Categorie archief: Sport en recreatie

Het schuttersleven in de gemeente

thumb6Volkssport is in Sint-Martens-Latem nooit een ijdel begrip geweest. Naast het oude Vlaamse bolspel, het sjoelen en de balsporten, kenden beide deelgemeenten een bloeiend schuttersleven. Handboog en kruisboog werden en worden er nog steeds gekoesterd. Jammer is wel dat de handbooggilde ‘De Harlekijnen’ (op staande wip) stilaan wegdeemsterde bij gebrek aan een passende locatie.thumb4
Kruisbooggilde ‘Jong wordt Oud’ moest dit jaar noodgedwongen uitwijken naar het schitterende ‘domein Gevaert-Minne’ waar hun liggende wip een tijdelijk onderkomen vond en het wachten is op de verwezenlijking van de buitensportterreinen aan de Deurlese Lijnstraat om opnieuw de staande wip te zien herrijzen (Foto’s van de kruisboogschieting “Jong Wordt Oud” op 5 maart 2006).
IMG_9455b‘Kruisboogmaatschappij Willem Tell’, in 1937 gesticht te Deurle door kunstschilder Gustaaf De Smet, Albert Haelemeersch Sr. en Edmond Eggermont in ‘Café Bachtenberge’ bij René en Rachel Van de Wiele – Haelemeersch, kende na de tweede wereldoorlog heel wat omzwermingen. In 1947 kwamen de schutters terecht in ‘Café De Nieuwe Wijk’, aan de Golflaan bij Georges en Elza Tournet. In de zestiger jaren moest hun lokaal plaatsruimen voor een brood- en banketbakkerij en weken de schutters uit naar ‘Café De Fanfare’ aan de Kortrijksesteenweg. Enkele jaren later landden de schutters aan de Maenhoutstraat in ‘Café Molenhuis’ bij Roger De Vrieze en Monique Verschuere. Het was daar dat half de jaren zeventig de kruisboogmaatschappij zich opsplitste en dat de ‘Kruisbooggilde Robin Hood’ gesticht werd door o.a. Emiel De Nobele en Roger De Vrieze. ‘Robin Hood’ bleef in het Molenhuis, terwijl ‘Willem Tell’ met open armen werd ontvangen in ‘Café ’t Oud Gemeentehuis’, een gezellig, ouderwets dorpscafé aan de Latemstraat bij Margriet en Jenny Ranschaert. Toen de gezusters Ranschaert midden de jaren tachtig de drukte van het schuttersvolkje niet meer aankonden, kreeg de maatschappij, door tussenkomst van ereburgemeester Raf Van den Abeele en toenmalig burgemeester Bob Van Hooland,onderdak op de site van het cultureelcentrum aan de Kwakstraat waar ze nu nog de lokalen delen met de boldersclub ‘De Lustige Bolders’ (Foto’s kruisboogschieting Willem Tell op 19 Feb 2006).

SchutterscropOm verder te gaan met het schuttersleven wil ik u toch nog graag de geschiedenis van het Deurlese schuttersleven meegeven, schitterend neergeschreven door auteur-heemkundige Eddy Vaernewijck, een rasechte Deurlenaar:

EEN EEUW JONG WORDT OUD

Oprichting en beginjaren van Jong wordt Oud.

Deurle heeft in het verleden verscheidene schuttersgilden gekend, maar Jong wordt Oud is de enige die vandaag nog in onze gemeente actief is. Alle andere gilden zijn in Deurle ondertussen verdwenen.
De meeste hanteerden de handboog. De enige kruisbooggilde die Deurle ooit heeft gekend behalve Jong wordt Oud is nu in Latem gehuisvest. Willem Tell, opgericht in 1937 met als erevoorzitter Gust de Smet en voorzitter Albert Haelemeersch, had vroeger haar lokaal in café Bachtenberge vooraleer zij naar Latem verhuisde.
Een kort overzicht maakt de vroegere bloei van het Deurlese schuttersleven alvast duidelijk.

