Categorie archief: Schrijfsels

Verbanck Geo

verbanck geo portret

Geo Verbanck werd op 28 februari 1881 te Gent geboren. Hij overleed op 12 december 1961 te Aartselaar.
Op jonge leeftijd ging hij om den brode werken in ateliers van meubelmakers en beeldhouwers. Als zestienjarige schreef hij zich in aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent waar hij levend model en beeldhouwen volgde. In 1905 studeerde hij ook korte tijd aan de Brusselse Academie voor Schone Kunsten.

In 1909 werd zijn beeldhouwkunst bekroond met de Prijs van Rome.
verbanck geo brons

Van 1911 tot 1927 doceerde hij zelf beeldhouwkunst aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Dendermonde, de stad waar hij met Valentin Vaerwyck meewerkte aan de realisatie van het gerechtsgebouw.

van 1924 tot 1941 gaf hij les aan de Koninklijke Academie te Gent, waar hij ontelbare kunstenaars vormde en waar hij zijn loopbaan beëindigde als dienstdoende directeur.
Geo Verbanck was ook lid van de Stedelijke Commissie voor Monumenten en Stadsgezichten van Gent, adviserend lid van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, lid van de Commissie voor Beeldhouwkunst van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België te Brussel en lid van de Koninklijke Academie van België.

Hij realiseerde talrijke grafmonumenten op de Gentse begraafplaats  Campo Santo, ontwierp medailles en munten, maakte bustes en tekeningen.
Hij is daarenboven de beeldhouwer van het monument voor de gebroeders Van Eyck aan de Gentse Sint-Baafskathedraal , beeld ook naar een ontwerp van Valentin Vaerwyck .

verbanck tekeningGeo Verbanck  werd gevraagd voor heel wat tentoonstellingen en salons in binnen- en buitenland waar hij zijn werken exposeerde aan een ruim publiek.
Zijn oeuvre is overweldigend : toegepaste kunsten, vrije plastiek, grafmonumenten, portretmedaillons en borstbeelden, plaketten, monumentale plastiek, noodmunten, medailles, tekeningen.

In zijn vrije beeldende oeuvre kwamen meestal de thema’s van het kind, de vrouw en het gezin aan bod.
Heel dikwijls werd hij door gerenommeerde architecten of door overheidsinstanties aangezocht om in openbare gebouwen bas-reliëfs te integreren.

Geo Verbanck was geen avant-gardist. Hij wordt  meestal omschreven als een zeer begaafde en uiterst gevoelige kunstenaar, een toonbeeld van artistiek vakmanschap.

Zijn ambachtelijke vorming heeft hij steeds nuttig aangewend om – vooral in zijn vrije beeldhouwwerk – uiterst gevoelige kunstwerken te creëren.
Ook zijn monumentale oeuvre getuigt nog steeds niet enkel van een volleerde materialenkennis en -beheersing, maar ook van een weloverwogen inzicht in het doel en de mogelijkheden van het samengaan van beeldhouwkunst en architectuur.

<Verbanck werkte zowel in de Art-Deco stijl als volgens de regels van de klassieke beeldhouwkunst.
Het mysterieus slingerende van de Art Nouveau maakte plaats voor een meer lineaire, hoekiger, abstractere vormgeving uit de Interbellumperiode – heel dikwijls zelfs met het karakteristieke zigzagmotief in de drapering – en evolueerde na de Tweede Wereldoorlog naar een realistischer weergave met rondere vormen, die de toeschouwer in hoofdzaak moet beroeren door het uitgebeelde thema.>
  (Bron: Beschermingsdossier DW002449, Hannelore Decoodt).

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

bronnen: bron & fotorecht Stichting Geo Verbanck http://www.geoverbanck.be
Extra bronnen:Wikipedia, Galerie Oscar Devos, eigen archief en archieven Stad Gent

Servaes Albert

servaes portretAlbert Servaes werd in april 1883 geboren in Gent.
Servaes is aanvankelijk handelsreiziger voor de specerijenhandel van zijn vader.In
1901 en 1902 volgt hij avondlessen aan de GentseAcademie en1905 vervoegt hij zijn geestesgenoten in Sint-Martens-Latem. Albert Servaes vormt volgens critici zowat de schakel tussen de Eerste en Tweede Latemse Groep, anderen spreken dat dan weer tegen. Wel staat vast dat hij een van de eerste Vlaamse expressionisten was. In eerste instantie trok hij in bij Frits Van den Berghe , later bij Gustave Van de Woestijne om dan in alle rust te gaan schilderen bij keuterboer en veelgevraagd schildersmodel Doorke Malfait aan de

