Tagarchief: Kunst

De Keyser Raoul

raoul-de-keyser portretRaoul De Keyser (1930-2012) was één van de belangrijkste abstracte schilders van ons land, wiens oeuvre een internationale uitstraling bezit.
Het museum eerde in 2013 deze Deinse kunstenaar, zette de kalklijnen uit en organiseerde een hommage met een tentoonstelling met zijn vroegste werk:
1964-1970.

In deze periode start Raoul De Keyser zijn picturale ontdekkingstocht en vertrekt daarbij van alledaagse motieven. Herkenbare beelden worden gereduceerd, herhaald, bewerkt, uit gepuurd en geabstraheerd. Het resultaat zijn verrassende vormen die de toeschouwer moeiteloos inpakken.
Het plaatselijke en het concrete laten een schilderkunstige oprechtheid ontstaan die verre van vanzelfsprekend is.
Raoul De Keyser brengt in zijn vroege werken, gekenmerkt door nabijheid en compactheid, voor ons de wereld dichterbij.raoul schilderij

Sinds 1964 werkte de schilder aan een indrukwekkend en  persoonlijk oeuvre dat zich niet zomaar laat categoriseren. De Keyser is er met verve in geslaagd een aantal ogenschijnlijke tegenstellingen in zijn werk te verenigen, zoals figuratie versus abstractie, het fysische aspect van het schilderen versus de vluchtigheid van het beeld, het exploreren van de basisprincipes in de schilderkunst versus verwijzingen naar zijn privé- leven en omgeving.
Hij hanteerde de principes van de Nieuwe Visie van de jaren 1970 en vormde die om tot zijn eigen idioom, wat hem internationale waardering bracht in de jaren 1980 en 1990.

Raoul De Keyser kreeg belangrijke solotententoonstellingen in Bern en Frankfurt (1991) en stelde regelmatig tentoon in voorname galeries in Berlijn, Munchen, New York,…
Hij maakte ook deel uit van vooraanstaande internationale groepstentoonstellingen waaronder Documenta IX (1992), ‘Der Zerbrochene Spiegel. Positionen zur Malerei’ (Wenen en Hamburg), …

Advertenties

Vindevogel Geo

vindevogel geoBeeldhouwer en keramist Geo Vindevogel werd in 1923 geboren te Gentbrugge.
Hij was de zoon van de Zwijnaardse bronsgieter Karel Vindevogel (1875-1952).
Na zijn moderne humaniora ging hij van 1939 tot 1941 naar de Gentse academie waar hij les kreeg van Geo Verbanck.
Nadien studeerde hij aan ‘Ter Kameren’ in Elsene bij beeldhouwer Oscar Jespers (1887-1970) en later nog bij Olivier Strebelle. Geo vervolmaakte zich later aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen en te Brussel.
Zelf gaf hij les aan de Normaalschool van Gent en aan de Academie van Aalst.
Hij won tijdens zijn carrière verschillende prijzen. Hij kreeg  onder meer in 1949 de Prijs van Rome, in 1952 de Provinciale Prijs voor Beeldhouwkunst en in 1973 de Prijs van Parijs voor Beeldhouwkunst.

'Familie' (fragment)

‘Familie’ (fragment)

Sommige van zijn naakten staan dicht bij de kunst van George Grard maar Vindevogel  ontwikkelt een hem eigen stijl en gebruikt afwisselend volle en spitse vormen of laat vaak  het licht spelen in zijn oeuvre.
Geo Vindevogel werkt zowel met hout, marmer en brons als met inox-staal.

In publieke ruimtes treft men heel wat werk van Geo Vindevogel, onder meer het beeld van de heilige Elisabeth in het begijnhof van Gent.
Hij ontwierp hij ook de oorlogsmonumenten van Izegem, Oostende en Deinze. Ook de vier bronzen het executieoord te Oostakker zijn werken van Vindevogel.