Vooreerst was er de handbooggilde De Leie, die het levenslicht zag in 1926 in het Boldershof bij Ernest Van der Plaetsen, maar er reeds in 1936 mee ophield nadat in café De Vierschaar De vrije Schutters werd opgericht. Deze gilde – waar enkel op de liggende wip werd geschoten – was een langer leven beschoren. In 1953 werd het lokaal van De vrije Schutters afgebroken naar aanleiding van het verbreden van de rijksweg Gent-Kortrijk. De verhuis naar café Bachtenberge en de fusie in 1958 met de jonge maatschappij De Maandagschutters (°1954) kende onder het voorzitterschap van burgemeester Antoon de Pesseroey een bloeiend bestaan. ‘s Zomers werd geschoten in Bachtenberge, ’s winters werd gebruik gemaakt van de overdekte schietstand in de Nieuwe Vierschaar bij Antoine de Dobbelaere. De gilde werd opgedoekt in 1971, nadat in 1965 een nieuwe schuttersmaatschappij in het leven werd geroepen. De Harlekijnen, die eveneens onder impuls van burgemeester de Pesseroey een schietstand met staande wip realiseerden, waren gehuisvest in het Huis van Commerce aan Deurle-station. Zij schoten op een staande wip die in een weide naast de herberg werd opgericht. Ondertussen behoort ook deze maatschappij voorgoed tot het verleden.

Naast al dit vergane handbooggeweld is Jong wordt Oud vandaag de enige nog actieve schuttersgilde in Deurle, die ondertussen de gezegende leeftijd van honderd jaar heeft bereikt.
Het is opmerkelijk dat ook in Latem geen handbooggilden meer bestaan, want ook daar zijn enkel nog twee kruisbooggilden actief: Robin Hood en Willem Tell.

De geschiedenis schrijven van Jong wordt Oud blijkt evenwel geen sinecure. Er zijn heel weinig archiefgegevens bewaard gebleven van Deurles oudste schuttersvereniging, enkel wat losse documenten en – dankzij eregemeentesecretaris Urbain Van den Heede – een korte tekst over het ontstaan en de bloei van de maatschappij, gebaseerd op mondelinge getuigenissen van vooraanstaande oude schutters als Raymond Vaernewyck en Leo Doens.
Het indertijd opgebouwde archief van de gilde, dat aanvankelijk bewaard werd door Hugo Van den Abeele, werd in de jaren vijftig toevertrouwd aan Frans Vaernewyck, de toenmalige lokaalhouder van de gilde. Het bevatte onder meer een verslagboek waarin jaarlijks de schietingen werden genoteerd en waarin de oprichters van de maatschappij werden vermeld. Het boek, aangelegd door medeoprichter Evarist Van de Velde, werd door de familie Van de Velde na diens overlijden in 1925 geschonken aan Hugo Van den Abeele. Frans Vaernewyck liet het evenwel bij diens pensionering en verhuis verloren gaan.

Het eerste probleem dat zich stelt bij het schrijven van de geschiedenis van de kruisbooggilde is het bepalen van het geboortejaar. Vroeger werd aangenomen dat de maatschappij in 1905 werd opgericht, maar dankzij Hugo Van den Abeele blijkt dat de vereniging reeds in 1903 actief was.
Hij noteerde immers in zijn nagelaten documenten dat uit het weekblad De Zondagbode blijkt dat de kruisbooggilde werd opgericht in 1903 en actief werd vanaf september van dat jaar.

Het eerste bestuur van Jong wordt Oud bestond uit de volgende Deurlenaars : Karel Onderbeke, Henri Blomme, Prudent De Vos, Karel Sergeant, Oscar Van den Bossche, Evarist Van de Velde en Francies Schaubroeck.
Zoals het een vereniging die zichzelf enigszins au serieux nam betaamde, werd het voorzitterschap toevertrouwd aan burgemeester baron Herman della Faille d’Huysse. Hij oefende het voorzitterschap uit tot aan zijn dood in 1922.
Francies Schaubroek, waard van het Oud Gemeentehuis (later d’Ouwe Hoeve) werd de eerste lokaalhouder van de gilde.
Het bestuur van de kruisbooggilde zelf verdeelde de belangrijkste mandaten als volgt:
Baron Herman della Faille d’Huysse, voorzitter of hoofdman.
Baron Julien della Faille d’Huysse, ondervoorzitter of deken.
Evarist Van de Velde, secretaris of schrijver.
Francies Schaubroeck, schatbewaarder of penningmeester.

De staande wip, deels bekostigd door de beide barons della Faille, werd opgericht op de koer achter dorpsherberg ‘t Oud Gemeentehuis.
Francies Schaubroeck, in die tijd in de volksmond beter bekend als “Cies Piero”, was dus naast zijn functie van penningmeester als waard van het Oud Gemeentehuis tevens lokaalhouder.
Naast de traditionele functies van hoofdman, deken, penningmeester en schrijver, was er ook nog de pijlenraper.
De pijlenraper werd aangesteld door de gilde. Hij droeg een wijde ronde hoed uit gevlochten wissen. Zijn taak bestond erin om na elke ronde de pijlen te verzamelen in een mand op een bijzettafel, zodat de schutters gemakkelijk hun pijl konden terugvinden voor de volgende schietbeurt.