Latemstraat 100. Hij bleef er 10 jaar. Toen hij in 1915 trouwde verhuisde hij naar de latere herberg ‘De Haan’ in de Brakelstraat. Op een boogscheut daar vandaan bouwde hij uiteindelijk in de Baarle-Frankrijkstraat zijn befaamde atelierwoning ‘Torenhuis’, later ‘Torenhof’ genoemd

servaes 1908

Zijn werk is aanvankelijk beïnvloed door Eugène Laermans en Gustave Van de Woestijne.
Het befaamde ‘Aardappeleters’ (1909) is naar alle waarschijnlijkheid zijn eerste expressionistische schilderij.

Na de Eerste Wereldoorlog krijgt het werk van Albert Servaes al een eerder religieus karakter.

Hij maakt een “Kruisweg” (1919) voor het Karmelietenkerkje in Luithagen. De dramatische voorstelling van de magere figuren was zo aanstootgevend, dat het werk in 1921 door de kerk uit de openbare ruimte wordt verwijderd. servaes kruisweg

Hij Verbleef van 1904 tot 1944 in Latem. Na de Tweede Wereldoorlog emigreert Albert Servaes naar Zwitserland, vooral uit angst voor represailles omwille van zijn sympathie voor de Duitse cultuurpolitiek. In Zwitserland houdt hij meestal die religieuze thema’s aan.

artiestenzolder-1230 SERVAES

Zijn latere werk is dan weer gekenmerkt door het benadrukken van lichteffecten.

Albert Servaes overleed in april 1966 in Luzern.

Atelierwoning 'Torenhof' van Servaes

Atelierwoning ‘Torenhof’ van Servaes

Verdegem Jos

josverdegemJos Verdegem werd geboren te Gent op 3 mei 1897. Vader en moeder Verdegem waren arbeiders in de Gentse textielindustrie.
Jos groeide op aan de Muide en ging er naar school. Als twaalfjarige ging Verdegem bij een huisschilder werken maar bezocht tegelijk in avondschool de Gentse Academie. Hij had les van Frits Van den Berghe, Carolus Tremerie en Henri Van Melle. De laatste twee jaren eindigde hij als primus van de tekenklas.

In 1913 volgde hij lessen ‘levend model’ bij George Minne. Hij had er onder meer Jules Boulez, Jules De Coster en Albert Saverys als medestudenten.
Bij het uitbreken van de oorlog meldde Verdegem zich als vrijwilliger.
Op 4 augustus 1914 raakt de zeventienjarige gewond en wordt naar Engeland overgebracht. Pas in 1916 komt hij terug en kon door bemiddeling van Marie Belpaire terecht in de zogenaamde Kunstcompagnie. Hij heeft er onder meer contact met Alfred Bastien, Achiel Van Sassenbroeck, Médard Maertens en Anne-Pierre de Kat. Na de oorlog hervat Verdegem zijn studies aan de Gentse Academie waar hij les krijgt van Jean Delvin. Het jaar erop installeert hij een ateliertje in het Pand. 1922 lijkt voor Verdegem het jaar van de doorbraak te zijn. Hij neemt deel aan tentoonstellingen in Brussel (Galerie L. Manteau), in de Gentse ‘Cercle Artistique’ (samen met o.m. Callewaert) en participeert ook aan de Salons te Gent en Antwerpen ‘Kunst Van Heden’.
Door het succes van die tentoonstellingen ligt voor Jos Verdegem de weg open om ook naar Parijs uit te wijken. Hij zal er tot op het einde van de jaren twintig verblijven. Hij trouwt in 1923 en verhuist naar Nogent-sur-Marne op 15 km van de Lichtstad.
Verdegem blijft wel exposeren in België. Naast zijn deelnames aan de Salons, exposeert hij werken bij ‘Le Centaure’ en bij de Brusselse galerieën G. Giroux en Louis Manteau.
Te Parijs neemt hij deel aan de ‘Salon des Indépendants’ en ‘Salon d’Automne’, twee salons waar de buitenlandse ‘moderne’ schilders steeds welkom waren. Zijn etsen worden er getoond in de galeries van E. De Frenne en van A.G. Fabre.
In 1929 verhuist Verdegem met vrouw en schoonfamilie terug naar Gent. De terugkeer loopt voor Verdegem echter niet zo vlot als verwacht. De kunstenaar vindt geen aansluiting bij de Belgische avant-garde en hoewel hij ook vaak in Brussel en Antwerpen exposeert, komt zijn carrière niet echt van de grond. jos verdegem woonwagens

De jaren dertig waren voor de kunstmarkt wel een zeer moeilijke periode; vele galeries en kunstenaars raakten in financiële problemen.