In Gent kreeg hij de opdracht voor het uitvoeren van een gedenkteken voor kolonel Haus aan de Leopoldskazerne.

monument vindevogel

Het werk van Geo Vindevogel (1923-1977) was sober  en figuratief, zonder onnodige franjes.
Zijn vormgeving bij beelden en tekeningen is gestileerd zonder detaillering.
Gedurende zijn carrière vervaardigde hij naaktfiguren, portretten, groepen, bas-reliëfs, oorlogsgedenktekens en monumenten.

 

Het wereldgebeuren laat hem, als kunstenaar, onberoerd. Wat hem boeit is de ambachtelijke arbeid om aan hout en steen een gestalte te geven, om van een vormloze massa een gave sculptuur te maken.

Cantré Jozef

jozef cantré portretJOZEF CANTRÉ (1890 – 1957) volgde net als zijn broer artistieke opleiding aan de Gentse Academie. Van zijn achtentwintigste tot zijn dertigste werkte hij in Nederland.

In Sint-Martens-Latem werd hij bevriend met de Belgische kunstenaars Frits Van Den Berghe en Gust De Smet, waarbij hij meteen in het Vlaamse expressionisme terechtkwam.
In 1930 keerde hij terug naar Gent en van 1941 tot 1946 was hij verbonden aan het Brusselse Hoger Instituut voor Toegepaste Kunst.

Hij was leraar typografie aan het Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten ‘La Cambre’, de door Henry van de Velde opgerichte kunstenopleiding in de Abdij Ter Kameren aan de vijvers van Elsene.
Tot 1956  geeft Jozef cantréook een cursus houtgravure bij het Antwerpse Plantingenootschap.
In 1952 behaalt Cantré de Angelo-prijs voor graveerkunst op de 24ste Internationale Biënnale van Venetië.
Naast beeldhouwen en houtgravures, verzorgt Jozef Cantré ook boekillustraties.

In het Middelheim Museum staat zijn werk ‘Hero en Leander’, een sculptuur in teakhout uit 1931 van een man en een vrouw in diagonale beweging naar elkaar gekeerd, streng in expressie, dynamisch van compositie.
Op de Antwerpse Wapper staat het hoofd van Peter Benoit, onderdeel van een nooit afgewerkt gedenkteken uit 1934 als hulde aan deze Vlaamse componist, dat in diens geboortedorp Harelbeke zou worden opgericht.

Ook het Museum van Deinze en de Leiestreek in Deinze bezit werk van Cantré, met name tekeningen, houtsneden en kleine sculpturen.

cantré brons
Aan Gent-Zuid staat zijn Monument voor Edward Anseele, waaraan Cantré in 1938 is begonnen, maar dat hij door tussenkomst van de Tweede Wereldoorlog pas in 1948 heeft kunnen voltooien. Het 5 meter hoge werkstuk bestaat uit vijf boven elkaar geplaatste delen in Balmoralgraniet, waar de voorman van de Belgische socialistische arbeidersbeweging uittorend boven het werkmansvolk, dat hij beschermt met zijn arm en meteen de weg wijst naar hun toekomst.

'Vaardige Vrouw' - KMSH Brussel

‘Vaardige Vrouw’ – KMSK Brussel

Jozef Cantré was niet alleen xylograaf. Hij was daarnaast een van de voornaamste Vlaamse  beeldhouwers.

Hij was ook boekbandontwerper en verzorger van illustraties onder andere in het boek De Nieuwe Esopet door Karel van de Woestijne (bandontwerp en zestien illustraties).
Zijn eerste beelden ontstonden al vanaf 1909. Invloed van Constantin Meunier en van Georges Minne, de ene meer realist, de andere eerder symbolist, dit valt niet te miskennen. Zijn emotionele vertolking is karakteristiek voor zijn sculpturen.

Edward Anseele

Zijn bekendste creatie is ongetwijfeld het standbeeld van Edward Anseele te Gent.