Een van de belangrijkste schakels in de gilde was de plaatselijke timmerman die de schutters van het nodige materiaal diende te voorzien.
Gentiel Cnudde was de eerste in rij van de familie Cnudde die verscheidene generaties lang de schutters van pijl en boog voorzag. Na Gentiel werd de traditie voortgezet door Jozef en later Antoine Cnudde, die vandaag nog altijd deel uitmaakt van het bestuur van de gilde.

Uit de beginjaren van de gilde is ons weinig of niets bekend, tenzij dat op 3 en 4 april 1910 een feest op touw werd gezet ter ere van koster Evarist Van de Velde, vermoedelijk ter gelegenheid van zijn zilveren jubileum als koster van de Sint-Aldegondisparochie, een functie die hij tot aan zijn dood in 1925 trouw zou blijven vervullen.
En toen kwam de Eerste Wereldoorlog. De schutters kregen verbod om tijdens de oorlogsjaren hun geliefkoosde sport uit te oefenen. Maar na de oorlog werden de maandelijkse schietingen met hernieuwde moed aangevat en was de gilde gelanceerd voor een lang en bloeiend bestaan.

Het interbellum

In 1922 vertrok Francies Schaubroek met zijn familie naar het verre Amerika en liet de uitbating van herberg ‘t Oud Gemeentehuis over aan Frans Vaernewyck, die er veertig jaar lang achter de toog zou staan.
Tot 1953 bleef hij als waard van ’t Oud Gemeentehuis en actief schutter van Jong wordt Oud lokaalhouder van de kruisbooggilde.

Samen met het vertrek van Francies Schaubroeck werd de gilde genoodzaakt om ook een andere voorzitter te verkiezen. De eerste voorzitter baron Herman della Faille d’Huysse overleed immers op Allerheiligen 1922.
Voortaan werd het burgemeesterschap ingenomen door burggraaf Henri de Spoelberch, die net als zijn voorganger het voorzitterschap van de kruisbooggilde aanvaardde.
Drie jaar later stierf secretaris Evarist Van de Velde. Hij werd in zijn functie opgevolgd door postbode Richard Blomme, die ook in de Kerkstraat(nu Dorpsstraat) woonde.
Vermits Frans Vaernewyck tot penningmeester was benoemd bij zijn intrede in ’t Oud Gemeentehuis, was het dagelijks bestuur sinds de oprichting in 1903 inmiddels volledig vernieuwd. Tevens noteren wij enkele nieuwe krachten in het bestuur: Georges Van der Plaetsen, Raymond Vaernewyck, Edmond Eggermont, Emiel Jacobs en de oude generatie Haelemeerschen.
Daarnaast werden verscheidene Deurlese notabelen erelid van de gilde : Marcel De Clercq, Arthur Vyncke, Albert Geirnaert, Hugo Van den Abeele, René baron Buysse enz.

Maar het noodlot blijft de gilde achtervolgen. Burgemeester en burggraaf Henri de Spoelberch overlijdt in 1937. Hij werd als burgemeester en voorzitter van de kruisbooggilde opgevolgd door Theofiel Vaernewyck. Ondertussen was ook Richard Blomme als secretaris van de gilde vervangen door kleermaker Cyriel de Dobbelaere.

Zo bleef de vereniging verder actief tot op het eind van de jaren dertig de Tweede Wereldoorlog uitbrak, waardoor voor de tweede maal alle schietingen van de kruisbooggilde gestaakt dienden te worden.

De laatste jaren van ’t Oud Gemeentehuis

Na de oorlog werden de maandelijkse schietingen hernomen dankzij een aantal hardnekkige Deurlenaars, die de gilde nieuw leven inbliezen : Edmond Eggermont, Raymond Vaernewyck, Jozef Cnudde, Gentiel Cnudde, Georges van der Plaetsen, Oscar Van den Bossche en Emiel Jacobs.

Zo kende de gilde opnieuw een bloeiend bestaan dat een hoogtepunt bereikte in 1949, toen een groot feest werd georganiseerd ter gelegenheid van het keizerschap van Alfons Verhegghe.
Zondag 19 juni 1949, toen in Deurle de kleine kermis werd gevierd, stond hoofdzakelijk in het teken van de keizersviering van Alfons Verhegghe, die zich driemaal na elkaar tot koning had geschoten bij Jong wordt Oud.
De eerste keizer van de Deurlese kruisbooggilde werd vanuit Het Visserhuis (Auberge du Pêcheur) plechtig in het dorp ingehaald, waarna een grootse kruisboogschieting volgde die werd georganiseerd onder de bescherming van de Kunst- en Oudheidkundige Kring van Deinze, samen met de Koninklijke Fanfare Willen is Kunnen uit Sint-Martens-Latem en de befaamde schuttersgilden Sint-Joris en Sint-Rochus uit Gent.
Het blijft voor de Deurlese kruisbooggilde een van de absolute hoogtepunten uit haar honderdjarig bestaan.