De meeste avant-garde galeries sluiten de deuren en vele vooruitstrevende kunstenaars beginnen meer traditionele werken te maken, in de hoop opnieuw een koperspubliek te vinden.
Voor Jos Verdegem komt echter een oplossing uit de lucht vallen; in het najaar van 1932 een baan die hem voor de komende jaren financiële onafhankelijkheid zal garanderen: hij wordt benoemd als leraar aan de Gentse Academie.
In 1936 overleed Verdegems vrouw ten gevolge van verwikkelingen bij de bevalling van hun zoontje Liévin.
De kunstenaar hertrouwt in 1937 met een van zijn leerlingen aan de academie, de twintig jaar jongere Elza Vervaene. etsen-van-jos-verdegem
In de jaren 1938-1939 gaat Jos Verdegem zich volledig op zijn etsproductie toeleggen.
Deze periode van intense productiviteit wordt onderbroken door de Tweede Wereldoorlog. Hij vlucht met zijn vrouw naar Limoges waar hij vele tekeningen maakt, die bij de terugkeer naar Gent worden tentoongesteld in Galerie Vyncke-Van Eyck.
Tijdens de oorlogsjaren gaf Verdegem nog steeds les aan de Academie en stelt hij tentoon in eigen land en in Duitsland. Dit feit, gecombineerd met zijn deelname aan de Guldensporenviering te Gent in 1941, resulteert in het verlies van zijn post als docent aan de academie na de oorlog.

 

Voor Verdegem breken zware tijden aan. Zijn financiële vangnet was verdwenen en de kunstenaar ziet zich genoodzaakt om werk te zoeken. Zo begint hij strips te tekenen in feuilletonvorm, om brood op de plank te krijgen. Verdegems huwelijk loopt spaak en de aanbieding voor tentoonstellingen blijven uit.
Pas in 1948 komt de kunstenaar weer naar buiten, met een expositie in de Galerie Vyncke-Van Eyck.
In die naoorlogse periode zou Verdegem een groot deel van zijn vroegere oeuvre herwerken.
Sporadisch krijgt Verdegem nog enkele tentoonstellingen in zijn geboortestad, maar de kunstenaar kan zich moeilijk verzoenen met het naoorlogse artistieke klimaat. De laatste tien jaren van zijn leven exposeert hij bijna niet meer. Op 15 september 1957 overleed de kunstenaar in het Bijloke hospitaal. Verdegem was toen al door de meeste kunstliefhebbers ‘vergeten’.
Door verwikkeligen bij de successie van het werk van de kunstenaar en door het feit dat zijn enige zoon slechts 19 jaar was, duurde het tot de jaren zeventig, eer het werk van de kunstenaar vrijgegeven en door de kunstliefhebber herontdekt en opnieuw tentoongesteld wordt.
Het verschijnen van de Jos Verdegem monografie (met een volledige catalogus van de etsen) in 1977 droeg bij tot de herwaardering van een kunstenaar die op een geheel eigen manier zijn invulling van het Vlaamse expressionisme en post-expressionisme gaf.
Het werk van Jos Verdegem bevindt zich voornamelijk in belangrijke Gentse privé verzamelingen en ook het Gentse Museum voor Schone Kunsten bezit verscheidene werken van de kunstenaar.

di Vito Lola

lola di vito portretLOLA di VITO, leerlinge van de befaamde Georges De Vlamynck draait reeds jaren mee in de wereld van de schilderkunst. Na haar middelbare studies in Hasselt, waar ze opgroeide, volgde ze de lessen aan Académie des Beaux Arts in Luik en vervolmaakte zich in de beeldende kunsten aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen, waar ze Rik Slabbinck als leraar had.
Reeds heel vlug combineerde ze de plastische kunsten met haar andere passie, de muziek.
Als sopraan en later als mezzo-sopraan haalde ze heel wat prijzen aan o.m. het Conservatorium te Brussel.

