tentoonstellingen blijven uit.
Pas in 1948 komt de kunstenaar weer naar buiten, met een expositie in de Galerie Vyncke-Van Eyck.
In die naoorlogse periode zou Verdegem een groot deel van zijn vroegere oeuvre herwerken.
Sporadisch krijgt Verdegem nog enkele tentoonstellingen in zijn geboortestad, maar de kunstenaar kan zich moeilijk verzoenen met het naoorlogse artistieke klimaat. De laatste tien jaren van zijn leven exposeert hij bijna niet meer. Op 15 september 1957 overleed de kunstenaar in het Bijloke hospitaal. Verdegem was toen al door de meeste kunstliefhebbers ‘vergeten’.
Door verwikkeligen bij de successie van het werk van de kunstenaar en door het feit dat zijn enige zoon slechts 19 jaar was, duurde het tot de jaren zeventig, eer het werk van de kunstenaar vrijgegeven en door de kunstliefhebber herontdekt en opnieuw tentoongesteld wordt.
Het verschijnen van de Jos Verdegem monografie (met een volledige catalogus van de etsen) in 1977 droeg bij tot de herwaardering van een kunstenaar die op een geheel eigen manier zijn invulling van het Vlaamse expressionisme en post-expressionisme gaf.
Het werk van Jos Verdegem bevindt zich voornamelijk in belangrijke Gentse privé verzamelingen en ook het Gentse Museum voor Schone Kunsten bezit verscheidene werken van de kunstenaar.

Volz Wolfgang

portret volzWolfgang Volz.  In 1948 geboren in Tuttlingen, Duitsland zal als fotograaf vermoedelijk steeds geciteerd worden omwille van de prachtige fotoreeksen die hij realiseerde voor het kunstenaarsduo Christo & Jeanne-Claude, dat hij in 1971 ontmoette en waarmee hij door de jaren heen een grote vriendschapsband opbouwde.

Volz genoot tot 1968  traditioneel onderwijs en maakte als vele van zijn leeftijdsgenoten een kort ommetje in een rockband. Een typisch gegeven in het tijdsbeeld.
In 1969 werd hij aangetrokken tot deFotografieklas van Prof. dr. Otto Steinert, aan de Universiteit Folkwangschulein Essen, Duitsland waar hij  in 1974 onder prof. dr. Erich vom Endt afstudeerde met als eindwerk een planetaire reisgids van de planeet aarde en zijn fotografiecarrière aanving als foto-journalist voor publicaties wereldwijd gespecialiseerd is in wetenschap en technologie.

In 1975 stelde hij zijn fotografie voor het eerst tentoon. Dit leidde tot een ontelbare reeks tentoonstellingen in meer dan 400 galeries of museaover de hele wereld en de realisatie van meer dan 100 covers voor zakelijke tijdschriften als ‘Wirtschaftswoche’ en ‘DM’.

In 1978 werd hij laureaat van de “Deutscher Wirtschaftsfoto Preis”.

Tussen 1980 en 2004  verzorgde hij de fotografie van De geheimen van Wetenschap in vele verhalen voor ‘GEO’ en ‘Bild der Wissenschaft ‘.

'Mastaba Project'

‘Mastaba Project’

 

 

 

 

 

In 1996 was hij de exclusieve fotograaf en co-regisseur met Roland Specker bij het project  ’Christo &  Jeanne-Claude: ‘Wrapped Reichstag, Berlin’.
In 1998  opnieuw de exclusieve fotograaf en co-regisseur met Josy Kraft, voor ‘Christo en Jeanne-Claude: Wrapped Trees, Fondation Beyeler, Berower Park, Riehen/Basel, Schweiz“ Riehen / Basel, Schweiz ‘ en in 1999 opnieuw exclusieve fotograaf en technisch directeur voor de installatie binnen ‘Christo en Jeanne-Claude: De muur, 13.000 Oilbarrels, Gasometer, Oberhausen, Duitsland’.

In  2001 was Volz ook directeur voor de tentoonstelling ‘Blaues Gold – Blue Gold’, Gasometer Oberhausen, Duitsland en in 2002 imponeerde hij het kennerspubliek met  ‘China Landscape’  bij Ludwig Galerie; Schloss Oberhausen, Duitsland, wat hij in 2003 overdeed met  ‘CHINA-USA Landschappen van Wolfgang Volz’ in  Museum Haus Ludwig für Kunstausstellungen Saarlouis, Duitsland en met’ManMade Planet – Photographien von Wolfgang Volz’ in de LUDWIG GALERIE; Schloss Oberhausen, Germany.

Sindsdien reizen zijn werken de wereld rond en behoren ze tot de meest selecte verzamelingen van kunstliefhebbers, kunstgalerijen en musea.