Lokaalhouder Frans Vaernewyck bouwde rond 1950 zijn “rolbaan in ’t droog” om tot schietstand, zodat vanaf dan ook de handboogschutters in ’t Oud Gemeentehuis op de liggende wip konden schieten. Maar ook de kruisbooggilde kon van de overdekte schietstand genieten om bij mindere gunstige weersomstandigheden toch de boog te kunnen spannen.
In 1953 verliet Frans evenwel ’t Oud Gemeentehuis en werd de herberg omgevormd tot restaurant d’Ouwe Hoeve. Nog enkele jaren kon men er verder schietingen organiseren.

Uit een van de schaarse bewaard gebleven archiefstukken bleek dat het bestuur in 1956 uit volgende Deurlenaars bestond: Georges Van de Ginste(schrijver), Edmond Eggermont(kassier), Oscar Van den Bossche, Frans Vaernewyck en Richard Tournet.
Hetzelfde document vermeldt tevens volgende ereleden: August de Geyter, Pierre de Clercq, Jules Dhondt, Hugo Van den Abeele, Jules de Coster, Gaston Martens, René baron Buysse, Jozef van Hoorde, Dhr. Van Houtte, Robert Liebaert, Maurice Hul, Georges Fumière, René Van der Plaetsen, Antoon de Pesseroey en Henri Blomme.

De opsomming is vermoedelijk onvolledig. Zo wordt zelfs niet eens vermeld wie op dat ogenblik voorzitter is van de gilde.
De lijst van ereleden oogt in elk geval indrukwekkend met verscheidene notabelen en kunstenaars die op die wijze hun sympathie uitten voor het Deurlese schuttersgebeuren.

De hoogdagen van ‘t Boldershof

In 1960 zegden de nieuwe uitbaters van d’ Ouwe Hoeve hun medewerking op en diende naar een nieuw onderkomen te worden gezocht. Al snel kwam een oplossing uit de bus. Georges Van der Plaetsen, uitbater van ’t Boldershof, was bereid de gilde onderdak te bezorgen.

Ondertussen was Antoon de Pesseroey op het toneel verschenen. Sinds 1958 was hij verkozen tot burgemeester van Deurle en al gauw werd duidelijk dat het schuttersleven zijn gewaardeerde belangstelling wegdroeg.
Zo schonk hij in 1960 een vlag aan de kruisbooggilde, waarop het wapenschild van de gemeente, het schild van het kasteel en een kruisboog worden afgebeeld.
Behalve deze vlag bezorgde hij de gilde ook een breuk van verguld zilver, die werd vervaardigd in Spanje. Elk jaar wordt deze breuk plechtig om de schouders van de nieuwe winnaar van de koningsschieting gehangen door de voorzitter of hoofdman van de gilde, waarna de traditionele foto wordt genomen.

De Pesseroey nam ook het initiatief om bij de verschillende schuttersverenigingen teljoor- of kunstbordenschietingen te houden, waarbij een aantal gaaien als prijs een sierbord vertegenwoordigden.
In 1960 werd bijvoorbeeld een Cyriel Buysse-schieting gehouden. Er werd geschoten op twee liggende wippen en er was een inzet van tweeduizend frank gratis. Op de kunstborden stond een harlekijn van Gust de Smet afgebeeld. Een jaar later, in 1961, werd Leon de Smet in de kijker gesteld met een dorpsgezicht van Deurle.
In 1963 werden zelfs twee kunstbordenschietingen gehouden : een Gaston Martens-schieting en een Jules de Coster-schieting. Ook hier werd op beide kunstborden een harlekijn van Gust de Smet afgebeeld.
De laatste kunstbordenschieting vond plaats in 1964 en stond in het teken van kunstschilder Albert Claeys. Het toen te verschieten kunstbord toonde een fraai dorpsgezicht van Deurle van de hand van de kunstenaar.
In 1962 en 1963 werd een zogenaamd Kampioenschap der Kruisboogschutters georganiseerd, waarbij voor de winnaar een kunstbord met het wapenschild van Deurle werd vervaardigd, waarop ook de naam van de “kampioen” werd vermeld. Twee notoire Deurlese schutters viel de eer te beurt om dergelijk kunstbord in ontvangst te nemen: Raymond Vaernewyck en Edmond Eggermont.