Lola di Vito is één van de weinige Belgische kunstenaressen die er in slaagde uit te blinken in beide disciplines. Het is geenszins evident carrière te maken als klassieke zangeres en daarenboven te excelleren in de moeilijke wereld van de plastische kunsten.
Lola di Vito slaagde er echter in beide disciplines in goede banen te leiden. Ze kreeg daarbij de onvoorwaardelijke steun van haar moeder, componiste Berthe di Vito – Delvaux. Ook haar echtgenoot, wijlen Maurice De Groote, een befaamde bas van de Munt te Brussel en haar huidige echtgenoot Arthur Metdepenninghen, ere-inspecteur bij het NTG en secretaris-schatbewaarder/archivaris bij het Koninklijk Landjuweel, waren een stimulans in het uitbouwen van een internationale carrière.
Reeds in 1975 was ze een graaggeziene gaste in de Leiestreek en stelde ze o.a. tentoon in De Latemse Brouwerijschuur en het Museum Leon De Smet te Deurle.

Haar geschilderde oeuvre laat zich niet inpakken in een keurslijf van één of ander -isme. Haar werk is uiterst gevoelsmatig en heeft een rijk en gevarieerd kleurenpalet. Nu eens met invloeden van het post-impressionisme en dan weer met een expressionistische inslag, is de schilderkunst van Lola di Vito een veruiterlijking van de diepste gemoedstoestand van een emotieve, fijngevoelige kunstenares. In haar oeuvre weerspiegelt zich de ziel van een vrouw die lééft voor haar kunst en die zowat alle technieken beheerst.
Haar landschappen, havenzichten, bloemstukken en figuren getuigen van haar uitgesproken liefde voor mens en natuur.

Butterfly - Lola di Vito (2)Ook de wereld van de lyriek blijft een rode draad in haar oeuvre.
Die vinden we dan terug in doeken met instrumentisten, werken als Madame Butterfly, La Cantatrice en talrijke andere thema’s, die toch ergens verbonden blijven met haar grote passie voor de muziek.
Lola di Vito bewijst daarenboven een leading lady te zijn in de harde, veeleisende wereld van opera en belcanto. Die gedrevenheid om uit te blinken in haar beide passies resulteert in een constante wisselwerking tussen beide disciplines. Naast concerten met haar trouwe pianiste Raya Birguer trad ze ook vaak op met André De Groote en nam ze eind 1997 een CD op met werk van haar moeder Berthe di Vito – Delvaux met Daniël Blumenthal aan de piano.
Sinds haar verblijf in Sint-Martens-Latem concerteerde ze meer en meer met haar favoriete pianiste Sabrina Romano.
Lola di Vito leeft voor de kunst. Ze is als het ware het symbool voor de expressionistische lyriek, zowel in de beeldende kunst als op het concertpodium.
Ze heeft nu haar atelier en woont zeBrussel maar de band met Sint-Martens-Latem bleef. Ze vertegenwoordigt de gemeente bij de vereniging voor kunstdorpen en –steden, ‘EuroArt’ en zetelt in de Gemeentelijke Raad voor Cultuur van het kunstenaarsdorp.

Ergo Linde

linde ergo portretDat Linde Ergo de paden van de beeldende kunst zou bewandelen was haast een evidentie. Kunstbeleving had zich ongetwijfeld diep in de genen genesteld. Gezien de familiale voorgeschiedenis ontegensprekelijk een sterke band met kunst en cultuur koestert enhoog in het vaandel draagt, lagen de wegen naar het artistieke leven én beleven voor haar open.
Linde studeerde beeldhouwkunst aan de Academie van Ukkel en behaalde haar hogere graad aan de Academie voor Beeldende Kunst in Gent.

