Categorie archief: Schrijfsels

De Clercq Chris

ChrisDeClercq portret

Chris De Clercq heeft zich in zijn rijk gevulde carrière zich zowat alle disciplines van de beeldende kunst eigen gemaakt. Alleen het conceptuele kon hem niet bekoren.

Een kunstwerk moest esthetisch, verzorgd, afgewerkt zijn. Schoonheid en uitstraling zijn voor hem als artiest primordiaal.
Waar hij in zijn prille beginperiode (1957) beïnvloed werd door de abstracten en de constructivisten, keek hij tot 1964 op naar het maniërisme van de 19de/20ste eeuw waar de figuren in de meest ondenkbare, verdraaide poses werden afgebeeld.
Eén facet kon hij echter niet van zich afzetten: de vaardigheid en de uitstraling van figuren als Da Vinci, Michelangelo, El Greco en dichter bij ons Jeroen Bosch. Zij bleven zijn voorbeelden.

'Blauwe Kompositie'

‘Blauwe Kompositie’

De tweede helft van de jaren zestig stak de humane beleving bij hem op. Grootsheid en verval werden meer en meer een thematiek in zijn geschilderde en vooral in zijn getekende oeuvre.

In de jaren zeventig verschijnt de symboliek. Dit resulteert in fijnzinnige surrealistische taferelen onder invloed van zijn vroegere docenten Octave Landuyt en Jos Trotteyn en brengt hem terug naar zijn eerste liefde: de kunst van Jeroen Bosch.

In 1978 komt Chris De Clercq in contact met een schildercollectief rond Wally Van De Velde en het ‘Kunstschip Dronghene’. De Symboliek blijft, maar onder invloed van dit collectief gaat Chris zich verdiepen in de Egyptische kunst.

In de jaren tachtig schildert hij o.a. ‘De 12 tekens van de Dierenriem’ en ‘De 7 Hoofdzonden’, werken die, samen met zijn ontelbare fresco’s en trompe-l’oeils tot het summum van zijn oeuvre worden gerekend.
Op zijn vijftigste wordt Chris voor het eerst vader en dat brengt hem een geestelijke verrijking. Het wordt een inspiratiebron voor totaal nieuwe, ja vernieuwende, schilderijen en aquarellen.Het symbolisme verwatert en ruimt plaats voor een eerder impressionistische benadering van de schilderkunst. Van dan af aan krijgt hij ook meer aandacht voor de aquarelkunst.

In 1996 raakt Chris dan weer in de ban van de Indische cultuur en vindt er Zen, de rust. Een tocht door de Thar-woestijn en de mystieke eenvoud van de Indiërs resulteren in eenvoudige, maar schitterende aquarelreeksen.

Die zalige ervaring zal hij later doortrekken tot zijn eigen habitat, de wijk Hoog-Latem, de Provence en zijn favoriete vakantieplekken Lago D’Iseo, Monte Isola in het Italiaanse Trente, WERKEN CHRIS 008waar hij trouwens al vaak eregast was bij de bloemenfeesten en waar hij binnenkort in Peschiera (2014) en in Carzano (2015) door het gemeentebestuur met een solotentoonstelling zal gevierd worden .

Het ontluiken en de aanleg van de Westerplas en de Oosterdijk was voor Chris De Clercq een nieuwe uitdaging. Dit, naar plaatselijke normen, immens overstromingsbekken groeide uit tot een prachtig natuurreservaat met een grote diversiteit aan fauna en flora.
Chris kan er uren genieten, schetsen of fotograferen en legt zijn impressies vast op doek en papier.

 

1268999_10202299126865365_1648572464_o

Meer?  http://www.chrisdeclercq.be/

Advertenties

Daels Luc

daels lucLuc Daels kreeg zijn kunstopleiding van Marcel A. J. Hoste, de wereldberoemde mimespeler en tevens getalenteerde kunstschilder, die zijn atelier had onder de Sint-Pieterskerk aan het Gentse Sint-Pietersplein.
Professor Daels vestigde zich in 1961 te Sint-Martens-Latem en kreeg er bekendheid als non-figuratief schilder.
Hij behoorde tot de strekking van de Belgische Aluchromisten die, in de plaats van canvas, geanodiseerde aluminiumplaten als drager gebruikten.