Rond de jaren zestig werd het bestuur van de gilde vernieuwd.
August de Geyter en Dhr. Vanhoutte werden benoemd tot erevoorzitters en Edmond Eggermont werd voorzitter van de gilde, bijgestaan door ondervoorzitter Jozef Cnudde.
Dhr. Haelemeersch kreeg de functie van secretaris-penningmeester toegewezen, waarnaast het bestuur werd vervolledigd met volgende bestuursleden: Antoon de Pesseroey, Georges van de Putte, Raymond Vaernewyck en Georges Van der Plaetsen.

In 1960 schoot Frans Vaernewyck zich tot koning en in 1961 won Georges van de Ghinste de koningsschieting. In datzelfde jaar 1961 verkeerde de gilde alweer in feeststemming, dit ter gelegenheid van het gouden lidmaatschap van schutter Oscar van den Bossche, die op het gemeentehuis werd ontvangen door burgemeester en schepenen.

Twee jaar later vierde de schuttersgilde haar gouden jubileum, hoewel het in werkelijkheid haar zestigjarig bestaan bleek te zijn. Initiatiefnemer was burgemeester de Pesseroey, die blijkbaar geen graten zag in een verschil van tien jaar. Kerngedachte bij dit alles was het socio-cultureel gebeuren in Deurle levendig houden, een van de levensmotto’s van deze legendarische burgervader. De gilde was voor de gelegenheid voor het eerst uitgedost in de typische klederdracht, die tot op vandaag nog steeds wordt gedragen bij officiële gelegenheden en vieringen: een lange blauwe kiel met rode halsdoek en zwart petje. Enkel erevoorzitter August de Geyter onderscheidde zich met een rood petje.

De jaren van Bachtenberge

Ondertussen was Georges Van der Plaetsen in 1962 met pensioen gegaan en werd ’t Boldershof overgelaten aan Berten van de Velde, die prompt de naam wijzigde in ’t Schuttershof. Na enige tijd voelden de kruisboogschutters zich er echter niet meer thuis, omdat de herberg langzamerhand vergroeide van een volkscafé naar een restaurant.
Na enkele jaren zocht de gilde dan ook zijn toevlucht bij René Van de Wiele, die op de hoek van de Ph. De Denterghemlaan en de Koedreef café Bachtenberge uitbaatte.
De eerste schieting had er plaats op 24 april 1966. Twintig schutters namen deel, onderverdeeld in volgende ploegen: Beschrijvers, Statie, Willem Tell, Pinte Vrede, Harlekijnen en Astene.
Edmond Eggermont, die in die tijd instond voor de boekhouding van de gilde, noteerde in 1968 een tweeëntwintigtal ereleden waaronder als belangrijkste namen : August de Geyter, Jules Dhondt, Antoon de Pesseroey, Robert Liebaert, Luc Matthys, Pierre de Clercq, René baron Buysse, René Van der Plaetsen en Maurice Schelck.

Vermeldenswaardig voor de jaren zestig zijn ook de deelnames aan de eerste Canteclaerstoeten in Deinze, waar de gilde in hun officiële klederdracht de optocht door het Deinse stadscentrum mee kleur gaven.

Ondertussen werd nog steeds enkel op de liggende wip geschoten in Bachtenberge tot in 1970 de staande wip, die nog altijd achter aan d’Ouwe hoeve stond, diende gesloopt te worden. De boom die de wip droeg was immers doormidden gebroken. Het geheel werd verstevigd met een ijzeren balk en heropgericht in het bos op de hoek van de Muldersdreef en de Rode Beukendreef, eigendom van erevoorzitter August de Geyter.
‘s Zomers werd er nog enkele jaren in de hoogte geschoten, tot een storm de wip definitief velde.

Na het overlijden van lokaalhouder Van de Wiele konden de schutters verder blijven rekenen op hun lokaal te Bachtenberge. René’s weduwe, Rachel Haelemeersch, baatte het typische volkscafé verder uit, zodat de maandelijkse schietingen nog steeds konden blijven doorgaan.
Zonder meer een heuglijk feit voor de vereniging was de koningsschieting van 1970, toen niemand minder dan burgemeester en grote bezieler van de Deurlese schuttersmaatschappijen Toon de Pesseroey zich tot koning schoot op de liggende wip.
Na het overlijden van Edmond Eggermont in 1977 werd de boekhouding van de kruisbooggilde overgedragen aan Georges Van der Plaetsen, die deze taak op zich nam tot april 1981.