In 1992 verhuisde ze naar New York waar ze 8 jaar lang werkte in het Sculpture Center. Daar kwam de maturiteit van de handeling en de beheersing van de materie tot volle ontplooiïng.
Het was dan ook in Manhattan dat ze voor het eerst tentoonstelde. Nu woont en werkt ze al enkele decennia terug in België, in De Haan aan Zee.

linde ergo 1
Haar beelden spreken een universele taal. Ze tonen ons menselijke emoties die schuilgaan in het diepste van ons. Sensuele gestalten inspireren en nodigen uit tot stilte. Ze rijzen uit het niets, staan, zitten met een ingetogen blik, verlangend naar het onbereikbare. Linde Ergo weet hoe en eeuwenoude traditie te vertalen naar de gevoelswereld van nu.
Het oeuvre van Linde Ergo bestaat uit variaties van kleine en levensgrote sculpturen in zowel terracotta als brons.
Haar tactiliteit en de vertederende thematiek zorgde snel voor waardering en faam als beeldhouwster van ranke vrouwelijke figuren, zuiver maar speels van lijn en elegantie.
Haar beelden dragen meestal een verborgen boodschap in zich. Op die manier laat ze de kunstliefhebber gissen naar het ‘gevoel’ dat ze in haar creaties maskeert maar dat, bewust of onbewust, de kijker ertoe aanzet om het ‘mysterie’ gevoelsmatig een plaats te geven in ‘zijn’ wereld. linde ergo3

Ze kneedt met volle overgave en een onwaarschijnlijke finesse haar klei tot frêle, broze of gepassioneerde figuren. Eens ze die, haar typerende, fijnzinnige uitstraling hebben, zijn ze klaar om ze in brons te zien vereeuwigen tot typisch vrouwelijke beeltenissen. Zo volgt ze spontaan en zelfverzekerd voorgangers als Camille Claudel, Auguste Rodin, Aristide Maillol en, dichter bij ons, Georges Grard.

Het levende model is voor Linde een onuitputtelijk bron van inspiratie en deaanzet tot creëren.
De verschillende poses, gevoeligheden, ja onvolmaaktheden of emoties zetten haar aan de onderliggende boodschap in haar oeuvre nog meer te koesteren en te accentueren. Het is een meer dan bewuste ingeving die zich dan weer uit in de verfijning van haar driedimensionale ‘beeldspraak’ en de subtiele aanpak van emotie en evenwicht bij zowel model als beeldhouwster.
linde ergo 2De tactiele vorm wordt vertaald naar klei of was. In Haar figuren zijn de veruiterlijking van haar streven naar perfectie en gevoeligheid.Hoewel de sculpturen van Linde Ergo vernieuwend en hedendaags zijn, vinden ze hun basis in de vroeg-antieke beeldhouwkunst en het neoclassicisme
De massiviteit van de vormen benadrukt de speelsheid, de elegantie en de zinnelijkheid van haar beeldend oeuvre en vertedert de liefhebber..

Mahau Michèle

MICHELE MAHAU

 

 

mahau portretGeboren te Zwevegem in 1956 is Michèle Mahau een autodidacte kunstenares die reeds van jongsaf aan het teken- en schildertalent in zich had. Een academische opleiding heeft ze nooit gevolgd. Deze jonge vrouw had gewoon de ziel en de habiliteit van de kunst in de vingers.

Michèle Mahau wachtte geduldig het moment af om met haar oeuvre naar het publiek te komen. mahau pointers

Misschien lag dit deels aan haar sterk introverte persoonlijkheid, maar ik denk eerder dat ze bewust het kunstpubliek op zijn honger liet om enkel op de boot te springen als haar werken de perfectie, die ze steeds nastreeft, benaderden. Deze opportuniteit deed zich voor door contacten met Katy Wieme en Octaaf Meiresonne, die haar in 1994 de weg toonden naar de Kunstkroeg en de toenmalige Vereniging Latemse Kunstenaars.

Hoewel Michèle Mahau als autodidacte beschouwd wordt, verwierf zij toch een zekere opleiding en maturiteit in de kunsthumaniora. Ze is dus zeker geen dilettant, maar een kunstenares die het geduld opbracht naar buiten te treden als, voor haar eigen ego, haar oeuvre klaar was om naar het publiek gebracht te worden. Precies die zelfkritiek blijkt zoek bij talloze andere debutanten of hobbyschilders.

In de eerste plaats is Michèle Mahau een dierenschilder, met een voorliefde voor honden.

mahau disco

 

Ze portretteert ze niet met een lijn, maar sensualiseert de vorm, expressie en schoonheid met licht- en schaduwpartijen, waardoor ze een bijna fotorealistisch portret bekomt, waarin de dieren- of kunstkenner tevens het karakter of de gevoeligheid van het geportretteerde dier moeiteloos kan aflezen. Deze bijzondere uitstraling van haar oeuvre typeert de kunstenares, die zelf uiterst gevoelig en fijnzinnig is en met een nuchtere kijk op het leven en zin voor relativiteit haar eigen weg zoekt in de wereld van de hedendaagse kunst.