In Hoorn staat van Cantré een stenen borstbeeld van Johannes Messchaert.
Jozef Cantré wordt aanvaard als de meest typisch expressionistische beeldhouwer in Vlaanderen. Net als zijn broer Jan-Frans maakte Jozef Cantré deel uit van de ‘Vijf’ (met Frans Masereel, Henri Van Straten en Joris Minne) die na de Eerste Wereldoorlog de Vlaamse houtgraveerkunst renoveerden.

de Sutter Jules

jules de sutterIn tegenstelling tot vele Latemse kunstschilders groeide Jules de Sutter (1895-1970) op in een arm Gents arbeidersgezin. In 1902 verhuisde zijn familie naar Lochristi. Daar groeide hij op te midden van het boerenleven. Als leerjongen bij de Gentse fotograaf Isidoor Mast maakte hij op jeugdige leeftijd kennis met Sint-Martens-Latem, waar de fotograaf een buitenverblijf had.
Dankzij de financiële tussenkomt van Mast kon de Sutter de avondlessen aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten volgen.
In de tweede helft van de jaren twintig werd zijn werk regelmatig afgebeeld in het toonaangevend kunsttijdschrift ‘Sélection’. Uiteindelijk zou de Sutter onder contract komen bij de Brusselse galerie ‘Le Centaure’. Tot de crisisjaren zag hij zich op deze manier financieel enigszins ondersteund.
Met Hubert Malfait kwam hij in 1928 ook bij ‘Le Centaure’ en de ‘Galerie Georges Giroux’, maar het was vooral in het, Gentse dat hij succes kende.
Tot 1929 verbleef de Sutter in Waregem, in het Rozenhuis van de familie de Sutter, waar eerder ook Modest Huys en Gustave van de Woestyne verbleven. In 1929 kwam hij naar Astene. jules de sutter hooimijt

Vanaf 1933 was de Sutter van dichtbij betrokken bij de oprichting en de werking van de Gentse galerie ‘Ars’. Die galerie stond borg voor een goede verkoop, en bracht hem in het licht van verzamelaars. In 1937 en 1938 was hij er vaste gast. Niettegenstaande zijn steun aan de katholieke zaal ‘Ars’, was hij tegelijk lid van de ‘Socialistische Studiekring’ van de stad.

Deze kring zou in 1934 een individuele tentoonstelling van zijn werk organiseren in de ‘Feestzaal Vooruit’.
Pas in 1939 vestigt hij zich in Sint-Martens-Latem . Tot zijn dood bleef hij Latemnaar en vormde hij met Hubert Malfait en Albert Saverys de post-expressionistische groep.
Officiële erkenning kwam er pas in 1944 toen hij docent werd aan de Gentse academie. Anderzijds verbood de Duitse bezetter zijn individuele tentoonstelling in de ‘Zaal Ars’.Na de oorlog kende de Sutter echter nog opgemerkte tentoonstellingen. Op de 26ste biënnale van Venetië in 1952 werd hij zelfs gelauwerd.

'Stoof van Hugo Van den Abeele'

‘Stoof van Hugo Van den Abeele’

Jules de Sutter bleef in beeld op de hedendaagse artistieke scène. Een grote tentoonstelling werd in februari 1963 georganiseerd door de Mechelse Galerij Nova. Karel Geirlandt, de toenmalige kunstpaus, leidde hem toen in bij de vernissage.
Bij zijn debuut overheerste de invloed van het fauvisme in zijn werk. Meer nog dan in het impressionisme vond hij in het fauvisme het krachtdadige koloriet.
Het landleven, dat hij reeds op jonge leeftijd kende, zou vanaf 1920 zijn verder oeuvre overheersen.
De Sutter was geboeid door het werk van Gustave De Smet en Frits Van den Berghe. Hun drang naar constructie en synthese nam hij over. Anderzijds was hij coloristisch hun tegenpool. Onder invloed van volkskundige prenten hadden zijn kleurcontrasten niets harmonisch, maar staken schril tegen elkaar af. Ook zijn stijl was veelal primitief en naïef. In het beeldvlak liepen droom en realiteit meestal door elkaar. Belangrijk zijn ook de scherpe contourlijnen die De Sutter toelieten een constructieve opbouw aan zijn schilderijen te geven. Na het sombere coloriet van de jaren 1930, sloeg hij na de Tweede Wereldoorlog een nieuwe weg in. De directe omgeving van Sint-Martens-Latem gaf hem nieuwe moed. Hij ontdekte weer de speelsheid van kleur. In helle, soms schrille gelen en groenen bracht hij een geïdealiseerd beeld van het landelijke leven in en om het dorp.