In mei 1979 verkeerde de gilde opnieuw in rouwstemming. Antoon de Pesseroey, die zich sinds zijn aanstelling in 1958 als burgemeester tot onvervalste promotor van de schuttersgilden had ontpopt, overleed totaal onverwacht in zijn kasteel aan de Oude Pontweg. Honderden aanwezigen woonden de begrafenis bij in de Sint-Aldegondiskerk, waaronder zowat iedereen die bij het Deurlese en Latemse schuttersleven was betrokken.

Vanaf 1981 noteren wij opnieuw enkele wijzigingen in het bestuur: Antoine Cnudde werd voorzitter-penningmeester, Raymond Vaernewyck werd tot erevoorzitter benoemd en Armand Vaernewyck kreeg de functie van ondervoorzitter toegewezen. Het waren deze krachten die de maatschappij tijdelijk in stand hielden, tot in mei 1982 lokaalhoudster Rachel Haelemeersch schielijk overleed en het café werd gesloten. Voor de kruisbooggilde was dit een zware klap, want het bleek geen eenvoudige klus om een nieuw lokaal te vinden.

Voor het eerst in het verhaal van Jong wordt Oud komt nu de naam Leo Doens prominent naar voren. Na een gesprek met Henri Arnauw nam Leo het initiatief om een nieuwe locatie voor de kruisbooggilde te zoeken.Aanvankelijk kon men in de zomer en het najaar van 1982 nog een viertal schietingen organiseren op het braakliggend terrein van het klooster van de Sint-Jozefsschool in de Ph. de Denterghemlaan, maar dit bleek slechts een tijdelijke oplossing.
Van in den beginne werd gedacht aan een terrein waar ook een staande wip kon worden opgericht. Zo kwamen Leo en Henri in contact met Jacky Van den Weghe. Leo had namelijk zijn oog laten vallen op de terreinen van de Bosgalm, eigendom van de familie Van den Weghe. Deze beboste omgeving, in de schaduw van de vroegere paardenrenstallen waar ooit de in Deurle wereldberoemde prijshengst Quick Star vertoefde, was voor de kruisbooggilde de gedroomde plek voor een nieuwe wipweide. Al gauw bleek Jacky Van den Weghe akkoord, zodat Jong wordt Oud voor de zoveelste maal ontsnapte aan haar einde.

De Bosgalm: een gedroomde locatie

Met de nieuwe wipweide aan de Kriekenbergdreef was Jong wordt Oud opnieuw gelanceerd.
De schietingen lokten op zomerse zondagen veel wandelaars die, aangetrokken door al het schuttersgeweld, een kijkje namen aan de wipweide en daarna genoten van een koffie met een gebakje in de Bosgalm. Zelf konden de schutters gebruik maken van een klein bijgebouwtje aan de rand van de wipweide. Een bijkomende opsteker was dat de eigenaar van het terrein tevens toelating gaf om een staande wip op te richten op de weide, zodat bij mooi weer opnieuw omhoog kon worden geschoten.

Leo Doens was dan misschien wel de grote bezieler van de schutters, het bestuur zelf werd aan een jongere generatie overgelaten. De statuten werden hernieuwd, waarbij volgend nieuw bestuur werd aangesteld: Armand Vaernewyck, Antoine Cnudde, Henri Arnauw, René Van der Stichele, Walter Oliebos, Roger Goetgeluck, Valère Haelemeersch en Albert Haelemeersch. Leo Doens en Jacky Van den Weghe werden benoemd tot erelid.

Binnen het bestuur, ook wel de eed genoemd, werden de mandaten als volgt verdeeld:

– Erevoorzitters of stadhouders: Leo Doens en Jacky Van den Weghe
– Voorzitter of hoofdman: Armand Vaernewyck.
– Ondervoorzitter of deken en penningeester: Antoine Cnudde.
– Schrijver of secretaris: Henri Arnauw.
– Hofmeester: René Van der Stichele.
– Commissarissen: Raymond Vaernewyck, Roger Goetgeluck, Walter Oliebos, Albert Haelemeersch, Valère Haelemeersch.

De nieuwe ploeg werkte meteen enthousiast met man en macht om het terrein in orde te krijgen en met Deurle-kermis officieel de nieuwe staande wip (elf meter hoog tot de hoofdvogel) in gebruik te nemen in aanwezigheid van burgemeester en schepenen.
4 september 1983 werd dan ook een historische dag voor Jong wordt Oud.
Erevoorzitter Leo Doens en voorzitter Armand Vaernewyck namen het woord in naam van de oudste Deurlese “maatskappieje”. Burgemeester Bob van Hooland sprak het talrijk opgedaagde publiek toe in naam van het gemeentebestuur, waarna hij het traditionele lint doorknipte en het inhuldigingsschot loste. Nadat ook de aanwezige schepenen en gemeenteraadsleden de kruisboog hadden aangespannen, werd het officiële gedeelte afgesloten.
De namiddag werd verdergezet met een feestelijke schieting, die kon rekenen op een groot aantal schutters en kijklustigen.