Daels exposeerde zowat overal in Europa. Zijn grootste realisatie was een aluchromie van 100 m2 in opdracht van ‘Old Spice Men’s Perfume’ in Newcastle on Tyne op de grens van Engeland en Schotland. Later keerde hij terug naar de traditionele schilderstechnieken en maakte kleurrijke studies die steeds weer relateerden met de natuur. daels

Wie Luc Daels zegt, komt onvermijdelijk bij zijn boezemvriend Walter De Buck terecht.

Weinig Latemnaars zijn daarvan op de hoogte, maar Luc Daels was mede de drijvende kracht achter vzw Trefpunt en droeg bij tot de opstanding van de Gentse Feesten.

In het begin waren de activiteiten van Trefpunt kleinschalig. Tweemaal per week was er een samenkomst rond jazz, poëzie of voordracht. Om de twee weken was er een tentoonstelling met teken-, schilder- of beeldhouwwerk van jonge, toen nog onbekende artiesten.
Trefpunt was een soort vriendenkring onder het beschermende statuut van een vereniging zonder winstoogmerk. De hele onderneming draaide als een liertje. Professor Luc Daels, toen nog assistent aan de Gentse universiteit, en Walter De Buck waren de twee polen van de kracht die de motor draaiende hielden. Luc bracht veel mensen aan uit het universitaire milieu en Walter verzamelde zijn vrienden uit het bonte wereldje van kunstenaars en muzikanten. Op die manier brachten zij animo in het Gentse Feesten verhaal…

Enkele jaren geleden verliet  hij het kunstdorp en woont en werkt Luc Daels opnieuw in Gent.

luc_daels werk

Van Aerden Willem

van aerden willemWillem Van Aerden (1912-2007), kunstschilder, tekenaar en beeldhouwer. Studeerde aan de academies van Mechelen en Brussel en werd later docent aan de Academie voor Schone Kunsten te Brugge.
Zijn beelden stralen terzelfder tijd vertedering, subtiliteit, vertedering en kracht uit. Zijn tekeningen getuigen van een ontroerende schoonheid, ingetogenheid en hebben een trefzekere schriftuur. Ze getuigen van een ongeëvenaarde maturiteit die zij gelijke niet heeft.
Ze zijn nu eens weemoedig en dan weer een verpersoonlijking  van levensvreugde.
Zijn uiterst persoonlijke techniek is steeds herkenbaar en zowel zijn getekend oeuvre als zijn sculpturen zijn met uiterste zorg en métier uitgewerkt.

Op het vlak van zuivere teken- en beeldhouwkunst werd Willem Van Aerden een begrip eneen voorbeeld voor de figuratieve kunst in België.

van aerden willem 2Hij woonde en had zijn atelier aan de Brandstraat te Sint-Martens-Latem en werd er tot de  belangrijkste Latemse kunstenaars na 1945 gerekend.

Monografie Willem Van Aerden 1941

van aerden Herda

De Cock César

César-De-Cock--1823---1904--portret
In tegenstelling tot zijn oudere broer Xavier leek César De Cock (1823-1904) eerder voorbestemd voor een muzikale carrière. Dank zij een gegoede Gentse burgerfamilie kreeg hij de kans zich te bekwamen in het vioolspel en werd hem zelfs een plaats als muziekleraar aangeboden.
Toen hij doof werd moest hij echter noodgedwongen de strijkstok ruilen voor het penseel en vervoegde hij Xavier in Barbizon.

In dit kunstoord raakten ze bevriend met Camille Corot, die hen spontaan “mes frères flamands noemde.

'Meisje aan de bosrand'

‘Meisje aan de bosrand’

De broers maakten er kennis met dieren- en landschapsschilders als Daubigny, Millet en Rousseau. Deze Franse grootmeesters zouden hun schilderkunst blijvend beïnvloeden.

'Schaapherder'

‘Schaapherder’

Dank zij hun vele Franse vrienden werden Xavier en César graag geziene gasten in de grote “Parijse Salons” waar ze tussen 1860 en 1880 regelmatig tentoonstelden.

Na hun Frans avontuur belandden de broers opnieuw in Sint-Martens-Latem waar ze door Binus Van den Abeele hartelijk verwelkomd werden.

Zij werden later de ‘Verkenners’ genoemd voor de ‘Eerste Latemse Groep’.