Fini Leonor

leonor_fini_martine_frank
Leonor Fini
 (Buenos Aires, 30 augustus 1908 – Parijs, 18 januari 1996) was een spraakmakende figuur in de Franse en internationale kunstwereld.  Haar jeugd bracht ze door in de intellectuele salons van Triëst, toen een internationaal culturele stad waar groten als James Joyce en Italo Svevo  hun inspiratie zochten.
Het grootste deel van haar leven woonde en werkte ze echter in Parijs. Ze was autodidact. Om de menselijke anatomie goed in de vingers te krijgen bracht ze liever uren door in het mortuarium dan op de banken van de academie.
Fini was bevriend met vele groten uit de kunstwereld onder wie Pablo Picasso, Max Ernst en Henri Bresson Cartier. Met die laatste trok  ze in de jaren 30 in een auto voor een reis om de wereld.

Haar eerste one-woman show kreeg ze in Milaan bij de Galerie Barbaroux, we schrijven 1929.
In Parijs stelde ze voor het eerst tentoon in Galerie Bonjean in 1932.
Hoewel ze goed bevriend was met leidinggevende surrealisten als Paul Eluard, Max Ernst, Rene Magritte en Victor Brauner, sloot ze zich nooit bij deze ‘groepering’  aan maar deze ‘groten’ namen haar werk wel vaak op in diverse internationale groepstentoonstellingen.

Na de Tweede Wereldoorlog stelde Fini geregeld tentoon in Europa en wel voor  de eerste maal in 1948  te Brussel, later volgden de meeste Europese kunststeden en Amerika. In 1972 kreeg ze een grote retrospectieve in Japan. Leonor Fini werd wereldberoemd met haar teken-, schilderkunst en grafiek.
Vergeten we echter niet dat deze ‘grande dame’ ook een veel gevraagde ontwerpster was voor theater-, film- en balletdecors en -kostuums. Uiteraard deed ze dat ook voor haar eigen ballet   ‘Le Rêve de Leonor’ (1949), in  een choreografie van  Sir Frederick Ashton op muziek gebracht door Sir Benjamin Britten.

Fini leidde een ‘ménage à trois’ met de Italiaanse diplomaat en kunstenaar Stanislao Lepri – net als Fini moeilijk in een hokje onder te brengen qua stijl- en de Poolse literator Constantin Jelenski.
De twee heren waren niet haar enige huisgenoten want Fini heeft haar hele leven lang vele tientallen Perzische katten om zich heen gehad. Leonor-Fini-ChatsBinnenskamers zien we haar zelden gefotografeerd zonder een kat in haar armen. Ze heeft ze dan ook vaak getekend en een plaats gegeven in haar oeuvre.
De vrouwen afgebeeld op haar schilderijen hebben steeds dat mystieke en iconische voorkomen dat typerend is voor het werk van Fini. De mannen figureren als de veruiterlijking van de duivelsfiguur.

Haar schilderijen stralen een verfijning uit waarin werkelijkheid en verborgen dromen verstrengeld raken. Leonor had een ongebreidelde fantasie, geduldig opgebouwd in de vreemdste perspectieven maar aangebracht met heel precieze toetsen en vegen die de pure weerslag zijn van haar eindeloze picturale maturiteit. In elke lijn en toets schuilt een zekere erotiek die de kunstliefhebber niet afschrikt maar hem laat binnenkijken in de leefwereld van een merkwaardige kunstenares.