Datzelfde jaar werd nog een bijzondere schieting georganiseerd. Vier december 1983 stond volledig in het teken van toneelschrijver Gaston Martens, die een eeuw eerder te Zulte werd geboren. Dochter Ady Geerts-Martens schonk bij die gelegenheid een aantal speciaal door haar gesigneerde toneelwerken van haar vader.
Deurle was die dag niet alleen het “Dorp der Schutters”, maar ook een beetje het “Dorp der Mirakelen”.

De gilde telde in 1984 43 leden, waaronder een aantal jongeren die de weg naar de Bosgalm hadden gevonden. Toch viel er ook minder goed nieuws te rapen. Op 23 mei 1984 overleed keizer Alfons Verhegghe op negenentachtigjarige leeftijd.

Tijdens de kermisperiode werden meerdere schietingen georganiseerd, waaraan talrijke prijzen verbonden waren, geschonken door verscheidene sympathisanten. Begin december werd traditiegetrouw ook een Sinterklaasschieting gehouden, waarbij de schutters bij elke afgeschoten gaai een speculaas van de Sint ontvangen.

Jarenlang werd aldus zonder al te veel problemen geschoten op de staande wip aan de Bosgalm, tot die in de stormnacht van 16 op 17 december 1988 totaal werd vernield. De gilde liet evenwel de moed niet zakken en al gauw werden de handen uit de mouwen gestoken om een nog betere staande wip op te richten.
Op 1 juli 1989 was de nieuwe staande wip een feit. De hoofdvogel bevond zich op 14,05 meter hoogte, heel wat hoger dan de oorspronkelijke wip aan de Bosgalm.
Ondertussen kon de kruisbooggilde prat gaan op een tweede keizer in haar rijke geschiedenis. Dirk van Hoorde, die zich in 1983 op veertienjarige leeftijd voor het eerst koning had geschoten op de liggende wip, deed deze bijzondere prestatie over in 1986, 1987 en 1988. Enkele maanden later verloor de maatschappij opnieuw een van haar bekendste gildebroeders. Begin 1989 overleed immers een van de oudste leden van de gilde, Raymond Vaernewyck. Hij werd 91 jaar oud en behoorde samen met Leo Doens tot de smaakmakers van de maandelijkse schietingen.

De jaren tachtig waren voor de gilde ontegensprekelijk een mooie periode. Gemiddeld waren jaarlijks tussen vijftig en zestig gildebroeders aangesloten, met als hoogtepunt 1985. Toen noteerde de secretaris zelfs 73 aangesloten leden. Op de kermisschietingen, waarop ook niet-leden welkom zijn, noteerde de schrijver een zelfde gemiddelde, met in 1987 een absoluut record van 71 aanwezige schutters.

Zo kabbelde de geschiedenis van Jong wordt Oud rustig verder, hoewel het verhaal van Jong wordt Oud in de jaren negentig toch ook door enkele hoogtepunten werd gekleurd.
In 1995 nam de gilde onder impuls van Henri Arnauw onder meer deel aan een feestprogramma ter gelegenheid van het vierhonderdjarig bestaan van Ooidonk. Gehuld in hun traditionele blauwe kiel, rode halsdoek en zwart petje, waren de Deurlese schutters present op de namiddagschietingen in het eeuwenoude domein te Leerne. Het werd een mooie dag in een middeleeuws kader, te midden van talloze andere schuttersgilden uit binnen- en buitenland, die in hun specifieke klederdracht aan dit schuttersfeest extra veel kleur gaven.

Toonden in de vroegere jaren kunstenaars als Leon en Gust de Smet, Maurice Schelck, Jules de Coster en anderen hun sympathie voor deze traditionele volkssport, ook in deze moderne tijden bleef het schuttersgebeuren in het artistieke milieu belangstelling opwekken.
Latems violist Paul Malfait mag dan al als een geroutineerde schutter onder de artiesten gerekend worden, ook Johan Verminnen waagde zich al eens op de wipweide. Een van zijn vrienden, fotograaf Jo Clauwaert, is zelfs een fervent lid van de gilde. Diens echtgenote en televisiediva Katrien de Vos vereerde de schutters meer dan eens met een bezoek aan de Bosgalm.
Maar ook de VRT kende de weg naar de wip van Jong wordt Oud. In het kader van een proefopname van “De Laatste Show” werd een duel opgenomen tussen Michiel “De mol” de Vliegher en fotograaf Michiel Hendryckx(van”De Bende van Wim”). Het item werd evenwel jammer genoeg nooit uitgezonden.