De Cock Xavier

xavier de cock

Xavier De Cock wordt op 10 maart 1818 te Gent geboren.Van jongsaf aan heeft hij een bijzondere aanleg voor het tekenen. Deze gave vindt men terug in zijn schetsen die hij in en rond de stad maakt.
In 1829 begint hij zijn opleiding aan de Academie voor Schone Kunsten te Gent tot maart 1835.
In zijn vroege werken vinden we een modieus romantisch-realisme. Zijn verwonderde geïdealiseerde blik staat nog het dichtst bij de Kortrijkse dierenschilders.
Zijn directe inspiratie haalt hij bij Eugène Verboeckhoven, Xavier De Cock verhuist naar Frankrijk in 1852.
Een jaar later ontdekt hij Barbizon en zijn schilders waar we hem met broer César , Felix Cogen en Gustave Den Duyts terugvinden.
xavier decock 2

In 1860 huwt Xavier Maria Virginia Elias, een weesmeisje uit het naburige Sint-Denijs-Westrem en vestigt zich in een huis aan de Kortrijksesteenweg (nu Xavier De Cocklaan) aan ‘De Vierschaar’ te Deurle waar hij tot zijn dood zou blijven wonen.

 

De kunstenaar overlijdt te Deurle in 1896. Op 25 april 1897 wordt te Deurle het monument Xavier De Cock opgericht, een blijvende herinnering.

artiestenzolder-1229

de overzet

Dooms Vic

Vic Dooms (1912-1994)

dooms vic portret
Net als Albijn van den Abeele was Victor Dooms een van de weinige autochtone kunstenaars in Sint-Martens-Latem.
Bij zijn geboorte in 1912 stond het dorp reeds op de artistieke landkaart van België. De eerste (symbolistische) groep en de tweede (impressionistische) groep waren toen reeds grotendeels uit het dorp verdwenen.
Maurice Sys was in het interbellum regelmatig een oude ingezetene van Latem.

Als hij niet op zijn woonboot vertoefde, was hij de gast van de familie Dooms.
De jonge Vic Dooms vergezelde hem meermaals op zijn schilder tochten.

Tussen 1932 en 1939 volgde hij lessen aan de Portaelsschool te Vilvoorde, maar hij bloeide echter pas volledig open in het atelier van Jules Brouwers, die naar de traditie van de realisten, met zin voor het ‘Clair-Obscur’, het thema van het stilleven grondig uitdiepte.
Net voor de oorlog kwam hij opnieuw naar Sint-Martens-Latem.
Vic Dooms hield zich nogal in de luwte van de kunstscène. Van op afstand bekeek hij het gebeuren, maar nam maar aarzelde om er zelf actief aan deel te nemen.

Vic Dooms exposeerde amper tot kunsthandelaar Marcel Pieters hem naar het ‘Latems Museum voor Moderne Kunsten’ bracht.
Hij legde er, als stille waarnemer, met Maurice Schelck, Oscar Bonnevalle, Antoon Catrie en de toenmalige ‘jonkies’ Martin Wallaert, Henri Vandermoere en Hans Kitslaar de basis van een artistieke vriendenkring.
In 1993, een jaar voor zijn dood, organiseerde cultuurcentrum het Toreken te Gent een groots opgezette retrospectieve.
Zijn nagelaten oeuvre is zeer gevarieerd maar  met zijn goede vriend en kunstschilder Eduard De Clercq ging hij tot kort voor zijn dood in de natuur schilderen.

vic dooms paintings on auction

Hoewel Dooms landschappen, havenzichten, marines, bloemen en portretten schilderde, werd hij vooral bekend als intimist en schilder van stillevens. Net als zijn Gentse evenknie Maurice Dupuis verkoos hij de geborgenheid van het eigen huis, waar hij zijn echtgenote Marie bijstond bij de huishoudelijke taken.
Zijn stillevens zijn erg contemplatief. De hem eigen, fijnzinnige  kleurkeuze en een vaste toets of veeg van het paletmes  droegen als het ware zijn doordachte, gemeten composities.

Sys Maurice

sys maurice portretMAURICE SYS (1880-1972)

Op dertienjarige leeftijd trok Sys al naar de Gentse academie, waar hij de klasgenoot van Hippolyte Daeye, Julius de Praetere en de gebroeders De Smet was. Samen met zijn vrienden Gustave en Leon De Smet debuteerde hij in 1904 in de ‘Gentse Kunst- en Letterkring’.
Hun studiegenoot, de jonge criticus Frédéric de Smet, beschouwde hen toen reeds, samen met Alfons Dessenis en Frits Van den Berghe als dé “revelaties die een briljante artistieke toekomst aan onze stad beloven”. Samen met hen stond hij ook aan de wieg van de Brusselse modernistische vereniging ‘Les Indépéndants’.