'red vision' - 1984

‘red vision’ – 1984

Leonor Fini is niet alleen befaamd door haar schilderkunst maar heeft ook, als hoger vermeld,  vaak als ontwerpster aan ballet- en filmproducties meegewerkt  en bibliofiele boekuitgaven van onder andere Baudelaire, Sade, Verlaine, William Shakespeare en Edgar Allan Poe geïllustreerd.
In de jaren zeventig van de twintigste eeuw, schreef zij ook drie romans en raakte bevriend met Jean Cocteau, Giorgio de Chirico, en Alberto Moravia.

Haar recentere schilderijen behandelen erotische fantasieën, getormenteerde vrouwenkoppen en de dood.
Leonor Fini wordt over het algemeen toch gerekend tot de surrealistische strekking. Natuur, mythologie en vergankelijkheid zijn terugkerende thema’s. Daarbij spelen katten en katachtige veelal een prominente rol.

Leonor-Fini schilderij

Brood Herman

Herman brood pianoHerman Brood (1946-2001) was in alles een rasartiest, in zijn muziek, in zijn gedichten en vooral in zijn schilderijen.
Uit zijn werk spreekt een enorme gedrevenheid. Brood werkte vol overgave, stort zich met penselen, verf en spuitbussen steeds opnieuw in een hallucinerend avontuur waaruit hij onveranderd als winnaar tevoorschijn kwam.

 

De talloze indrukken en ervaringen die hij in zijn roerige leven verzameld had, vertaalde hij in kunst met een grote K. Kunst waarvoor de belangstelling alleen maar toeneemt omdat authenticiteit zich nu eenmaal feilloos laat herkennen. brood schilderij

Herman Brood koos altijd voor een tastbaar beeld, waarbij de slagzinnen je doen denken aan een striptekening.
Het gros van zijn schilderijen en zeefdrukken laten zien waar het bij Herman Brood om draaide: muziek, relaties, ontspanning en liefde!

Goossens Luc

luc goossens portretLUC GOOSSENS werd op 25 april 1926 in het Oost-Vlaamse Ledeberg  (Gent) geboren.
Hij studeerde aan het Hoger Instituut St.-Lucas te Gent waar hij in 1950 zijn opleiding beëindigde.
Ook op het gebied van de portretkunst wist hij bekendheid te verwerven. Door de Openbare Instanties werd hij vereerd met verschillende grote opdrachten. Tevens gaf hij vanaf 1967 les in Esthetica aan het Hoger Taal- en Handelsinstituut O.-L.-Vrouw te Gent.

Ondertussen volgde hij opleidingen aan de faculteit kunstgeschiedenis en Oudheidkunde aan de R.U.G. In 1950 startte hij zijn loopbaan bij het Stadsbestuur van de Stad Gent. Hij was verantwoordelijk voor de begeleiding van dossiers opgemaakt voor de restauratie van kunsthistorische stads- en privé-eigendommen, alsook voor kerken, hun interieurs en orgels. Onder burgemeester Van den Daele werd begin de jaren ’80 de Dienst Monumentenzorg opgericht te Gent waar hij mee door zijn kennis in oudheidkunde en geschiedenis de sterke ontwikkeling ondersteunde als hoofd van de dienst restauratie binnen de Dienst Monumentenzorg te Gent. Vanaf 1968 begon hij daarnaast ook les te geven aan het Hoger Taal- en Handels Instituut Onze Lieve Vrouw te Gent, wegens tijdsgebrek en zijn grote passie voor het restaureren van erfgoed diende hij zijn ontslag in als leraar in 1974.