1999 eindigde zowaar in mineur. Op 4 december werd ouderdomsdeken van de Deurlese en Latemse schuttersmaatschappijen Leo Doens in de Deurlese parochiekerk ten grave gedragen.
Zijn begrafenis groeide uit tot een groots eerbetoon vanwege de plaatselijke schuttersgilden, die zijn stoffelijk overschot in stoet begeleidden van de gemeenteschool tot aan de Sint-Aldegondiskerk. Een jaar later, op vijf september 2000, organiseerde Jong wordt Oud ter gelegenheid van Deurle-kermis de “Ereprijs Leo Doens”, een kermisschieting ter nagedachtenis aan haar overleden nestor.

De koningen van de Bosgalm

Hieronder vindt U een overzicht van de koningen op de liggende en staande wip sinds 1983, het jaar dat het terrein aan de Bosgalm als wipweide van de schuttersgilde in gebruik werd genomen.

Staande wip Liggende wip
1983 Dirk van Hoorde Dirk van Hoorde
1984 Rik Van den Heede Albert Haelemeersch
1985 Antoine Cnudde Roger van Speybroeck
1986 Henri Arnauw Dirk van Hoorde
1987 Armand Vaernewyck Dirk van Hoorde
1988 John de Weirdt Dirk van Hoorde
1989 August Tournet Antoine Cnudde
1990 Walter Oliebos Emile de Nobele
1991 Pol van der Plaetsen Roger Goetgeluck
1992 Eric Canty Cyriel Vermeulen
1993 Antoine Cnudde Piet van der Plaetsen
1994 Roger van Speybroeck Eric Canty
1995 Pol van der Plaetsen Albert Haelemeersch
1996 Pol van der Plaetsen Bert Canty
1997 Etienne van Heesvelde Leo Doens
1998 Paul Malfait Eric Canty
1999 Eric Canty Eric Canty
2000 Jo Clauwaert René Van der Stichele
2001 Rik van den Heede Hilde Torrekens
2002 Romain Lavent Bart van Wassenhove
2003 ? ?

Een eeuw Jong wordt Oud

Het nieuwe millennium was nog maar pas ingezet toen een aantal ouwe getrouwen de tijd rijp achtten om de fakkel door te geven aan een jongere generatie.
Voorzitter Armand Vaernewyck, die reeds een tweetal jaar te kennen had gegeven dat hij het voorzitterschap wou afstaan aan een jongere kracht, gaf samen met hofmeester René Vanderstichele zijn ontslag.

Na enkele verkennende gesprekken tussen een aantal gemotiveerde gildebroeders werd het vernieuwde bestuur in het najaar van 2002 geïnstalleerd, waarbij de mandaten als volgt werden verdeeld:
– Voorzitter Ivan de Cock
– Ondervoorzitter-penningmeester Hendrik Van den Heede
– Secretaris Erwin Doens
– Bestuursleden: Antoine Cnudde, Henri Arnauw, Albert Haelemeersch, Jacqueline Van Speybroeck en Pieter van Wassenhove.

Onmiddellijk werd een ambitieus programma op touw gezet voor het jaar 2003, waarin de gilde haar honderdjarig bestaan zou vieren.

Naast de traditionele maandelijkse schietingen tussen februari en december, blijven de ondertussen populaire maandelijkse midweekschietingen voor senioren op dinsdag behouden en in november 2003 wordt het jaarlijkse souper voorzien. Maar hét hoogtepunt van 2003 is uiteraard het eeuwfeest van de kruisbooggilde.

Op 4 mei 2003, wordt de honderdste verjaardag van de gilde luisterrijk gevierd.
Het nieuwe bestuur heeft hierbij voor een speciale verrassing gezorgd. In het kader van de viering van de honderdste verjaardag van de gilde werd het Koninklijk Hof aangeschreven met het verzoek om voortaan de titel van koninklijke gilde te mogen voeren.
Op 11 februari 2003 kreeg voorzitter Ivan de Cock het verlossende nieuws van het kabinet van de koning: de maatschappij mocht zich voortaan als koninklijke gilde laten aanspreken.

Lang leve de kersverse “Koninklijke Gilde Jong wordt Oud”!

Eddy Vaernewijck, Deurle 4 mei 2003.

Advertenties