Bij zijn debuut genoot Sys vooral faam als portretschilder, die naast de notabelen van zijn tijd ook zijn vrienden-kunstenaars zoals Gustave De Smet en Frits Van den Berghe schilderde. In deze doeken liet hij zich opmerken als een fijngevoelig observator, met een scherp oog voor de psychologische typering van zijn modellen. Zijn koloriet was ingetogen. De beeltenis werd ragfijn uitgewerkt, de omgeving kreeg schetsmatig vorm.

artiestenzolder-1224 SYS
Van 1907 tot 1908 woonde hij te St.-Martens-Latem, in de Latemstraat, en van 1909 tot 1913 aan het Dorp in de vroegere atelierhoeve van Valerius de Saedeleer. Van 1913 tot 1923 zwierf hij rond met zijn woonboot “’t Nest” langs de stromen en rivieren van Vlaanderen, Frankrijk en Nederland (waar hij tijdens de eerste wereldoorlog verbleef).
Nadien vestigde hij zich opnieuw te Gent in de Proveniersterstraat waar hij als een kluizenaar leefde tussen zijn schilderijen en talrijke boeken. In 1969 werd hij, op 89 jarige leeftijd, opgenomen in het Lousbergsgesticht te Gent waar hij in 1972 overleed.

Sys behoorde tot ‘de tweede groep van Latem’ samen met Leon en Gust De Smet, Constant sys botenPermeke, Frits van den Berghe en Albert Servaes.

Sys liep hoog op met hun werk.
Later keerde hij echter terug naar het impressionisme in de lijn van Albert Baertsoen. Maurice Sys schilderde vooral Leiezichten, visserssloepen en -haventjes, huiselijke taferelen en portretten. Zijn kunst kenmerkt zich door een fijngevoelig koloriet en een technische beheersing.

De Buck Evarist

EVARIST DE BUCK (1892-1974)

de buck evarist0001
Evarist De Buck
doorliep tussen 1904 en 1914 de Gentse Academie maar dit werd echter  door het begin van de Eerste Wereldoorlog verstoord.
Hij kwam zich in 1917 in Sint-Martens-Latem vestigen en datzelfde jaar nodigde de Gentse ‘Salle Taets’ hem uit voor een individuele tentoonstelling.

Exposeren deed hij trouwens vooral in Gent.
In de plaatselijke ‘Cercle Artistique et Littéraire’ was hij meermaals te gast.
In 1925 kreeg hij er zelfs een individuele tentoonstelling. Gelijktijdig exposeerde hij in de ‘Galerie d’Art’ en later volgden af en toe, maar regelmatig, individuele tentoonstellingen in Brussel en Antwerpen.

Getraumatiseerd door de dood van zijn zoon tijdens de Tweede Wereldoorlog besteedde hij zijn volle aandacht aan het beheer van de kunstgalerij die hij had gesticht, en waar hij vooral eigen werk toonde.
In  het Latemse kunstleven bleef hij afstandelijk en was hij eerder een eenzaat..
Hoewel hij tot zijn dood in het dorp verbleef, nam hij nauwelijks deel aan het plaatselijke kunstleven. Wel verraadt zijn werk de invloed van Latemse dorpsgenoten, met name Valerius De Saedeleer en Albert Servaes.

Bij zijn debuut was De Bucks voorkeur voor sociale thema’s als werkloosheid en armoede overduidelijk. Onder invloed van de sombere oorlogsjaren, bracht hij in zijn houtskooltekeningen miserabilistische taferelen. Anderzijds stond hij in de vroegste jaren onder invloed van het Divisionisme van Emile Claus en Théo van Rysselberghe.

Het verloop en het einde van de oorlog liet ook op zijn werk een grote indruk na. In de jaren na de oorlog bracht hij pathetische stukken en sneed hij nu plots religieuze thema’s aan, die sterk aan Albert Servaes doen denken. Anderzijds putte De Buck uit volkse verhalen. Ook naar George Minne keek hij enorm  op.

'Rust in de Weide'

‘Rust in de Weide’

In de jaren 1920 evolueerde zijn werk naar een sobere eenvoud. De vormelijke vereenvoudiging ging gepaard met een zachte gevoeligheid voor zijn eigen leefwereld. Zijn doeken zijn eerder  intiem dan monumentaal. Bescheidenheid overheerst.
Evarist De Buck was geen geboren verteller, en episch worden zijn doek nooit. De Leie bracht hij in stilte op doek, in contemplatieve verwondering over de roerloze eeuwigheid…

'Kleurenspel op de Leie'

‘Kleurenspel op de Leie’

Somers Francine

francinesomers90jaarFrancine Somers (° 1923) mocht zich dankzij haar talent voor tekenen als dertienjarige, vroeger dan andere leerlingen, inschrijven aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten.