Volz Wolfgang

portret volzWolfgang Volz.  In 1948 geboren in Tuttlingen, Duitsland zal als fotograaf vermoedelijk steeds geciteerd worden omwille van de prachtige fotoreeksen die hij realiseerde voor het kunstenaarsduo Christo & Jeanne-Claude, dat hij in 1971 ontmoette en waarmee hij door de jaren heen een grote vriendschapsband opbouwde.

Volz genoot tot 1968  traditioneel onderwijs en maakte als vele van zijn leeftijdsgenoten een kort ommetje in een rockband. Een typisch gegeven in het tijdsbeeld.
In 1969 werd hij aangetrokken tot deFotografieklas van Prof. dr. Otto Steinert, aan de Universiteit Folkwangschulein Essen, Duitsland waar hij  in 1974 onder prof. dr. Erich vom Endt afstudeerde met als eindwerk een planetaire reisgids van de planeet aarde en zijn fotografiecarrière aanving als foto-journalist voor publicaties wereldwijd gespecialiseerd is in wetenschap en technologie.

In 1975 stelde hij zijn fotografie voor het eerst tentoon. Dit leidde tot een ontelbare reeks tentoonstellingen in meer dan 400 galeries of museaover de hele wereld en de realisatie van meer dan 100 covers voor zakelijke tijdschriften als ‘Wirtschaftswoche’ en ‘DM’.

In 1978 werd hij laureaat van de “Deutscher Wirtschaftsfoto Preis”.

Tussen 1980 en 2004  verzorgde hij de fotografie van De geheimen van Wetenschap in vele verhalen voor ‘GEO’ en ‘Bild der Wissenschaft ‘.

'Mastaba Project'

‘Mastaba Project’

 

 

 

 

 

In 1996 was hij de exclusieve fotograaf en co-regisseur met Roland Specker bij het project  ’Christo &  Jeanne-Claude: ‘Wrapped Reichstag, Berlin’.
In 1998  opnieuw de exclusieve fotograaf en co-regisseur met Josy Kraft, voor ‘Christo en Jeanne-Claude: Wrapped Trees, Fondation Beyeler, Berower Park, Riehen/Basel, Schweiz“ Riehen / Basel, Schweiz ‘ en in 1999 opnieuw exclusieve fotograaf en technisch directeur voor de installatie binnen ‘Christo en Jeanne-Claude: De muur, 13.000 Oilbarrels, Gasometer, Oberhausen, Duitsland’.

In  2001 was Volz ook directeur voor de tentoonstelling ‘Blaues Gold – Blue Gold’, Gasometer Oberhausen, Duitsland en in 2002 imponeerde hij het kennerspubliek met  ‘China Landscape’  bij Ludwig Galerie; Schloss Oberhausen, Duitsland, wat hij in 2003 overdeed met  ‘CHINA-USA Landschappen van Wolfgang Volz’ in  Museum Haus Ludwig für Kunstausstellungen Saarlouis, Duitsland en met’ManMade Planet – Photographien von Wolfgang Volz’ in de LUDWIG GALERIE; Schloss Oberhausen, Germany.

Sindsdien reizen zijn werken de wereld rond en behoren ze tot de meest selecte verzamelingen van kunstliefhebbers, kunstgalerijen en musea.

(Pictures copyright W. Volz)

De Vos Norma

Norma De Vos werd in 1929 te Ninove geboren en vestigde zich, na een langdurig verblijf in Kolwezi, in 1963 in Sint-Martens-Latem, waar ze tot eind 1997 in het pittoreske, typisch landelijk hoevetje, Huize Minne, aan de Kouterbaan haar atelier had.

Ze studeerde aan het Sint-Maria-instituut te Schaarbeek en volgde de lessen teken- en schilderkunst aan de Stedelijke Academie van Aalst, waar ze leerling was bij Jan Van Malderen, De Coninck, Piet Gillis en Albert Claeys. Ze bleef haar ganse schilderscarrière die bewondering voor Albert Claeys in de rudimentaire vormen en het  felle coloriet van haar landschappen veruiterlijken.
Die aparte penseeltoets en verftechniek kreeg ze dan weer door haar goeie vriend Maurice Schelck, met wie ze deel uitmaakte van de befaamde Schilders van de Ronde Tafel.