(Pictures copyright W. Volz)

Van den Heede Raoul

raoul_van_den_heede portret

Raoul Van den Heede

7 november 1924 – 263 februari 1999

 

 

 

De kunstliefhebber zal misschien de wenkbrauwen fronsen bij het lezen van deze korte  biografie over een hen waarschijnlijk onbekende beeldend kunstenaar. Door de jaren heen zijn er heel wat verdienstelijke artiesten uit de streek tussen Gent en Deinze in de vergeethoek geraakt.

Ik denk dan aan Robert Aerens, Stefaan Tessely, Petrus Mertens, EmEs, Albert Steel, Benny van Groeningen, Joe van Rossem, Luc-Peter Crombé, Miel en Frans de Cauter en een dozijn andere.
Toch allemaal namen die in de jaren 60-80 heel wat kleur gaven aan de kunst en cultuur in de Oost-Vlaamse Leiestreek en zeker een vermelding verdienen.

Zo kwam ik via de familie Tanghe tot Raoul Van den Heede, een man die van en voor zijn kunst leefde.

Tijdens zijn lager onderwijs wint hij, aangemoedigd door zijn‘mentor, de beeldhouwer Piet Eckers, twee internationale wedstrijden voor kinderaquarellen in Mexico en Engeland.

In 1939, op zijn vijftiende, sterft zijn moeder en breekt de eerste wereldoorlog uit.

Raoul  wordt gedeporteerd en tewerkgesteld als metaalarbeider aan de Tsjechische grens .
Bij zijn tweede vluchtpoging wordt hij, na een tocht van 800 km, in de Lüneburgerheide bevrijd door het derde leger van generaal Patton.
Na  zijn terugkeer naar België begint hij opnieuw te tekenen en te schilderen.
raoul vd heede

Hij komt in contact met Leon De Smet, Hubert Malfait, Albert Saverys en Karel De Bondt die hem stimuleren om schilderkunst te gaan studeren.
In 1960 behaalt hij een eerste prijs en in 1961 krijgt zijn eerste tentoonstelling in de Gentse Koninklijke Kunst- en Letterkring.
Hij schilderde explosief, gebruikte  heftige kleuren en felle vegen en halen.
Hoewel zijn werk in 1965 een ereplaats kreeg op het 51ste Salon voor de Schone Kunsten in Gent wordt Raoul een eenzaat die enkel nog voor de kunst leeft.

raoul vd heede 2

In 1966, na de dood van zijn vader voor wie hij de zorg opnam, trekt hij naar een hoevetje in de Doornplasstraat (Drongen-Luchteren).

De eerste  jaren gaat het hem zeker niet voor de wind Na enkele jaren vinden de kunstliefhebbers  toch gaandeweg  hun weg naar zijn atelier. raoul vd heede 3

 

Afgezien van een aantal tentoonstellingen leeft hij het leven van alledag en deelt hij zijn bestaan alleen met zijn schilderkunst.  De zwijgzame eenzaat ontwikkelde gaandeweg een heftige en getormenteerde stijl. In 1996 krijgt hij een herseninfarct en op 26 februari 1999 sterft hij in rusthuis ‘Leiehome’ in Drongen (Baarle) aan een beroerte.

Van Aerden Willem

van aerden willemWillem Van Aerden (1912-2007), kunstschilder, tekenaar en beeldhouwer. Studeerde aan de academies van Mechelen en Brussel en werd later docent aan de Academie voor Schone Kunsten te Brugge.
Zijn beelden stralen terzelfder tijd vertedering, subtiliteit, vertedering en kracht uit. Zijn tekeningen getuigen van een ontroerende schoonheid, ingetogenheid en hebben een trefzekere schriftuur. Ze getuigen van een ongeëvenaarde maturiteit die zij gelijke niet heeft.
Ze zijn nu eens weemoedig en dan weer een verpersoonlijking  van levensvreugde.
Zijn uiterst persoonlijke techniek is steeds herkenbaar en zowel zijn getekend oeuvre als zijn sculpturen zijn met uiterste zorg en métier uitgewerkt.

Op het vlak van zuivere teken- en beeldhouwkunst werd Willem Van Aerden een begrip eneen voorbeeld voor de figuratieve kunst in België.

van aerden willem 2Hij woonde en had zijn atelier aan de Brandstraat te Sint-Martens-Latem en werd er tot de  belangrijkste Latemse kunstenaars na 1945 gerekend.

Monografie Willem Van Aerden 1941

van aerden Herda

Vindevogel Vé

foto_veveVéronique (Vé) Vindevogel draait al enkele jaren mee in het Latemse kunstleven.