Ze volgde er de lessen van 1936 tot 1943. Jos Verdegem was haar leraar Levend Model, Stilleven, Etstechnieken en Schetsen. Ze volgde eveneens lessen bij Oscar Coddron en Beatrice Colpaert en volgde tijdens de oorlogzomers de klas ‘Plein Air’ schilderen bij Victor De Budt.
Haar medestudenten waren onder andere Camille D’Havé en Geo Vindevogel.

Ze studeerde af met twee onderscheidingen: de eerste prijs van de Academie (gouden medaille) en de prijs “Jean Delvin”. De deelname aan de Godecharle prijs in 1943 leverde Francine Somers een tweede plaats op.

Ze behaalde in 1948 de fameuze “Prix Jeanne Pipyn” voor de meest beloftevolle jonge kunstenaar.

Naast haar academische opleiding stak Francine vooral veel op van de talloze kunstenaars die ten huize Somers bij haar vader, een befaamde edelsmid,  langskwamen. Zo onderhield ze goede contacten met Maurice Dupuis, Lucie Jacquart, Cécile Cauterman en Victor Stuyvaert. Ook mimekunstenaar en kunstschilder Marcel Hoste lag haar nauw aan het hart.

Les Passants

Les Passants

In haar werk van de jaren ’50, ’60 en ’70 toont de artieste zich een ware chroniqueur van de plaatsen en tijden die ze meemaakte en de mensen die ze observeerde.
De markten van Afrika, de straten van Parijs, de dansers van Maurice Béjart, passanten in de trein, spelende kinderen in parken… fascineren haar. Kleur en tijd, materie en licht, herinnering en reminiscentie kristalliseren.

Op een onbevangen en persoonlijke manier krijgen indrukken en beelden gestalte op doek en papier, in een levendig coloriet. Uit deze tijdsdocumenten spreekt haar ‘joie de vivre’ evenals het plezier van het schilderen.

'Les Bouquinistes'

‘Les Bouquinistes’

francine somers kaft-boeksomers

Nicole Verschoore, journaliste en auteur, verzorgde de herinneringen van haar vriendin Francine Somers aan diens jeugdjaren in Gent tot een mooi geïllustreerd boek met talrijke tekeningen van deze veelzijdige artieste.

 

(foto’s Gallery St-John & Liberaal Archief)

De Smet Leon

Leon De Smet - 1951

Leon De Smet – 1951

Léon De Smet studeerde aan de Gentse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten samen met zijn broer Gustave. Beiden behoren tot de Tweede Groep van Sint-Martens-Latem, de kunstgroep die in de streek rond Sint-Martens-Latem ging wonen om er in contact met de eenvoud van de Leiestreek tot een nieuwe kunst met een dieper inhoud te komen.
Léon was hier onder andere bevriend met de kunstenaars Valerius De Saedeleer, Maurice Sys, Constant Permeke, Frits van den Berghe, Gustave Van de Woestijne en diens broer, dichter Karel Van de Woestijne.
Bij het uitbreken van de Eerst Wereldoorlog vluchtte Léon naar Groot-Brittannië, waar hij bijval kreeg met zijn portretten en zo zijn oeuvre ‘omhoog tilde’. Een individuele tentoonstelling in januari 1917 in de Leicester Gallery in Londen was daar de vrucht van.

Toen hij in 1920 terugkeerde naar België kreeg hij een grote tentoonstelling in de Brusselse Galerie Georges Giroux. In 1953 werd hij gelauwerd met een grote, individuele tentoonstelling in het MSK Gent. leon de smet detail
Kunsthistorici plaatsen het oeuvre van Léon De Smet zowel bij het impressionisme, expressionisme en pointillisme.
Hij schildert in eerste instanties voornamelijk met subtiele penseeltoetsen, zoals in ‘De verliefden’, een doek uit 1911, maar hij had ook periodes waar hij grote vlakken schilderde zoals in ‘Dame met waaier’in 1924. Zijn kleurenpalet is meestal iets meer gedempt, hoewel telkens een grote diversiteit van kleuren ontstaat in zijn oeuvre. Zijn composities zijn steeds zeer evenwichtig…

artiestenzolder-1223 LEON DE SMET