luc goossens 1Hij ontwierp talrijke beelden uitgevoerd in steen, brons en hout. Luc Goossens abstraheert sterk de vormen van zijn beelden, waardoor de lijnen en vlakken een hoofdrol spelen. Zijn werk schijnt tussen twee uitersten te bewegen, enerzijds de aanwending van golvende vlakken en scherpe lijnen waardoor ranke schematische figuren ontstaan, anderzijds drukt hij zijn gedachten- en gevoelswereld uit in ronde vormen. Hij was mee de ondersteunende kracht voor de restauratie van de Sint-Annakerk te Gent. Werken: In opdracht van het Ministerie van Openbare Werken: ontwierp hij een bas-reliëf (2.40m x 2.05m), het draagt de naam “Septem Artes Liberales” voor de Faculteit Wijsbegeerten en Letteren R.U.G. In opdracht van de Stad Gent ontwierp hij volgende bas-reliëfs 1. (7.25m x 3.25m) “de eindmeet”, (4.10m x 1.25m) “Wielrenners in actie) voor het sportpaleis te Gent. Hij ontwierp voor de Stad Gent het Monument “Eerste Staal in Vlaanderen” toen de eerste grote staalfabriek haar vesting in Gent een onderkomen gaf “Sidmar”, ook de herdenkingsmedaille “E3” bij de bouw van deze eerste belangrijkste verkeersader. Ook de wisselbeker “E. D’Hooge” is van zijn hand. Verder ontwierp en realiseerde hij reeds 39 portretten waaronder deze van professor Dr. P. Lambrechts, ere-rector van de R.U.G., Prof. Dr. F. Govaert, Ere-Stadssecretaris Norro, enz… Vele kunsthistorische gevels en gevels van hedendaagse architectuur dragen beeldhouwwerk van zijn hand. Voor de verzekeringsmaatschappij Royal Belge, Kortrijksesteenweg te Gent creëerde hij de zuilen en de kapittelen. Voor internationale universitaire congressen ontwierp hij ere-diploma’s en verluchtte hij talrijke folders. Velen van zijn beelden en schilderijen vonden hun weg naar privé-verzamelaars.
Zijn zus was Simonne Goossens, de moeder van  beeldend kunstenaar Erik Boone.
In zijn gezin leeft Luc Goossens  stil en teruggetrokken. Deze oase laat hem toe zijn drang naar het mystieke ten volle tot ontplooiing te laten komen. De rustige kracht van zijn vrouw is hem tot grote steun. Zijn werk schijnt zich immer tussen twee uitersten te bewegen, enerzijds de aanwending van golvende vlakken en scherpe lijnen waardoor ranke schematische figuren ontstaan, anderzijds drukt hij zijn gedachten- en gevoelswereld uit in ronde volle vormen. luc goossens 3

Zijn diep christelijk geloof, het sociaal bewogen zijn en een afweer tegen het onrecht in al zijn verschijningen gaven aanleiding tot het ontstaan van in brons en hout gematerialiseerde reacties. Vooral in zijn schilderijen komt de mystiek en zijn filosofische ingesteldheid tot uiting en dit ongeacht het onderwerp.

Luc Goossens is momenteel 87 jaar en werkt volop aan zijn mémoires…

(met dank aan Ann Schollaert en Luc Goossens)

Coddron Oscar

coddron zelfportret fragment

Oscar Coddron studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten te Gent waar hij Jan Delvin als mentor had.
Hij ondernam lange studiereizen naar Frankrijk en Italië om zich te vervolmaken in de diverse technieken en kunstknepen. Pas in 1918 vestigde hij zich in Sint-Martens-Latem. Coddron was een uitstekend intimist, portret- en genreschilder. Zijn Leiezichten getuigen dan weer eerder van een onmiskenbare invloed van Emile Claus en de Gentse luministen.

Baders aan de Leie

Baders aan de Leie

Zijn later werk vertoonde een meer expressieve kracht en een totaal ander, donkerder kleurenpalet maar bleef steeds die eerdere evenwichtige opbouw en doordachtheid vertonen.
Critici zijn het eens dat Coddron nooit de waardering kreeg die hij ongetwijfeld verdiende.
In 1950 overleed hij in zijn woning te Deurle.