Hoewel ze begin de negentiger jaren meer en meer oog heeft voor kleurrijke, expressievolle portretten en vrouwenfiguren, keert ze in 1995 toch terug naar het landschapschilderen, het portretteren met houtskool en de aquarelkunst.

Haar eerste tentoonstelling dateert uit 1948 toen ze in Kolwezi verbleef.
In België debuteerde ze in Zaal Pan te Gent, maar de eigenlijke doorbraak kwam er pas toen kunstkenner Marcel Pieters haar een tentoonstelling aanbood in het ‘Latems Museum voor Moderne Kunsten’, toen het mekka voor de hedendaagse en moderne schilderkunst in Vlaanderen.

AH226 norma devosEen landschap of stilleven van Norma De Vos wordt een ware explosie van kleur. Ze brengt het landelijke naar de geest, maar met een eigen zin voor kleur en schriftuur, misschien onnatuurlijk eerlijk en ongekunsteld. De landschappen zijn nu eens expressionistisch  en badend in oker en dan weer opgefleurd met felle roden en groenen.

 

Haar vrouwenfiguren blijven frêle en teder, in een sluier van surrealisme gehuld.

Naast diverse tentoonstellingen in binnen- en buitenland hield ze geregeld open deur-dagen in haar atelier aan de Latemse Kouterbaan. Gesmaakte, kunstzinnige weekends, vaak gekoppeld aan wijnproeverij of een uitnodigende koffietafel met enig echte Geraardbergse mattentaarten.

Begin 1998 verhuisde ze naar Geraardsbergen, waar ze haar haar atelier had aan de Kattestraat. Ze bleef echter nauw in contact met beeldend kunstenares Mien Barbé – Van Gucht met wie ze een sterke vriendschapsband had  en met de leden van de Vereniging Latemse Kunstenaars, een culturele vriendenkring, die ze in 1995 hielp oprichten.

 

Lindström Bengt

lindström portretBengt Karl Erik Lindström (3 september 1925-29 januari 2008) is een belangrijk Zweeds beeldend kunstenaar die vaak, maar onterecht, tot de CoBrA-beweging wordt gerekend . Hij is één van Zwedens bekendste hedendaagse kunstenaars met een karakteristieke stijl van flamboyante, hevige kleuren en ruwe composities met dikke materie op doek gebracht,  waaronder vaak verwrongen, ja getormenteerde figuren.

Lindström werd geboren in 1925 in Storsjö kapell , Härjedalen , Zweden . In 1944 verhuisde hij naar Stockholm om er te studeren bij de Zweedse schilder Isaac Grünewald .
In 1948 trok hij naar Frankrijk om er zich in Parijs te vervolmaken bij toen leidinggevende kunstenaars  als Andre Lhote en Fernand Leger .
Hij bleef in Frankrijk te Savigny sur Orge voor de rest van zijn artistieke loopbaan maar ging op geregelde tijdstippen terug naar Sundsvall.

Lindström is waarschijnlijk het bekendst door zijn monumentale  verwezenlijkingen als muurschilderingen en kleurrijke sculpturen. Een van zijn beroemdste sculpturen is de Y-sculptuur aan Midlanda Airport ten noorden van Sundsvall , Zweden.lindstrom beeld

Bengt Lindström had zijn eerste solotentoonstelling in Zweden in 1954 op Gummessons Art Salon.
In de jaren 1950 kwam hij in contact met de CoBRA-groep in Frankrijk. Deze groep werkte met kleuren als voornaamste expressiemiddel , iets dat Lindstrom tot zich nam  in zijn latere kunst.
Hij vond echter meestal inspiratie in de Noorse mythologie, de Vikingtijd en de volkskunst uit verschillende landen, werelddelen en tijdperken. In zijn schilderkunst verschijnt het wezen, – dier, monster, mens of god– vaak totaal onverwacht uit de materie. De vormgeving, de vermenselijking  vormt het ultieme stadium van de creatie zoals als bij de vertellingen in de Genesis.
De vurigheid en de bezwerende kracht van zijn oeuvre, waarvan de betekenis ontluikt op het randje van het onverwachte, het onderbewuste, brengen ons terug naar het begin der tijden. Zoals in de mythes reflecteert zijn schilderkunst echter ook de diepste mechanismen die de menselijke geest beheersen. De kleuren, de versmolten massa en de ruimtes vormen contrasten die ook onder elkaar spelen, zoals ook de geest sinds het prille begin gespeeld heeft: met grote tegenstellingen om de wereld te bevatten.
Deze afwisselingen, deze complementaire vibraties lopen doorheen zijn hele oeuvre en structureren het.  Ze helpen hem zich uit te drukken en hun oorsprong zal hem blijven fascineren.
artwork lindstromHij schildert een blik of een detail van een gezicht reuzengroot alsware om de buitensporigheid uit te drukken; hij reduceert goden tot tekens die overeenkomen met de geboorte, de eenwording, de coherentie of de wanorde.
Bengt blijft voor alles een schilder, schilder en vrij. Noch intellectualisme, noch verbeelding hebben hem ooit aangetast. Hij bleef steeds op de grens van het instinctieve en het spontane.