Ze volgde na haar humaniorastudies de keramiekklassen aan de Stedelijke Academie van Aalst waar ze o.m. les kreeg van haar vader, de Latemse beeldhouwer, keramist en tekenaar Geo Vindevogel.

‘Ve’ Vervolmaakte zich, na vier jaar Aalst, aan de Koninklijke Gentse Academie voor Schone kunsten bij Carmen Dionyse die net als

Landuyt haar prille beginperiode zal beïnvloeden. veve beeld

Ve Vindevogel is echter het archetype van de onrustige kunstenaar die steeds op zoek is naar nieuwe uitdagingen. Ze bleef, hoewel ze zelf les gaf aan de KASK te Deinze, niet bij het louter academische van de keramiekkunst.

Ze zocht naar een eigen techniek en thematiek. Ze experimenteerde voortdurend met kleisoorten en pigmenten.
Reeds in 1978 stelde ze haar keramieken voor het eerst tentoon in de toenmalige ‘Galerij Georges Buysse’ aan de Nelemeerstraat te Sint-Martens-Latem.

P1200689

Zelf noemt ze haar œuvre vooral sterk beïnvloed door de Pre-Columbiaanse kunst.
Gepassioneerd door natuur en reizen, met een voorliefde voor Marokko, werd de kunstenares later vooral aangetrokken door de Afrikaanse kunst en haar vormentaal.

doggie vévéDe ‘rode lijn’ die door haar creaties dwaalt, is de leidraad bij het streven naar een evenwicht in de esthetische beweging van mens en dier.Thematiek, handvaardigheid en zin voor relativiteit spelen een belangrijke rol bij de veruiterlijking van haar vormen en figuren.

Ze blijft experimenteren met de meest uiteenlopend kleisoorten maar chamotte, witte en zwarte klei dragen haar voorkeur.

Merkwaardig is ook de totaal eigen glazuurtechniek die ze door haar passie voor het boetseren en een haast natuurlijk aanvoelen van pigmenten heeft ontwikkeld.

In 2012 neemt ze naast  de keramiek opnieuw de draad op met de teken- en aquarelkunst.
Dit resulteert in 2014 in een evenwichtige reeks beelden en aquarellen ‘Raço di biou’. Moderne, gestileerde creaties die de stieren uit de Franse Camarguestreek aandacht en uitstraling geven.

V Vindevogel aqua

 

Vindevogel Geo

vindevogel geoBeeldhouwer en keramist Geo Vindevogel werd in 1923 geboren te Gentbrugge.
Hij was de zoon van de Zwijnaardse bronsgieter Karel Vindevogel (1875-1952).
Na zijn moderne humaniora ging hij van 1939 tot 1941 naar de Gentse academie waar hij les kreeg van Geo Verbanck.
Nadien studeerde hij aan ‘Ter Kameren’ in Elsene bij beeldhouwer Oscar Jespers (1887-1970) en later nog bij Olivier Strebelle. Geo vervolmaakte zich later aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen en te Brussel.
Zelf gaf hij les aan de Normaalschool van Gent en aan de Academie van Aalst.
Hij won tijdens zijn carrière verschillende prijzen. Hij kreeg  onder meer in 1949 de Prijs van Rome, in 1952 de Provinciale Prijs voor Beeldhouwkunst en in 1973 de Prijs van Parijs voor Beeldhouwkunst.

'Familie' (fragment)

‘Familie’ (fragment)

Sommige van zijn naakten staan dicht bij de kunst van George Grard maar Vindevogel  ontwikkelt een hem eigen stijl en gebruikt afwisselend volle en spitse vormen of laat vaak  het licht spelen in zijn oeuvre.
Geo Vindevogel werkt zowel met hout, marmer en brons als met inox-staal.

In publieke ruimtes treft men heel wat werk van Geo Vindevogel, onder meer het beeld van de heilige Elisabeth in het begijnhof van Gent.
Hij ontwierp hij ook de oorlogsmonumenten van Izegem, Oostende en Deinze. Ook de vier bronzen het executieoord te Oostakker zijn werken van Vindevogel.

In Gent kreeg hij de opdracht voor het uitvoeren van een gedenkteken voor kolonel Haus aan de Leopoldskazerne.

monument vindevogel

Het werk van Geo Vindevogel (1923-1977) was sober  en figuratief, zonder onnodige franjes.
Zijn vormgeving bij beelden en tekeningen is gestileerd zonder detaillering.
Gedurende zijn carrière vervaardigde hij naaktfiguren, portretten, groepen, bas-reliëfs, oorlogsgedenktekens en monumenten.

 

Het wereldgebeuren laat hem, als kunstenaar, onberoerd. Wat hem boeit is de ambachtelijke arbeid om aan hout en steen een gestalte te geven, om van een vormloze massa een gave sculptuur te maken.