 

vrouw met windhonden

vrouw met windhonden

Combas Robert

combas portretRobert Combas, op 25 mei 1959 geboren in het Franse provinciestadje Sète, was leerling aan de Academie voor Beeldende Kunsten van Montpellier, waar hij in 1980 promoveerde. Intussen had hij op zijn vijftiende met zijn vrienden Buddy Di Rosa en Ketty (Cathérine) Brindel het kunsttijdschrift ‘Bato’ en de punkrockgroep ‘Les Démodés’ opgericht. Het magazine werd geheel eigenhandig gemaakt en omvatte werkstukken, tekeningen en teksten, maar‘stokte’ echter na vier edities. De rockgroep trad op met nummers, waarvan tekst en muziek werden geschreven door Combas. Ketty nam de zang voor haar rekening, Robert was de gitarist en Buddy verzorgde het slagwerk.

Later zal de kunstenaar verklaren dat hier de oorsprong is te vinden van zijn stijl, de vrije figuratie (La Figuration Libre) met Ben (Vautier) als peetvader en mentor.

De populaire Franse schrijfster Cathérine Millet omschreef de jonge kunstenaar nogal frappant in een recent verschenen boek: <Combas ‘acteert’ graag als jongen uit een provinciaal arbeidersmilieu, rijk aan talent en wars van elke vorm van onderwijs.>

Sinds zijn intrede op de kunstscene kende deze merkwaardige schilder-filosoof  heel wat succes in Frankrijk,  België, Italië, Portugal, USA en in het Amstelveense Van der Togt Museum. De Amsterdamse ‘Galerie Riekje Swart’ komt echter de eer toe het talent in deze revolterende ‘knaap’ te hebben ontdekt  en exposeerde zijn ‘jonge’ oeuvre reeds in 1981 op Nederlandse bodem.

In 1983 was het de man met de neus voor jong talent Otto Hahn naar de States bracht. Leo Castelli, introduceerde op zijn beurt het jonge, Franse geweld in zijn galerie te New York. In de loop der tijden volgen vele solo- en groepstentoonstellingen, waaraan men de productiviteit van de kunstenaar en de toenemende belangstelling voor zijn kunst kan afmeten. Hij is nu een vaste waarde in de kunstwereld, gecoacht door de Belgische kunsthandelaar Guy Pieters.

Auteurcriticus Philippe Dagen citeert in een boek, dit jaar uitgegeven door Snoeck en Paris Musées: <Combas is een kunstenaar van zo´n bijzondere soort dat deze moeilijk te benoemen of te definiëren valt. Hij is schilder, maar ook tekenaar, beeldhouwer, maakt objecten en assemblages en is bij gelegenheid ook designer>. Voeg hierbij gerust rocker, dichter, schrijver van dadaïstische teksten en performer aan toe en je hebt het beeld van een onnavolgbaar, veelzijdig artiest die echt niet in een keurslijf past, want daarvoor zijn het talent en de inventiviteit van Robert te groot.

De kunst van Robert Combas is steeds herkenbaar en hem totaal eigen door het gebruik van een breed kleurenpalet, een markante schriftuur en een onuitputtelijk gevoel voor humor en satire. Hij vindt zijn inspiratie in strips, kitsch of reclame, de dagdagelijkse leefwereld en in de internationale actualiteit, zoals recent de uit de hand gelopen ‘esbattementen’ (om het woord oorlog niet te gebruiken) in Irak en Afghanistan. Een daad waaraan hij zich als uitgesproken pacifist ergert.