Sinds het midden van de jaren 1960 tot na zijn dood reisde zijn oeuvre door Europa en Azië.
De kunstenaar Bengt Lindström en zijn vrouw Michele schonken hun kunstverzameling aan het Västernorrland Museum in Härnösand.
Het laatste decennium van zijn leven zocht de zwaar zieke Lindström rust en zuurstof in zijn thuisland waar hij in 2008 insliep.

De Bruycker Jules

Zelfportret

Zelfportret

Jules DE BRUYCKER (Gent 1870 – 1945)

Tekenaar, aquarelschilder, etser. Leerling aan de Gentse academie bij Louis Tytgadt.
De Bruycker wordt beschouwd als een der grootste etsers van 19-20ste eeuw.
Hij heeft vooral en veel in zijn geboortestad gewerkt, maar ook in Londen (uitgeweken 1914-1918). Heeft o.m. ‘En ville morte’ van Franz Hellens, en ‘De legende van Ulenspiegel en Lamme Goedzak’ van Charles De Coster geïllustreerd.
Lid van de Koninklijke Academie van België. Werken in talrijke musea en prentenkabinetten.

Jules De Bruycker werd op 29 maart 1870 geboren in de Jan Breydelstraat te Gent, in de schaduw van het Gravensteen, het Sint-Veerleplein en de Vismarkt.

De dood van zijn vader in 1884 noodzaakte de jonge Jules te gaan werken als hulpstoffeerder.
In 1893 schrijft hij zich in aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten, en in zijn vrije tijd begint hij te tekenen en te aquarelleren.
Het is pas in de 20ste eeuw dat de eerste beroemde werken het Gentse kunstpatrimonium verrijken. jules de bruycker aquarel
In 1903 exposeert De Bruycker voor het eerst in het Driejaarlijks Salon van Gent.
De regering koopt zijn aquarel “Voddenmarkt”.
Jules De Bruycker volgde zijn stadsgenoten niet naar Sint-Martens-Latem en de ‘roep van de Leie en de landelijkheid’. Hij bleef liever de ‘chroniqueur’  van de stad.
Hij tekende in de kroegen, in de engelenbak van de schouwburg, in de wachtzaal van het station, op markten of vanop terrassen. Daarenboven was hij gefascineerd door monumenten en nog meer door ruïnes en uitgeleefde gebouwen. Maar hij leefde ook mee met de sukkelaars, het werkvolk en de minderbedeelden. Zijn sociale betrokkenheid was groot.
Tussen 1932 en 1937 zat hij vaak op het terras van de befaamde  ‘Brasserie Wilson’ (nu de McDonalds) om de Sint-Niklaaskerk te tekenen.

'Veerleplein'

‘Veerleplein’

‘Hij observeerde ook de voorbijgangers en schetste zo heel wat figuren. ‘Les Gens de chez nous’ noemde hij die en hij bracht er in 1942 een album over uit, waarin ook de tekeningen van de Sint-Niklaaskerk waren opgenomen.
In de oorlogsjaren tekende hij Duitse soldaten en officieren. Die noemde hij ‘Gens pas de chez nous’, stelt Jan De Block, van ‘de vrienden van de Sint-Niklaaskerk’ die in 2008 samen met de ‘stichting Jules De Bruycker’ en de stad Gent een unieke tentoonstelling organiseerden.

'Liggend Naakt'

‘Liggend Naakt’

bronArto – Biografisch woordenboek der Kustenaars in België na 1830) & De Standaard