 Les musiciens, 1989

Les musiciens, 1989

De opbouw en de spontaniteit van zijn werken doen vaak denken aan de graffitikunst, maar ik noem het oeuvre van Robert Combas liever ‘narratief’ en dan wel omwille van die eigenheid, de sterke persoonlijke inbreng inzake uitbeelding van de thematiek en het subtiel kleurenspel, waarmee hij keer op keer verrassend uitpakt.

.

Minne George

minne george portretGEORGE, Baron MINNE  (Gent, 30 augustus 1866 – Sint-Martens-Latem, 20 februari 1941) werd in Gent geboren als zoon van de landmeter-architect Fredericus Augustus Minne.
Van 1882 tot 1884 was hij leerling van Jean Delvin aan de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten  van Gent. 

Hij werd bevriend met de schrijver Maurice Maeterlinck in 1886, wiens werken ‘Serres Chaudes’ (1888) en ‘Soeur Béatrice’ (1900) hij illustreerde.
In 1890 exposeerde hij bij ‘Les XX’ te Brussel en in 1891 werd hij lid van deze belangrijke kunstenaarsgroep.
In datzelfde jaar trok hij naar Parijs om er Rodin op te zoeken. Hij werd er echter afgewezen.

George Minne was al dertig toen hij nog een jaar, van 1895 tot 1896, cursussen ging volgen aan de Brusselse Academie, bij Charles Van der Stappen.

'Treurende Moeder'

‘Treurende Moeder’

In 1898 vestigde hij zich in Sint-Martens-Latem en nam er de eerste Latemse groep kunstenaars op sleeptouw, de kunstschilders Albijn Van den Abeele, Valerius De Saedeleer, Albert Servaes en Gustave Van de Woestyne. Het werd de groep der mystieke symbolisten.

Kort voor de Eerste Wereldoorlog, in 1912, werd hij leraar aan de Gentse Academie.
Tijdens de oorlog week hij met zijn vrouw uit naar Wales. Na de oorlog trok hij terug naar de Academie, als leraar, tot 1919.
Op 25 april 1931 kreeg hij de titel baron.

Hij werd begraven op het kerkhof van de Sint-Martinuskerk te Sint-Martens-Latem.

Als eerder gezegd werd hij de voortrekker van de Eerste Latemse Groep, de symbolisten.
De thema’s die Minne in zijn symbolistische stijl verwerkte, waren vooral: ascetische jongelingen, de pietà’s en moeder en kind. Samen met Fernand Khnopff en Constant Meunier genoot George Minne tijdens zijn leven internationale erkenning in de kringen van de art nouveau en het symbolisme.

In de tachtiger jaren van de 19e eeuw (rond 1880) kwam het symbolisme in Frankrijk op, zowel in de schilderkunst als in de literatuur. Het was een reactie op het impressionisme en ook op het sociaaleconomische realisme. Het kwam erop neer dat het kunstwerk een subjectieve zeggingskracht kreeg rond de menselijke figuur, in wel met een raadselachtig-magische samenhang van erotiek en dood.

 fontein der geknielden

fontein der geknielden

Zijn beroemdste werk De fontein der geknielden, van marmer werd in 1898 als concept al uitgedacht, maar pas in 1900 uitgewerkt. In 1905 werd het beeldhouwwerk aangekocht voor het Folkwang Museum te Hagen. In 1922 werd het naar Essen in het gelijknamige Museum Folkwang overgebracht.

Aan het Gentse Belfort nabij Klokke Roeland staat sinds 1930 een bronzen versie van de beeldengroep De fontein der geknielden opgesteld. Het originele gipsmodel bevindt zich in het Museum voor schone kunsten te Gent.

Buiten Gent bevinden zich ook bronzen versies van een beeld of de beeldengroep te Wenen,
in de tuin van het parlementsgebouw te Brusselminne graf robert long
en op het graf van de Nederlandse TV-presentator en singer/songwriter Robert Long in Den Haag.

Een andere analyse van zijn oeuvre ziet u in dit videoclipje:
http://www.youtube.com/watch?v=eaawTzZwOgM

'Pièta'

‘Pièta’